TRISTAN UND ISOLDE MET SUBLIEM ORKEST

Tristan und Isolde

Ekaterina Gubanova (Brangäne), Martina Serafin (Isolde), Andreas Schager (Tristan), René Pape (König Marke) & Matthias Goerne (Kurwenal) (Photo: Vincent Pontet / Opéra national de Paris)

Tristan und Isolde, opera van Richard Wagner (muziek en libretto), voor het eerst opgevoerd in het Königliches Hof- und Nationaltheater te München op 10 juni 1865. Voorstelling door de Opéra national de Paris in de Opéra Bastille op 19 september 2018.

Tristan: Andreas Schager
König Marke: René Pape
Isolde: Martina Serafin
Kurwenal: Matthias Goerne
Brangäne: Ekaterina Gubanova
Ein Hirt / Ein Junger Seemann: Nicky Spence
Melot: Neal Cooper
Ein Steuermann: Tomasz Kumiega

Orchestre et Choeurs de l’Opéra national de Paris
Dirigent: Philippe Jordan
Regie: Peter Sellars

Muziek:
Regie:

Het seizoen 2018/2019 van de Opera van Parijs opende met de vijfde herneming van Tristan und Isolde in de enscenering van Peter Sellars en Bill Viola. Het publiek keek met spanning uit naar de Wagner-kanonnen Andreas Schager en Martina Serafin, maar het waren vooral de bijrollen die de meeste lof verdienden. Schager staat bekend als een van de beste Tristans van zijn generatie, maar hij stelde enigszins teleur. Hij heeft weliswaar een mordant waarmee hij gemakkelijk het orkest kan overstemmen en een opmerkelijk lange adem, maar zijn timbre heeft iets vermoeiends, alsof de gepassioneerde gevoelens die hij probeert uit te drukken wat vervaagd zijn. Verder geeft hij de indruk zijn stem soms te forceren, die dan iets nasaal krijgt. Wel maakte Schager een zeer overtuigende indruk tijdens de scene van de toverdrank en bij het begin van de tweede akte.

Martina Serafin incarneert Isolde met veel overtuiging, maar haar stem past niet altijd bij het personage. De expressieve manier waarop zij in de eerste akte haar woede en jaloezie uit, dwingt haar soms tot een schril geluid. Laat zij zich al te zeer door haar passie meevoeren? Wij vroegen ons tijdens de voorstelling in het uiterste geheim af: Hoe zou zij het als Tosca doen? En zelfs als Koningin van de Nacht?

René Pape is met zijn krachtige en perfect uitgebalanceerde stem een indrukwekkende koning Marke. Zijn dictie is trefzeker, zijn honingzoete toon om van de snoepen en zijn feilloos legato maakt het zachtste gefluister tot een vocaal feest. Subliem.

Ekaterina Gubanova was een ijzersterke Brangäne, zeker in de tweede akte, wanneer ze vanaf het balkon Isolde attent maakt op het vage licht en vervolgens de geliefden waarschuwt dat de dag aanbreekt. Haar stem is zowel plechtig als floraal, een subtiele mix van fors en lieflijk. Mathias Goerne is een originele Kurwenal. Zijn karakteristieke stem, stevig als een rots, geeft veel karakter aan het personage.

De kracht van de opvoering ligt vooral ook bij het orkest van de Opera van Parijs, gedirigeerd door Philippe Jordan. Vanaf de prelude valt het orkest op door zijn compactheid: het crescendo in de melodieën wordt gedragen door alle instrumenten, van de met koperachtige glans schitterende strijkers tot het fijnzinnige slagwerk. Het orkest lijkt perfect thuis te zijn in de obsederende melodieën van Wagner en is tegelijkertijd stabiel en hemels, zoals in de schemering van het bos in het begin van de tweede akte, of wanneer het de stilte die volgt op de scène van de liefdesdrank transformeert tot een muzikale abundantie.

De in 2005 voor het eerst opgevoerde minimalistische en symbolische enscenering van Peter Sellars en Bill Viola, met beelden in slow motion van golvend water en scènes die welbewust in schemering ondergedompeld zijn, is in de geest van Bob Wilson’s Pelléas et Mélisande (1997). De in zwarte gewaden gehulde zangers worden omringd door opschietende vlammen of bevinden zich in rurale landschappen van glooiende heuvels. Een man en een vrouw ontdoen zich van hun kleding om een oosters reinigingsritueel te ondergaan. De beelden zijn vaak fraai en vullen op elegante wijze het toneel, maar ze vormen soms een wat al te letterlijke interpretatie van het libretto zonder een extra dimensie toe te voegen. De elementen water en vuur komen constant terug, zodanig zelfs dat zij de perceptie van het orkest beïnvloeden, waarvan het geluid wisselt tussen een onheilspellende golfslag en een vurige sirocco.

Er zijn nog voorstellingen tot 9/10/2018.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 23/9/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.