EEN AVOND OM TE KOESTEREN – MET ENKELE VLEKJES

Luisa Miller

Plácido Domingo as Miller, Sonya Yoncheva as Luisa and Piotr Beczała as Rodolfo. (Photo: Chris Lee / Met Opera)

Luisa Miller, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Salvatore Cammarano, gebaseerd op de tragedie Kabale und Liebe van Friedrich von Schiller. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro San Carlo in Napels op 8 december 1849. Voorstelling in de Metropolitan Opera, New York, op 9 april 2018.

Luisa Miller: Sonya Yoncheva
Rodolfo: Piotr Beczala
Miller: Plácido Domingo
Wurm: Dmitry Belosselskiy
Walter: Alexander Vinogradov
Federica: Olesya Petrova

Metropolitan Opera Chorus & Orchestra
Dirigent: Bertrand de Billy
Regie: Elijah Moshinsky

Muziek:
Regie:

Het is alweer een tijd geleden dat Verdi’s, op Schillers Kabale und Liebe gebaseerde Luisa Miller in de MET te zien was. Dit meesterwerk is dan ook geen jukebox met de ene Verdi-operahit na de andere. De MET heeft desalniettemin besloten om Luisa Miller weer eens op het programma te zetten. Men gebruikt daarvoor de prachtige realistische set van Elijah Moshinsky van enkele tientallen jaren geleden, maar heeft om volstrekt onverklaarbare redenen besloten om ​​kostuumontwerper Santo Loquasto “iets aan de kostuums te laten doen”. Dus de Tiroolse Alpen en het 17e-eeuwse dorp, zoals gecreëerd door Moshinsky, zijn nu opgeleukt met kostuums, uniformen en wapens uit het laat 19e-eeuwse Engeland. Een volstrekt bespottelijk idee, dat niets aan het drama toevoegt. Voor degenen die bekend zijn met de plot, is het een en ander nogal verwarrend, en dat is in het huidige tijdsgewricht helaas een pluspunt.

Hoe dan ook, wij waren allang blij dat de actie niet “verplaatst” was naar WOII; ook wasmachines, apen en astronauten ontbraken gelukkigerwijs. Wij verlustigden ons in de “nieuwe oude” kostuums en in de schitterende decors. Maar als iemand een verklaring heeft waarom de zangers tientallen trappen in en rond de kamer van graaf Walter op en af moesten rennen – laat het ons weten.

Laten wij ons op de belangrijkste reden voor ons operabezoek richten: de zangers. Een cast om je vingers bij af te likken.
Wij bezochten de vierde uitvoering in de reeks van deze cast. Helaas was de MET volgestouwd met camera’s, misschien als generale repetitie voor de komende “MET, live in HD” die op 14 april wereldwijd in bioscopen te zien zal zijn. Het gedoe leek sommige zangers nogal nerveus te maken en tot het maken van foutjes te verleiden. Een verkeerde noot hier, een verkeerd tempo daar, af en toe een vergeten woord, een paar onzekere bewegingen. Allemaal niet zo heel belangrijk, maar alle minpuntjes opgeteld wierp dit toch een kleine smet op de algemene goede indruk.

Sonya Yoncheva heeft alles wat nodig is voor een Luisa: een stem die groot genoeg is om de MET te vullen, veelzijdig genoeg om zowel de hoge als de lagere tonen spatzuiver te raken en: een natural beauty. Haar portret van het lijdende meisje was uiterst indrukwekkend; haar stem was dat hier en daar wat minder.

De hoge noten werden er soms uitgeperst tot op het schelle af. Aan de andere kant klonk haar stem in de lagere regionen zonder meer engelachtig.

Piotr Beczala, haar Rodolfo, had aanvankelijk te kampen met enkele onzekerheden, maar liet ons uiteindelijk genieten van zijn krachtige stem met die bekende prachtige hoge noten en het fraaie, “brons-metalige” timbre. Beczala kwam op ons wat te tam en “te aardig” over voor een gepassioneerde, furieuze minnaar die zich verraden voelt door zijn bruid en bereid is haar te vermoorden.

Plácido Domingo, baritenor, maakt zijn debuut in de rol van Miller. Het is de 149ste rol voor deze 77-jarige, uniek in de operageschiedenis. Domingo is geen echte Verdi-bariton, maar storen doet dat niet. Zijn uitbeelding van de liefhebbende vader die zijn dochter verliest door intriges en verraad is hartverscheurend. Domingo toont diep begrip voor zijn rol en laat als geen ander zien wat totale inzet voor en toewijding aan opera betekenen. Dat het publiek in de MET hem overlaadde met het langste en luidste applaus wekte geen verwondering.

Dmitry Belosselskiy als Wurm beschikt over een sterke, fraaie bas. Hij deed zijn uiterste best het slechte karakter te tonen dat van hem verwacht werd, maar ook hij leek te aardig om het pure kwaad te vertegenwoordigen. Graaf Walter werd gezongen door de Russische Alexander Vinogradov. En hoewel zijn rol niet echt groot is, maakte hij er een sterk optreden van. Hij imponeerde door zijn veelzijdige, donkere en toch kleurrijke bas, met zijn begrip van Verdi en met zijn acteerkwaliteiten. Hoewel hij nog vrij jong is, was hij toch een geloofwaardige vader van Rodolfo. Ook de rol van Federica werd heel goed gezongen. Olesya Petrova heeft een romige, warme mezzo die ook veilig is in de hogere regionen.

Wat de muzikale leiding van Bertrand de Billy betreft bleven wij enigszins op onze honger zitten; het klonk allemaal wat ongeïnspireerd, oubollig haast en de tempi waren nogal aan de trage kant. Er waren ook enkele misverstandjes tussen orkest en zangers.

Deze Luisa Miller is een vrij goede uitvoering met een indrukwekkende cast, enigszins ontsierd door enkele vlekjes. Als die eenmaal weggewerkt zijn gloort er eeuwige roem.

Gabi Eder / Olivier Keegel  (Gepubliceerd op 12/4/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.