WAGNERS HOOGLIED ALS ARTISTIEKE TRIOMF

Tristan und Isolde

Stephen Gould (Tristan) en Ricarda Merbeth (Isolde) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde, opera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in München op 10 juni 1865. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 18 januari 2018.

Tristan: Stephen Gould
König Marke: Günther Groissböck
Isolde: Ricarda Merbeth
Kurwenal: Iain Paterson
Melot: Andrew Rees
Brangäne: Michelle Breedt
Ein Hirt: Morschi Franz
Ein Steuermann: Roger Smeets
Ein junger Seemann: Martin Piskorski

Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera

Muzikale leiding: Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Muzikaal:
Scenisch:

Tristan und Isolde

Stephen Gould (Tristan) en Ricarda Merbeth (Isolde) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde

Ricarda Merbeth (Isolde) en Michelle Breedt (Brangäne) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde

Ricarda Merbeth (Isolde) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde), Ian Paterson (Kurwenal), Andrew Rees (Melot) en Michelle Breedt (Brangäne) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde

Stephen Gould (Tristan) en Ian Paterson (Kurwenal) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde

Akte 3. Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde), Günther Groissböck (König Marke), Ian Paterson (Kurwenal), Andrew Rees (Melot), Michelle Breedt (Brangäne) en Roger Smeets (Ein Steuermann) (Copyright (c) DNO 2018)

Tristan und Isolde

Stephen Gould (Tristan) en Ian Paterson (Kurwenal) (Copyright (c) DNO 2018)

Creatief met opera. Opdracht. U speelt mythologisch leentjebuur en schrijft het volgende verhaal:
Een zekere Isolde wordt door een zekere Tristan per schip getransporteerd om te trouwen met een koning, genaamd Marke. Isolde is niet blij dat ze door Tristan genegeerd wordt. Dat is inderdaad niet aardig van Tristan omdat Isolde hem eerder van de dood heeft gered, waarna Tristan (aka Tantris) haar eeuwige trouw had gezworen. Isolde baalt als een stekker en neemt zich voor wraak op Tristan te nemen en meteen ook maar de hand aan zichzelf te slaan. Ze drinken samen een gifbeker leeg, maar het gif blijkt een liefdesdrank. Die heeft het verwachte effect. Edoch, de geliefden hebben toch even buiten de waard gerekend: koning Marke is er ook nog en komt verhaal halen. Tristan heeft genoeg van al het schabouwelijke gedoe en stort zich in het zwaard. Zwaargewond sterft hij in de armen van zijn Isolde, die bezwijkt. Koning Marke bemoeit zich er ook nog mee, maar wordt in een schermutseling dodelijk getroffen en zakt ineen naast Tristan. (En dan te bedenken, potverdorienogaantoe, dat Marke alleen maar was gekomen om Tristan te vergeven en om hem te verenigen met Isolde…)

Verrijk dit verhaal met een scheut gelukzalige zelfvernietiging van Schopenhauer (Life sucks when you’re having fun), sla het akkoord F, B, Dis, Gis aan op uw piano en maak van deze ingrediënten vervolgens een netto vier uur durende opera, waarbij je gewapend met een chromatisch zwaard en passant het fundament onder de klassieke muziek wegslaat.

Gelukt? Gefeliciteerd, u is een tweede Richard Wagner. U schrijft vervolgens aan uw beste vriendin: “Lieverd! Die Tristan wordt een ramp! Die laatste akte! Ik ben bang dat de opera verboden wordt, tenzij deze alsnog door een slechte opvoering in een parodie verandert; alleen middelmatige opvoeringen kunnen me redden! Een geslaagde opvoering zal de mensen gek maken, dat kan haast niet anders. Dat het zover met me moest komen…”

