LA CENERENTOLA: DE TRIOMF VAN DIRIGENT EVELINO PIDO

La Cenerentola

Lawrence Brownlee (Don Ramiro), Marianne Crebassa (Angelina), Florian Sempey (Dandini), Chiara Skerath (Clorinda) & Isabelle Druet (Tisbe) (Photo: Emilie Brouchon / Opéra national de Paris)

La Cenerentola, opera van Gioachino Rossini op een libretto van Jacopo Ferretti, naar het verhaal Cendrillon van Charles Perrault. De opera werd gecreëerd op 28 januari 1817 in het Teatro Valle te Rome. Première door de Opéra national de Paris in het Palais Garnier op  28 november 2018.

Don Ramiro: Lawrence Brownlee
Dandini: Florian Sempey
Don Magnifico: Alessandro Corbelli
Clorinda: Chiara Skerath
Tisbe: Isabelle Druet
Angelina: Marianne Crebassa
Alidoro: Adam Plachetka

Dirigent: Evelino Pidò
Regie: Guillaume Gallienne

Muziek:
Regie:

La Cenerentola is historisch gezien niet bepaald het vlaggenschip van de Opera van Parijs. De laatste jaren staat deze opera echter weer geregeld op het programma, en deze keer wederom in de enscenering van Guillaume Gallienne. La Cenerentola (Assepoester) gaat over de ontmoeting tussen Angelina -een deplorable die wreed geëxploiteerd wordt door een pleegvader en twee op geld beluste mani-pedi halfzusjes- en een prins die met zijn bediende van kleding wisselt om beter achter de ware aard te komen van de dames die hem aan de haak willen slaan.

Deze versie van Assepoester van Rossini onderscheidt zich door de afwezigheid van magische en andere bovennatuurlijke elementen en vertelt gewoon een liefdesverhaal, met alle ongemakkelijkheden die daarbij in diverse verschijningsvormen komen kijken. Regisseur Guillaume Gallienne moet echter ook wat te doen hebben en voegt een dosis buitensporigheden toe, opgediept uit het steeds leger rakende buitensporighedendepot van de kunstvorm die opera heet.  We zien een gestolde lavastroom. Wij denken: de as van Assepoester! Maar tevens denken wij: Napels met zijn dekselse Vesuvius!

Het verhaal begint en eindigt voor de vervallen façade van het paleis waar Angelina en haar familie wonen, in een straat waar altijd iemand lijkt te passeren. Het decor benadrukt de aftakeling en het bouwvallige oude paleis. De enscenering is sober, maar passend, en de kostuums zijn eenvoudig, behalve dan de jurken van de dames die om de hand van de prins dingen.

Het geheel heeft een tamelijk tijdloos karakter, net als het verhaal, geplaatst in een zeer Italiaanse omgeving, met ruïnes, moderniteit, armoe en rijkdom.

De grote kracht van deze productie is – en dat maken we sinds Kleiber niet elke dag meer mee- dirigent Evelino Pido. Deze Italiaans-Argentijnse dirigent, Rossini-specialist, lijkt zijn bedoelingen tot in de vezels van de orkestleden en zangers duidelijk te kunnen maken. De ouverture is virtuosissimo, het orkest glanst als een zojuist opgewreven diamant. Pido laat de teugels niet vieren, de pittige ritmes raken nooit op drift. Toffe muziek pur sang ! Ook de ensembles, zoals het kwintet dat de komst aankondigt van Angelina in het paleis van de prins, profiteren optimaal van de dynamische leiding van Pido.

Evelino Pido beschikt in deze productie over een aantal uitstekende zangers, zoals de Rossini-specialist Florian Sempey, die vorige seizoen een perfecte barbier was in  Parijs en nu de rol van Dandini op zich neemt. Zijn krachtige stem en zijn expressieve wijze van acteren maken hem een hilarisch personage.

In tegenstelling tot zijn overheersende bediende, benadrukt de Amerikaanse tenor Lawrence Brownlee, hier Don Ramiro, het romantische karakter van de prins. Zijn toon is weldadig en hij beschikt over een stralende hoogte. Ondanks haar opmerkelijke stem, met peilloze diepte, overtuigt de Angelina van Marianne Crebassa minder. Haar aarzelend spel en haar constant neerslachtige uitdrukking wekken geen enthousiasme op en haar stem mist soms behendigheid en souplesse. Met haar karakteristieke timbre zou je je haar eerder in dramatische rollen kunnen voorstellen, zoals Melisande, een rol die ze binnenkort gaat zingen in de Staatsoper in Berlijn. Bij de andere zangers valt de prachtige stem van Chiara Skerath als Clorinda op, een van de twee krengige halfzusjes, die bijzonder fraai klinkt in de ensembles.

Mission completed. En een overtuigend pleidooi om de Rossini-opera’s die in Parijs wat minder bekend zijn, als de brandweer naar Bastille te halen.

Er zijn nog voorstellingen tot 26/12/2018.

Max Yvetot (Gepubliceerd op 3/12/2018)

1 Comment

  1. Hans van Verseveld schreef:

    Ja, die Lawrence Brownlee zong een paar weken geleden in Amsterdam nog de Rossini engelen van de hemel in het twee tenorenconcert met Michael Spyres
    Dat moest Olivier Keegel noodgedwongen missen, omdat hij toen zo nodig naar de zoveelste Tosca ergens in den lande moest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.