Rusalka in Parijs – fraai en beklemmend

Rusalka

Rusalka. Opéra Bastille. Foto: Christian Leiber.

Rusalka. Opera van Antonín Dvořák in drie bedrijven. Libretto van Jaroslav Kvapil, gebaseerd op de vertelling Undine, een verhaal van Friedrich de la Motte-Fouqué, en op het sprookje De kleine zeemeermin van Hans Christian Andersen en het toneelstuk Die versunkene Glocke van Gerhart Hauptmann. Eerste opvoering op 31 maart 1901 in het Nationaltheater te Praag. Bijgewoonde voorstelling 1 februari 2019, Opéra Bastille, Parijs.

Le Prince: Klaus Florian Vogt
La Princesse étrangère: Karita Mattila
Rusalka: Camilla Nylund
L’Esprit du lac: Thomas Johannes Mayer
Jéžibaba: Michelle DeYoung
La Voix d’un chasseur: Danylo Matviienko
Le Garçon de cuisine: Jeanne Ireland
Première nymphe: Andreea Soare
Deuxième nymphe: Emanuela Pascu
Troisième nymphe: Élodie Méchain
Le Garde forestier: Tomasz Kumiega

Muzikale leiding: Susanna Mälkki
Orchestre et Chœurs de l’Opéra national de Paris
Regie: Robert Carsen

Muziek:
Regie:

Wijze woorden van Beczala

De lyrische/dramatische/spinto tenor Pjotr Beczala, momenteel wellicht een van de besten op zijn vakgebied, verklaarde enige tijd geleden dat veel moderne regisseurs met wie hij moet werken, naar zijn mening helemaal niet van opera houden. Deze regisseurs, aldus Beczala, beweren dat opera dood is en dat zij haar weer tot leven moeten brengen; alsof er een kerngezond vrouwtje door de straat kuiert en vervolgens door twee kerels tegen de grond wordt gewerkt om haar volstrekt onnodige en ongewenste kunstmatige ademhaling toe te dienen.

Het Regietheater heeft een discrepantie tussen de muziek en de visuele en dramatische aspecten van een productie de theaters binnengerommeld die haar weerga niet kent. Deze ontkenning en verkrachting van de basismandaten “partituur” en “libretto” verliep geruisloos, stiekem, gluiperig. Een goed doortimmerde onderbouwing werd nooit geleverd, er was een stilzwijgend moreel appèl op moderniteit, vooruitstrevendheid, ruimdenkendheid waarbij de ene Mens van Nu niet voor de andere Mens van Nu wilde onderdoen. Regisseurs houden intendanten, zangers, dirigenten en publiek in een onzichtbare maar wurgende greep. Wie vraagtekens plaatst bij het jaarlijkse narrenfeest te Spanga, krijgt geen ander antwoord dan het cliché “opera is geen museum” en alle varianten daarop, maar de wezenlijke vraag naar de exhibitionistische, en niets met de desbetreffende opera te maken hebbende hoeveelheid seks, geweld en -vooral- politieke statements blijft onbeantwoord.

 

Rusalka

Rusalka. Opéra Bastille. Foto: Christian Leiber.

Rusalka

Camilla Nylund (Rusalka). Opéra Bastille. Foto: Markus Hoffman.

“De muziek dicteert hoe een operazanger moet bewegen, hoe hij eruit moet zien, hoe het landschap zowel in vorm als in kleur vorm moet krijgen. Opera is zichtbare muziek.” Dit is een behartenswaardige uitspraak van Carl Ebert, operaregisseur uit het pre-Chéreau tijdperk, die door Mensen van Nu nauwelijks begrepen, laat staan onderschreven zal worden. Voorbijgaan aan deze uitspraak is een dwaling.  “Vergissen is menselijk, in die vergissing volharden is idioot,” zei Seneca.

In de schabouwelijke bierkelders van het Regietheater werd het avantgardistische janhagel opgezweept tot lynchpartijen van Watergeuzelijke omvang. Als eersten moesten libretto en librettist het ontgelden. Een praktijk die zich tot op de dag van vandaag voordoet. Kampioenen der zelfoverschatting als Konwitschny en zijn consorten zien er geen been in libretti volledig aan hun laars te lappen voor zover zij er hun achterwerk niet mee afvegen. “In mijn opera zal een vrouw nooit de bron van het kwaad zijn”, aldus Konwitschny en dus leefde Salome in zijn versie van de gelijknamige opera nog lang en gelukkig.

