Beate Ritter van wereldklasse in Düsseldorfse Ariadne auf Naxos

Ariadne auf Naxos

Cornel Frey (Brighella), Bruce Rankin (Scaramuccio), Elena Sanch Pereg (niet in bijgewoonde voorstelling) (Zerbinetta) Bogdan Talos (Truffaldin) | Foto: Hans Joerg Michel

 

Ariadne auf Naxos, opera van Richard Strauss op een libretto van Hugo von Hofmannsthal. De eerste uitvoering vond plaats in het Hoftheater Stuttgart op 25 oktober 1912. De regie was in handen van Max Reinhardt. De herziene versie werd voor het eerst opgevoerd in de Weense Staatsopera op 4 oktober 1916. Dit is de versie die normaal gesproken vandaag de dag wordt opgevoerd. Bijgewoonde voorstelling: Deutsche Oper am Rhein, Opernhaus Düsseldorf, 17 mei 2019.

PRIMADONNA/ARIADNE: Karine Babajanyan 
DER TENOR/BACCHUS: Corby Welch
ZERBINETTA: Beate Ritter
MUSIKLEHRER: Stefan Heidemann
DER KOMPONIST: Katarzyna Kuncio
EIN TANZMEISTER: Florian Simson
HAUSHOFMEISTER: Peter Nikolaus Kante
NAJADE: Elisabeth Selle
ECHO: Daria Muromskaia
DRYADE: Anna Harvey
HARLEKIN: Dmitri Vargin
BRIGHELLA: Jonas Gudmundsson
SCARAMUCCIO: Stephen Chambers
TRUFFALDIN: Lukasz Konieczny
EIN OFFIZIER: Andrés Sulbarán
EIN PERÜCKENMACHER: Jorge Espino
EIN LAKAI: Andrei Nicoara

DIRIGENT: Lukas Beikircher
ORKEST: Düsseldorfer Symphoniker
REGIE: Dietrich W. Hilsdorf

Muziek:
Regie:

Toen het Amsterdamse Muziektheater in 1986 zijn deuren opende voor opera en ballet, was het de hoofdstedelijke Stadsschouwburg aan het Leidseplein waar én opera- én ballet- én toneelvoorstellingen plaatsvonden. Volgens een bevriende dame die in de foyer het publiek van drankjes voorzag, kon zij op grond van de bestellingen vaststellen van welke van de drie genoemde podiumkunsten die avond sprake was. Veel koffie en thee? Ballet! (Vooral thee.) Voornamelijk sterke drank en bier? Toneel! Rode en witte wijn? Opera!
Wij zouden dit nu een levensbedreigend geval van  “framing” noemen, en of het consumptiegedrag nog steeds langs de geschetste lijnen verloopt, wagen wij te betwijfelen. Uw recensent past in ieder geval niet in het waarschijnlijk zeer gedateerde beeld. Toen hij nog een graag geziene gast bij de nazit van premières in Het Muziektheater was, dronk hij samen met de toenmalige intendant zo’n voortreffelijk biertje van brouwerij ’t IJ  dat hij wist te savoureren. Die biertjes zijn er in het Muziektheater niet meer. De desbetreffende intendant ook niet. En wij van Opera Gazet ook niet. Het leven is een tranendal.

 

Opera en toneel antagonisten?

Wat nu als er op één en dezelfde avond én ballet én opera opgevoerd worden? Hoe verhouden de diverse publieksgroepen zich tot elkaar? Toegegeven, zo’n combinatie komt maar zelden voor. Maar tijdens de openingsvoorstelling van het Muziektheater in 1986 werd zowel de opera Ithaka van Otto Ketting als de balletvoorstelling Zoals Orpheus uitgevoerd. Over ons Amsterdamse Muziektheater is 70 jaar lang gediscussieerd, en heeft slechts 17 miljoen gulden meer gekost dan begroot. Voor Amsterdamse begrippen betekent dat: “Vlot tot stand gekomen, en ruim binnen het budget”. Maar dit ter zijde.
Nog een trede hoger op de “bien-étonné-de-se-trouver-ensemble” ladder is de combinatie toneel-opera. Strauss’ Ariadne auf Naxos werd oorspronkelijk geschreven voor deze opzienbarende combinatie. Richard Strauss, die vooral dankzij zijn Rosenkavalier als de belangrijkste operacomponist van zijn tijd gold, wilde ’s een keer wat anders proberen. Een verlangen dat op diverse terreinen breed gevoeld werd, en niet alleen bij operacomponisten. Hij componeerde de muziek voor het toneelstuk Le Bourgeois Gentilhomme, en gooide er meteen een opera uit, Ariadne; deze opera moest midden in het toneelstuk plaatsvinden. Zo wild enthousiast als men over Der Rosenkavalier was geweest, zo lauw werd dit experiment, na een korte golf van initieel enthousiasme, ontvangen. Hoewel er geen wetten in de weg stonden, stuitte de combinatie van het toneelstuk en de opera voor de meeste theaters op praktische en schier onoverkomelijke bezwaren.

