“LE COMTE ORY”

Le Comte Ory

Enrico Marabelli (Raimbaud) en Ensemble (Foto © Opéra Royal de Wallonie-Liège)

Le Comte Ory, opera van Gioacchino Rossini op een libretto van Eugène Scribe en Charles-Gaspard Delestre-Poirson. Gecreëerd in de Salle Le Peletier door de Opera van Parijs op 20 augustus 1828. Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège op 21 december 2018. Bijgewoonde voorstelling op 27 december 2018.

Le Comte Ory: Antonino Siragusa
La Comtesse Adèle: Jodie Devos
Isolier: Josè Maria Lo Monaco
Raimbaud: Enrico Marabelli
Le gouverneur: Laurent Kubla
Dame Ragonde: Alexise Yerna
Alice: Julie Mossay

Choeur et Orchestre de l’Opéra Royal de Wallonie
Dirigent: Jordi Bernàcer
Regie: Denis Podalydès

Muzikaal:
Scenisch:

Gewoonlijk programmeert de Luikse opera in de eindejaarsperiode een lichter werk, vaak een operette al dan niet in een vertaalde versie. Voor 2018 werd tot onze grote vreugde geopteerd voor Le comte Ory, een komische opera van Rossini, die zich muzikaal op een veel hoger niveau bevindt. Gecombineerd met de mooie namen op de affiche keken we wel uit naar deze productie.

Het libretto zit vol seksuele woordspelingen en geslachtsverwisselingen met als hoogtepunt een bedscène met drie(!) personages in het tweede bedrijf. Het is dan ook verbazend dat het werk zonder kleerscheuren door de vroeg negentiende-eeuwse censuur geraakte. Uiteraard roept een en ander vandaag veel minder vragen op, maar we kunnen enkel vermoeden tot wat dergelijk verhaal in de handen van een regisseur met bedenkelijke bedoelingen kan leiden. Gelukkig worden we in de ORW tot nu toe gevrijwaard van excessen.

Graaf Ory is erg gesteld op de vrouwtjes, en heeft nu zijn zinnen gezet op het kasteel van Formoutiers, waar een hele groep jonge vrouwen zit te wachten tot hun mannen terugkeren van de kruisvaarten. In het eerste bedrijf heeft de graaf zich vermomd als heremiet die doorgaat als een soort huwelijksconsulent. Voor hij in het kasteel geraakt wordt hij echter ontmaskerd. In het tweede bedrijf vermomt hij zich als non en weet hij toch binnen te dringen in de woonst van de vrouwen. Maar voor enig kwaad kan geschieden blijken de kruisvaarders te zijn wedergekeerd, en moet de graaf opnieuw vluchten.

Regisseur Denis Podalydès verplaatst de handeling van de middeleeuwen naar de periode waarin de opera gecreëerd werd. Zo wordt de kruisvaart vervangen door de oorlog in Algerije. Verder wordt het religieuze aspect versterkt door de graaf in het eerste bedrijf te laten optreden als een priester in plaats van een heremiet, hetgeen ook initieel in het verhaal voorzien was. In de praktijk is alles nogal braafjes, we kunnen ons moeilijk voorstellen dat iemand zich aan de regie gestoord heeft, maar er is één bedenking: regisseur Podalydès weet de humor die in de handeling en in de muziek aanwezig is, onvoldoende te vertalen naar de scène.

We herinneren ons nog de productie van Jérôme Savary die een aantal seizoenen geleden in Luik gespeeld werd en waarbij we ons geregeld een deuk lachten. Podalydès slaagt er enkel in af en toe een glimlach op onze lippen te doen verschijnen. Toch wel een gemiste kans.

Muzikaal heeft Rossini vooral geput uit Il viaggio a Reims, een cantate die hij schreef ter ere van de kroning van Karel X en die vermoedelijk nooit meer uitgevoerd zou worden. Een duidelijke onderschatting van Rossini, want het werk is nu een repertoirewerk geworden. De partituur sprankelt van de eerste tot de laatste noot en de jonge Spaanse dirigent Jordi Bernàcer laat het orkest van de ORW spelen met aangename tempi en mooie crescendi zonder ooit de solisten te overstemmen. Helaas slaagde hij er niet steeds in om het koor samen te laten zingen.

Tot de Rossini renaissance aan het einde van de vorige eeuw was het moeilijk om voor de hoofdrol een zanger te vinden die over voldoende techniek, volume en hoogte beschikte. Ondertussen is er wat meer keuze en in Luik hoorden we de Italiaanse tenor Antonino Siragusa als Comte Ory, een zanger die we de voorbije twintig jaar vaak aan het werk hoorden en zeker over de vereiste vocale kwaliteiten beschikt voor de rol. Alleen, Le comte Ory is een Franse opera en vraagt om een wat andere stilistische benadering dan de Italiaanse werken van Rossini. We vonden iets te weinig variatie in de zang van Siragusa en stoorden ons aan de (talrijke) met volle stem gelanceerde hoge noten die met wat falset of voix mixte veel beter tot hun recht zouden komen.

Onze landgenote Jodie De Vos werd aangekondigd als ziek maar wist een vocaal aantrekkelijke gravin Adèle neer te zetten. We hoorden een eerder kleine stem maar met een zeer goede techniek en originele variaties in de aria’s. Haar personage werd niet neergezet als een puriteinse jonge vrouw maar eerder als een waardige vrouwelijke tegenhanger van de graaf. Maria José Lo Monaco was meer dan uitstekend in de broekrol van de page Isolier, een rol die haar duidelijk beter ligt dan die van Adalgisa in Norma vorig seizoen. Enrico Marabelli vervolledigde met welluidende bariton en veel komisch gevoel het belangrijkste solistenkwartet. Bij de kleinere rollen vonden we het opmerkelijk dat Laurent Kubla als de gouverneur niet de kans kreeg om zijn aria in het eerste bedrijf te zingen.

Al bij al een degelijke voorstelling die echter niet het niveau haalde dat we de laatste tijd van de ORW gewend zijn. Maar als verstrooiing tijdens de jaarwisseling kan het zeker dienen.

Er zijn nog voorstellingen in de Luikse opera op 29 en 31 december en op 2 januari 2019.

H.D. (Gepubliceerd op 28/12/2018)