Dat Wagner een niet te onderschatten impact op de psyche kan hebben, is genoegzaam bekend. De getroffenen verzamelen zich in zelfhulpgroepen, Wagner-“genootschappen” genaamd, die geheime vergaderingen bij kaarslicht beleggen waar men alleen toegang krijgt als men een aan de mythologie ontleend wachtwoord in het oor van een op Lange Frans gelijkende portier kan fluisteren. Neemt in het geheel niet weg dat Wagner alleraardigste muziek heeft geschreven. Zijn beste opera, zo zeggen de kenners, is Tristan und Isolde. De muziek van Wagner, waarvan altijd wordt gezegd: men dweept ermee of men heeft er een bloedhekel aan. De dwepers bedienen zich van een vocabulaire die begint met de L van “Leitmotiv” en eindigt met de T van “transfiguratie”. De andere partij vindt de sublieme 19e-eeuwse muziekcriticus Hanslick (“Wie ik wil vernietigen, zal vernietigd worden”) aan haar zijde: het Vorspiel van Tristan und Isolde deed hem denken aan het oude Italiaanse schilderij van een heilige wiens ingewanden langzaam met een haspel uit zijn lichaam worden getrokken. Dat heftige pro of contra Wagner zijn heeft wel iets deftigs, het suggereert deskundigheid, maar is geheel onnodig en ook tamelijk vermoeiend. Een ontspannen houding is, zoals altijd, sterk aan te raden. Waarom niet nu eens tot tranen geroerd, dan weer een klein uiltje geknapt. Immers, u heeft alle tijd om al uw preoccupaties de revue te laten passeren: Welk een sublieme orkestklank! Waar ga ik straks een biertje drinken? Of laat het alledaagse een paar uur los en stel je open voor de laag daaronder, zoals Stephen Gould (Tristan) in een interview suggereerde. Of: ga ik morgen koken of een pizza bestellen? Over die veronderstelde dwangmatigheden later meer.

 

Geen hupsafladder

De Tristan die op 18 januari in het Amsterdamse Muziektheater in première ging, is een coproductie met het Théâtre des Champs-Elysées en het Teatro dell’Opera (Rome), in een regie van Pierre Audi (veel stenen in derde akte). Uiteraard moest Amsterdam voorrang verlenen aan Parijs en Rome, in welke laatste twee steden deze Tristan over het algemeen goede kritieken kreeg; Audi & Wagner is een beproefde en gelukkige combinatie. Bij Audi gaat het, en dat is in het huidige tijdsgewricht minder voor de hand liggend dan het lijkt, om de hoofdpersonen, Tristan en Isolde. Geen hupsafladder eromheen, de uitvoering leek bij tijd en wijle welhaast semi-concertant. Hulde!  De setting is tijdloos, wederom: hulde!  De Audi-versie is tamelijk bewegingsloos en accentueert het metafysische van het werk. De kleuren c.q. het gemis aan kleuren en vooral de belichting zijn prachtig, evenals de silhouetbeelden in de derde akte. De abstraherende benadering van Audi komt wellicht niet tegemoet aan de wensen van het actiebehoeftige deel van het publiek, maar wel aan de psychologie van de personages.  Wel moest bij Pierre Audi iedereen dood op het eind, hetgeen naar mijn beste weten niet zo in het libretto staat. De achterliggende gedachte is ongetwijfeld “ik moet toch wát!”, opgediend in chique Liebestod-hoort-eigenlijk-niet-bij-de-opera cadeauverpakking. Een kniesoor….

Het zal de aandachtige lezer niet ontgaan zijn dat het in Tristan und Isolde om jongeheer Tristan en jongedame Isolde draait. De eerste wordt in Amsterdam gezongen door de Amerikaanse heldentenor Stephen Gould, die ons trakteerde op een hoeveelheid samengebalde passie en een fraai-krachtige stem die in de hogere regionen altijd volledig onder controle blijft en zelfs in de moordende derde akte nauwelijks iets van zijn glans verliest. Voor deze Amerikaan leek deze Tristan-partij gesneden koek. “Tristan is echt zijn ding”, hoorden wij een Bekende Nederlander (want première) in de pauze verklaren. Hoewel wij van deze formulering gruwden, konden wij het inhoudelijk met deze operakenner volledig eens zijn: wat een stem! Daar deden de door een plaatselijke kniesoor geconstateerde intonatiedingetjes in de derde akte weinig aan af.

De Duitse hoogdramatische sopraan Ricarda Merbeth transformeerde in het afgelopen jaar van Isolde in Tristan und Isolde tot Elisabeth in Tannhäuser; van Brünnhilde in Siegfried tot Gutrune in Götterdämmerung en Senta in Der fliegende Holländer. Men neigt tot de conclusie: dit is een Wagner-zangeres. En dat is zij dan ook, een van de internationaal vooraanstaande Wagner-interpreten van dit moment. Mevrouw Merbeth heeft overduidelijk vaker met het Wagner-bijltje gehakt; haar topnoten komen in het geheel niet overeen met Wagners aan Mathilde Wesendonck toevertrouwde wens tot een middelmatige uitvoering. Ze kwam wat vlakjes op gang en in het lagere register lijken er wat vlekjes weg te werken, maar haar topnoten zijn geweldig, nooit of te nimmer schreeuwerig, en haar middenregister is zo stabiel als het middenveld van Ajax in 1995. Haar duet met Tristan “So starben wir” aan het eind van de 2e akte was een hoogtepunt in de geschiedenis van het Amsterdamse Muziektheater. Der Dritte im Bund is de oude koning Marke, vertolkt door bas-bariton Günther Groissböck, die vorig seizoen in Amsterdam nog schitterde als Gurnemanz. Over hem kunnen we verder kort zijn: waarschijnlijk is hij op dit moment een van de beste keuzes, zo niet de beste keuze voor deze rol, 100% the right man for the job. Over zijn kwaliteiten als Lied-zanger zijn de meningen nogal verdeeld, maar zijn Wagner-rollen als Hunding, Fafner, Heinrich e tutti quanti zijn nu al legendarisch. Met zijn bekende indrukwekkende, warme en krachtige vocale aanwezigheid zette hij een superbe Marke neer. Michelle Breedt deed het als Brangäne uitstekend, en hetzelfde geldt voor Iain Paterson als Kurwenal en Andrew Rees als Melot. De vlekkeloze bijrollen van Morschi Franz, Roger Smeets en Martin Piskorski maakten het feest van pure kwaliteit compleet.

