Rossini, il virtuoso

Rossini, il virtuoso.  Hoogtepunten uit opera’s van Gioachino Rossini. Amsterdam, Dominicuskerk. 1 december 2018

Amsterdams Operakoor Rossini

Het Amsterdam Operakoor o.l.v. Ago Verdonschot

Amsterdams Opera Koor
Ago Verdonschot, muzikale leiding

Gulnara Shafigullina, sopraan
Linsey Coppens, mezzosopraan
Harald Quaaden en Luca The, tenor
Nanco de Vries, bas-bariton
Hans Schellevis, vleugel

Muzikaal:

Amsterdams Operakoor Rossini

Gioachino Rossini, 1792-1868 . Foto Gustave Le Gray.

 

Amsterdams Operakoor Rossini

Gulnara Shafigullina, sopraan. Foto: Amsterdams Operakoor.

 

Amsterdams Operakoor Rossini

Linsey Coppens, mezzosopraan. Foto: Amsterdams Operakoor.

 

Amsterdams Operakoor Rossini Nanco de Vries, bas-bariton. Foto: Amsterdams Operakoor.

Vals zingen bij de Matthäus

“Muziek begint met stilte,” zei Mstislav Rostropovitsj. En in veel gevallen had het  ook beter daarbij kunnen blijven, zou ik daaraan willen toevoegen. Dat is geen populair standpunt. Immers, de Verbeelding is nog steeds Aan De Macht en  Iedereen is Kunstenaar, althans “creatief”. Daarom nemen wij vol enthousiasme deel aan meezing-Matthäussen en meezing-Messiahs. Want zélf doen is het motto, en daaraan worden gevoel voor muzikale nuance en muzikaal genot maar al te graag opgeofferd. Ik ben zelf eens onbedoeld geconfronteerd met zo’n meezing-Matthäus, die toen echter nog niet zo heette. Het was in London, rond 1980, een  Matthaüs met een, zo later bleek, lithurgisch karakter: alle koralen werden meegeblerd door het publiek, dat de gemeente bleek te zijn. Een gruwelijke ervaring (mijn buurman zong gemeen vals, bovendien met een onwelriekende adem) die mij nog nadrukkelijker in mijn atheïsme sterkte dan de Mathhäus Passion toch al doet.  Musicoloog Barend Wijtman signaleerde al in 1984 de schabouwelijke modeverschijnselen uit de school- en muziekschoolwereld: “De selfmade musical en het steevast als spectaculair aangekondigde totaaltheater, want binnen deze wereld geldt klaarblijkelijk de norm: hoe grootser, hoe ingewikkelder, hoe meer mensen mee doen, hoe meer we zelf doen en hoe minder vakmensen we inschakelen, des te mooier en des te beter het is.” De iedereen-kan-alles doctrine leidt soms tot bizarre uitschieters. Kent u de familie Polderman nog, die door Ernst-Daniel Smid gefileerd werd   en vervolgens in een hupsafladder tv-programma met 100 stemmen tegen 1 werd weggestemd?

 

Iedereen kan zingen

De zorgwekkende staat der dingen wordt niet in de laatste plaats in de hand gewerkt door het misverstand dat “iedereen kan zingen”, u door de strot geduwd door onderknuppels met een beroep dat eindigt op -goog of door werkloze zangleraressen (“denk er ook aan dat je vanuit je buik ademt in plaats vanuit je borst”). Het adagium is niet voor niets “KUN je zingen, zing dan mee”. KUN je, begrijpt u? Een makkelijk te onthouden stelregel die maar al te vaak veronachtzaamd wordt, met diabolische gevolgen. Oordeelt u zelf.

Vanwaar deze enigszins misantropische inleiding? Om des te sterker te benadrukken dat de geoefende stem de luisteraar een intens genoegen kan verschaffen, zowel de solostem (Ileana Cotrubas en Tito Schipa, veel meer is er eigenlijk niet), maar ook de gezamenlijke zang in kleine bezetting (The Beatles) of in grote koorbezetting (koor van De Nationale Opera). Men zou uit bovenstaande kunnen concluderen dat alleen professionele zangers en koren ons zouden kunnen bekoren, maar ook semiprofessionele koren zoals het Toonkunstkoor en de goede amateurkoren, zoals het Amsterdams Opera Koor, kunnen ons, luisteraars, de meest plezierige momenten verschaffen.

