Silicon Valley meets De Munt

Frankenstein

T. Lehtipuu (Creature), W.Dazeley (Prosecutor), H. Van Kerkhove (Justine), E. Marguerre (Elizabeth) en S. Hendricks (Victor Frankenstein) (Foto © B. Uhlig)

Frankenstein, opera van Mark Grey  op een libretto van Júlia Canosa i Serra. Gebaseerd op de roman Frankenstein van Mary Shelley.
Bijgewoonde wereldpremière op 8 maart 2019 in De Munt te Brussel.

Victor Frankenstein: Scott Hendricks
Creature: Topi Lehtipuu
Elizabeth: Eleonore Marguerre
Dr. Walton: Andrew Schroeder
Henry: Christopher Gillett
Blind Man / Father: Stephan Loges
Justine: Hendrickje Van Kerckhove
Prosecutor: William Dazeley

Muzikale leiding: Bassem Akiki
Symfonieorkest en Koor van De Munt
Koorleider: Martino Faggiani
Regie: Àlex Ollé

Muzikaal:
Scenisch:

Een van mijn dierbaarste muzikale herinneringen wordt gevormd door de Beethovencyclus van het Amsterdams Philharmonisch Orkest in de jaren 80 van de vorige eeuw, onder leiding van de innemende Ken’ichiro Kobayashi, inmiddels bijna 80 jaar oud. Het publiek beschouwde de sympathieke Japanner als een huisvriend, en toen tijdens Beethoven IX de tenor niet verscheen omdat hij laveloos door de Amsterdamse hoerenbuurt zwierf, nam Kobayashi de tenorpartij voor zijn rekening: Ken’ichiro Kobayashi werd voor eeuwig in de Amsterdamse harten gesloten. De programmering van destijds zouden Mensen van Nu “niet van deze tijd” noemen, een retrospectieve aanbeveling die ten volle werd waargemaakt. Elk concert in de cyclus had dezelfde opzet: een Beethoven-ouverture, een Beethoven-concert (piano, viool, triple) en een Beethoven-symfonie.

Men genoot, en dat kon natuurlijk niet. We werden al snel geconfronteerd met de opvoedkundige programmering: jullie willen Mozart? Vooruit dan maar, maar we duwen jullie voor je eigen bestwil wel een half uurtje Alban Berg door de strot. Nog later kregen we de concerten en (opera)series met “thema’s” als Mens en Gedachte, Doodsdrift en Creatie, Geketend of Getekend, etc. etc. Is u in deze materie geïnteresseerd, dan raad ik u de dvd-box “Je Blijft Lachen Met André” aan.

Genoemde Alban Berg behoorde samen met zijn kompanen Arnold Schönberg en Anton Webern tot de Tweede Weense School. Het begrip atonaliteit deed zijn intrede en Webern-deuntjes fluitende slagersjongens vormden een duidelijke minderheid in het Gilde der Deuntjes Fluitende Slagersjongens. In een artikel van wetenschapsjournalist Richard Gray zet hij uiteen waarom menig muziekliefhebber niet overenthousiast wordt van atonale muziek: onze hersenen kunnen het niet aan. Het menselijk brein worstelt om patronen te vinden die het nodig heeft om composities ook echt als muziek te begrijpen. Dus houdt u niet van atonale muziek, laat u dan niet door Mensen van Nu aanpraten dat u een kleinburgerlijke onbenul van het type “Eine kleine Nachtmusik” bent. In zijn boek  “The Music Instinct” stelt een andere wetenschapsjournalist, Philip Ball, vast dat veel mensen moeite hebben met moderne klassieke muziek; die moeite komt dus voort uit de natuur van het menselijk brein en wordt niet veroorzaakt doordat men “too musically stupid” is om deze muziek te waarderen.

Ook de opera bleef niet onberoerd door muzikale vernieuwing. Hoewel sommige operacomponisten in wezen voortgingen op de weg die 300 jaar geleden was ingeslagen, bijvoorbeeld Britten, stelden anderen zich in dienst van een Umwertung aller Operwerte. Na de Tweede Wereldoorlog viel te vernemen dat de opera  “een ouderwetse kunstvorm” was.  Zonder tonaliteit is het lastig een aardig verhaal te vertellen, dus werd het verhaal een minor detail; soms ging de opera letterlijk nergens over, zoals Einstein on the Beach van Philip Glass, of ontbrak tekst helemaal, zoals in Séraphin van Wolfgang Rihm.

