Salome in Wiesbaden: “Man töte diese Oper”

Salome

Salome – Sera Kösch. Foto: Karl Monika Forster.

Salome, opera van Richard Strauss op een Duits libretto van de componist, gebaseerd op Hedwig Lachmann’s Duitse vertaling van het Franse toneelstuk Salomé van Oscar Wilde. Voor het eerst opgevoerd in de Hofoper te Dresden op 9 december 1905. Bijgewoonde voorstelling: Hessisches Staatstheater Wiesbaden, 21 februari 2019.

Herodes: Frank van Aken
Herodias: Andrea Baker
Salome: Sera Gösch
Jochanaan: Thomas de Vries
Narraboth: Simon Bode
Ein Page: Silvia Hauer
1. Jude: Rouwen Huther
2. Jude : Erik Biegel
3. Jude: Christian Rathgeber
4. Jude: Ralf Rachbauer
5. Jude: Philipp Mayer
Nazarener: Young Doo Park
1. Soldat / 2. Nazarener: Daniel Carison
2. Soldat: Doheon Kim
Ein Capadocier: Nicolas Ries
Ein Sklave: Maike Menningen

Muzikale leiding: Patrick Lange
Orkest: Hessisches Staatsorchester Wiesbaden

Regie: Jean-Philippe Clarac & Olivier Deloeuil

Muzikaal:
Scenisch:

“Dat de Nederlandse identiteit bestaat, lijdt geen enkele twijfel.” Dat is de mening van de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking, zo bleek uit een enquête van het Historisch Nieuwsblad uit 2018. Zijn wij, Nederlandse operaliefhebbers, “trots” op onze Nederlandse zangers? De notie komt mij wat onnozel voor: waarom trots zijn op een landgenoot aan wiens prestaties je in genen dele hebt bijgedragen en met wie je de facto alleen de paspoortidentitet gemeen hebt? Dezelfde vraag kun je stellen bij de trots op “onze voetballers” (in een ver verleden, toen de prestaties daartoe aanleiding gaven), “onze meiden” (van welke sport ook), om het maar bij “onze kanjers”  te houden en niet te verzanden in oeverloze discussies over de trots op onze geschiedenis, ons democratisch bestel, ons koningshuis, en het gruwelijkst van allemaal: “ons landje”.

Een operaliefhebber zou onzes inziens uitsluitend door kwaliteit geënthousiasmeerd moeten worden; wat kan het ons schelen waar de Cavaradossi-van-dienst vandaan komt? Toch houdt deze zo logische overweging in de praktijk slechts bij ijzeren heinen stand. Ook al is men wars van welke nationalistische aandrang ook, wanneer een Nederlandse vocalist uitzonderlijk presteert, maakt zich een geluksgevoel light of ten minste een sensatie van onmiskenbaar plezier zich van ons meester.

Zoals bekend kunnen wij onze Nederlandse topzangers, Eva-Maria Westbroek, Annemarie Kremer, Frank van Aken e tutti quanti helaas niet al te vaak in eigen land aan het werk horen. “Opera is international business” wordt dan al gauw van de kant der verantwoordelijkheden geroepen. “Waar een wil is, is een weg”, riposteren wij met dodelijke precisie. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat er een behoorlijk aantal Nederlandse zangers bij De Nationale Opera aantreden in het seizoen 2019-2020. Er waait dan ook een nieuwe wind bij DNO.

 

De dagen van weleer

Was vroeger alles beter? “Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering” aldus de dichter J.C. Bloem en cabaretier Fons Jansen preciseerde “Verbetering is goed als het maar niet in verandering ontaardt”. Ondersteunend bewijs voor beide instellingen vinden wij bij uitstek in de ontwikkeling van de operaregie, maar daar gaan wij het vandaag nu eens niet zeer uitgebreid over hebben.

Oudtijds, wij schrijven de pre-Muziektheater dagen van de Operastichting, was er aan landgenoten geen gebrek op de operabühne. In de Amsterdamse Stadsschouwburg leek het bij tijd en wijle wel een heus repertoiregezelschap, dus een vaste kern van solisten met producties die maandelijks of zelfs jaarlijks geroteerd worden. Akkoord, een echt repertoiregezelschap is de Nationale Opera Stichting nooit geweest, maar als wij u nu vertellen dat er in 1975 een Lucia di Lammermore van internationaal niveau werd opgevoerd in een geheel Nederlandse bezetting, dan realiseren wij ons dat die tijd heel erg ver achter ons ligt. Wie die Nederlandse solisten dan wel waren?  Om er enkele te noemen: Jan Derksen (Enrico), Cristina Deutekom (Lucia), Adriaan van Limpt (Arturo), Pieter van den Berg (Raimondo) en Wouter Goedhart (Normanno). Quel tableau de la troupe !

