Tenor en orkest excelleren in Die tote Stadt

Die tote Stadt

Die tote Stadt. Reisopera. Foto: Marco Borggreve

Die tote Stadt, opera van Erich Wolfgang Korngold, op een libretto van Paul Schott, pseudoniem van Julius Korngold, de vader van Erich Wolfgang Korngold. Gebaseerd op de roman Das tote Brügge (Bruges-la-morte, 1892; Duitse vertaling: 1903) van Georges Rodenbach (1855–1898). De opera ging met veel succes op 4 december 1920 in première, tegelijk in het Stadttheater Hamburg en in het Stadttheater Köln. Bijgewoonde voorstelling te Enschede, Reisopera, 8 december 2018.

Paul: Daniel Frank
Marietta: Iordanka Derilova
Frank: Marian Pop
Brigitta: Rita Kapfhammer
Juliette: Irma Mihelič
Lucienne: Samantha Price
Victorin: Eric Stokloßa
Fritz: Modestas Sedlevicius
Graf Albert: Nathan Haller
Gaston: Nicole van den Berg

Muzikale leiding: Antony Hermus
Orkest: Noord Nederlands Orkest
Koor: Consensus Vocalis
Regie: Jakob Peters-Messer

Muzikaal:
Scenisch:

Pauls vrouw Marie is dood.  Frank raadt hem aan zijn leven weer op te pakken, maar Paul is niet van de vlotte rouwverwerking. Hij heeft in Brugge de levenslustige danseres Marietta ontmoet, in Pauls getroebleerde geest geprojecteerd als een Marie 2.0.

Paul raakt verscheurd door zijn loyaliteit aan Marie en zijn levendige belangstelling voor Marietta. In het tweede bedrijf worden de visioenen van Paul, inmiddels geheel van het padje, breed uitgemeten. In het derde bedrijf wonen Paul en Marietta samen, met de daarbij behorende ruzies die zodanig uit de hand lopen dat Marietta door Paul gewurgd wordt. Echter! Het was maar een droom, Marietta is niet dood, zij leeft! Paul kan het allemaal niet meer aan. Met vriend Frank aan zijn zijde zweert hij een nieuw leven te beginnen en hij verlaat Brugge, de “dode stad”.

Erich Wolfgang Korngolds Die tote Stadt is al jaren in de mode, na er nog meer jaren uit te zijn geweest. In 2018 waren er alleen al bij onze Oosterburen uitvoeringen in Dresden, Berlijn, Hamburg en Kassel. Wij menen: terecht. Want het is een heerlijke opera, met wonderlijke en aangrijpende muziek: een veelzijdige maaltijd met Strauss en Puccini in het hoofdgerecht, en bijgerechten uit de keuken van Lehar (!), Wagner en Mahler, plus een snufje Schönberg-atonaliteit.

De voorstelling die wij in Enschede bijwoonden, is een coproductie met het Theater Magdeburg, waar de opera  bijna drie jaar geleden in première ging. Gedachten dringen zich op aan de ten onrechte aan Heinrich Heine toegeschreven uitspraak “als er weer een zondvloed losbreekt, ga ik naar Holland, want daar gebeurt alles vijftig jaar later”. Het libretto van Die tote Stadt, losjes gebaseerd op de roman Bruges-la-morte van Georges Rodenbach, is van de hand van “Paul Schott”, een pseudoniem van de vader van de componist.

 

