De Italiaanse enclave in Frankfurt

Italienische Operngala

Alte Oper. Frankfurt. Rond 1900.

Italienische Operngala, een productie van Europa Classica Europa. Aria’s en duetten uit de Verdi-opera’s Aida, La Traviata en Rigoletto. Uitgevoerd door Latonia Moore (sopraan), Julia Muzychenko (sopraan), Irakli Kakhidze (tenor), Sangmin Lee (bariton). Rhein-Main-Philharmoniker onder leiding van Hans-Friedrich Härle. Bijgewoonde voorstelling: Alte Oper, Frankfurt, 7 april 2019.

Muziek:
Regie: n.v.t.

Italienische Operngala

Latonia Moore als Aïda bij de San Diego Opera. Foto: Ken Howard

Italienische Operngala

Italienische Operngala. Frankfurt.

Italienische Operngala

Julia Muzychenko, sopraan. Foto: IOA Management.

Italienische Operngala

Sangmin Lee, bariton. Foto: IOA Management.

Italienische Operngala

Latonia Moore, sopraan. Foto: K.C. Alfred.

Tonio met zijn terra-cotta-kop

Ruim een eeuw geleden, op 31 december 1915, schrijft Matthijs Vermeulen in De Telegraaf een recensie over Cavalleria Rusticana/Pagliacci, uitgevoerd door de Opera Italiana (van de destijds beroemde impresario “Cav.” De Hondt) in Het Paleis Voor Volksvlijt te Amsterdam. De Tonio van dienst wordt aldus onder handen genomen: “Het is curieus, dat er geen hand van elkaar ging toen hij zijn terra-cotta-kop door het scherm stak, om den Proloog uit Paljas te zingen. Want wij kennen hier niet den personen-cultus en het Mengelberg-optimisme van ’t Concertgebouw. Eerst muziek, eerst melodie, eischt de galerij, de radiator van geestdrift.” (Vermeulen was een verklaard tegenstander van Mengelberg.)

“Eerst muziek, eerst melodie”

Het principe “eerst muziek, eerst melodie” als leidraad voor wat opera in essentie is, is geen populair standpunt voor de scheppers en faciliteerders van urgent en actueel muziektheater en hun doelgroep, de bewonderaars van de spreekwoordelijke keizerlijke couture naar wie wij graag mogen verwijzen met de erenaam waarvan zij zich zelf vol trots bedienen: de Mensen van Nu. “Die teuerste Lösung wäre, die Opernhäuser in die Luft zu sprengen,” zei Pierre Boulez in 1967, en hoewel deze uitspraak uiteraard niet in letterlijke zin opgevat dient te worden, wordt de kunstvorm wel degelijk ondermijnd door ernstig verontrustende lariekoek. Lariekoek over actualiteit, over diversiteit, over maatschappelijke relevantie, over seksisme, over racisme. Opera lijdt aan een verontrustende vorm van geborneerde deftigheid (“Opera Verandert Je Leven”) en oeverloos quasi-filosofisch en zelfgenoegzaam politiek geleuter.

Breiwerkje

Pièce de résistance, de mensen van nu zonder hoofdletters, worden steeds slechter bediend; de operaliefhebber die vooral geïnteresseerd is in fijne muziek, fraaie stemmen en een librettogetrouwe regie, wordt geconfronteerd met onbegrijpelijke toneelbeelden, niet te doorgronden symboliek en vooral: concepten! In het bovengenoemde Paleis voor Volksvlijt mochten de dames in het publiek de tijd tussen twee aria’s graag benutten om hun breiwerkje ter hand te nemen. In ons tijdsgewricht worden wij tussen twee aria’s geachte aan het denken gezet worden. Een paar gebreide wintersokken lijkt ons eindeloos veel productiever.

Opera Classica Europa

Het is heus niet altijd en overal kommer en kwel. Een enthousiast voorvechter van fijne, hupsafladderloze opera is de Opera Classica Europa. Deze in Duitsland gevestigde organisatie staat onder leiding van de onvermoeibare Amerikaans-Duitse tenor Michael Vaccaro, die in 1988 uit de Verenigde Staten naar Duitsland kwam en in de theaters van  o.m. Turijn, Seoul, Frankfurt, Florence, Dubrovnik en San Remo een scala aan tenorrollen voor zijn rekening nam: van Tamino in Die Zauberflöte tot Tassilo in Gräfin Mariza, van Barinkay in Der Zigeunerbaron tot Zarewitsch in Der Zarewitsch van Franz Lehar. Als oprichter en artistiek leider van Opera Classica Europa presenteert hij sinds 2004 zijn eigen operaproducties en concerten op de fraaiste historische locaties in Duitsland en andere Europese landen, vaak als sprookjesachtige openlucht-evenementen. Zijn 23 (!) producties (om er enkele te noemen: Tosca, Der Freischütz, Norma, Aida e tutti quanti)  zijn al in 11 Europese landen te bewonderen geweest: wij tellen 480 voorstellingen met 320.000 bezoekers.