Het Amsterdams Opera Koor is zo’n amateurkoor dat al sinds 1950 aan de weg timmert met zo’n tweehonderd uitgevoerde concerten, waaronder in de laatste tien jaar drie complete uitvoeringen van Verdi-opera’s in het Concertgebouw, die vrijwel zonder uitzondering zeer gunstig werden ontvangen. Dat Amsterdams Opera Koor is geen weggooier, om het maar eens op z’n Amsterdams te zeggen. Het is een begrip in Nederland en de trots van Amsterdam.

Het koor treedt op met professionele solisten en orkesten uit binnen- en buitenland, en dit keer waren het Gulnara Shafigullina, Linsey Coppens, Luca The, Harald Quaaden en Nanco de Vries die als solisten acte de présence gaven. Op het uitstekende, vol afwisseling samengestelde programma, stonden gedeelten uit drie Rossini-opera’s: Maometto Secondo, en na de pauze La Donna del Lago en Il Viaggio a Reims. Vooral de eerste opera is interessant, want deze wordt zeer zelden opgevoerd; ik herinner mij alleen uitvoeringen in Rostock (2015), Toronto (2016) en Wildbad (2017). Maometta Secondo, oftewel Mohammed de Tweede, is een opvallende verschijning in een rooms-katholieke kerk. Wij hadden van onze moslimvrienden toch altijd begrepen dat er maar één Mohammed was. Het ligt even anders. Het gaat hier om een 15e-eeuwse Ottomaanse sultan, de veroveraar van Constantinopel. De opera Maometta Secondo faalde in Napels, en Rossini voerde verscheidene bewerkingen door om zijn opera tot een publiek succes te maken. Om de partituur is het nodige geharrewar geweest, tot er een nieuwe kritische editie tot stand kwam onder redactie van Hans Schellevis. Dezelfde Hans Schellevis die op deze middag het Amsterdams Opera Koor vanachter de vleugel begeleidde. Toch een beetje alsof Rossini zelf achter de vleugel zit. De eerste uitvoering die gebaseerd was op de kritische editie van Schellevis c.s., was die van The Santa Fe Opera in 2012. In het algemeen prefereer ik de niet-komische opera’s van Rossini boven de meestal ontzettend melige komische. Wat een goed idee om dit onbekende werk op het repertoire te zetten, en wat was de uitvoering prima en enthousiast. Het “Ah! Perché fra le spade nemiche/A che più tardi encor” voor koor en solisten  schalde op uiterst aanstekelijke wijze de kerk uit. Waarbij de solisten elkaar nu eens niet in volume trachtten te overbluffen om er zo een kledderige brei van te maken, maar door middel van  eendrachtige samenwerking een puur staaltje muzikaal vuurwerk afstaken.

 

Rossini aan de vleugel

Uiteraard kreeg het koor tijdens het concert alle gelegenheid om te schitteren, en dat deed het dan ook, onder de vakkundige leiding van dirigent Ago Verdonschot. Zeer geconcentreerd, zeer precies behalve dan in het eerste koorwerk na de pauze, bij “Del dì la messaggiera” gingen een paar dingetjes niet zo lekker. Tja, het blijft live televisie hè? Maar voor de rest maakte het koor een meer dan uitstekende indruk. Ja, daar zijn wat repetitieuurtjes in gaan zitten, en het over het algemeen prachtige resultaat was er ook naar. Ook de solisten droegen in toenemende mate  met hoogkwalitatieve bijdragen  aan de feestvreugde bij. In het Già tra le tombe! voor koor, sopraan en bas -ik blijf nog even bij Maometto Secondo– konden Nanco de Vries, die zich bij Rossini als een vis in het water lijkt te voelen (ondanks zijn “geïndisponeerdheid, waar niemand zoals gebruikelijk iets van merkte) , en Gulnara Shafigullina heerlijk uitpakken. De beeldschone Shafigullina is een internationale operaster, en trad ook op in de gememoreerde Maometto Secondo in Rostock. Een gouden greep van het Amsterdams Opera Koor om deze fantastische sopraan aan te trekken, en een compliment waard. Zij zag er oogverblindend uit en haar vocale bijdrage was om door een ringetje te halen. Wat een prachtige stem, wat een techniek, wat een onberispelijke coloraturen! Het leek of de Heilige Maagd Maria zelve was nedergedaald in de Dominicuskerk.  De Coloratuurprijs Van de Dag was dan ook voor Gulnara Shafigullina, evenals de publieksprijs “Zuiver Zingen”. Tot op heden was ik in de naïeve veronderstelling: “Het is zuiver of het is niet zuiver.” Fout: er bestaat ook nog een buitencategorie zuiver, en Shafigullina is the living proof.

