THE RAKE’S PROGRESS CONSPIRACY

The Rake's Progress

Paul Appleby (Tom Rakewell) en Nick Shadow (Kyle Ketelsen) (Foto: DNO/Monika Rittershaus)

The Rake’s Progress, opera van Igor Stravinsky op een libretto van W.H. Auden en Chester Kallman . Het werk ging in première op 11 september 1951 in het Teatro La Fenice te Venetië. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 1 februari 2018.

Trulove: David Pittsinger
Anne: Julia Bullock
Tom Rakewell: Paul Appleby
Nick Shadow: Kyle Ketelsen
Mother Goose: Hilary Summers
Baba the Turk: Andrew Watts
Sellem: Alan Oke
Keeper of the Madhouse/Nick Shadow II: Evan Hughes

Nederlands Kamerorkest
Koor van De Nationale Opera
Dirigent: Ivor Bolton
Regie: Simon McBurney

Muzikaal:
Scenisch:

In de ruim 50 jaar dat De Nationale Opera, onder verschillende namen, bestaat, wordt zij belaagd en bedreigd door een Vijfde Colonne die er nauwgezet op toeziet dat het artistieke management zich aan een drietal ondubbelzinnig geformuleerde ijzeren regels houdt: 1) Gij zult Mozart programmeren. 2) Gij zult Wagner programmeren. En vooral: 3) Gij zult The Rake’s Progress programmeren.  Zo kon in 1975 David Pountney ermee aan de slag, gevolgd door David Alden in 1982. In 1998 was de eer aan het immer overgewaardeerde gekkie Peter Sellars, die Amsterdam een weerzinwekkende voorstelling van Peter Wollt-ihr-den-totalen-Wahnsinn Konwitschny-achtige idioterie voorschotelde, hetgeen tot een langdurig en intens boegeroep van het publiek leidde. Voor de volledigheid moet ik toch even vermelden dat er nog een belangrijke ijzeren regel in Amsterdam geldt: Gij zult geen verismo programmeren. In de laatste vijftig jaar stonden tegenover vier keer The Rake’s Progress bijvoorbeeld 0 (nul) uitvoeringen van Fedora en 0 (nul) uitvoeringen van Adriana Lecouvreur. Kijken we iets verder terug dan 50 (!) jaar geleden, dan moeten we eigenlijk bekennen dat die benepen verismo-liefhebbers toch wel een beetje zeurkousen zijn. Nog maar kort geleden, in 1964, zien we zowaar een uitvoering van Mascagni’s L’Amico Fritz, vrijwel onmiddellijk gevolgd door Umberto Giordano’s Andrea Chénier. In 1966. De enige in 52 jaar.  Ter vergelijking: Andrea Chénier werd alleen al in 2017 in zo’n 20 steden wereldwijd op het programma gezet, waaronder München, Parijs, Rome, Berlijn e tutti quanti.   

Deze keer was het in Amsterdam aan regisseur Simon McBurney om een fijne draai aan de The Rake’s Progress te geven. Een productie uit Aix-en-Provence, met dezelfde, voornamelijk Amerikaanse solisten.

BROODMACHINE

Hoewel de kans statistisch klein is dat u nooit een Rake’s Progress hebt bijgewoond, nog even kort de inhoud. De geliefden Tom Rakewell en Anne worden geconfronteerd met Nick Shadow, die Tom de kans voorspiegelt om een fortuin in de wacht te slepen. Tom en Nick vertrekken naar Londen, waar zij ontspanning zoeken in het bordeel van Mother Goose. Nick komt met een aardig idee: Tom moet maar met Baba the Turk, de dame met de baard, trouwen, dan wordt-ie beroemd! Maar Anne is er ook nog. Zij heeft Tom opgespoord en is niet blij met de situatie. Trouwens, Baba the Turk blijkt een pain in the ass te zijn, reden waarom Nick Shadow een tweede voor de hand liggend, maar meesterlijk plan lanceert. De toekomst ligt in een machine om stenen in brood te veranderen. (Door de regisseur stiekem weggemoffeld en vervangen door een dubieus gezeul met een kind.) Een even simpel als ogenschijnlijk profijtelijk voorstel. Nu zal Tom toch echt wel beroemd worden. Dat blijkt in de derde akte echter niet het geval te zijn. Opera immers! Tom is geruïneerd. En dan wil Nick ook nog geld zien voor alles wat hij voor Tom heeft gedaan. Het wordt bepaald onaangenaam. Tom kan zijn hachje nog redden als hij drie kaarten correct kan raden. Hij raadt goed en Nick Shadow is verslagen.  Voordat Shadow in het graf verdwijnt, roept hij eerst nog de totale krankzinnigheid over Tom af.  Dat werkt. Tom belandt in de Funny Farm, het krankzinnigengesticht waarvan de regie een opmerkelijk realistische weergave wist te geven.  Hij denkt dat hij Adonis is -meer een baritonafwijking eigenlijk- die op de komst van Venus wacht. Anne komt op ziekenbezoek en zingt hem in slaap.