Fouten in libretto hersteld door Herr Opernregisseur

Regisseur Jakob Peters-Messer is niet blij met het door Pa Korngold vervaardigde libretto en laat dus maar eenvoudigweg een cruciale scène weg als deze niet in zijn kraam te pas komt: aan het einde van de opera wordt Marietta, die volgens het libretto terugkeert om haar zoekgeraakte paraplu op te halen, eenvoudigweg ausradiert (wat uiteraard weer tot bizarre, onbegrijpelijke teksten leidt), omdat Peters-Messer heeft besloten dat Marietta dan al dood is. Quod non. In de bovenstaande korte inhoud staat te lezen dat Paul een tik van de molen krijgt door het verlies van zijn vrouw. Fout! Paul is in zijn jeugd misbruikt door een Rooms-katholieke pedofiel, zo heeft Peters-Messer (als enige) ontdekt. Voor deze dwaasheid en de daarbij opgevoerde bedenkelijke beelden met een half-ontkleed jochie is geen enkele rechtvaardiging in het libretto te vinden. We moeten hierbij natuurlijk bedenken dat deze productie drie jaar oud is; ware het libretto anno 2018 door de mangel van Herr Opernregisseur gegaan, dan was het ongetwijfeld een MeToo-drama geworden. En het verzoenende einde van de opera, dat kan anno 2018 natuurlijk ook niet meer. Dus heeft de regisseur ook hier ferm ingegrepen ter wille van het verlichte gedachtegoed van Mensen van Nu. In het libretto staat dat Paul uiteindelijk zijn leven een nieuwe kans wil geven. Frank: “Ich reise wieder ab. Sag, willst du mit mir? Fort aus der Stadt des Todes?”, waarop Paul antwoordt “Ich wills, ich wills versuchen”. Maar in Enschede staat er een Twentse diender, getipt door de collega’s in Brugge, Paul op te wachten. Want Paul heeft Marietta in deze “regieopvatting” niet alleen in zijn droom vermoord, zoals het librettovod vermeldt, maar voor ’t echie!

 “Ik vind het ongeloofwaardig dat een gewelddaad – ook al is die gedroomd – tot heling zou kunnen leiden,” verklaarde de regisseur, die er blijkbaar vanuit gaat dat operagangers geïnteresseerd zijn in wat hij wel of niet “geloofwaardig” vindt of in enig ander psychologisch knutselwerk dat het oorspronkelijke kunstwerk wezenlijk verminkt.

Wij begrijpen echt niet, en uw recensent is voor de verandering uitermate serieus, dat iemand om deze reden (“Mijn Goddelijke Concept!”) zijn publiek een gemutileerde opera durft voor te schotelen.

Pure barbarij. En volksverlakkerij, want hoeveel Reisopera-bezoekers zullen zodanig in deze Korngold-opera thuis zijn dat zij het egomanische broddelwerk kunnen onderkennen? Ook in het programmaboekje, in de beschrijving van de inhoud, wordt het werkelijke libretto weggemoffeld. Kwalijk. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Peters-Messers regie voor de rest heel goed te pruimen is, met o.m. enkele mooie toneelbeelden (tweede acte) en een functioneel en fraai gebruik van videoprojectie.

 

Prestatie van wereldformaat

De Zweedse tenor Daniel Frank (Paul) was 10 jaar lang popmuzikant voordat hij het operalicht zag.  Een dergelijke epifanie is niet nieuw. Ook René Kollo nam in 1959 met veel succes het legendarische “Hello, Mary Lou” op, voordat hij vooraanstaand Wagner-zanger zou worden. Daniel Frank is een sensationeel goede zanger (luister naar zijn aria “Glück, das mir verblieb“), met een scherp gefocust, indrukwekkend stemgeluid. Krachtig wanneer vereist, maar vol menselijke zwakheid en vertwijfeling wanneer zijn rol om meer lyriek vraagt. De rol van Paul is loodzwaar, een uitputtingsslag met talrijke hoge noten, en Daniel Frank leverde een prestatie van wereldformaat. Wij waren diep onder de indruk van deze ex-rocker. Iets minder enthousiast waren wij over bariton Marian Pop, die de rol van Frank (Pauls vriend) vervulde; hoewel hij fraaie noten op zijn zang heeft, klonk hij onzes inziens bij tijd en wijlen wat bleekjes. Kammersängerin Iordanka Derilova vervulde de rol van de secreterige en hoerige  Marietta (Mariettas Lied), ook een zware rol vol hoge noten, met verve. Haar hoogdramatische sopraan leek ons in eerste instantie just what the doctor ordered, maar toen de volumeknop op 9 bleef steken (er zat nog wat beweging in naar de 10, maar beslist niet naar de 8), begon dat, net als de “ophalen” naar de eerste noot van een frase, op den duur lichtelijk te irriteren. Desalniettemin: een groot compliment voor de casting.  Ook de volumineuze, donkere mezzo van Rita Kapfhammer (Brigitta) deed het in deze productie prima. Kapfhammer (hier in Verdi’s Messa di Requiem) heeft trouwens óók een opmerkelijke voorgeschiedenis. Zij was voorbestemd hotelmanager te worden in haar familiehotel. De leider van het plaatselijke kerkkoor had andere plannen voor Rita en stuurde haar naar de Musikhochschule in München. Rita was al een virtuoos in de Stubenmusik (denk citers en dulciber; kijken!) en dan is de stap naar Korngold nog maar een kleine. Kapfhammer komt uit Franken, Opper-Beieren. Franken is het land van wijnbouwers en haar favoriete wijn is Frankische Silvaner. Een beter cv is niet denkbaar.