 

De waarde vriend van Dvorák

De Tsjech Jaroslav Kvapil was naast dichter en toneelschrijver ook librettist. Hij wist tijdig te overlijden, namelijk in 1950. Hij schreef een libretto, Rusalka, en omdat hij niet bij Dvorák durfde aan te kloppen, bood hij het aan bij componisten als Oskar Nedbal en Josef Suk. “Vandaag niets nodig”, was de reactie van de componisten. Maar toen Kvapil ter ore kwam dat Dvorák op zoek was naar een libretto, was de zaak snel beklonken. De tekst van het libretto, vol lyriek, was voor Dvorák een bron van inspiratie bij het componeren van zijn opera Rusalka. Hoezeer de librettist door de componist gerespecteerd werd, blijkt wel uit dit fragment uit een van de brieven van Dvorák aan Kvapil: “Waarde vriend! Het is zo jammer dat ik niet in Praag ben, het zou zo nuttig zijn als ik nu meteen met u had kunnen overleggen! Dus ik verzoek u vriendelijk om mijn vragen per omgaande te beantwoorden en mij te laten weten of u instemt met mijn voorstellen.” Wederzijds respect tussen componist en librettist is onlosmakelijk verbonden met respect voor het gezamenlijk tot stand gebrachte kunstwerk, de opera.

 

Waternimfen, we zien ze nog maar zelden. Maar Rusalka is een onvervalste waternimf. Met een eigen willetje ook nog. Ze wil om haar moverende redenen mens worden en haar waternimfbestaan achter zich laten. Ze verlangt er namelijk naar gevoelens van liefde te kunnen opwekken bij een onbekende man die geregeld in het bosmeer zijn baantjes komt trekken. Haar vader, de Watergeest is tegen, Heks is voor, en deze laatste voorziet Rusalka van een menselijke ziel. Gratis is het niet. Rusalka moet haar stem opofferen en als zij de liefde van een mens niet kan vasthouden, zal ze moeten terugkeren naar de diepte van het meer. Rusalka ontmoet de zwementhousiast. Blijkt Prins te zijn. Amor slaat toe en de Prins neemt haar mee naar zijn kasteel. In de tweede acte wordt het bruiloftsfeest voorbereid, maar het dienstpersoneel heeft het niet zo op de zwijgzame Rusalka. Men voelt nattigheid (no pun intended), en de Prins begint de silent treatment eigenlijk ook de keel uit te hangen. Bovendien is er een beeldschone Prinses ten tonele verschenen, voor wie de Prins uiteindelijk zwicht. De watergeest neemt Rusalka terug naar het meer en vervloekt de Prins. In de derde acte wendt Rusalka zich als spijtoptant weer tot de Heks: “Ik wil weer waternimf zijn”, een voor de hand liggend verlangen, gezien de omstandigheden. Ze kan de vloek van de elementen echter alleen opheffen door de Prins van het leven te beroven. Maar de Prins is er al beroerd aan toe door de vloek die de Watergeest over hem heeft uitgesproken. Hij keert terug naar het bos waar hij Rusalka voor het eerst zag. Hij roept haar wanhopig en smeekt haar om hem te vergeven, op zoek naar de dood door haar fatale kus. Carsen visualiseert de ondergang der geliefden door hen te laten verdwijnen in een steeds intensere projectie van het golvende water, waarin zij ten onder gaan. Een zeer fraai effect.  De opera eindigt met Rusalka’s aria van vergeving. Heeft Rusalka voor het huidige publiek actualiteitswaarde? Jazeker: ga nooit vreemd met een prinses als je een relatie hebt met een waternimf.

 

Wereldpremière

De wereldpremière van Rusalka, Praag 31 maart 1901, werd bijna afgelast omdat Karel Burian, een van de grootste tenoren van die tijd, besloten had om er op die 31e maart nog een gezellig middagje van te maken. Lekker ontspannen naar de première toeleven, samen met vrienden een paar pullen ‘pivo’ (bier) met een glaasje Becherovka (kruidenlikeur) ernaast want anders is de pivo zo alleen. Anderhalf uur voor aanvang stuurde Burian een keurig briefje dat hij niet zo lekker was, en maar beter kon afzeggen voor vanavond. Kan gebeuren natuurlijk, en understudy Bohumil Ptak deed zijn collegiale plicht.

 

Fraaie regie van Carsen

De Rusalka die momenteel in Parijs voor de derde keer teruggekeerd is, bloeit onder een poëtische regie van Robert Carsen. Met Carsen is het net als met regisseur Christof Loy: het kan kwalitatief vriezen en dooien. Deze tegelijkertijd esthetische en spectaculaire productie is zeer goed te pruimen. Een fraai spel van symmetrie en spiegeling (het oppervlak van het meer verdeelt in spiegelbeeld de aardse wereld en de onderwaterwereld) zonder hinderlijke hupsafladder. Leve de Moderne Regie.  Het derde bedrijf heeft een aantal aardige visuele verrassingen in petto, dankzij superieure belichting en een spookachtige laatste scène waarin de Prins bezwijkt aan de dodelijke kus van Rusalka. Het verhaal mag dan naar het Wagneriaanse neigen, de aansprekende muziek van Dvorák blijft steeds eenvoudig te behappen. Men moet echter niet behept zijn met harp-allergie, dan is drie uur Rusalka een lange zit. In de titelrol is Camilla Nylund, die wij nog kennen van Rosenkavalier bij DNO enkele jaren geleden, met haar zachtmoedige stem briljant als in-treurige waternimf, maar wanneer het nodig is, bijv. als zij haar wens uit om mens te worden, is haar timbre schrijnend. In het “Lied aan de Maan”, dat menig operaliefhebber liever bewaart in de archiefmap NIET OPENEN (in dezelfde map: Ouverture La Forza del Destino en “Babbino Caro”), stort Nylund een magnifieke portie ellende en treurigheid over de wereld uit, dat ons plotseling een helder inzicht verschaft in het veronderstelde suïcidale gedrag van de lemming.  Tja, dat “Lied aan de Maan”. Er was In La Bastille geen maan te zien, maar van een dergelijke banaliteit zouden Mensen van Nu dan ook schande spreken. Een beknopte lijst van sopranen die het “Lied aan de Maan” niet gezongen hebben, past op de achterkant van een visitekaartje. Zelfs “onze eigen” Gré Brouwenstijn zong de rol -en dus het lied-, in de jaren 50 in een opname voor de BBC, onder Rafael Kubelik. Dat was dan weer een veilige en ruime periode van tien jaar verwijderd van haar optreden voor het Duitse leger tijdens de zgn. ‘Weermachtsconcerten’. In het Nederlandse omroeparchief Beeld en Geluid bevindt zich nog een foto waarop zij gezellig keuvelend met Seyss-Inquart te zien is. Maar dit ter zijde.

