“MARX IN LONDON”

Marx in London

Johannes Mertes (Engels), Di Yang (Franz), Mark Morouse (Marx), Jonghoon You (Melanzane) en Koor. (Foto: Thilo Beu)

Marx in London, opera van Jonathan Dove op een libretto van Charles Hart, naar een origineel scenario van Jürgen R. Weber. Gecreëerd in de Oper Bonn op 9 december 2018. Bijgewoonde voorstelling op 12 januari 2019.

Marx: Mark Morouse
Jenny: Yannick-Muriel Noah
Tussy: Marie Heeschen
Freddy: Christian Georg
Helene: Ceri Williams
Engels: Johannes Mertes
Spy: David Fischer
Pawnbroker: Boyan Di
Melanzane: Jonghoon You
Franz: Di Yang
Chief Inspector Littlejohn: Enrico Döring

Chor des Theater Bonn
Beethoven Orchester Bonn

Musikalische Leitung: David Parry
Regie: Jürgen R. Weber

Muzikaal:
Scenisch:

Het is 200 jaar geleden dat Karl Marx op 5 mei 1818 in het Duitse stadje Trier geboren werd, een gelegenheid voor Jonathan Dove om over het godsbeeld van het Marxisme, een grondlegger van de arbeidersbeweging en een centrale figuur in de geschiedenis van het socialisme en het communisme een opera te schrijven.

Hij deed dat in samenwerking met librettist Charles Hart, absoluut geen onbekende in de muzikale wereld: hij schreef o.a. de lyrics voor de musicals The Phantom of the Opera (Lloyd Webber) en Bend it Like Beckham (Howard Goodall).

Het is op zichzelf al een knipoog dat het een komische opera werd, een heiligschennis voor overtuigde communistische zielen.
Hoewel, zo komisch is de opera nu ook weer niet, zeker wat de muzikale taal betreft. Sprankelende, humorvolle ensembles zoals we die van Rossini en/of Donizetti kennen, zijn er niet bij. De muziek op zich is niet vrolijk en zou even goed bij een dramatisch werk kunnen passen. Maar ze is wel bijzonder lyrisch en melodieus, met goed in het oor liggende aria’s, duetten, trio’s en vooral sublieme, perfect opgebouwde ensembles.

De actie speelt zich af in de zomer van 1871 op een enkele dag en volgt de filosoof en econoom, terwijl hij wordt gekoeioneerd door zijn ontredderde vrouw, afgewezen door zijn buitenechtelijke zoon, gekweld door zijn overdreven nieuwsgierige dochter en in het nauw gedreven door een nijpend gebrek aan ‘kapitaal’.

Beseffend dat hij het volgende deel van zijn Magnus Opus nooit zal schrijven, ontsnapt Marx naar de British Library, waar hij een toekomstvisioen heeft dat uiteindelijk een nachtmerrie wordt.
Een komische opera zonder een happy end zou geen komische opera zijn en de reddende engel is natuurlijk vriend Friedrich Engels, die met écht ‘kapitaal’ Marx’ schuldeisers kan overtuigen.

Een Siegmund-Sieglinde relatie tussen dochter Tussy en bastaard Freddy wordt door zijn moeder op het laatste nippertje voorkomen.

Er werd fraai gezongen door solisten van “eigen huis”, geen klinkende namen die vandaag in de Scala en morgen in Covent Garden zingen. Met zijn dikke baard was Mark Morouse een zo goed als perfect evenbeeld van Marx en hij zong de partij met een welluidende, mooi gestileerde baritonstem. Yannick-Muriel Noah is sinds 2014 de prima-donna van de Opera van Bonn en zong er o.a. rollen als Aida, Tosca, Odabella (Attila) en Leonore (Fidelio). Het is een licht dramatische sopraan met een soepel, warm timbre en ze zong de rol van Jenny met een zo goed als perfect legato.

De lichte sopraan Maria Heeschen nam (niet altijd feilloos) de lastige coloraturen van dochter Tussy voor haar rekening, terwijl tenor Christian Georg ons kon bekoren in de rol van Freddy, de buitenechtelijke zoon van Marx. Zijn moeder is Helene, Karl’s huishoudster, met milde altstem gezongen door Ceri Williams. De tenor Johannes Mertes heeft als Friedrich Engels niet zo veel te zingen, zoals de échte Engels blijft hij wat in de schaduw van Marx, waarvan hij wel geregeld de opgehoopte schulden mag betalen.

Dirigent David Parry is van alle markten thuis. Zijn stokpaardje zijn weinig gespeelde opera’s van Donizetti, Rossini en Meyerbeer (Opera Rara & Chandos), maar ook het moderne repertoire is hem niet vreemd en zowel de eerste opvoeringen van Flight als Pinocchio van Jonathan Dove werden door hem gedirigeerd.
Voor deze creatie in Bonn was hij beslist the right man on the right place. Onder zijn leiding speelde het Beethoven Orchester Bonn uiterst virtuoos en met schitterende kolorieten. De orkestratie is trouwens om van te likkebaarden, met ontelbare instrumentale details die op de achtergrond kabbelen, terwijl de zangers mooie klankbogen zingen.

De regie van Jürgen R. Weber is een mix van moderne fantasy-films en de illustraties die destijds de boeken van Jules Vernes’ illustreerden. De kostuums blijven trouw aan het Victoriaans tijdperk, maar de decorbouw met zijn minuscuul huisje op een spoorwegwagon is wat raadselachtig. Ook de figuranten die voortdurend met de wagon moeten sjouwen, uitgedost als verpauperde arbeiders, vonden wij weinig overtuigend.

Al bij al toch wel een bijzonder geslaagde voorstelling, zeker muzikaal. Een must voor de operaliefhebber die af en toe eens iets anders wil horen dan het vaste operarepertoire.

Er zijn nog voorstellingen op 20 januari, 2, 8 en 14 februari 2019.

G.M. (Gepubliceerd op 14 januari 2019)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.