 

NedPho’s huwelijksreis

De solisten werden op schitterende wijze ondersteund en aangevuld door het werkelijk prachtig spelende Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht, die Wagner aanvoelt als bijna geen ander en zo langzamerhand als een echte Wagner-expert geldt. De echtverbinding tussen Albrecht/NedPho en Wagner begint op één lange, spectaculaire huwelijksreis te lijken.  Zijn onberispelijke interpretatie is verfijnd en deed ons bij tijd en wijle op prettige wijze van de wereld geraken. Zijn Vorspiel van de eerste en vooral van de derde akte was van een hemelse schoonheid.

Nogmaals: het cliché wil dat men vehement vóór of tegen de muziek van Wagner is. Sinds zijn dood in 1883 scharen musicologen, psychologen, filosofen, cultuurhistorici en biografen zich óf in een pro-Wagneriaans óf in een anti-Wagneriaans kamp. Het is, zoals hierboven aangegeven, echter heel goed mogelijk om géén partij te kiezen, de gulden middenweg is niet hermetisch afgesloten. Men hoeft geen fervent Wagneriaan te zijn om diep onder de indruk te zijn van zijn muziek, zeker als er zo excellent gemusiceerd wordt als tijdens deze uitvoering door De Nationale Opera. Men kan Wagner erkennen als visionaire schepper van muziektheater, die tevens een onaangenaam mens, een dweper, een rokkenjager en een streber van de ergste soort was. Net een mens dus. Hoewel, “Is Wagner überhaupt een mens? Is hij niet eerder een ziekte? Hij maakt alles wat hij aanraakt ziek. Wagner heeft het effect van overmatig alcoholgebruik. Hij stompt af, hij ontregelt het maagslijm.” Zo dacht Friedrich Nietzsche er op een gegeven moment over. Hij was ongetwijfeld van mening veranderd als hij deze Tristan und Isolde door De Nationale Opera had bijgewoond. Welk een onvoorwaardelijk feest!

Er zijn nog voorstellingen op 22, 25, 30/1, 4, 7, 10 en 14/2/2018.

(Olivier Keegel (Gepubliceerd op 19/1/2018)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

22 Comments

  1. Jan de Jong schreef:

    24 uur later nog onder de indruk van deze voorstelling die tot nadenken stemt. Een zeer cerebrale Tristan und Isolde, maar zeker niet koudbloedig.
    Ik moet het allemaal nog even op me in laten werken en kijk uit om nog een keer te gaan.

  2. Fred Coeleman schreef:

    Ja, het is inderdaad een geweldige avond geweest. Dat iedereen dus aan het einde van de opera overleden is, is natuurlijk op zich al wel heel vreemd, maar goed, als de regisseur dat wil. Maar even terug naar de 1e Akte, waarin de toverdoos van de moeder van Isolde tevoorschijn komt. Daar zitten een aantal vreemde zaken in. Als je goed zit, zie je wel dat de liefdesdrank in een doorzichtig glazen karaf zit. En de boze doodsdrank in een zwarte karaf zit. De zwarte karaf wordt aan Isolde en aan Tristan gegeven. Maar ook zus Brangane zet , zeer overduidelijk ook de zwarte karaf aan haar mond en valt op de grond……… wat daarvan de diepere bedoeling was……..
    Het Nederlands Philharmonisch Orkest was vijf sterren, en dat een aantal van hun nog voordat ik een borrel kon drinken al aan het bier waren, stemt mij nog veel meer van geluk dat ik dat heb mogen meemaken. Ga als er nog kaarten zijn, het is de moeite waard

  3. Stefan Caprasse schreef:

    Voorwaar een prachtige (en positieve !) recensie !

