JENUFA: EEN SOMBER VERHAAL MOOI VERTELD

Jenufa

Sarah-Jane Brandon (Jenufa), Magnus Vigilius (Steva) & Chœur (Photo @Gilles Abegg Opéra de Dijon)

Jenůfa, opera van Leoš Janáček op een libretto van de componist, geïnspireerd door het toneelstuk Její pastorkyňa (Haar schoondochter) van Gabriela Preissová en voor het eerst opgevoerd in de Opéra van Brno op 21 januari 1904. Première van deze productie in l’Opéra de Dijon op 26 september 2018.

Jenufa: Sarah-Jane Brandon
Laca: Daniel Brenna
Steva: Magnus Vigilius
Kostelnicka: Sabine Hogrefe
La grand-mère: Helena Köhne
Starek: Tomáš Král
Le maire: Krzysztof Borysiewicz
L’épouse du maire: Svetlana Lifar
Karolka: Katerina Hebelkova
Jano: Roxane Chalard
Barena: Axelle Fanyo

Czech Virtuosi
Chœur de l’Opéra de Dijon
Dirigent: Stefan Veselka
Regie: Yves Lenoir

Muziek:
Regie:

De Opera van Dijon koos als opening van het seizoen 2018/2019 voor Jenůfa van Janáček, een sombere liefdes- en familiegeschiedenis, waarin Jenůfa, verliefd op en zwanger van een neef, wordt aangevallen door een jaloerse andere neef, nadat ze door neef #1 is afgewezen. Wanneer haar tante (Kostelnicka) de pasgeborene doodt, zal Jenůfa haar vergeven en uiteindelijk het boeketje bloemen accepteren dat neef #2 haar aanbiedt.

Het Tsjechische Virtuosi-orkest is meer dan vertrouwd met de werken van Janáček en klinkt aangenaam warm in de gezellige met velours beklede zaal van de Opera van Dijon, bekend om zijn uitstekende akoestiek. Stefan Veselka leidt zijn musici met geestdrift en zet er goed de vaart in, met een duidelijk  oog voor dramatische efficiëntie zonder de esthetische benadering en de chromatiek van de partituur te verwaarlozen.
Voor wie deze kleurrijke orkestratie weet te waarderen, zijn de nauwkeurig gearticuleerde instrumentale overgangen om van te smullen: het indrukwekkende slagwerk, de stuwende ritmiek van de strijkers en de houtblazers, de indrukwekkende crescendo’s van het koper in de derde akte, het is alles even fraai.

In de rol van Jenůfa bekoort Sarah-Jane Brandon vooral als een jonge moeder in het tweede bedrijf, en uiteindelijk als uitverkoren bruid in het derde, wanneer haar zang de zoetheid van het geven en het vergeven weerspiegelt. Door gebrek aan vocale kracht is zij minder overtuigend in de actievolle scènes van de eerste akte. Sabine Hogrefe schittert als Kostelnicka die zowel het strenge, door huwelijksprincipes geobsedeerde kreng belichaamt als de door schuldgevoelens verteerde en tot krankzinnigheid leidende misdadigster. Van de schoonheid van haar timbre moet ze het niet hebben, maar haar présence en acteervermogen vormen de dramatische kracht in deze opera.

Magnus Vigilius/Steva Buryja en Daniel Brenna/Laca hebben sterk verschillende tenorstemmen waardoor de twee neven ook stimmlich duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Terwijl de eerste een aangenaam timbre heeft en als spontane verleider bekoort door zijn warmte, heeft de stem van de tweede meer draagkracht en coherentie .

De enscenering van Yves Lenoir, elegant en figuratief, is trouw aan de tijd dat het werk werd gecreëerd. De eerste akte is een pakhuisgevel in een landschap van verschroeide aarde, halverwege het platteland en de stad. De tweede akte vindt plaats in de woning van Jenůfa, in een eenvoudig decor dat uitstekend past bij het verhaal.

Een voorstelling die vooral aantrekkelijk is door haar grote muzikale coherentie, zowel vocaal als scenisch, die er ons terecht aan herinnert dat opera op het kruispunt staat van theater, beeldende kunst en muziek.

Er is nog een uitvoering op 30/9/2018, daarna op 17/1 en 19/1/2019 in het Théâtre de Caen.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 29/9/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.