 

Real-time video en digitale elektronica

Tegenwoordig hebben real-time video en digitale elektronica hun intrede in de moderne opera gedaan. Met Frankenstein, vanaf 8 maart 2019 in de Brusselse Munt, componeerde Mark Grey, die door het leven gaat als music composer, sound designer and sound engineer, zijn eerste opera. Als sound designer knapte hij klusjes op voor o.m. de MET (Doctor Atomic, Nixon in China, Death of Klinghoffer e.a.). Als componist maakte hij in 2003 met het Kronos Quartet zijn debuut in  Carnegie Hall. Zijn muziek werd vervolgens overal ter wereld uitgevoerd; onder meer in de Sydney Opera House Concert Hall, in het Théâtre de la Ville in Paris, in het Barbican Centre in London, in Het Muziektheater in Amsterdam en in Carnegie Hall’s Zankel Hall.  Op dit moment is hij als sound designer ook betrokken bij de opera Girls of the Golden West van John Adams (1947) die tot en met 17 maart in Het Muziektheater uitgevoerd wordt. In Brussel vond dan op 8 maart 2019 de wereldpremière plaats van zijn eerste opera, Frankenstein, geïnspireerd op de klassieke roman van Mary Shelley en geregisseerd door de onvermijdelijke Àlex Ollé, die -wat waar is, is waar- ons aangenaam verraste met een overweldigend spektakel vol indrukwekkende (technologische) vondsten. “Moderne”, technologisch-inventieve regies als die van Ollé’s La Fura dels Bauls passen uitstekend bij contemporaine opera’s, maar niet bij La Bohème.

De roman waarop de opera gebaseerd werd, Frankenstein (1816) van Mary Shelley, was in feite de allereerste sciencefictionroman, waarin een kunstmatig gecreëerd wezen eigenlijk een goedzak is, maar desalniettemin een hoop narigheid aanricht. Merkwaardigerwijs wordt met de naam “Frankenstein” vaak ten onrechte verwezen naar het geschapen monster, maar het is de naam van de schepper van het monster: Dr. Victor Frankenstein.

Nu, tweehonderd jaar na de publicatie van Shelley’s roman, is de Amerikaanse componist Mark Grey voor zijn eerste avondvullende opera teruggegaan naar het oorspronkelijke verhaal dat niet gewoon “geactualiseerd” werd, maar zelfs naar de toekomst werd verplaatst, een “antropogene” ijstijd die is veroorzaakt door de rampzalige invloed van de mens op aarde. In het jaar 2816 ontdekken de leden van een onderzoeksexpeditie een merkwaardig creatuur. Het in de permafrost ingevroren schepsel komt tot leven en gaat in gedachten terug naar begin 19e eeuw, toen hij geschapen werd door Victor Frankenstein, en naar alle onplezierige gebeurtenissen die volgden.

 

Aardige paradox

Grey’s Frankenstein is een opera die gebruikmaakt van geavanceerde technologie en tegelijkertijd waarschuwt voor diezelfde geavanceerde technologie, een alleraardigste aardige paradox. “Ik denk dat technologie een grote rol zal spelen op het operapodium. We lopen voorop”, zegt Grey, en daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben. Volgens Grey neigt versterkt geluid ertoe om “tweedimensionaal” te zijn terwijl het geluid van een traditionele opera breder en intiemer is. Maar zelfs voor opera, aldus Grey, verandert de manier waarop we ernaar luisteren. Het operageluid van live-uitzendingen in bioscopen verschilt wezenlijk van het geluid dat in een operahuis te horen is; nieuwe operabezoekers zullen meer vertrouwd zijn met het scherp gedefinieerde digitale geluid en hedendaagse operacomponisten zullen steeds vaker alle paden en zijpaden van het immense elektronische landschap bewandelen.