De bijdragen van de overige solisten waren eveneens uitstekend. Het was jammer dat er geen begeleidend orkest opgetrommeld kon worden, maar met een uitzonderlijk goede begeleidend pianist als Hans Schellevis viel dat nauwelijks op. Toch nog even naar het tweede deel na de pauze. Het  Presto, presto… su, coraggio! met koor, dat zich inmiddels geheel herpakt had, en Linsey Coppens, mezzosopraan, was om te smullen. Aanstekelijk musiceren in optima forma! Ook het laatste werk, het hilarische Viva il diletto augusto regnator uit Il viaggio a Reims voor koor en solisten was een welgekozen apotheose die het publiek met een ernstige verhoogde dosis dopamine zo niet adrenaline huis- dan wel caféwaarts zond.

 

De Amsterdamse operatraditie

Zonder er nu precies de vinger op te kunnen leggen is de sfeer tijdens zo’n operaconcert toch heel anders dan bij een voorstelling in Het Muziektheater. 20 Euro neerleggen voor een heerlijke operamiddag in plaats van 182 Euro voor een poepend paard stemt de gemiddelde operaliefhebber natuurlijk sowiesoso al monter, maar men voelde tijdens deze schitterende middag met het Amsterdams Opera Koor toch iets van die authentieke, historisch in Amsterdam gewortelde operatraditie. De zaal ademde samen met de uitvoerenden opera zoals ooit bedoeld was.

Een paar uurtjes genieten van operamuziek, uitgevoerd door een voortreffelijk en enthousiast koor onder de bezielende leiding van een uitstekende dirigent en de begeleiding van een voortreffelijk pianist,  zonder gehinderd te worden door de hupsafladder van een schabouwelijke regie….. het is een groot genoegen. Wel jammer dat het publiek niet mee mocht zingen.

 

Olivier Keegel (gepubliceerd op 2 december 2018)

10 Comments

  1. Ad Middendorp schreef:

    Wat weet je het toch weer precies te treffen, Olivier.
    Er zat een man in’t publiek, bij aanvang nog met zo’n houding van: Wat kan mij het allemaal schelen die flauwe kul. Maar in de pauze reeds, zag ik hem met walsende pas en troebele blik onderweg naar de koffieketel.
    Het is een niets ontziend virus.

  2. Hennie de Graaf, Amsterdams Operakoor schreef:

    Wat een geweldige recensie beste Olivier, wauw!!

  3. Hans Kapiteijn schreef:

    Het was een genot om te oefenen en het heeft zweetdruppels gekost maar tijdens de uitvoering viel alles op zijn plaats. Trots om te mogen zingen met de vele koor enthousiastelingen en ‘onze’ Ago die weer fantastische solisten erbij heeft gehaald. Publiek dat ons allen met hun warmte ons stimuleerde.

  4. Paul Kuiper schreef:

    Een hartverwarmende recensie die ons koor goed doet!

  5. Loes van Hulst schreef:

    Wat een prachtige, in mijn ogen terechte, recensie!! Ook ik heb genoten van deze uitvoering, ik ben blij dat er iemand is die dit onder woorden kan brengen, hartelijk dank Olivier Kregel 😊

  6. Matty Bovenkerk schreef:

    Het was een feest om er deel van te mogen zijn. Om in de prachtige entourage van de Dominicuskerk voluit te zingen met elkaar en tegelijkertijd te genieten van de prachtige solisten en het onvolprezen pianospel van Hans. En ook van Ago, onze geweldige dirigent, die het ‘m toch maar weer gelapt heeft in vrij korte tijd… De blijdschap te voelen als hij door een lachje of een blik laat blijken dat hij tevreden is, dat het goed gaat… En dan zo’n recensie, dat voelt als de kroon op ons werk. Dank U zeer daarvoor, mijnheer Keegel.

  7. Mauricio Fernandez schreef:

    Prima initiatief om de echte Rossini te presenteren want DNO doet liever Barbiere voor de zoveelste keer en dan in een kermisachtige productie. Even voor de record: zowel Donna del lago als Maometto secondo werden door de Zaterdagmatinee concertant uitgevoerd, deze laatste in 2007. Afgezien van Guillaume Tell laat nogmaals DNO verstek gaan op een jammerlijke manier want voor volgend seizoen staat weer een ’komische’ opera van Rossini op het programma: Cenerentola.

  8. Jeannette Veefkind schreef:

    Ik krijg postuum nog kippenvel na het lezen van deze recensie. Het was een genot om dit te mogen zingen!

  9. Wim Loos schreef:

    Nu de leden hebben gereageerd dan nu mijn stem uit het publiek.Het was weer een geweldigemiddag iik heb enorm genoten.Veel dank bestuur,Ago en Hans Schellevis en ik zeg weer BRAVO. Wim Loos

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.