Romeo en Julia in Zwitserland

A Village Romeo and Juliet, opera van Frederick Delius. Lyric drama in six scenes. 1901. Libretto van de componist, naar de roman van Gottfried Keller. Eerste opvoering in de  Komische Oper, Berlijn, 21 februari 1907. Bijgewoonde voorstelling in het kader van de NTR ZaterdagMatinee, Romeo en Julia in Zwitserland, 15 december 2018, Koninklijk Concertgebouw, Amsterdam.

Romeo and Juliet

Romeo and Juliet. Film (2013) van Carlos Carlei.

Sali: Matthew Newlin, tenor
Vreli: Marina Costa-Jackson, sopraan
Manz: Tim Kuypers, bariton
Marti: Callum Thorpe, bas
The dark fiddler: David Stout, bariton
Sali as a child: Rik de Jong, jongenssopraan
Vreli as a child: Lotte Cornel, meisjessopraan
Diverse rollen, o.m. Gingerbread woman: Aylin Sezer, sopraan
Diverse rollen, o.m.Wheel of fortune woman: Jeannette van Schaik, sopraan
Diverse rollen, o.m. Cheap jewellery woman: Nina van Essen, mezzosopraan
Diverse rollen, o.m. Merry-go-round man: Raoul Steffani, bariton
Diverse rollen, o.m. Showman: Leon van Liere, tenor
Diverse rollen, o.m. Shooting-gallery man: Jasper Leever, bas

Muzikale leiding: Sir Mark Elder
Koordirigent: Benjamin Goodson
Orkest: Radio Filharmonisch Orkest
Koor: Groot Omroepkoor

Muziek:

Delius, wie kent hem niet… Velen, vrezen wij, en de dagen dat uw recensent geen enkele gedachte aan Frederick Delius (1862-1934) wijdt, zijn alleen op de vingers van vele handen te tellen. Het  kosmopolitisme van deze componist, in een tijd waarin het nationalisme floreerde, is solide: zoon van Duitse ouders, geboren in Engeland, als jongeman in Florida vertoevend, leerling aan het conservatorium van Leipzig en woonachtig in Frankrijk. En om wat leven in de brouwerij te brengen, getrouwd met een Scandinavische. Wellicht is er iets te veel leven in de brouwerij geweest, want zijn laatste jaren was hij verlamd door syfilis. Het was zeker ook een bijzonder componist, en dat was-ie. Denk Wagner (horen wij daar een ‘unendliche Melodie’?), afgeblust met Debussy. Denk weelderige orkestklanken, rijk aan kleuren, maar soms ook traag en onbestemd, op het slaapverwekkende af. Of laten wij ons beschaafder uitdrukken, muziek met een hoog acquired taste-gehalte.

Van zijn opera A Village Romeo and Juliet bestaan verschillende fraaie opnames, steevast geleid door Engelse dirigenten, hoewel het toch Berlijn was waar de première in 1907 plaatsvond. De opera is gebaseerd op een roman van Gottfried Keller en heeft verder niets te maken met Shakespeare, behalve dan dat het liefdespaar, Sali en zijn geliefde Vreli, afkomstig is uit twee elkaar bekampende families. Beide vaders, boeren,  ruziën  over een stuk land, wat tot een rechtszaak leidt die hen beiden ruïneert. Het stuk land behoort nota bene toe aan de Dark Fiddler, die Sali en Vreli waarschuwt voor ernstige gevolgen als het land wordt omgeploegd. Deze Dark Fiddler is een onwettig kind en kan daarom zijn rechten op het land niet laten gelden.  Terwijl de boeren verder ruziën, voelen hun kinderen zich steeds sterker tot elkaar aangetrokken. Ze gaan op de loop en bezoeken op hun tocht een jaarmarkt met kermis en vervolgens een herberg, de “Paradise Garden”. Hier treffen ze de Dark Fiddler weer, en ze beseffen dat hun liefde moet eindigen in de dood. Op het geluid van des Fiddlers viool gaan ze aan boord van een hooischip, hun huwelijksbed, en als ze wegvaren, brengt Sali de boot tot zinken.

 

Kuifje in Afrika

De muzikale taal die Delius in deze uit zes taferelen bestaande opera spreekt, past uitstekend bij de feeërieke protagonisten. Het bekendste fragment uit A Village Romeo and Julia is de beroemde “Walk to the Paradise Garden” (hallucinerend prachtig vertolkt door het Radio Filharmonisch Orkest), dat nog wel eens een concertprogramma siert. Het werk vraagt om een groot orkest en een groot deel van de opera is zuiver orkestraal, zoals de genoemde “Walk to the Paradise Garden”. Doorgewinterde operaliefhebbers weten al lang dat opera op z’n mooist is als er niet gezongen wordt, voorbeelden te over: inleiding “E lucevan le stelle”, ouvertures Fliegende Holländer en Ruslan en Lyudmila, prelude 1e acte La traviata, wals 2e acte Eugene Onegin, etc. etc. En ook in het Concertgebouw maakten de orkestrale passages van A Village R&J grote indruk. Wie maakt er op een (of 2) regenachtige zondagmiddag eens een orkestsuite van?