 

Rusalka

Thomas Johannes Mayer (L’Esprit du Lac). Opéra Bastille. Foto: DR.

Nu we toch reputaties aan het afbikken zijn, zou een stevig potje Klaus Florian Vogt bashen, een favoriete bezigheid in operakringen, een logisch bruggetje vormen. Echter, not on my watch! Vogt mag dan niet mijn eerste keus Wagner-tenor zijn, in deze Rusalka is hij een Prins met een buitengewoon helder geprojecteerde, stralende stem van nobele jongensachtigheid. Zijn timbre roept bij velen irritatie op, ik kan me dat wel voorstellen, maar Prins Bernhard had ook een irritante stem, en dat was toch ook een kanjer! De Prinses werd uiterst expressief, zowel minachtend als verleidelijk, vertolkt door de met rijke, heldere toon zingende Janáček-specialist Karita Mattila, terwijl de wendbare bariton van Thomas Johannes Mayer vooral in de fraaie a-capella passages bewees dat hij toch tot de fine fleur der mondiale Watergeesten behoort. Prinses Amneris uit Verdi’s Aïda is een signature role van Michelle DeYoung, maar in Rusalka is zij een vocaal krachtig aanwezige, imposante (en hooggehakte) Heks. Haar opkomst ging gepaard met een enorme vuurexplosie – de hitte denderde door de zaal. Menig Parijzenaar moet zich er wat ongemakkelijk bij hebben gevoeld.

Het orkest is in Rusalka op zijn minst een gelijkwaardige partner voor de zangrollen. De Finse Susanna Mälkki, die vooral bekend is als dirigent van hedendaags repertoire en toch niet met haar rug naar het orkest dirigeert, leidde het Orchestre de l’Opéra national (prachtige hobo- en klarinetpartijen en zeer fraai koper) vrijwel letterlijk met verve en met soms wat al te nadrukkelijk aangezette dynamische contrasten, alsof zij het publiek wilde voorhouden: “Wee je gebeente als je dit niet mooi vindt!”.

Hoe dan ook, het wás ook mooi.

 

Olivier Keegel (gepubliceerd op 2 februari 2019)

10 Comments

  1. G.A.C.H. Blenderman schreef:

    Weer een recensie alsof ik erbij bent geweest, dankjewel. En ook weer een stukje entertainment.

  2. A.TH. DE MEIJ schreef:

    ALS LEEK GENIET IK VAN DE KLEURRIJKE BESCHRIJVINGEN.
    MET DE VELE HISTORISCHE ANEKDOTES EN WEIDSE UITLEG..
    EEN BUNDEL MET DEZE RECENSIES., ZOU NIET ONPRETTIG ZIJN.

  3. Esther Chayes schreef:

    Meer van dit soort recensies! Kleurrijk, gelardeerd met anecdotes uit de tijd van weleer, afgezet tegen de soms hachelijke toestand van nu, bloemrijk verwoord met een onontbeerlijke dosis scherpe humor. Voor de thuisblijvers een troostrijke samenvatting, die het missen van de voorstelling wat verzacht. Lezen óver een voorstelling is niet mijn hobby, maar bij deze recensent wèl een liefhebberij.

  4. Jan Willem Bultje schreef:

    Wat weer een fijne recensie. Lekker om te lezen en met zo veel achtergrondinformatie en dan nog de prachtige taal waarin de recensie is geschreven.Schitterend en mijn complimenten. Je krijgt zin om naar Parijs te gaan.

  5. Onno Alink schreef:

    Ik sluit me graag aan bij de andere schrijvers die allemaal genieten van jouw recensies. Die geven altijd een duidelijke indruk van wat je hebt gezien en gehoord, en altijd met een onvermijdelijke dosis humor. Ze zouden verzameld kunnen worden en uitgegeven als handleiding voor de nieuwsgierige operaliefhebber.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.