    Ik heb deze produktie al in Parijs gezien…

  4. Sharon schreef:

    Een heerlijke recensie! Ik zou willen dat ik naar deze productie kon gaan….. 🙁

  5. Ray schreef:

    Ja, die Wagnergenootschappen zijn een bedreiging voor de nationale veiligheid!!! 🙂 Hahaha… Maar serieus: mooie recensie hoor, mr Keegel, humoristische en informatief.

  6. Stefan Caprasse schreef:

    Hierbij een oproep om eens op Place d’Opera te kijken hoe me daar tegenwoordig door sommigen behandeld wordt!!!

    • Kersten van den Berg schreef:

      Kom op, Stefan! Wat meer relativeren en wat minder lange tenen. En je misschien wat meer beperken tot jouw zeer gewaardeerde hout snijdende commentaren. Ja toch?!

      • Stefan Caprasse schreef:

        Bedankt voor de steun, maar zelfs iemand met minder lange tenen zou hierbij zijn geduld verliezen.
        En mijn ‘hout snijdende’ commentaren worden door sommigen blijkbaar vooral ‘nietszeggend’ bevonden.
        Maar bon, vermits ze ook geapprecieerd worden, zal ik proberen te relativeren en minder de Calimero uit te hangen…

        • Maria schreef:

          Ach ja, Place de l’Opera… Das war einmal, zoals men zegt. Ik zag weinig reuring onder de recensie van Tristan&Isolde. Dat was vroeger wel anders. Er staat wel een Maria, maar dat ben ik dus niet. Er zijn meer hondjes die Fikkie heten en ik ga pas op 4 februari. Maar ik snap wat meneer Caprasse bedoelt: Fred is wel erg onaardig bezig. Wat is er toch over van het idee van “Operaliefhebbers, wees aardig voor elkaar” en “houd het taalgebruik netjes”? Kennelijk geldt dat niet meer. En de redactie lijkt geen tijd meer te hebben om te redigeren of mensen tot de orde te roepen. Trek het u niet aan, meneer Caprasse. Rare figuren heb je overal – en internet is ook voor hen vrij toegankelijk.
          Meneer Keegel, ik heb de recensie met plezier gelezen en ik zal na 4 februari wel laten weten wat ik zelf dacht (en of ik nog een uiltje heb geknapt…)

          • Stefan Caprasse schreef:

            Bedankt voor Uw reactie, Maria. Tja, ik snap ook niet wat sommige mensen bezielt en waarom de redactie niet reageert. Als ik niet beter wist zou ik nog gaan geloven dat ze het goed vind dat op die manier sommige ongewenste personen worden weggepest. Maar dat is wellicht wat te paranoiek…
            Ma non piu!
            We kunnen ons beter verder gewoon met opera bezighouden.
            Ik ben benieuwd naar Uw bevindingen over de Tristan…

  7. Jan de Jong schreef:

    Gisteren voor de tweede keer geweest naar deze topproductie. Het verhaal stemt al niet vrolijk, maar Audi kiest ook nog eens voor een donkere interpretatie. Maar tegelijkertijd biedt de schoonheid van de kunst in dit totale muziektheater zo’n vertroosting.

    Heel in het bijzonder vond ik de tweede akte absolute top: zang, spel, decor, belichting waren van superieure klasse. Zeldzaam.

    Van de zangers (uitstekende bezetting over de breedte) wil ik speciaal Groissböck noemen. Wat een geweldige koning Marke. Dat is de moeilijkste rol in deze opera (niet de zwaarste), want de koning kan al gauw als een sul overkomen. Groissböck acteerde precies goed en zong hemels.

    Maar eigenlijk heeft Olivier Keegel hierboven alles al gezegd.

    PS Vraagje aan DNO: bent u al bezig met het inplannen van een nieuwe Ring met NedPho en Albrecht? Dat zou fantastisch zijn.

  8. Anna Minis schreef:

    Een verstandig besluit, mijnheer Caprasse! niet meer over tobben, u is geen ongewenst persoon en Fred is gewoon een plaaggeest. hij plaagt omdat u toehapt. Niet meer doen!
    Ik ben ook benieuwd wat Maria van deze Tristan vond.