 

Duurzaam componeren

De muziek was echter te mooi om in de Berlijnse rivier de Spree (volgens onze bronnen woonde Strauss toentertijd te Berlijn) te mieteren of aan de Berlijnse Stadsreiniging mee te geven. Dus besloten Strauss en librettist Hugo von Hofmannsthal de opera te recyclen. Zonde om weg te doen, immers? Ze knutselden een geheel nieuwe opera rond Ariadne in elkaar, en deze keer werd het wél een succes. Sinds de wereldpremière van die tweede versie in 1916 is Ariadne auf Naxos een van de populairste opera’s van Strauss.

Ariadne auf Naxos is van het type “opera-in-opera”. Laat in kringen van Mensen van Nu de term “meta-opera” vallen en u zult voortaan als Strauss-kenner door het leven gaan. “De Rijkste man van Wenen” heeft na het diner in zijn salon (meer een rommelzolder in deze regie) wat entertainment georganiseerd: een nieuwe opera én een komedie. Dat leidt tot gesteggel tussen de Componist en Zerbinetta, aanvoerster van de komediespelers.  Tot afschuw van alle betrokkenen velt de Rijkste Man van Wenen een Salomonsoordeel: opera en komedie zullen tegelijkertijd worden uitgevoerd, zodat men op tijd klaar is voor het afsluitende vuurwerk. Feuerwerk muss sein!

In de opera klaagt Ariadne, achtergelaten op Naxos, over haar eenzaam lot. Dan komen de komedianten onder leiding van de parmantige Zerbinetta om Ariadne van haar melancholische aandriften te bevrijden.

Zerbinetta herinnert Ariadne eraan dat er zomaar een leuke vent voor de deur kan staan. En warempel, nauwelijks is Zerbinetta uitgesproken of daar maakt de god Bacchus al zijn opwachting. In opperste zaligheid stijgen Ariadne en Bacchus op ter hemel. Maar Zerbinetta heeft (bijna) het laatste woord: “Kommt der neue Gott gegangen, Hingegeben sind wir stumm!” Wat in mensentaal een statement is die het midden houdt tussen “Wer ein Liebchen hat gefunden”, “I told you so!” en “Op elk potje past wel een dekseltje”.

 

Behoorlijk ouderwets

Deze Ariadne is een herneming uit 2014, onder regie van Dietrich Hilsdorf, in de jaren 90 een meeloper in het regietheater, met o.m. een aantal schabouwelijke Verdi-regies in het Aalto-Theater in Essen op zijn geweten. De goede man lijkt met het klimmen der jaren enigszins bij zinnen te zijn gekomen en schotelt ons een redelijk traditionele opvoering voor, opgeleukt met enige onnodige hupsafladder. Als de voorstelling van start gaat, blijven de zaallichten aan (irritant) en de boventiteling voor een groot deel uit (nog irritanter) tot het “operagedeelte” begint. Die boventitels zijn alleen in het Duits en worden geprojecteerd op de bovenste versierselen van de toneellijst. Men waant zich in het Beierse Tüchersfeld (224 inwoners). Het orkest bevindt zich achter op de Bühne, afgeschermd door een gaasgordijn. De zangers zien de dirigent dus niet, de videotechniek is nog niet tot Düsseldorf doorgedrongen, dus er zit gewoon een tweede dirigent op de eerste rij. Als de Haushofmeister (Peter Nikolaus Kante) vanuit het midden van de zaal via de microfoon (verondersteld geinig) instructies geeft, moeten er toeschouwers opstaan om de in de rij gezeten zangers te laten passeren (irritant deel 3). De gehele opera speelt zich trouwens voor een aanzienlijk deel in en om de zaal af. Ja, dat zijn leuke (maar ernstig gedateerde) dingen voor de mensen! Not. Het doorbreken van de vierde wand, een treurig panacee van matig begaafde regisseurs, is een ferme klap in het gezicht van genoeglijk gedineerd hebbende operaliefhebber die zich in het donker in zijn duurbetaalde comfortzone wenst te nestelen en een onvervreemd recht heeft om tijdens de ouverture de broekriem wat meer speling te verlenen.  Ook niet leuk was de nichterig neergezette Tanzmeister. Voor de oudere lezers, men denke Albert Mol c.q. Henk Elsinks “Harm met het harpje”. Hoe oubollig en weinig respectvol ten opzichte van (“naar”)  de LGBTQIAPK…..XYZ-gemeenschap!