Dem Wahren Schönen Guten

Het motto van Opera Classica Europa is “Dem Wahren Schönen Guten”, de woorden die het fries van de Alte Oper in Frankfurt sieren. De imposante, in neorenaissancestijl opgetrokken Alte Oper werd gebouwd in 1877-1880, en in 1944 grotendeels vernield bij een luchtbombardement. In 1953 kwam er een actiecomité tot stand voor de herbouw, en jammer genoeg was het gebouw niet meer geschikt om er opera’s uit te voeren. Trouw aan de genoemde inscriptie “Dem Wahren Schönen Guten”  staat Opera Classica Europa voor opera in zijn puurste vorm, waarbij de componist en de librettist en hun oorspronkelijke autonome werk gerespecteerd worden. Eén keer per jaar organiseert Vaccaro in de Alte Oper een Italienisches Operngala, met hoogtepunten uit de (jawel) Italiaanse opera. Een concert met louter aria’s en duetten is op plezierige wijze zeer ondeftig: welwillend omschrijven Mensen van Nu het als een “guilty pleasure”, maar wij zien het “guilty” niet, alleen maar de “pleasure”. Tijd om aan een breiwerkje te besteden is er niet (of het moet zijn tijdens de verbindende praatjes van de “moderator”), want de ene operahit na de andere knalt eruit. Dit jaar was het een all-Verdi programma­ met aria’s uit Aida, La Traviata en Rigoletto. Alle usual suspects gaven acte de présence: “Caro Nome”, “Di Provenza”, “Ritorna Vincitor”, vertolkt door vier uitstekende solisten. Voor Latonia Moore, recentelijk nog Serena in Porgy and Bess bij De Nationale Opera, is Aïda een (spinto) signature role geworden, hoewel zij op deze avond “O patria mia” met de befaamde/beruchte hoge C achterwege liet. Geen nood, haar ijzersterke “Ritorna vincitor” maakte alles goed.  De in alle opzichten verrukkelijke sopraan Julia Muzychenko (welk een podiumprésence!) zong een elegant gefraseerde “Caro Nome” en de “Celeste Aida” van Irakli Kakhidze, een echte Verdi-tenor, riep associaties op aan edel klaroengeschal. De in Korea geboren bariton Sangmin Lee kreeg in 2007 een vaste aanstelling bij de Semperoper Dresden. In Frankfurt pakte hij, hoewel op de Bühne misschien niet de meest soepel bewegende zanger , indrukwekkend uit met “Cortigiani, vil razza dannata” uit Rigoletto en, uiteraard, “Di Provenza il mar, il suol” uit La Traviata. Het wat licht bezete Rhein-Main-Philharmoniker onder leiding van de sympathieke Hans-Friedrich Härle) ik dineerde met hem na de voorstelling, wat een innemende, humoristische personlijkheid) speelde met hoorbaar plezier, en tot grote vreugde en opluchting van uw recensent ontbrak de ouverture La Forza des Destino (wij hadden er dagen tegenop gezien). De ouverture I Vespri Siciliani (now we’re talking!) was de concertopening-van-dienst en wij konden daar innig vrede mee hebben. Een paar strijkers erbij, en het was nog mooier geweest. Het gekozen aanvangstijdstip van 18:00h (waarom doen we dat in Nederland toch niet?) liet, na de reeds genoten muzikale delicatessen, ruimte voor een verzorgde avondmaaltijd. Mission met het grootste genoegen completed.

Opera Classica Europa komt 20 juli 2019 naar Nederland. Op Kasteel Limbricht wordt dan Die Zauberflöte uitgevoerd. Alle informatie via deze link: http://www.operaclassica.de/spielplan/138-zauberfloete-200719#dfesp19

Olivier Keegel (gepubliceerd op 8 april, 2019)

4 Comments

  1. A. Molenaar schreef:

    Weer met veel plezier gelezen. Je krijgt meteen zin om de voorstelling te bezoeken!

  2. Fred schreef:

    In hoeverre kun je een recensie seriues nemen als met met de dirigent gaat dineren? Niet dus!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.