Tom wordt wakker, roept om Venus en blaast zijn laatste adem uit. In een Don Giovanni-achtige epiloog bezingen de protagonisten de moraal van de opera: “For idle hands/And hearts and minds/The Devil finds/ a work to do/a work dear Sir, fair Madam, for you and you”.

 

BUFFO-ZOOITJE

Stravinsky’s neoklassieke opera volgt klassieke Mozartiaanse patronen, maar er zit wel degelijk een fijne portie onvervalste 20e-eeuwse dissonantie in, met ongemakkelijke ritmes en hoekige vocale lijnen. Voor de liefhebber. Tenslotte zijn er ook liefhebbers van bier zonder schuim. De prelude begint zo hoopvol, met klaroenstoten die Ben Hur 2.0 lijken aan te kondigen. Daar kwam het niet van. De solisten in deze “Rake” zongen bekwaam. Paul Appleby is een prima zanger met een keurige stem, maar wist mij vocaal niet volledig te overtuigen in het uitdrukken van de extreme emoties die Tom Rakewell ondergaat, van onbekommerd tot zondig tot geestelijk gestoord; de stem is te eendimensionaal, te weinig flexibel. De fraai getimbreerde sopraan Julia Bullock (Ann) deed het in dit opzicht iets beter, zij zorgde voor ontroerende momenten. Jammer dat haar stem gewoon te klein is voor deze rol. In de ensembles delfde zij het onderspit. Kyle Ketelsen als Nick Shadow bestempelden wij als de ster van de avond, geslepen en duivels geacteerd met voor elke schakering van zijn rol de juiste vocale expressie. Hij was onder de solisten duidelijk, naar wij dachten, de primus inter pares, zeker qua stem. Voor Baba the Turk was maar weer eens, volkomen ten onrechte maar geheel volgens de waan van de dag, een countertenor uit de kast gehaald, de hilarische Andrew Watts, die er een stimmlich ongeregeld buffo-zooitje van maakte. Jammer dat Conchita Wurst op het laatste moment moest afzeggen.  Ook wat mezzo Hilary Summers als Mother Goose betreft, bleven wij enigszins op onze honger zitten; ze leek in deze rol niet erg op haar plaats. Geen “Stravinsky-mezzo”, als zoiets überhaupt al bestaat. Zij nog vermeld dat de zangers ook nog acte de présence moesten geven op een “voortoneel”, vóór het orkest, met alle akoestische rampen vandien. Waarschuwing: ga niet op de eerste rij zitten, u wordt slachtoffer van publieksparticipatie.

Ivor Bolton leidde het Nederlands Kamerorkest niet echt Stravinskiaans: wij misten transparantie en pittige ritmische accenten. Maar als het Koor van De Nationale Opera “ruin, disaster, shame” zingt, denken wij over dat koor in precies tegenovergestelde termen.