 

Salome in Amsterdam en Wiesbaden

Wij bezochten een voorstelling van Salome in Wiesbaden met daarin een van die Nederlandse zangers die wij in Nederland te vaak moeten missen: Frank van Aken.

De opera Salome is voor de Nederlandse operaliefhebber met enig historisch besef  onlosmakelijk verbonden met een absoluut dieptepunt én een hoogtepunt in de ruim 30-jarige geschiedenis van de Nederlandse Nationale Opera. In 1994 werd deze Strauss-opera letterlijk en figuurlijk zeer transparant (modern) geregisseerd door Harry Kupfer. Het decor van spiegels en doorzichtig plastic staat degenen die erbij waren nog helder voor de geest. Een indrukwekkende productie. In 2009 vond er een monstrueus debacle plaats in het Amsterdamse Muziektheater: Salome in de ziekelijke regie van Peter Konwitschny, die vier jaar op non-actief had gestaan wegens een depressie, waarvan hij in 2009 op raadselachtige gronden genezen was verklaard. Het werd een weerzinwekkende wanvertoning die het publiek een onthutsende kijk gaf op de door necrofilie en gezuip geobsedeerde gedachtewereld van de gedeprimeerde voormalige “Ossi”. De notie “decadent” werd beroofd van alle luxe en verfijning waar het begrip óók voor staat en getransformeerd tot een ordinaire extravaganza van het “perverse kapitalisme”. En passant veranderde Konwitschny ook de inhoud van de opera, want hij had “geen trek in een opera die de vrouw voorstelt als het kwaad der wereld.” Velen hadden echter helemaal geen trek (meer)  in Konwitschny, die we in Amsterdam dan ook niet meer terugzagen. Ook dirigent Riccardo Chailly reageerde als door een bij gestoken, toen hij vernam dat Konwitschny chef-regisseur van de opera van Leipzig zou worden. Chailly wist niet hoe snel hij afscheid moest nemen van het Leipziger operagezelschap: Buona fortuna, ragazzi!

Frank van Aken is in Wiesbaden te horen en te zien in de rol van Herodes, de perverse, incestueuze stiefvader van Salome. Een van de geweldigste, voor ons inmiddels als “vermakelijk” ervaren, scènes uit de operaliteratuur is het vierde toneel waarin Herodes, gevolgd door zijn vrouw Herodias, het paleis uitkomt op zoek naar Salome.  Herodes en Herodias hebben een enigszins problematisch huwelijk, niet in de laatste plaats omdat Herodes uitermate gecharmeerd is van zijn stiefdochter, Salome.

Wat de huwelijksperikelen niet ten goede komt: vanuit zijn kerker doet Jochanaan (Johannes de Doper) luidkeels een boekje open over de twijfelachtige handel en wandel van Herodias, die hem dan ook uit de weg geruimd wil hebben. Herodes weigert aanvankelijk. Salome doet een fijn dansje voor pa, de beroemde Sluierdans (waarover later meer) en als beloning mag ze paps vragen wat haar hartje ook maar begeert. Zij wil “den Kopf des Jochanaan” verklaart zij herhaaldelijk, in verschillende bewoordingen. Een hartenwens die enigszins buiten het denkraam van het VriendenFonds van de VriendenLoterij valt. Maar Salome’s wil geschiedt, uiteindelijk.

 

Van Aken en De Vries magistraal

In Wiesbaden werd Salome gezongen door de Turks-Oostenrijkse Sera Gösch, over wie her en der verteld werd dat dit haar roldebuut was, daarbij vergetend dat zij vorig jaar een openlucht (!) Salome vertolkte in Boedapest. Met microfoon. In een nostalgische “Nieuwtestamentische” zetting. Kijken! Gösch deed het niet slecht, zeker niet slechter dan Malin Byström bij DNO in 2017. Met haar spatzuivere metaalachtige hoogte wist zij weliswaar te imponeren, maar qua volume en volheid van stem bleven wij enigszins op onze honger zitten. Gedachten aan een soubrette drongen zich op. Gösch moest zich van de regie herhaaldelijk in het eigen kruis grijpen: erotiek immers!  Andrea Baker was met haar complete, volle mezzo een prima Herodias: een zeurende en zanikende ultieme bitch. Van de heren waren wij nog meer onder de indruk.

Zelden zagen wij een betere Herodes dan Frank van Aken, die als wij ons niet vergissen zijn laatste Strauss-rol zong in 2017, als Aegisth bij de Griekse Nationale Opera. Een jonge, krachtige Herodes, helaas gekleed als een kruising tussen de Dikke Deur en Don Corleone. Wij lieten ons niet van de wijs brengen en genoten met volle teugen van Van Akens schitterend getimbreerde heldentenor (past uitstekend in de rol van Herodes) en sublieme tekstbehandeling. Een voltreffer. Bij zijn “Man töte dieses Weib!” vreesden wij werkelijk voor het leven van Sera Gösch. Ook Thomas de Vries deed het meer dan uitstekend; met zijn machtige bariton, fraai fraserend en nuancerend, was hij in ieder geval stimmlich een voortreffelijke Jochanaan.  Qua acteren dachten wij naar een Jochanaan light te kijken die zich niet van zijn a propos liet brengen door een onthoofding meer of minder. In deze regie was er trouwens van enige onthoofding geen sprake. Salome ging op het eind van de opera niet met het hoofd, maar met het integrale lijk aan de gang.  Beetje raar. Nog vreemder was dat Jochanaan zich in een containercabine bevond, en niet een kerker. Narraboth had het over “den Deckel zu diesem Brunnen”; een container met een deksel dus. Uniek. En aan één zijde een prostitutieraam waar Wallenkoning Zwarte Joop nog een puntje aan had kunnen zuigen; zie middelste afbeelding hieronder. We live and learn.  Lyrische tenor Simon Bode was trouwens zeker geen slechte Narraboth, maar klonk ons toch wat bleekjes in de oren.

 

Nieuw dieptepunt

Toch nog even de regie aangestipt: een pijnlijke, complete mislukking, een nieuw dieptepunt dat door het Duitse premièrepubliek onder luid boegeroep ook als zodanig werd onderkend. En de Duitsers zijn op regiegebied toch wel wat gewend. De lakmoesproef voor elke Salome-regie is: 1) CHECK: Wordt sluierdans als sluierdans uitgevoerd? (bonuspunten voor stripteaseversie); 2) CHECK: Lijkt afgehakt hoofd ook inderdaad als twee druppels water op een echt afgehakt hoofd? De heren Jean-Philippe Clarac & Olivier Deloeuil, die het klusje met hun collectief “Le Lab”  aanpakten, faalden hopeloos in beide opzichten.
En ook in alle andere opzichten.

De sluierdans werd ten gerieve van Mensen van Nu gedegradeerd tot clowneske beelden die door Herodes op zijn tablet werden bekeken. Er werd uiteraard niet gedanst, want die dans staat in het libretto. Een voorspelbaar zwaktebod. Johannes de Doper werd op een autopsietafel gelegd en kreeg een pot zilververf over zijn hoofd gegoten. Laurel & Hardy revisited! Het “concept” van de Le-Lab laboranten was hoogstwaarschijnlijk “als de maan naar beneden komt, hebben we allemaal een zilveren hoedje op”. Men wordt dus zwaar aan het denken gezet! De naam van “collectief Le Lab” boezemde mij vanwege de vermoedelijk cartooneske antecedenten en de experimentele connotatie al weinig vertrouwen in, en terecht zoals bleek. Hoezo “collectief”? Hoe hebben regisseurs als Otto Schenk en Franco Zeffirelli het toch altijd gepresteerd om de eindverantwoordelijkheid zonder artistieke wederhelft op zich te nemen, vraagt men zich af. Le Lab schotelde ons een schabouwelijke hoeveel hemeltergende clichés voor. Gigantische beeldschermen en de Moeder aller Regieclichés: de fotograaf (hier: cameraman) op de Bühne. De vijf joden vormden een klezmerorkestje, want u weet: joden spelen prachtig viool. Met andere woorden, de bemoeienis van Le Lab met de kunstvorm “opera” lijkt op louter kwaadaardig toeval te berusten. Een adequate personenregie heb ik niet kunnen ontdekken, als ze er al was, dan werd deze kundig verborgen gehouden: er werden het publiek hoogstens een serie tableaux vivants voorgeschoteld, en men stond maar zo’n beetje te staan. Van enig vuurwerk tussen Herodes en Salome was alleen in de muziek iets te ontdekken. Salome kwam niet bedolven door schilden aan haar einde, maar door een lullig klappertjespistool.  Wat een zielige vertoning. Wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken.

Snel naar het orkest. Patrick Lange dirigeerde met zijn Hessisches Staatsorchester onzes inziens een boeiende en transparante Strauss-uitvoering,  met een uitstekend oog en oor voor de interactie met de solisten. Mijn buurman in Wiesbaden was het niet met mij eens (hoofdschuddend: “Das is kein Strauss, Das is kein Strauss”)  maar de redenen voor zijn misnoegen gingen boven mijn musicologische pet.

 

Destructieve regies zijn wij zo langzamerhand wel gewend en wij zijn een eind gevorderd met het negeren van de ambetante lakeien van het moderne, urgente, confronterende en ontregelende muziektheater voor Mensen van Nu. Gelukkig hebben we de muziek nog. (Nog wel.) En wij genoten in muzikaal opzicht met volle teugen van deze Salome in Wiesbaden. Per saldo waren het drie geweldige zangers, Van Aken, De Vries en Baker, en een voortreffelijk orkest  die de avond toch tot een groot plezier maakten.

En we hadden natuurlijk onze nationale trots: Frank van Aken.

 

Olivier Keegel (gepubliceerd op 22 februari 2019)

 

 

Er zijn nog diverse voorstellingen t/m 3 mei 2019. Zie http://www.staatstheater-wiesbaden.de/programm/spielplan/salome-2018-2019

 

28 Comments

  1. Mauricio Fernandez schreef:

    Voor de Mensen van Nu stel ik voor de herinvoering van de verwaarloosde brandstapel om de wereld te zuiveren van de moderne hekserij oftewel ‘de regisseurkanker’ die zich niets aantrekt dan enige logica laat staan respect voor het libretto en de partituur van werken die bedoeld waren voor Mensen van Toen.

  2. Olivier Keegel schreef:

    Houd je niet ban grensverlegend, urgent en actueel Muziektheater, Mauricio ? 🙂 PS Op de middelste foto staat Jochanaan achter zijn prostitutieraam. Salome: “Wat mot dat koste?”

    • Mauricio Fernandez schreef:

      Jawel Olivier, zo ‘urgent’ dat ik vaak niet weet hoe snel ik naar toilet moet rennen om te kotsen maar dit is zeer zeker de bedoeling van die jojo-regisseurs in het kader van werkverschaffing voor het schoonmaakpersoneel.

  3. Esther Chayes schreef:

    Prachtig geschreven en ook een waardevolle getuigenis van de ontaarding van het regietheater. Goddank heb je in muzikaal opzicht wel kunnen genieten

  4. Pieter K. de Haan schreef:

    Voor zover ik weet is Riccardo Chailly alleen maar vervroegd weggegaan bij de Opera van Leipzig, niet bij het Gewandhausorchester.

  5. georgette schreef:

    Mijn “diepste bewondering” dat je erin slaagt om zo’n “voorstelling” tot het einde uit te zitten.

  6. Sandra Lakerveld schreef:

    Mooie en onderhoudende recensie. Heb het met genoegen gelezen en kon het bijna levendig voor me zien.

  7. Basia Jaworski schreef:

    Hahahahaha! Olivier toch! Dat je zoiets hebt weten uit te zitten?
    Over de vrijage met de kop nog steeds aan het lichaam… hadden we dat niet al in Amsterdam meegemaakt? In de verder prima productie van van Hove (én waanzinnig goed gedirigeerd door Gatti)?

    https://basiaconfuoco.com/2017/06/11/salome-in-amsterdam/

    • Olivier Keegel schreef:

      Als ik me goed herinner was de Jochanaan in Amsterdam een bloederig, slijmerig, amorf stuk menselijk vlees. Zijn evenknie in WIesbaden lag er keurig verpakt bij, alles zat erop en eraan, en hij had ook een zilveren hoedje op, een zilveren hoofdje eigenlijk! In het libretto staat toch echt “Ein riesengrosser schwarzer Arm, der Arm des Henkers, streckt sich aus der Zisterne heraus, auf einem silbernen Schild den Kopf des Jochanaan haltend. Salome ergreift ihn.” Maar ja, dat is natuurlijk een onbenullig beeld met weinig impact. 🙂

  8. Jan de Jong schreef:

    “De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat er een behoorlijk aantal Nederlandse zangers bij De Nationale Opera aantreden in het seizoen 2019-2020. Er waait dan ook een nieuwe wind bij DNO..”

    U stelt dat er dankzij een nieuwe wind meer Nederlandse zangers in Amsterdam zingen. Dat is dan met dank aan de oude directie, want voor de
    meeste partijen die komend jaar in Amsterdam worden gezongen, zijn de zangers echt niet pas na 1 september jl. benaderd.

    • Olivier Keegel schreef:

      Er staat nergens “dankzij”. Er staat “dan”, als in “tegen die tijd”.

      • Jan de Jong schreef:

        Spitsvondige uitleg. Ik moet dus lezen: “De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat er een behoorlijk aantal Nederlandse zangers bij De Nationale Opera aantreden in het seizoen 2019-2020. Er waait tegen die tijd ook een nieuwe wind bij DNO.”

        De betekenis van het woordje “ook” roept wel nieuwe vragen op. Wanneer woei/waait er dan nog meer een nieuwe wind? Of gaat het louter om de gelijktijdigheid zonder enig verband? Dat er in 2019-2020 meer Nederlanders zingen en dat er een nieuwe wind waait, als louter toevallig gelijktijdig optredende verschijnselen. Het wordt in dat geval erg onduidelijk over welk zaken deze weersvoorspelling voor De Nationale Opera gaat. Ik dacht dat het ging om de vernieuwing binnen het artistieke team. Als eenvoudig operavoetvolk heb ik daarvan in de media kennisgenomen. Maar als u doelt op een andere nieuwe wind, dan lees ik dat graag.

        In uw gebruikte formulering “dan ook” is er sprake van een gevolgtrekking. Daar lijkt me niets mis mee. Alleen verbind ik daar een tweede gevolgtrekking aan: de nieuwe wind is al opgestoken voor het aantreden van nieuwe leden van het artistieke team. In plaats van spitsvondig op woorden te reageren, lijkt me een weerlegging of onderschrijving daarvan interessanter.

  9. Pieter K. de Haan schreef:

    Geachte heer Keegel,

    Uw bedankje voor mijn reactie stel ik zeer op prijs. Bij Place de l’Opera werd in soortgelijke gevallen een correctie aangebracht, maar tevens de reactie waarop die berustte – als zijnde niet meer relevant – verwijderd, wat ik altijd zeer incorrect heb gevonden. Overigens kan men op Place de l’Opera tegenwoordig zelfs geen reactie meer kwijt op het nieuwe seizoensprogramma van DNO. Ik meen mij te herinneren, dat bij de drastische beperking van de reactiemogelijkheid op Place de l’Opera een nieuw discussieforum in het vooruitzicht is gesteld. Dat mag wel een fopspeen heten, want tot nu toe heb ik daar niets van gezien.

    • Jan de Jong schreef:

      Beste mijnheer De Haan,
      Ik voel mij niet geroepen om Place de l’Opéra te verdedigen, maar merk alleen op dat na de ophef over het verdwijnen van de reactiemogelijkheid en de aankondiging van de mogelijkheid om discussiefora te openen de redactie op de site heeft laten weten beide beslissingen te hebben herzien. De aangekondigde fora werden teruggetrokken en de redactiemogelijkheid werd hersteld voor recensies. Uw fopspeen-conclusie kan ik daarom niet volgen.

      Wie de site volgt weet dat er tegenwoordig nog maar beperkt gereageerd wordt, ook op recensies waar dit wel kan. Ook op deze site kan ik overigens geen reactie kwijt op het nieuwe seizoensprogramma van DNO.

      • Pieter K. de Haan schreef:

        Beste heer De Jong,

        Mededelingen over de herziening van de beslissing van Place de l’Opera om de reactiemogelijkheid op artikelen te beperken en in plaats daarvan discussiefora te openen zijn mij blijkbaar ontgaan. Enig effect daarvan heb ik echter – afgezien van de “fopspeen” – niet kunnen bespeuren. Op de homepagina van Place de l’Opera staat bv. vandaag geen enkel artikel waarop gereageerd kan/mag worden. Wél staat onder een eerdere recensie van een recital van Prégardien/Gees zegge en schrijve één reactie daarop, terwijl alle andere reacties off topic zijn. Dat mag blijkbaar wél. Dat u op déze site niet kunt reageren op het seizoensprogramma van DNO lijkt mij een logisch gevolg van het feit, dat er daarop niet over is gepubliceerd: voor reactie is immers een actie nodig.

      • Olivier Keegel schreef:

        De laatste keer dat wij een bespreking van het aankomende (nu huidige) seizoen publiceerden (in Het Parool, maart 2018), ontnam DNO ons, 1 uur voor de te recenseren voorstelling via een 4-regelig mailtje, alle persfaciliteiten, omdat wij ons aan “onbetamelijke journalistiek” zouden bezondigden. De zaak bevindt zich momenteel in hoger beroep onder de rechter: de Nederlandse Vereniging van Journalisten (namens Opera Gazet) contra De Nationale Opera. Uitspraak waarschijnlijk zomer 2019.

        Onder de gegeven omstandigheden, de zaak is immer sub iudice, leekt het ons niet opportuun het aankomende seizoen 2019-2020 onder de loep te nemen.

  10. Olivier Keegel schreef:

    Goedemorgen, amice De Haan, u snijdt een heikel punt aan. Place de l’Opera heeft de commentaarfunctie beperkt, en is vervolgens rustig gaan wachten tot de shit storm zou gaan liggen. Die tactiek heeft gewerkt. Vrijwel iedereen die destijds, het was januari 2018 meen ik, zo verontwaardigd was, heeft zich gewillig het keurslijf van de beperkte reactiemogelijkheden laten aanpassen. Weet u nog dat een van de redenen voor de beperkingen aan lezersinbreng was: “het komt ons contacten in de operawereld niet ten goede”. Veelzeggend. In hetzelfde betoog werden de lezers gekwalificeerd als “gasten” (sic!) van Place de l’Opera in plaats van “raison d’être”.

    Toen De Nationale Opera mij en alle andere Opera Gazet recensenten de persfaciliteiten afnam omdat Pierre Audi vond dat mijn opinieartikel in Het Parool “onbetamelijke journalistiek” was (en dit via een medewerkster in een 4-regelig brief 1 uur voor een door mij te recenseren voorstelling liet weten), berichtten alle landelijke dagbladen daarover: Het Parool, NRC, de Volkskrant, NRC…. Ook op de radio werd er aandacht aan besteed. In Place de l’Opera, dat toch pretendeert de vinger aan de pols van de operawereld te houden: geen woord. (Laat staan enige oprisping van journalistieke collegialiteit.)

    Nog een voorbeeld: ik werd voorheen gevraagd om mijn lijstje voor de Schaunard Award etc. in PdO te publiceren; de laatste keer bereikte mij geen uitnodiging. Uit nieuwsgierigheid informeerde ik naar de reden. Het antwoord van de hoofdredacteur was dat hij zich niet geroepen voelde mij daar uitleg over te verschaffen.

    In plaats van kritische journalistiek en service aan de lezers (en normale beleefdheid) lijken Place de l’Opera’s “contacten in de operawereld” predominant geworden te zijn.

    • Mauricio Fernandez schreef:

      De koers die tegenwoordig Place de l’Opera vaart is op zijn minst nogal suspect. Wat ooit in het leven geroepen werd als een forum voor operaliefhebbers en geïnteresseerden met gedegen informatie over wat er gaande is in de operawereld is helaas verworden tot een spreekbuis van het opera establishment. Het valt mij inderdaad op dat de mogelijkheid om te reageren zoals bv bij de presentatie van het nieuwe seizoen van DNO is weggevallen zonder opgave van redenen. Is men ‘bang’ geworden voor wat het ’operavoetvolk’ te zeggen heeft uit angst genoemd establishment zich tegen in het harnas te jagen? Het geeft te denken en tevens de inhoud van de meeste artikelen c.q. recensies is niet (meer) wat je van een opera-site zou verwachten want er is teveel informatie over vocale concerten iha en weinig meer over opera an sich. Wil Place de l’Opera werkelijk een toonaangevende bron van informatie cq beschouwing zijn dan is een urgente koerswijziging absoluut noodzakelijk, zowel wat inhoud betreft als reikweidte en het helpt niet als ie zonodig vriendjes met iedereen wil zijn/blijven. Ik zou willen voorstellen dat men als voorbeeld andere internationale sites neemt zoals Bachtrack en het Franse Forum, deze zijn allebei een verademing die gelukkig niet gebukt gaan onder provincialisme wat zo typerend is voor Nederland iha.

  11. Pieter K. de Haan schreef:

    Aan de door Mauricio Fernandez al genoemde sites kan ik nog de zeer onafhankelijke, m.i. buitengewoon goede, Oostenrijkse Online Merker https://onlinemerker.com/ toevoegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.