EEN MUZIKAAL SPROOKJE

Cendrillon

A scene from Massenet’s Cendrillon. Photo: Ken Howard / Met Opera

Cendrillon, opera van Jules Massenet op een Frans libretto van Henri Caïn, gebaseerd op Perrault’s 1698 versie van het sprookje Assepoester. Voor het eerst opgevoerd in de Salle Favart te Parijs op 24 mei 1899. Deze productie werd eerst gespeeld in de Santa Fe Opera en is een co-productie met de operahuizen van Londen, Barcelona, Brussel en Rijsel. Voorstelling in de Metropolitan Opera New York op 12 April 2018.

Pandolfe: Laurent Naouri
Madame de la Haltière: Stephanie Blythe
Noémie: Ying Fang
Dorothée: Maya Lahyani
Lucette, known as Cendrillon: Joyce DiDonato
The fairy godmother: Kathleen Kim
Prince Charming: Alice Coote

Metropolitan Opera Chorus & Orchestra
Dirigent: Bertrand de Billy
Regie: Laurent Pelly

Muziek:
Regie:

Massenets Cendrillon in de MET op 12 april 2018 was een drievoudige première: het was de allereerste keer in de geschiedenis van de MET dat Cendrillon werd uitgevoerd, het was bovendien de Gala-première van deze serie voorstellingen en het was de eerste keer dat uw recensent deze sprookjesopera live bijwoonde. Nooit eerder zagen of hoorden wij Massenets Cendrillon. Voor een optimale maagdelijke ervaring hadden wij ook vooraf geen opnamen beluisterd, waarmee al het vergelijkingsmateriaal qua zangers, dirigenten of orkesten wegviel. Wij bekeken de partituur en voor de rest besloten wij om ons te laten verrassen.

De regie was zeer minimalistisch. Het toneelbeeld bestond uit muren, waarop gekalligrafeerde Franse teksten uit het originele sprookje Assepoester. Scènewisselingen bestonden uit het verplaatsen van meubels, een paar stoelen, een bed, een schoorsteen, meer was het eigenlijk niet. Het werkte overigens prima! Dankzij de schitterende kostuums en de belichting werd er inderdaad een magische sfeer gecreëerd, waarbij er genoeg ruimte overbleef voor de fantasie, en waarmee bovendien optimaal aan de smaak van het Amerikaanse publiek tegemoet werd gekomen. Datzelfde Amerikaanse publiek gedroeg zich alsof het bij het equivalent van de André van Duin Show was: een vrolijk pasje op het toneel en het bulderende gelach was niet van de lucht. Een extravagant kostuum: hysterische lachbuien. Nou ja, eigenlijk was alles om te gieren. Zelfs Cendrillon die in een duidelijke dip zat omdat zij haar beminde prins verloren was, werd als een ijzersterke grap ervaren. Ik durf mijn hand er niet voor in het vuur te steken dat de meerderheid überhaupt naar het zingen der solisten luisterde.

Wij luisterden wel, en verlieten de avond innig tevreden, hoewel Joyce DiDonato niet echt voldeed aan de hoge verwachtingen die wij gekoesterd hadden: Joyce DiDonato immers! Haar stem is fraai van klank en is vooral overtuigend in het middenbereik. Ook het hogere register leek geen problemen op te leveren. Maar bij het vasthouden van een lange toon werd het wobbly. Een incidentele gedachte aan een nieuwe Notenkraker drong zich op, gelukkig niet te vaak. Verder waren haar zang en spel heerlijk.

Haar prins, Alice Coote, maakte indruk met haar sterke en kleurrijke stem, veilig en krachtig in alle registers. In sommige duetten werd het echter moeilijk om de twee mezzo-stemmen te onderscheiden, zo leken ze op elkaar. Maar hun interacties, hun hartverwarmende inzet en magnifiek acteertalent waren om van te smullen.

A night at the opera

De Fee, vertolkt door Kathleen Kim, deed het bijzonder goed. Haar stem was perfect voor deze rol, echt sprookjesachtig zoet en uiterst fraai in de toptonen. Ze zong met gemak, en ze zag eruit als de ideale fee met haar betoverende, lichtblauwe jurk.

Een ander hoogtepunt was Stephanie Blythe. Haar indrukwekkende fysieke verschijning ondersteunde haar sterke, veelzijdige stem met een breed bereik, maar ook de komische kant van haar rol. Samen met haar stumperige echtgenoot Pandolfe, vertolkt door Laurent Naouri, kreeg ze de lachers op haar hand en scoorde zij het ene applaus na het andere. Pandolfe was ook een prima komisch acteur, maar zijn zang maakte niet zoveel indruk op mij als die van Blythe. Misschien was het zo bedoeld, maar voor mij klonk Naouri nogal ongepolijst en rauw. Stoorde niet echt voor een komisch personage als Pandolfe.
De stiefzusjes van Cendrillon werden vlekkeloos uitgevoerd door Ying Fang en Maya Lahyani. Dit kan ook gezegd worden voor de overige rollen.

Bertrand de Billy, die me niet had overtuigd in Luisa Miller, overtuigde nu wel. Hij leidde het orkest met soepele hand, de orkestleden leken door de partituur te dansen en deden bescheiden een stapje terug wanneer de stemmen meer ruimte nodig hadden. Misschien hadden een of twee houtblazers blijkbaar liever Verdi gespeeld dan Massenet, maar dat zijn maar details.

Wij hadden de indruk dat het publiek deze avond vooral “vermaakt” wilde worden, en niet op een manier die traditioneel met de opera verbonden is. Het constante gegiechel nam vrij irritante vormen aan en er werd geklapt op momenten dat daar absoluut geen aanleiding toe was. Toch konden deze storende factoren geen beletsel vormen om de avond het brevet “geslaagd” toe te kennen. Er waren een paar foutjes, maar het acteerwerk was geweldig en de minimalistische regie was een schot in de roos.

Deze productie wordt wereldwijd in cinema’s gespeeld (MET Live in HD) op zaterdag 28 April 2018.

Gabi Eder / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 14/4/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.