DALIBOR

Dalibor

Izabela Matuła (Milada, links op stoel) en Aleš Briscein (Dalibor) en Simon Bailey (Budivoj, rechts met geel pak) en Gordon Bintner (Vladislav; rechts) (Foto: Monika Rittershaus)

Dalibor, opera van Bedřich Smetana op een libretto van Josef Wenzig. Voor het eerst opgevoerd op 16 mei 1868 en de 2e versie op 2 december 1870 in het Neustädter Theater te Praag. Première van deze productie in de Oper Frankfurt op 24 februari 2019. Bijgewoonde voorstelling op 24 maart 2019. Gezongen in een Duitse vertaling van Kurt Honolka.

Vladislav: Gordon Bintner
Dalibor: Aleš Briscein
Budivoj: Simon Bailey
Beneš: Thomas Faulkner
Vítek: Theo Lebow
Milada: Izabela Matuła
Jitka: Angela Vallone

Chor und Statisterie der Oper Frankfurt
Frankfurter Opern- und Museumsorchester
Musikalische Leitung: Stefan Soltesz
Inszenierung: Florentine Klepper

Muzikaal:
Scenisch:

Aan het einde van de negentiende eeuw ging Bohemen, waar Praag toen deel van uitmaakte, onder het juk van de Habsburgers. De belangrijkste taal was Duits en de autochtone bevolking werd weinig ruimte gegeven om haar culturele eigenheid uit te dragen. Eén van de manieren omdat te doen was het schrijven van een “nationale” geïnspireerde opera omdat deze kunstvorm, eerder dan het gesproken theater, een uitgesproken politieke dimensie had. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Smetana voor zijn Dalibor teruggreep naar het verhaal van een ridder die eind vijftiende eeuw geëxecuteerd werd omdat hij de opstand van slaven in een nabijgelegen leen steunde. In de opera echter wordt Dalibor ervan beschuldigd uit wraak voor een onbestrafte misdaad een andere edelman uit de weg geruimd te hebben. In het eerste bedrijf wordt hij ter door veroordeeld en opgesloten in een toren die nu nog te bezichtigen valt in het “Gouden straatje” in de Praagse burcht. Aan het einde van de opera wordt hij gedood bij een ontsnappingspoging.

Ondanks de nationalistische voedingsbodem die in het laat negentiende-eeuwse Praag zeker aanwezig was kende Dalibor aanvankelijk weinig succes. Smetana heeft zich voor zijn muziek namelijk afgewend van een typisch Boheems idioom om meer aan te sluiten bij de muziek die in andere belangrijke theaters gespeeld werd. Dit stond in contrast met het patriottistisch opzet van de opera, vooral ook omdat de invloed van onder andere Wagner duidelijk aanwezig is en laat dit nu net iemand zijn die de taal van de bezetter sprak.

Het verhaal van Dalibor toont nogal wat gelijkenissen met Beethovens Fidelio in die zin dat zowat driekwart van de opera zich in de gevangenis afspeelt en een in man verklede vrouw cellen binnendringt om haar geliefde te bevrijden. Waar Fidelio op dramatisch vlak al niet de sterkste opera is wordt het in Dalibor nog allemaal wat onwaarschijnlijker.

Zo is het moeilijk te geloven in een hoofdpersonage dat toegeeft dat hij een moord gepleegd heeft. Dat de aanklaagster en tevens zuster van de vermoorde man tijdens het proces verliefd wordt op Dalibor en vervolgens tracht hem te bevrijden komt evenmin erg geloofwaardig over. Resultaat is een opera die misschien in Tsjechië enige gevoelens kan opwekken maar daarbuiten weinig levensvatbaar lijkt.

Regisseur Florentine Klepper doet ook weinig moeite om een en ander meer verteerbaar te maken. Uiteraard is het toneelbeeld modern: het proces tijdens het eerste bedrijf is een TV-show met koning Vladislav als presentator en de rechtspraak gebeurt per televoting. In zijn cel wordt Dalibor omringd door televisiecamera’s. Aan het einde wordt zowat iedereen, inclusief koning Vaclav, afgemaakt. Het doel van dit wansmakelijke spektakel ontging ons volledig, het verband met een vijftiende-eeuws ridderepos nog meer.
Gelukkig was muzikaal een en ander van een heel ander niveau. Dit danken we op de eerste plaats aan dirigent Stefan Soltesz die het Frankfurter Opern- und Museumsorchester de soms haast symfonische partituur erg lucide laat vertolken. Hij legt hierbij de grootste aandacht voor de zangers aan de dag zodat deze zich op geen enkel moment moeten forceren om boven de nochtans niet licht gecomponeerde muziek uit te komen.

Zoals we dat in de Oper Frankfurt gewend zijn, waren alle solopartijen meer dan bevredigend bezet, voor een groot deel met solisten uit het eigen gezelschap. We genoten in de titelrol van de fijne, lyrische en toch voldoende sterke tenorstem van Ales Briscein die we op basis van zijn optreden wel eens als Lohengrin zouden willen horen. De Poolse sopraan Izabela Matula (Milada) kennen we van haar periode bij de opera van Krefeld/Mönchengladbach. Haar stem is uitgegroeid tot een dramatische sopraan met een stevige hoogte. De Canadese bariton Gordon Bintner hoorden we voor het eerst en we waren niet enkel onder de indruk van zijn volumineuze en mooi getimbreerde stem maar ook van zijn toneelpresence als tv-presentator. De lyrische sopraan van Angela Vallone contrasteerde mooi met die van haar tegenspeelster en Thomas Faulkner was een sonore Benes.

Opmerkelijk is nog dat de opera in het Duits gezongen werd maar niet voor de originele versie gekozen werd (Dalibor werd gecomponeerd op een Duits libretto dat achteraf vertaald werd), maar wel voor een nieuwe bewerking van Kurt Honolka die overigens evenmin aansloot bij hetgeen we zagen.

Een voorstelling die ons met gemengde gevoelens achterliet. Muzikaal op een hoog niveau, scenisch ondermaats en een opera die ons niet als erg sterk overkwam. Naar onze mening zal deze productie geen aanzet zijn om Dalibor terug op de speellijsten te krijgen.

Er is nog één voorstelling op 30 maart 2019.

H.D. (Gepubliceerd op 26/3/2019)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.