Er werd wel zeer goed om niet te zeggen uitstekend gezongen. Voor de rol van Bacchus was de casting van Corby Welch een schot in de roos. Een goddelijk bulderende, laten wij zeggen: zeer krachtige tenor. De veelzijdige Armeense sopraan Karine Babajanyan, die ook een dijk van een Tosca en Butterfly in huis heeft, zong de rol van Ariadne/Primadonna. Wat ons meteen opviel was haar uitstekende verstaanbaarheid, hetgeen goed van pas kwam bij de rommelige boventitels. Zij heeft een niet al te grote, maar helder stralende stem, en haar “Es gibt ein Reich”, toch eigenlijk voor een puur dramatische sopraan,  was van grote schoonheid, hoewel wij ons een poëtischer, iets dromeriger interpretatie kunnen voorstellen. De derde (duivels lastige) hoofdrol, Zerbinetta, was eveneens een voltreffer, om niet te zeggen de absolute ster van de avond: een frisse, zwierige en natuurlijk, met schijnbaar gemak en soepel (voor zover de partituur “soepel” toelaat)  zingende Beate Ritter. Fantastisch. Haar aria “Ein Augenblick ist wenig – ein Blick ist viel” was de winnaar van ons persoonlijke Songfestival in Düsseldorf. Douze points! Volgens onze op rij 4 naast ons gezeten  Düsseldorfse buurman, die in dezelfde productie Olga Pudova als Zerbinetta had gezien, is Beate Ritter de Zerbinetta der Zerbinetta’s. Wij geven het u maar even door. Een buitencategorie zangeres en hartverwarmende actrice.

 

Regisseur Hilsdorf neemt afstand van wilde bokkensprongen

Aan dirigent Lukas Beikircher hebben wij niet zulke beste herinneringen, maar aangezien de details daaromtrent aan ons verouderend brein zijn ontsnapt, zouden wij deze opmerking maar beter niet gemaakt hebben. Deze keer leefde hij zich met het Düsseldorf Symfonie Orkest op gepast Straussiaanse wijze uit, geraffineerd zonder de grote lijnen te veronachtzamen, waarbij de plaatsing van het orkest op het achtertoneel deze keer een voortreffelijke invloed had op de klankbalans tussen stemmen en instrumenten. Een enkele passage vonden wij enigszins onstraussiaans vet.

Ariadne auf Naxos  is een muzikaal uitermate zeer geslaagde, helaas onnodig opgeleukte voorstelling, waarbij het geringe aantal regisseursrariteiten de gedachte oproepen aan een voormalig enfant terrible dat moe van zijn eigen hupsafladder is geworden, maar zich flauwtjes voorneemt: wie A zegt, moet ook B zeggen. Een vos die zijn haren verloor maar nét niet al zijn streken. Hij moet, indachtig de woorden van De Dichter, tot de conclusie zijn gekomen. Wat zijn dat nou voor bokkesprongen, Waar komt al die onzin vandaan?.   Het antwoord op de laatste vraag is: bij zich zelve. Opzitten en een pootje geven ging nog net, indachtig de woorden van de Romeinse filosoof Seneca, errare humanum est, perseverare diabolicum: Vergissen is menselijk, in die vergissing volharden is idioot.

Het publiek voer er wel bij. Een bijzonder aantrekkelijke Ariadne met een adembenemende Beate Ritter in de rol van Zerbinetta.

 

Er is nog een voorstelling op 2 juni. Haast je eige!

 

Olivier Keegel (gepubliceerd op 17 mei 2019)

3 Comments

  1. Corinne Romijn schreef:

    Hoe was de componist? Toch ook een belangrijke rol.

  2. Ad Middendorp schreef:

    Precies wat ik nodig had om het songfestival weer te boven te komen, Olivier. Vooral met die kostelijke “links”. Je komt helemaal in de sfeer en je hoeft er niet eens de deur voor uit. Ten zeerste bedankt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.