SCHADE, DASS SIE EINE HURE WAR

Schade, dass sie eine Hure war

Balkon: Annabella (Lavinia Dames), Soranzo (Richard Šveda) / Florio (Günes Gürle), Giovanni (Jussi Myllys), Chor der Deutschen Oper am Rhein. (Foto: Hans Jörg Michel)

Schade, dass sie eine Hure war, opera van Anno Schreier op een libretto van Kerstin Maria Pöhler naar het drama ‘Tis Pity She’s a Whore (1626-1633) van John Ford (1586-1639). Gecreëerd door de Deutsche Oper am Rhein te Düsseldorf op 16 februari 2019. Bijgewoonde voorstelling op 23 februari 2019.

Annabella: Lavinia Dames
Giovanni: Jussi Myllys
Florio: Günes Gürle
Mönch: Bogdan Talos
Soranzo: Richard Šveda
Grimaldi: Sergej Khomov
Bergetto: Florian Simson
Richardetto: David Jerusalem
Hippolita: Sarah Ferede
Philotis: Paula Iancic
Vasquez: Sami Luttinen
Putana: Susan Maclean

Chor der Deutschen Oper am Rhein
Düsseldorfer Symphoniker
Dirigent: Lukas Beikircher
Regie: David Hermann

Muzikaal:
Scenisch:

De anno 1979 geboren Duitse componist Anno Schreier heeft blijkbaar een zwak voor tragedies van Shakespeare en zijn tijdgenoten. Twee jaar geleden woonden wij in het Theater an der Wien de creatie bij van zijn opera Hamlet (lees hier de recensie) en voor zijn volgende opera grijpt hij naar het veel minder uitgevoerde drama ‘Tis Pity She’s a Whore van de tijdgenoot van Shakespeare, John Ford. Een wat zonderlinge keuze, want dit toneelstuk was al bij zijn creatie bijzonder controversieel.

John Ford gebruikte voor zijn toneelstuk de ingrediënten die wij kennen van Shakespeare. Passionele intriges, een hele reeks moorden door gif, degen en dolk en in deze moderne adaptatie natuurlijk ook een pistool. Nieuw voor die tijd was het thema van incest. Annabella en Giovanni, broer en zuster, zijn zo verliefd op elkaar als Romeo en Juliet. Annabelle raakt zwanger van broerlief en moet dringend met iemand trouwen om de schijn te redden. Vrijers zijn er bij de vleet en de keuze valt op de edelman Soranzo. Het huwelijk wordt ingezegend door een monnik (zoals bij Romeo en Juliet). De liefdesrelatie tussen Annabella en Giovanni komt echter aan het licht en als de rivalen elkaar te lijf gaan, blijft er naar goede Shakespeare-traditie geen levende ziel meer over, behalve de dienaar Vasquez (in het toneelstuk een Cardinaal, die hier echter ontbreekt) die de laatste zin van het werk declameert: “‘Tis Pity She’s a Whore”, vandaar de vreemde titel van het toneelstuk en ook van de opera.
Dit is in grote lijnen de inhoud van het werk, maar in feite wordt het omringd door een hele reeks nevenintriges. Wie er op uit is om alle details te weten leest het hier.

Zoals wij bij de uitvoering van zijn Hamlet al ondervonden hadden, is Anno Schreier een bijzonder begaafde componist. Niet enkel voor de orkestratie, zoals bij veel “modernen”, maar ook voor de zangpartijen. In het liefdesduet waarmee de opera aanvangt, waren wij meteen gecharmeerd door de fijne gedempte orkestratie die de mooie ingetogen zanglijnen nooit overstemde. Anno laat zijn partituur bestendig melodisch klinken, zonder dat er in feite uitgewerkte melodieën in voorkomen. Mooie muziek! Daar gaan wij toch voor naar de opera.

Ondanks de bloederige inhoud en enkele gewelddadige scènes, ligt de opera niet zwaar op de hand. De algemene toon is meer vrolijk dan dramatisch. De stijlvolle, bijzonder kleurrijke (maar giftige) paddenstoel doet meteen aan een sprookje denken en er is heel wat humor, spot en kluchtig gedoe aanwezig, zoals Bergetto die de zanger in Der Rosenkavalier parodieert met een Italiaans gezongen serenade, Hippolita die een échte sluierdans uitvoert zoals wij die in Salome al jaren niet meer gezien hebben, Philotis die quasi de coloratuur acrobatieën van Fiakermilli uit Arabella ten beste geeft. Richard Strauss komt meermaals om de hoek kijken, maar hij is niet de enige: Richardetto is een evenbeeld van kwakzalver Dulcamara uit L’Elisir d’Amore.

Mooie muziek vraagt goede zangers en ook op dat punt werden wij bij deze uitvoering bijzonder verwend. Lavina Dames is een Annaballa om van te snoepen en het is geen wonder dat deze fraai en delicaat zingende sopraan haar broer in vervoering brengt, de tenor Jussi Mysslys die al even lyrische en fijn gedoseerde klanken produceerde.
De dames stonden naar onze smaak een trapje hoger dan de heren. Paula Iancic was goed op dreef als de lieftallige en speelse Philotis en zij zong met brio de kristalheldere nootjes die haar aanzoeker Bergetto zo in vervoering brengt. Mezzosopraan Sarah Ferede was als Hippolita de enige die naast haar vederlichte collega’s vocaal wat dramatisch getint was. Susan Maclean was een ware luxe als Putana, de voedster van Annabella die geen graten ziet in de broeder/zusterliefde en daardoor op de brandstapel belandt. Naast rollen als Kundry (in Bayreuth en Antwerpen) en Ortrud was deze rol voor haar een lachertje.

Voor monniken verwachten wij doorgaans zalvende, smeuïge basstemmen, maar de monnik van Bogdan Talos miste deze warmte en produceerde een wat onaangename, harde klankkleur. Wel paste dat bij de rol van een pseudo-geestelijke die zich meer met wereldse intriges bezig houdt dan met onze Lieve Heer.
Richard Sveda miste wat présence voor Soranzo, een wat kille bariton met een uitstekende techniek, een aangename stem en makkelijke hoogte, maar met wel erg weinig uitstraling.
De andere solisten deden weinig voor elkaar onder, terwijl het orkestspel en de korte koorinterventies onder leiding van Lukas Beikircher van grote klasse waren.

Wij ergeren ons vaak aan regisseurs die ongestoord hun gangen gaan met opera’s van overleden componisten, regisseurs die voor de moderne modieuze onzin hun werken verminkt, en die zich ter verdediging enkel even in hun graf kunnen omdraaien. Voor hedendaagse werken waar de componist bij de instudering aanwezig is, kunnen wij van het standpunt vertrekken dat alle partijen het eens zijn over het regieconcept. Wij waren dan ook wat verbaasd dat naast de smaakvolle decors en kostuums uit het juiste tijdperk, ook een sfeerloos, rechthoekig decor-element aanwezig was en dat Soranzo in een modern maatpak rondliep.
Toch nog een vlekje op deze verder levendig gespeelde, leuk gedanste en mooi gezongen opvoering.

Kijk hier naar de trailer!

Oprecht aanbevolen en nog te beleven in Düsseldorf op 27/2, 8, 10 en 17/3/2019.

Guillaume Maijeur (Gepubliceerd op 25/2/2019)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.