Het werk van Simon McBurney is, aldus het programmaboekje, “sterk verbonden met muziek”. Dat lijkt mij een voordeel voor een operaregisseur. De set bood het nodige visuele spektakel, zo ook de uitdossing van Mother Goose en Baba the Turk met een ongekend hoog Theater-van-de-Lach gehalte, maar de cast was over het algemeen genomen vocaal toch minder spectaculair. Regisseur McBurney had de opera uiteraard verplaatst naar een hedendaagse setting (weg met die 18e eeuw!), met uitgemolken en inmiddels totaal achterhaalde opkomsten uit het publiek; hij ziet The Rake’s Progress als een aanklacht tegen het verdorven stardom c.q. hollywoodisme. McBurney had ook een foefje bedacht, personen en voorwerpen die door de papieren wand heen braken. 1 x leuk, 3 x leuk, maar niet 132 keer leuk. Om die reden waarschijnlijk ook gepromoveerd tot “concept”.  Daar hebben wij verder ons Latijn niet ingestoken, ondanks de weer krankzinnige incongruenties tussen tekst en toneelbeeld. (Vrouw treft haar man aan in bed met seksbom, haar reactie: “Wat ben je hier alleen”. Geef mij zo’n vrouw!). Aan de andere kant: in Hollywood zijn huwelijken met bebaarde dames en het ontwerpen van broodmachines absoluut booming, dus dat is dan wel weer goed getroffen door McBurney. Hoe het ook zij, wij waren allang blij dat het libretto van W.H. Auden en Chester Kallman niet volledig werd verminkt. Daar moet men in het regisseurstijdperk van “idle hands and hearts and minds” al heel tevreden mee zijn. Toch konden wij ons, ondanks het zonder duidelijk aanwijsbare redenen tamelijk hysterisch uitgelaten publiek, uitstekend vinden in Tom’s “I Am Exceedingly Weary”.

Tot de volgende Rake! (wij vermoeden in seizoen 2018-2019)

Er zijn nog voorstellingen op 3, 6, 11, 15, 19 en 21/2/2018.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 2/2/2018)

10 Comments

  1. Jan de Jong schreef:

    Leuk, heer Keegel, zo snel weer de recensie.

    Jammer dat u uw oordeel over de programmering van DNO en de recensie van deze voorstelling met elkaar vermengt. Uw heilige staat van verontwaardiging over het ontbreken van verismo-voorstellingen in Amsterdam is u van harte gegund (en niet ongegrond), maar om daar nu deze recensie weer zo door te laten kleuren, dat is dan wel spijtig. En komt niet aan met Cato de Oude…

    Een vijf sterren-uitvoering was het niet en ik ben het met de castingkritiek op een aantal punten wel eens (waarom een countertenor?), maar twee sterren is wel erg mager en onterecht. De voorstelling zat goed in elkaar, er werd op niveau gezongen en gespeeld en de aankleding was op vele punten barok (zelfs rococo) van aard, zodat de 18de eeuw er wel degelijk ook was.

  2. Hans van Verseveld schreef:

    De bezetting van Anne door Julia Bullock was pijnlijk, omdat zowel op de bühne als op de omloop in de zaal weinig te horen was van deze bekangrijke partij. Ook Paul Appleby als Tom had niet de geschikte stem voor de akoestiek van dit theater. De twee hoofdrollen met te kleine stemmen bezetten, maken deze Rake’s Progress niet echt tot een feest. Baba the Turk door een travestiet, sorry countertenor, dat bedenk je toch niet.
    Ooit in de Stadsschouwburg was dat allemaal een stuk beter.

  3. Elfriede Nolte schreef:

    Ik vind het bredere perspectief waarin Olivier Kegel zijn recensies plaatst echt wel vaak een verademing ten opzichte van de “reguliere” recensies die allemaal min of meer dezelfde (saaie) opzet hebben. En de overmatige programmering van Rake’s Progress ten opzichte van een vrijwel totaal genegeerd genre is relevant. Ik was erbij gisteren, en 2 sterren vind ik ook aan de te lage kant, maar van het overdreven enthusiasme van het publiek begreep ik niet veel. E.N.

    • Jan de Jong schreef:

      Ik ben erg voor het brede perspectief, maar in bovenstaande recensie krijgt deze voorstelling van de Rake’s Progress-productie geen faire uitgangspositie en snap ik na het lezen van de tekst niet waarom er maar twee sterren worden gegeven.

      Waarom het publiek gisteren zo uitzinnig enthousiast was, weet ik ook niet. Misschien waren ze blij dat het voorbij was.

      De verademing ten opzichte van andere recensies zit hem wat mij betreft meer in het recht-voor-zijn-raap karakter ervan. Als het om breder perspectief gaat: daar moet ook letterlijk ruimte voor zijn. In de meeste media krijgen de recensenten veel minder ruimte dan heer Keegel (gelukkig) kan nemen.