  9. Gerard van der Leeuw schreef:

    IK WAS ER AGELOPEN DINSDAG. Inderdaad_een prachtige, maar sombere voorstelling. Allereerst het orkest: wereldtop! Nog nooit het begin van de derde acte zo ongelooflijk mooi gehoord. Da die acte dan vervolgens net iets te lang is en Tristan hier op sommige momenten ietsje te veel aan een overspannen Fidelio doet denken….. a la. Dan Koning Marke: ook al zelden zo mooi, zo ontroerend mooi gehord. Wat een stem. En hier is Wagner werkelijk een groot psycholoog (meestal verliest hij het op dat punt van Mozart). Groots.
    Over de dames was ik iets minder tevreden. Wel erg veel vibrato, maar mijn oren zijn dan ook flink gewassen door mijn liefde voor de Barok en de authentiekelingen. Maar Isolde groeide i haar rol, al vond ik de regie in de derde acte behoorlijk vreemd. Waarom ging ‘het gordijn dicht’ net als Isolde (eindelijk!!) bij haar gewonde Tristan is? En hoe zit het met de liefde van die twee? Waarom keken ze vrijwel niet na elkaar? En dat na al dat ‘een Engel, Leonore[, o, nee, pardon Isolde. De belichting was grandioos en de verstilde momenten nog het allermooist. Ik ben geen Wagneriaam, maar deze avond staat in mijn ziel gekerfd.

  10. Maria schreef:

    Het was een erg mooie voorstelling. De muziek was voortreffelijk en de zangers, ach, wat kan ik daar nog aan toevoegen? En ik houd wel van die sobere, wat kale ensceneringen.Toch waren er wel een paar pijnpuntjes. De kostuums hadden na de eerste akte toch een hoog irritatieniveau. Wie bedenkt nou om Tristan in de tweede akte het toneel op te sturen in een slecht zittend C&A regenjasje? En waarom die rare kledingstijlbreuk in de derde akte? Uit de inleiding voorafgaand aan de voorstelling begreep ik dat er lang en hard was nagedacht, waarna er diverse diepzinnigheden in de productie waren gestopt. Echt onbetaalbaar vond ik de inleider toen die in opperste ernst verklaarde: “die drank, dat is bij ons dus een steen” Ik ben vergeten waarom dat ook al weer was, maar ik zag er weinig logica in, aangezien de liefdesdrank (samen met de handeling van het drinken) toch een niet onbelangrijk onderdeel van het verhaal is. De meeste diepzinnigheden heb ik vermoedelijk gemist, want ik had het druk met luisteren. Maar deze vergeetachtigheid deed aan het luistergenot geen afbreuk. Erg, erg mooi.

    • Stefan Caprasse schreef:

      Het is wel zo dat in de Wagnerversie de drank de liefde niet veroorzaakt (die is er al van voor het begin van de opera) maar ‘enkel’ aan het licht brengt (doordat de geliefden denken vergif gedronken te hebben en dus denken dadelijk te zullen sterven, voelen ze zich vrij om hun liefde te uiten).
      Maar of dat nu een reden is om van de drank een steen te maken. Zag U ze echt niet drinken? Ik herinner het mij niet meer van Parijs (waar ik deze produktie zag).
      In sommige versies is de Graal een steen, maar dat is natuurlijk een heel ander verhaal…

      • Maria schreef:

        Nee, er werd niets gedronken, meneer Caprasse. De geliefden hielden de steen vast en legden de hoofden tegen elkaar. Mooi beeld, zeker, maar met liefdesdrank (of veronderstelde doodsdrank) had het niet zoveel te maken.

        • Stefan Caprasse schreef:

          Mooi beeld inderdaad, maar niet logisch – het drinken van de vermeende doodsdrank is toch essencieel. In de gezongen tekst staat het trouwens expliciet:

          “Vergessens gütger Trank
          dich trink ich sonder Wank!”

          In de enscenering van Katharina Wagner in Bayreuth (die ik van de zomer voor het eerst ga zien) wordt de drank uitgegoten wat er kan op wijzen dat ze die drank niet nodig hebben om van elkaar te houden (wat zo is) maar ook dat is natuurlijk niet helemaal conform aan de tekst (wat me niet belet van er zeer naar uit te kijken).

          Zal de drank nog ooit ergens gedronken worden?!

        • Kersten van den Berg schreef:

          Sublieme productie maar jammer van dat storende gegoochel met de `drankjes` want het was juist zo denkrimpelloos genieten.

  11. joke van dijk schreef:

    gisteren geweest en zit er nog steeds helemaal in. geweldig. maar kan iemand mij
    vertellen wat voor een rol het hert speelt ?

  12. Stefan Caprasse schreef:

    Als het in het tweede bedrijf was, zou het symbool kunnen staan voor het (door Isolde vermeende) jachtwild van Kônig Marke en zijn gevolg.
    Maar Brangäne weet beter:

    …”einen edlern Wild
    als dein Wähnen meint
    gilt ihre Jagerslist”…

    Maar wellicht fantaseer ik maar…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *