EERBETOON AAN VERDI

 La forza del destino

Solisten en Koor van De Nationale Opera. (Foto: Foto: Monika Rittershaus)

La forza del destino, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Francesco Maria Piave, gebaseerd op het drama, Don Alvaro o La Fuerza de Sino (1835) van Ángel de Saavedra, hertog van Rivas en een scène uit Friedrich Schillers Wallensteins Lager. Voor het eerst opgevoerd in het Bolshoi Kamenny Theater te Sint Petersburg op 10 November 1862. Definitief gereviseerd in 1869. Bijgewoonde première door de Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 9 september 2017.

Il marchese di Calatrava: James Creswell
Donna Leonora: Eva-Maria Westbroek
Don Carlos di Vargas: Franco Vassallo
Don Alvaro: Roberto Aronica
Preziosilla: Veronica Simeoni
Padre Guardiano: Vitalij Kowaljow
Fra Melitone: Alessandro Corbelli
Curra: Roberta Alexander

Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor van De Nationale Opera
Dirigent: Michele Mariotti

Regie: Christof Loy

Muzikaal:
Scenisch:

 La forza del destino

Alvaro (Roberto Aronica), Leonora (Eva-Maria Westbroek), Marchese di Calatrava (James Creswell) (Foto: Monika Rittershaus)

 La forza del destino

Leonora (Eva-Maria Westbroek) (Foto: Monika Rittershaus)

 La forza del destino

Leonora (Eva-Maria Westbroek), op de stoel Il marchese (James Creswell) en Koor van de Nationale Opera. (Foto: Monika Rittershaus)

 La forza del destino

Preziosilla (Veronica Simeoni), dansers en Koor van de Nationale Opera. (Foto: Monika Rittershaus)

 La forza del destino

Fra Melitone (Alessandro Corbelli), figuranten en Koor van De Nationale Opera. (Foto: Monika Rittershaus)

 La forza del destino

Alvaro (Roberto Aronica) en Carlo (Franco Vassallo) (Foto: Foto: Monika Rittershaus)

 La forza del destino

Leonora (Eva-Maria Westbroek)en Alvaro (Roberto Aronica) (Foto: Monika Rittershaus)

De politieke rol die Giuseppe Verdi heeft gespeeld in de eenwording van Italië wordt vaak ernstig overdreven. Zeker, de maestro was een patriot, maar toch in de eerste plaats componist. Toen Milaan zich in 1848 een paar maanden aan het Oostenrijkse juk had weten te ontworstelen, resulteerde dit in een stortvloed aan patriottische opera’s en toneelstukken. Onder meer Ricordi, de uitgever van Verdi’s muziek, bracht niet gehinderd door enige censuur een groot aantal patriottische liederen en andere muziek met een anti-Oostenrijks sentiment uit. Rossini’s muziek was van de partij, maar niet die van Verdi. De componist, die zo vaak wordt afgeschilderd als een held op de nationalistische barricaden, schitterde door afwezigheid. Het beeld van Verdi als geradicaliseerd voorvechter van Il Risorgimento, de Italiaanse eenheidsbeweging, moet enigszins bijgesteld worden. Enigszins, want in 1860 kiest Giuseppe Verdi voor de politiek als hij toetreedt tot het nieuwe Italiaanse parlement. Lang duurt zijn politieke carrière niet. Hij krijgt een verzoek van het Bolshoi Kameny Theater van Sint-Petersburg om een grote opera te componeren. Verdi ziet zijn kans schoon om de politiek vaarwel te zeggen en zich opgelucht op zijn ware roeping te richten: opera, in dit geval La forza del destino.

Hoewel De Nationale Opera er op haar website in slaagt het verhaal zonder proesten na te vertellen en toe te lichten, kan ik u toevertrouwen: het verhaaltje stelt niets voor zonder de magistrale muziek van Verdi. De krankzinnige verhaalwendingen maken van La Forza een doorgefokte Il Trovatore. Het aantal onwaarschijnlijkheden, de ene bizarre draai na de andere, is op het lachwekkende af. Doden die niet dood zijn, miraculeuze reddingen, goddelijke ingrepen, onwaarschijnlijke vermommingen, plotselinge verschijningen…. Met andere woorden: geniet van de muziek, en leve de boventiteling! Want de meesterlijke muziek van Verdi laat je alle idiotismen van het libretto subiet vergeten. Het krakkemikkige verhaaltje wordt een grandioze Verdi-opera.