  4. Anna Minis schreef:

    De verademing ten opzichte van andere recensies zit hem ook in het feit dat heer Keegel goede samenvattingen van het libretto kan maken. Daar zou DNO gebruik van kunnen maken. Sommige mensen weten niet waar de opera van die avond over gaat. Ik zie ze dan studeren op ”Het Verhaal” of ”The Story” maar daarna kijken ze verwilderd om zich heen omdat ze het maar ingewikkeld vinden. Hier zou heer Keegel uitkomst kunnen brengen. Zijn samenvattingen zijn helder en er valt ook nog eens iets te lachen.

    • Anna Minis schreef:

      De samenvattingen van DNO hebben natuurlijk niets met recensies te maken.
      Ik schrap dus mijn eerste zin. Het wordt : Een andere verademing zit hem in het feit..enz.
      Voordat heer Keegel er weer boven op springt!

  5. Basia Jaworski schreef:

    Het is een genot om je recensies te lezen Olivier!
    Dat we het met elkaar eens waren dat weten we wel, al op sommig punten verschillen we (lichtelijk) van mening.
    Zelf vind ik twee sterren voor de uitvoering een ster te weinig 🙂

    https://basiaconfuoco.com/2018/02/02/the-rakes-progress-in-amsterdam/

  6. Dirk Schaap schreef:

    Had Julia Bullock vorig jaar als Kitty Oppenheimer in The Barbican gehoord onder John Adams in Doctor Atomic. Daar was zij zeer op haar plaats en ik keek daarom uit naar haar vertolking van Anne en dat viel me eerlijk gezegd tegen. De ‘swing’ die de rol van Kitty bepaald leven inblaast is naar mijn smaak minder op zijn plaats bij Anne. Voorbeeldig is natuurlijk Dawn Upshaw en Machteld Boumans zong bij het helaas de nek omgedraaide Onafhankelijk Toneel in Rotterdam ook hartverscheurend. In de Londense Wilton Music Hall zag ik afgelopen november een intieme en orkestraal enkelvoudig bezette opvoering die geheel en al bij de antieke zaal paste. In tegenstelling tot in Amsterdam waren alle teksten zeer goed te verstaan, maar de schaal van de productie was aanzienlijk kleiner. Er was een wat beperkt strijkersgeluid, maar daardoor kwam de dominantie en daarmee de dreiging van het clavecimbel goed uit. De helderheid en strakheid die de muziek zo mooi kan kleuren was in Amsterdam wat groezelig.
    Maar al met al 3*.

  7. Fred Coeleman schreef:

    Ik heb natuurlijk de Rakes Progress 2 maal mogen zien, en bij de beide voorstellingen ook een luid applaus na de 1e akte en na afloop. Dat de mensen er blij van zijn dat het over is, dat is te makkelijk. Dat is zeker niet waar, zo kan je elke voorstelling afdoen, luid applaus, gelukkig het stuk zit er weer op.

    De hoofdrol van Rakewell Paul Appleby is zeker geen helden tenor, maar hij kan deze rol echt wel zingen, zijn uitspraak vond ik TOP, zijn presentatie en inleving in de rol hebben mij overtuigd. Ook voor voor Julia Bullock, zij weet een ontwapende vrouw neer te zetten. De rol van Nick Shadow ( Kyle Ketelsen) vond ik de beste zanger van de avond, en hij speelde met bravour de rol, duivels bij tijd en wijle.
    Dat het muziektheater niet altijd overal perfect de zangers laten klinken…. 3 sterren

  8. Maria schreef:

    Twee sterren, dat is toch echt te zuinig. Wij hadden een mooie avond. Geen problemen met de verstaanbaarheid, maar dat was wellicht omdat we vlakbij het podium zaten. De regie inventief en met een flinke dosis humor. Ik was zelf erg gecharmeerd van Baba – wat een présence! Nick Shadow was de topper van de avond – echt eng manipulatief, die man. De publieksparticipatie waar meneer Keegel voor waarschuwt, ach die viel wel mee. Een bosje bloemen dat werd overhandigd, een uitnodiging om te bellen van Baba… Dat was het geloof ik wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.