BAROK. ABER BITTE MIT SAHNE!

Kloster Eberbach

Kloster Eberbach

Israel in Egypt, oratorium van Georg Friedrich Händel voor solisten, koor en orkest HWV 54 in de Düsseldorfer Fassung van Felix Mendelssohn Bartholdy (1833), gereconstrueerd door Robert King. Uitvoering door het Rheingau Musik Fesival in de Basilica van het Eberbach Klooster te Eltville  op 17 augustus 2018.

Soraya Mafi, sopraan
Claudia Huckle, Alt
Benjamin Hulett, tenor
Matthew Brook, bas

Choir of The King’s Consort
The King’s Consort
Dirigent: Robert King

 

In het 18e-eeuwse Engeland was de smaak van het publiek een bepalende factor in het aanbod van muziek en opera, een situatie die wij ons nog nauwelijks kunnen voorstellen. Wij leven in tijden waarin de smaak van het publiek in de ogen van Mensen-Van-Nu een ordinaire afwijking is, die welig tiert in de bierhallen van het fossiele operacanaille, maar waarvan de fine fleur der culturele elite met dedain afstand neemt. Ons-Soort-Mensen parachuteert zijn sektarische producties in de esoterische cultuurtempels die eens als “de opera” te boek stonden. Waar Tante Annie en Ome Joop genoten van componisten als Mascagni en Cilea, daar hanteert men nu een Index Operum Prohibitorum, wordt onwelgevallige recensenten het werken onmogelijk gemaakt en creëert men ten koste van het authentieke operapubliek een safe haven voor ijlhoofdige snobs die zich menen te verlustigen in Waiting for Miss Monroe en Aus Licht. (“Zó énig, zó leuk!”)

Georg Friedrich Händel had maar rekening te houden met de wensen van het publiek. Rond 1740 was men in Engeland uitgekeken op de Italiaanse barokopera; de algemene opinie was dat de plots te vergezocht en de recitatieven boring waren. Bovendien begon men genoeg te krijgen van het divagedrag van de overbetaalde Italiaanse sterren. Händels opera Deidamia beleefde in 1741 nog maar drie uitvoeringen en de componist had het er aanvankelijk maar moeilijk mee dat men zijn opera’s niet meer bliefde. Hij koos, als niet van staatswege gesubsidieerde componist, echter een verstandige oplossing. Hij verwerkte zijn teleurstelling door een ruimhartig en ronduit gezellig consumptiegedrag waarbij de Schijf Van Vijf nauwlettend in de gaten werd gehouden: ramsballen, pastei, bier, wijn en taart. Lang duurde de depressie dan ook niet en Händel ging de nu steeds meer aan populariteit winnende “ballad opera”, zoals de toen zeer satirische maar nu niet meer door te komen Beggar’s Opera (denk dieven! denk hoerenmadams!) van John Gay, te lijf met een imponerend arsenaal aan oratoria, in de Engelse taal. De Angelsaksische Kerk echter bezwoer hem geen Bijbelse thema’s scenisch uit te beelden (op toneelspelen behouden kerken zich graag het alleenrecht voor), maar daar reageerde Händel heel pragmatisch op door de affiches te laten verkondigen “There will be no action on the stage”. Het kwam ook niet zo slecht uit: geen kosten meer voor dure Italiaanse operazangers en voor decors.

 

Tong Picasso

Een van die oratoria is Israël in Egypte, in 1739 in London in première gegaan. De tekst is in zijn geheel ontleend aan teksten uit het Oude Testament. Het nogal sombere werk werd aanvankelijk niet bijzonder enthousiast ontvangen, maar Händel schaafde het wat bij door enkele zwaar op de hand liggende passages te schrappen en er (toch) enkele aria’s in Italiaanse stijl aan toe te voegen. Dit oratorium gaat, kort samengevat, over het rouwen der Israëlieten over de dood van Joseph, over de door God gezonden Tien Plagen van Egypte en over de bevrijding der Israëlieten.

Wij woonden een door Mendelssohn bewerkte, tweedelige, helaas Duitstalige uitvoering bij, in het kader van het Rheingau Musikfest, door het fameuze The King’s Consort met solisten, onder leiding van Händel-expert Robert King, in de basilica van het Eberbach Klooster in het Duitse Eltville. Eltville is een pittoresk Rijnstadje in uitnemende staat van onderhoud, waar men op elk tijdstip van de dag in elke buurt ongewapend over straat kan.

Die bewerking uit 1833 door Mendelssohn is nog wel even een dingetje. Hij gaf het werk een ouverture cadeau, een soort Hebriden Ouverture met Händeliaans contrapunt; men moet over de musicologische kennis van een opera-intendant beschikken om er onmiddellijk de link met Händel in te herkennen.  De hybridische ouverture heeft een effect dat associaties oproept met Tong Picasso dan wel een Porsche met babyzitje. Hoe dit ook zij, de abdijkerk van Kloster Eberbach, gebouwd tussen 1136 en 1186, biedt een alleszins aansprekende entourage voor een religieus geïnspireerd werk. Opvallend is dat het immer goed geklede Duitse Derrick-publiek zich al ruim een uur voor aanvangstijd rond het landelijk gelegen klooster verzamelt om van een goed glas wijn te genieten. Genoeglijk.  Maar dan is het ook: zur Kirche! Het extreem sobere interieur van deze basiliek heeft tot doel dat men tijdens een intiem onderhoud met Hierboven niet afgeleid wordt, maar op een avond als deze is belangrijker dat de akoestiek prima is. Ons werd een authentieke ervaring geboden, hetgeen maar weer eens benadrukt dat muziek zich niet aan onze tijd, maar wij ons aan de tijd van de muziek moeten aanpassen. Dat geldt, dit ter zijde, ook voor de opera.

 

Tien Plagen van Egypte

De uitvoering door het King’s Consort onder leiding van Händel-expert Robert King was onberispelijk, ik zou haast zeggen: uiteraard.  De fraai georkestreerde Plagen van Egypte werden meesterlijk uitgevoerd, de kikkers sprongen als het ware het orkest uit. Israel in Egypt is een echt koororatorium (“Choratorium”), waarin contemplatieve gedeelten met zeer uitbundige gedeelten worden afgewisseld. Luister naar een hoogtepunt uit het oratorium,  “Der Herr rist König auf immer und ewig”/ “The Lord shall reign for ever and ever”; op het filmpje zien we zelfs  een video van God zelf.  De uitvoering door het koor van The King’s Consort was voorbeeldig, de koorklank slank en hemels. Uit de aard van het oratorium vloeit voort dat de solisten, allen van puik maar niet wereldschokkend niveau, niet de hoofdrol pakten. Gelijke tred houden met de uitzonderlijke kwaliteit van het koor is dan ook geen makkie.  Toch moet één solist wel genoemd worden: sopraan Soraya Mafi stal met haar bijna letterlijk hemelse stem, een fonkelende diamant, toch de show en de harten van het publiek. Haar aria “Aber du liessest wehen deinen Wind”, was van buitengewone schoonheid en deed in de indrukwekkende basiliek een verstokte atheïst voor de zekerheid de blik toch even omhoog richten.

Met o.m. dit prachtconcert bewijst het Rheingau Musikfest dat de liefhebber van klassieke vocale muziek zich in de maanden juli en augustus niet hoeft te beperken tot de traditionele zomerslaap.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 18/8/2018)

 

1 Comment

  1. Fred Coeleman schreef:

    ja ik hoop zo dat dit nog eens ergens opgevoerd gaat worden; want met dit Kings Consort is het natuurlijk smullen geblazen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.