Maar als er dan toch gezongen moet worden, dan graag zoals tijdens de NTR ZaterdagMatinee van 15 december j.l. Delius’ opera werd geafficheerd als Romeo en Julia in Zwitserland, welke titel bij mij onmiddellijk associaties opriep aan Kuifje in Afrika. Een respectloze gedachte die onmiddellijk gelogenstraft werd door de solide uitvoering door solisten, het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor (dat als Fernchor zijn opwachting maakte en vervolgens kwam binnenwandelen om op het podium plaats te nemen), onder de muzikale leiding van Sir Mark Elder. Het Radio Filharmonisch Orkest was in de gebruikelijke topvorm, de door Delius’ landgenoot Sir Mark Elder aan het orkest ontlokte, ademende en organische klanken leidden tot een poëtische, subtiele en genuanceerde uitvoering. Deftig voor: het was heel mooi. Het Groot Omroepkoor deed mij in een vlaag van uiteraard stiekem nationalisme beseffen: hoe gezegend zijn wij in Nederland, ondanks alle krokodillentranen over verwoestende bezuinigingen en weggesaneerde kunsttempels, met onze veelzijdige verzameling koren en orkesten van uitzonderlijke kwaliteit.

 

Jeugdig elan

Terug naar A Village R & J. Matthew Newlin, die wij nog kennen als een uitstekende Zotico in Eliogabalo bij DNO in 2017, vertolkte de rol van Sali. Recentelijk debuteerde hij als Alfredo (Traviata) bij de Deutsche Oper Berlin. Met zijn zoetgevooisde timbre is Newlin in principe een goede Sali, maar Newlin ontbrak het toch enigszins aan podiumprésence en vooral aan volume om compleet te overtuigen. Het had iets pregnanter gemogen. Verstaanbaarheid is vaak een issue voor operasolisten die gewend zijn zich boven een orkest te bevinden in plaats van ervoor. Geen gebrek aan volume echter bij  de beeldschone (doet er niet toe, weet ik wel!)  Marina Costa-Jackson, de Vreli van dienst. Waarom Vreli in de boventiteling voortdurend “Vrenchen”, de naam uit de Duitse versie, werd genoemd, was mij niet duidelijk. Costa-Jackson straalde met haar soms tedere, soms zeer krachtige stem oprechte liefde uit. Ook David Stout verdient speciale vermelding voor zijn sterke, misschien iets te gepolijste interpretatie van de Dark Fiddler, het sinistere symbool van de onvrolijke afloop van de liefdesgeschiedenis. De overige rollen werden ingevuld door een aantal voortreffelijke, voornamelijk jonge zangers, hetgeen het droeve thema van de opera toch nog iets fris meegaf. Opvallend was dat jongenssopraan Rik de Jong en meisjessopraan Lotte Cornel hun weliswaar korte, maar toch van lastige intervallen voorziene partijen zonder bladmuziek op voortreffelijke wijze uitvoerden.

 

Regieloze verademing

Hoewel wij een gerieflijke regieloze middag beleefden, moet mij toch van het hart dat “concertant” niet per se betekent dat men stijf achter een lessenaar moet staan. Het was visueel een uiterst saaie bedoening, de enige actie kwam van het op- en afgaan der solisten.

A Village Romeo and Juliet toont Delius op zijn best. De muziek is overwegend diatonisch, met een gereguleerd gebruik van chromatiek. Soms weet je echt niet wat je met de harmonieën aan moet, maar de zaken des levens waar je in eerste instantie niet weet wat je ermee aan moet, ontpoppen zich niet zelden als vreugdevolle hoogtepunten. Overweldigende climaxen ontbreken over het algemeen (ze zijn er wel), daarvoor in de plaats komen schuivende kleurpanelen, waarvan ik mij zo voorstel dat een slaapkliniek er ook zijn voordeel mee zou kunnen doen. Met andere woorden, de muziek is prachtig, maar soms wat langdradig. Een regie was er niet bij deze concertante uitvoering: de droom die in het libretto voorkomt, wás ook gewoon een droom. Een verademing.

Graag had ik willen afsluiten met het recensiecliché “Gaat Dat Zien”, maar deze voorstelling in de ZaterdagMatinee was eenmalig. Wel bracht bracht Decca in 2003  A Village Romeo en Julia uit op DVD uit. In deze verfilming door Peter Weigel werd voor de soundtrack de opname uit 1989 van Sir Charles Mackerras met het ORF Symphonieorchester gebruikt. Thomas Hampson speelde in beide gevallen de Black Fiddler.

Een postuum “Gaat dat zien en horen” dus. Maar de uitvoering was the walk to the paradise garden ten volle waard.

Olivier Keegel (gepubliceerd 15-12)

3 Comments

  1. Fred schreef:

    het was inderdaad een feestje, maar moet gezegd, beneden zittend in het eerste deel klinkt eea toch weer anders als boven op het balkon plaats nemende (dank daarvoor) Het Radio symfonisch Orkest en vooral de blazers waren inderdaad geweldig. Ook het groot omroepkoor zong geweldig

  2. Ronnie Jacobi schreef:

    Bedankt Olivier voor je heldere recensie. Ik vond het orkest en het koor fantastisch, de hoofdrolvertolkers vond ik wat minder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.