KLUKKLUK BEGEERT LEONORA

De opera gaat op 10 november 1862 in Sint-Petersburg in première. Het is een succes, maar de première in Rome flopt. Verdi besluit 7 jaar later, in 1869, tot een ingrijpende herziening: scenes worden verschoven, toegevoegd of ingekort. Ook de ouverture krijgt haar definitieve gestalte. U weet wel, die ouverture die elke bezoeker van een operaconcert steeds maar weer tot vervelens toe door z’n strot geduwd krijgt als de solisten toe zijn aan een versnapering. Nog een belangrijke wijziging: Don Alvaro blijft leven, wat het totaal aantal slachtoffers van Het Lot terugbrengt van 4 naar 3.

Bij La Forza komt het in de kern aan op drie, vier personages. Allereerst Don Alvaro, een soort Manrico 2.0, de zoon van een Spaanse edelman en een Inca-prinses. Hij is geboren in Zuid-Amerika en komt naar Spanje om zich in Sevilla te vestigen. De halfbloed-Indiaan wordt in adellijke kringen niet bijzonder hartelijk ontvangen. De twee andere belangrijke karakters zijn broer en zus Carlos en Leonora. Dat zijn de kinderen van de Il marchese di Calatrava, wiens trots regelmatig ernstig opspeelt. De rest kunt u wel zo’n beetje raden. Alvaro wil Leonora, Leonora wil Alvaro, pa Calatrava is téúgen, pa Calatrava dood, Carlos boos op Alvaro, duel, Carlos dood, en als bonus wordt Leonora dan nog door haar broer neergestoken. Zij sterft (uiteraard) in Alvaro’s armen. Plus klooster, zigeunerin, grot etc. That’s it, folks!

De versie van 1869 is de tegenwoordig gangbare en ging op 9 september in première bij De Nederlandse Opera. Bepaald geen peulenschil voor de solisten, van wie vocaal behoorlijk veel gevraagd wordt. Gelukkigerwijs waren de solisten in Amsterdam meer dan voortreffelijk. De tenorpartij van Don Alvaro is een van de lastigste uit het gehele operarepertoire, en hetzelfde geldt voor de sopraanrol van Leonora. Voeg daarbij dat we voor Il marchese di Calatrava een echte Verdi-bas en voor Don Carlos een echte Verdi-bariton nodig hebben en het is niet verwonderlijk dat de uitvoeringen van La forza del destino niet altijd even geslaagd zijn.

IT’S THE MUSIC, STUPID!

In Amsterdam was het aan Eva-Maria Westbroek om als Leonora in de voetsporen van Callas, Tebaldi, Freni en Price te treden. En daarin slaagde zij, met haar krachtige stem van het type “honing extra forte zonder honingzoet te worden” en sublieme vertolking van Leonora’s emoties uitstekend. Het topregister was tijdens deze première wellicht niet altijd even fraai en haar “Pace pace mio Dio” miste misschien enige breekbaarheid, toch was het juist deze aria die een van de onbetwiste hoogtepunten van de avond vormde. Westbroeks vocale dynamiek en haar overdonderende theaterpersoonlijkheid deden rillingen van puur operageluk door de zaal gaan. Zó wordt een draak van een verhaal dus een prachtopera: dankzij de geniale Verdi en dankzij uitzonderlijke vertolkers met een allure als die van Eva-Maria Westbroek, niet dankzij confabulatoire regisseurs met een schabouwelijke “visie”, of erger nog, een “concept”. It’s the music, stupid!