Uiteraard mogen wij de begeleiding door het Noord Nederlands Orkest onder leiding van Antony Hermus niet vergelijken met de fabelachtige Die tote Stadt, De Nationale Opera 2005, met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van de toen nog beloftevolle Ingo Metzmacher in de bak. On second thought, beide uitvoeringen zijn heel goed te vergelijken, want Hermus ontlokt met zijn gevoelige interpretatie en muzikale instinct voor detail aan het Noord Nederlands Orkest een kleurrijk en transparant geluid: het gloeit en glinstert. Prachtig. Alsof het Noord Nederlands Orkest nooit iets anders dan Korngold gespeeld heeft. Het blijft raadselachtig waarom de ene dirigent wereldberoemd is en de andere niet. Net als bij zangers speelt kwaliteit maar gedeeltelijk een rol. Hoewel Hermus wel degelijk een fraaie internationale carrière heeft, vooral in Duitsland, zal men hem niet gauw tot een mogelijke opvolger van Gatti rekenen en is “het merk Hermus” geen wereldmerk. De grenzeloos overschatte Dudamel en Scapino-dirigentesse Barbara Hannigan zijn dat wel. “Hipheid” is hier het toverwoord. Nog even zij nadrukkelijk vermeld: bravissimo Antony Hermus!

Dat De Reisopera na de bespottelijke Tosca de plank weer misslaat wat de regie betreft, is zorgelijk. Waar zijn de dagen van de voortreffelijke regisseur Laurence Dale  gebleven? Wij denken met plezier terug aan Reisopera-topproducties zoals de fenomenale Ariadne auf Naxos in 2016 en zoals een van de allerbeste Butterfly’s ooit in Nederland op de planken gebracht, in 2015 met Annemarie Kremer, beide niet toevallig geregisseerd door deze hupsafladderloze Laurence Dale. Wordt De Reisopera nu een organisatie waarvoor maar één ding telt: “Vernieuwing”? Vernieuwen om het vernieuwen, altijd op zoek naar grensverleggend, ontregelend en urgent muziektheater, mee willen doen met de grote jongens van het Regietheater. Onzes inziens dient “vernieuwing” -de noodzaak ervan wordt overschat- veel meer in de ontwikkeling van geavanceerde audiovisuele middelen gezocht te worden. Als we Callas al holografisch tot leven kunnen wekken, dan liggen er op het technische vlak nog enorme kansen voor een spectaculaire toekomst van de opera. Meer kansen in ieder geval dan in de psychologiserende aandrang van de zoveelste schabouwelijke conceptgenerator.

Ondanks de regiemissers is Die tote Stadt van De Reisopera een opwindende productie die garant staat voor een niet-onaanzienlijke hoeveelheid operagenoegen.

Olivier Keegel (gepubliceerd op 9 december)

 

Er zijn nog voorstellingen op wo 16 jan: Orpheus, Apeldoorn; za 19 jan: De Spiegel, Zwolle; di 22 jan: Stadsschouwburg Utrecht; za 26 jan: Chassé, Breda; wo 30 jan: Carré, Amsterdam; za 2 feb: Theater a/h Vrijthof, Maastricht; di 5 feb: Zuiderstrandtheater, Den Haag; za 9 feb: De Harmonie, Leeuwarden.

5 Comments

  1. Fred Coeleman schreef:

    Inderdaad, een fantastische avond in het oosten des lands, de Reisopera heeft het dan ook echt weer aan gedurfd een onbekend stuk op de planken te brengen, en inderdaad. de tenor (Daniel Frank in de rol van Paul) maar ook de blazers van het Noord Nederlands Orkest waren de helden van de avond
    Ik heb genoten, en dat er veel Hollywood muziek te horen was, voor mij was het heerlijk. Ga die produktie zien, nog voldoende mogelijkheid

  2. G.A.C.H. Blenderman schreef:

    Weer een heerlijk duidelijke recensie van inderdaad een mooie opera.

  3. John schreef:

    Uitstekende beoordeling Mr. Keegel. Deskundig en toch speels. Goed dat je aandacht besteedt aan de regiemisleidingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.