Dit betekent niet dat de door Grey bij Frankenstein gecomponeerde muziek uitsluitend een elektronische freak show is. Integendeel. De partituur bevat verscheidene melodieuze passages en kan met de beste wil van de wereld niet “ontregelend” genoemd worden. Wij constateerden dat Richard Strauss en Richard Wagner zich niet op lichtjaren afstand bevonden, toen Grey zijn indrukwekkende partituur neerpende, en zelfs West Side Story deed een duit in het zakje. Ik meen zelfs dat sommige harmonieuze wijsjes wel degelijk nafluitbaar zijn voor de gevorderde slagersjongen; tonaliteit kreeg een eerlijke kans, terwijl chromatiek en atonaliteit slechts spaarzaam uit hun hok werden gelaten om een luchtje te scheppen. Vocale partijen die geheel los leken te staan van de orkestrale “begeleiding”, tja, dat was even wennen voor de fossiele operaliefhebber; een onafhankelijk registrerend linker- en rechteroor zou enorm helpen. Opvallend was de nadrukkelijke -en fraaie- aanwezigheid van het koper, wellicht toe te schrijven aan het feit dat Grey zelf een niet-onverdienstelijk trombonist is. De eerste acte kwam wat moeizaam op gang, werd zelfs een beetje saai (veel van hetzelfde), met weinig muzikale variatie of variatie for the sake of variatie: maar ja, het moest immers een avondvullende voorstelling worden, en het prachtig zingende koor maakte veel goed. Toch had een half uurtje inkorten geen kwaad gekund, men wordt ook dorstig zo tegen 10 uur ’s avonds. Gezegd moet worden dat het uiterst boeiende spektakel van de tweede acte, waarin het monster op visueel en muzikaal aangrijpende wijze aan zijn eind komt, veel goed maakte.

[Even tussen ons: waarom hebben “moderne opera’s” vaak zulke idiote zinsaccenten? Een normaal mens zegt toch “My future is in his HANDS”, met het accent op “hands” of “his”, al naar gelang de betekenis. Hier werd het: “My future is IN his hands”, met de (onbedoelde) nadruk op IN, wat idioot klinkt.]

In 2003 maakte Grey zijn debuut als componist in Carnegie Hall, met het Kronos Quartet. Als operacomponist heeft Grey op min of meer Konwitschny-achtige wijze een beetje aan het verhaal van Frankenstein gesleuteld; in de oorspronkelijk roman zitten “te veel mannen”, aldus Grey, en dat kan natuurlijk niet anno 2019, en zeker niet bij een wereldpremière op Internationale Damesdag. Daarom is er een fikse, zeer lyrische rol geschreven voor Elizabeth Frankenstein, de verloofde van Victor Frankenstein, vertolkt door  Eleonore Marguerre die er met een stralende sopraan fraai invulling aan gaf. Scott Hendricks, nog maar een paar weken geleden te zien en te horen als Barnaba (La Gioconda), ook in De Munt, was met zijn energieke bariton een overtuigende Dr. Frankenstein. Mark Grey focust in zijn opera op de tragiek van het monster, de outcast. Men verwacht hier een zwaar bassende Boris Karloff lookalike, maar Grey koos voor een lichte, empathie opwekkende lyrische tenor, Topi Lehtipuu (een bekend Almaviva-vertolker) die ook nog eens sensationeel goed acteerde in zijn rol van “Creature”. Een prachtige rol was er ook voor Hendrickje Van Kerckhove (Sandmännchen bij DNO in 2015), die met haar heldere stemgeluid een wrange en aangrijpende vertolking gaf van de tragische Justine, die de moord op William Frankenstein in de schoenen geschoven krijgt en dat met de dood moet bekopen. Mooie toneelbeelden, knappe muziek.

Dirigent Bassem Akiki voelt zich als een vis in het water van de contemporaine muziek en begeleidde al eerder in De Munt een hedendaagse opera (in 2017), namelijk Matsukaze van de Japanse componist Toshio Hosokawa. Barbara Hannigan nam toen de titelrol voor haar rekening, terwijl talloos veel miljoenen hadden gehoopt haar als dirigentesse aan het werk te mogen zien. Het leven is vol teleurstellingen.

Hoewel wij verstokt belcantoliefhebber zijn, maakte Frankenstein bepaald indruk op ons. De immer verkeerd geïnterpreteerde uitspraak van Wagner, “Kinder macht neues”, is hier nu eens wel van toepassing. Niet zelden wierpen wij schabouwelijke, libretto-verkrachtende regisseurs voor de voeten: maak dan je eigen opera!

Welaan, een eigen opera maken, dat hebben Grey en Ollé gedaan. Met indrukwekkend resultaat. Chapeau!

Op 15 maart is er om 20:00h CET een livestream op: https://operavision.eu/en/library/performances/operas/frankenstein

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 9 maart)

 

3 Comments

  1. Fred Coeleman schreef:

    altijd leuk om je mooie goede en vooral lekkere recensies te lezen, maar deze Frankenstein laat ik effe schieten, er is nog voldoende anders moois te horen en te zien.

  2. Truus Blenderman schreef:

    Weer een prachtig verhaal. Inderdaad, schrijf je eigen opera. Mooi dat dat dit keer is gelukt. Klein foutje: Er staat: ” vanaf 8 maart 2029 te zien”, Al speelt het verhaal in de toekomst, dit moet vast 8 maart 2019 zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.