THE MEDIUM & SATYRICON

Satyricon

Satyricon: Ensemble. (Foto: Barbara Aumüller)

The Medium, opera van Gian Carlo Menotti, gecreëerd op 8. mei 1946 in het Brander Matthews Theater, Columbia University te New York.
Satyricon, opera van Bruno Maderna, gecreëerd op 16. maart 1973 in het Circustheater te Scheveningen.
Opvoering van beide opera’s in de Oper Frankfurt op 15 juni 2019.

The Medium
Madame Flora (Baba): Meredith Arwady
Monica: Louise Alder
Mrs. Gobineau: Barbara Zechmeister
Mr. Gobineau: Dietrich Volle
Mrs. Nolan: Kelsey Lauritano
Toby: Marek Löcker
Dirigent: Nikolai Petersen
Regie: Hans Walter Richter

Satyricon
Trimalchio: Peter Marsh
Fortunata: Susanne Gritschneder
Habinnas: Theo Lebow
Scintilla: Ambur Braid
Criside: Karen Vuong
Eumolpus: Mikołaj Trabka
Dirigent: Simone Di Felice
Regie: Nelly Danker

Frankfurter Opern- und Museumsorchester

Muzikaal: (Menotti)    (Maderna)
Scenisch:

Het gebeurt niet vaak dat we de kans krijgen een opera van Gian Carlo Menotti bij te wonen. Nochtans was deze componist naar hedendaagse normen erg productief, hij schreef onder andere meer dan vijfentwintig opera’s die vandaag geen van alle repertoire gehouden hebben. De man was bovendien erg veelzijdig. Behalve muziek componeren, schreef hij ook nog libretti voor andere componisten (o.a. voor Vanessa van Samuel Barbers die ook zijn studiegenoot en levensgezel was), regisseerde hij en was hij de oprichter van het Spoleto festival.

Menotti haalde zijn inspiratie voor The medium uit een seance die hij eerder in zijn leven bijwoonde. Baba doet zich voor als medium die de geest van overledenen oproept. In werkelijkheid zijn het haar dochter Monica en de doofstomme Toby die achter de schermen voor de nodige sfeer moeten zorgen. Tijdens een seance voelt Baba, die zelf niet in geesten gelooft, een ijskoude hand om haar keel. Hoewel ze eerst denkt dat Toby hiervoor verantwoordelijk is en ze hem hiervoor aftroeft, heeft ze een schrik te pakken en wil ze haar activiteiten stoppen. Tijdens een angstaanval steekt ze tenslotte Toby neer.

Menotti’s muziek krijgt wel eens het predicaat oppervlakkig, sentimenteel en ouderwets opgekleefd. Nochtans slaagt hij er bij The medium in met zijn muziek een unieke sfeer te creëren die perfect past bij het horrorverhaal. De opera is eigenlijk in de eerste plaats een toneelstuk dat begeleid wordt door muziek, eerder dan een echt zangstuk. Behalve enkele korte melodieuze passages wordt er vooral gebruik gemaakt van een soort Sprechgesang.

Misschien een beetje tegen onze verwachtingen in koos regisseur Hans Walter Richter voor een traditionele, librettogetrouwe enscenering. Het decor bestaat uit een donker gekleurde, slecht verlichte ruimte die perfect aansluit bij de sfeer van het verhaal en de muziek. Enige afwijking van het oorspronkelijke verhaal is de zelfmoord van Toby aan het einde van de opera, een keuze die in het licht van de gebeurtenissen perfect logisch is. Bovendien kan Richter rekenen op drie protagonisten van wie de rollen op het lijf geschreven lijken. Dit geldt eerst en vooral voor de Amerikaanse alt Meredith Arwady die door een combinatie van haar indrukwekkend postuur en een ongebreidelde inzet op aangrijpende en geloofwaardige wijze de rol van Baba vertolkt. Mooi contrast hiermee was de meisjesachtige vertolking (scènisch en vocaal) van de sopraan Louise Alder. Perfect ook het gereduceerde Frankfurter Opern- uns Museumorchester onder leiding van Nikolai Petersen.

Hoewel The medium oorspronkelijk in een double bill gekoppeld was aan The Telephone, een andere opera van Menotti, koos de Oper Frankfurt ervoor om de avond verder te vullen met Satyricon van Bruno Maderna. Met Maderna komen we niet enkel bij een andere thematiek terecht maar ook bij een totaal andere muzikale taal. De componist baseerde zich voor zijn libretto op De maaltijd van Trimalchioni uit Petronius’ Satyricon.
Maderna mengt in zijn partituur verschillende muziekstijlen en aarzelt niet om te leen te gaan bij componisten als Puccini en Gluck. Resultaat is een wat ongelijk maar tegelijkertijd spannend werk dat de toeschouwer geregeld luisterplezier en de zangers waarschijnlijk af en toe hoofd (of stem-) brekers bezorgt.

Zoals steeds zorgde de Oper Frankfurt voor een voorbeeldige bezetting met zangers uit het eigen ensemble, aangevoerd door de veteraan Peter Marsh, een karaktertenor die we al vaker konden bewonderen in moderne opera’s. De Canadese sopraan Ambur Baird had zowaar een acrobatienummer ingeoefend en zong een groot deel van de extreme hoge noten van haar rol ondersteboven hangend aan een doek. Bevredigend de andere solisten en het Frankfurter Opern- und Museumsorchester, dit keer onder leiding van Simone Di Felice.

Nelly Danker weet met eenvoudige middelen een regie neer te zetten die perfect het decadente karakter van het verhaal weergeeft al is haar voorliefde voor fallussymbolen misschien wat overdreven.

Al bij al een zeer interessante avond met twee zeer verschillende werken waarbij het publiek een duidelijke voorkeur toonde voor het eerste. Een mening waar we ons volledig bij kunnen aansluiten.

Er zijn nog opvoeringen op 20, 22, 24, 27 en 29/6/2019.

Hugo Delava (Gepubliceerd op 18/6/2019)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.