Roberto Aronica als Don Alvaro is in deze rol geen bulderend kanon van het type Richard Tucker en de muren van het Amsterdamse Muziektheater hadden dan ook niets te vrezen. Aronica zong de duivels lastige rol fraai, intelligent en recht uit het hart, zonder maniertjes. Helaas waren enkele inzetten onzeker en was de intonatie niet altijd even precies, maar dat zij hem gezien de moeilijkheidsgraad van deze rol vergeven. Aronica is een zeer goede tenor, maar niet een van de buitencategorie. De bariton Franco Vassallo (Don Carlos) is befaamd om zijn rollen in het Verdi-repertoire. Een heuse Verdi-bariton (ja, ze zijn er nog steeds c.q. weer) dus, gespecialiseerd in rollen als Rigoletto, Graaf van Luna e tutti quanti. Zijn geraffineerde Don Carlos, gezongen met een schitterend legato, stemde tot intense vreugde, waarbij de aria “Morir! Tremenda cosa” een dramatisch hoogtepunt was. Voor mij was Vassallo onder de solisten de ster van de avond. De Amerikaanse bas James Creswell was magistraal als Il marchese di Calatrava, terwijl ook de overige rollen, met uitzondering van Veronica Simeoni als Preziosilla, die beter danste dan zong, uitzonderlijk goed bezet waren: geen bijrollen maar kleine hoofdrollen. Dat het koor van De Nationale Opera wederom een prestatie van formaat afleverde, is net zo zeker als de komst van de herfst in het najaar. Het “Rataplan”-koor bracht opperste vreugde in het muzikaal gevoelige hart. De relatief jonge dirigent Michele Mariotti, die in 2005 zijn debuut maakte, behoort nu al tot een van de belangrijkste operadirigenten. Hij leidde het weergaloos spelende Nederlands Philharmonisch Orkest –extra bravo voor de eerste klarinettist– met een tot vreugde stemmende hoeveelheid Verdiaans elan, maar ook met precisie en directheid, waarmee vals-sentimentele valkuilen werden vermeden. Hij werd door de Italiaanse muziekrecensenten in 2016 verkozen tot beste dirigent en dat is volkomen begrijpelijk. Wij zullen aan Mariotti in de komende jaren ongetwijfeld nog veel operaplezier kunnen beleven.

FRAAIE TONEELBEELDEN

Regisseur Christof Loy is ook al een prijswinnaar. In 2017 werd hem een International Opera Award toegekend voor beste regisseur. Bij Loy kan je er redelijkerwijs vanuit gaan dat de grootste regisseurswaanzin je bespaard blijft, hoewel bij deze productie tijdens de, overigens schitterend gespeelde, ouverture het doek drie keer op en twee keer neer ging. Never a dull moment! Verder was de regie bij deze La Forza heel goed te doen. Bij Loy wordt het verhaal “verteld vanuit het perspectief van Leonora”: háár “psychologische reis”, aldus Loy, wordt centraal gesteld. U herkent het weerzinwekkende dieventaaltje der regisseurs. Aan de andere kant verklaarde Loy in de Nederlandse krant NRC: “Ik heb in andere producties ervaren dat het kan: een coherente voorstelling maken zonder panisch te zoeken naar een rode draad. Ik heb elke scène nu simpelweg geënsceneerd vanuit de eigen dramatische kracht, als een soort mini-opera. Het toneelbeeld schept vervolgens alsnog de gewenste eenheid. En de muziek!” Deze pasticcio-opvatting klinkt heel verstandig. Loys regie levert aardige, zeg maar gerust prachtige en amusante toneelbeelden op, met inventief geregisseerde massascènes en een spectaculaire choreografie, maar toch: When  it’s about a half-breed Indian, I want to see a half-breed Indian, om regisseur Ruggero Raimondi te parafraseren. Dat zat er bij deze La forza del destino helaas niet in, maar een geweldige Verdi-avond was het wel. De enige detonerende factor tijdens deze première was het publiek, dat het slotapplaus te vroeg inzette en met aarzelende applausjes lauw op aria’s reageerde, hetgeen de concentratie van de solisten zichtbaar verstoorde. Niet fijn, maar uiteindelijk een bijzaak natuurlijk.

De Nationale Opera verdient een groot compliment voor het bijeenbrengen van dit dreamteam van solisten. Deze productie staat als een huis.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 10/9/2017)

Er zijn nog voorstellingen op 13, 16, 19, 22, 25, 28 september en 1 oktober 2017.

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

10 Comments

  1. Truus Blenderman schreef:

    Helemaal mee eens, zo heb ik het ook ervaren, het was een heerlijke avond. En je hebt het weer duidelijk en amusant onder woorden gebracht, waarvoor dank.

  2. Ray Williamson schreef:

    Eens met bovenstaande reactie, eens met de recensie. Olivier Keegel’s down-to-earth benadering bevalt mij altijd zeer.

  3. Hans van Verseveld schreef:

    Ik zag woensdag de generale en ik moet zeggen, dat jouw verhaal over de premiere van zaterdag als een soort carbonnetje over mijn ervaring past inclusief de zeer middelmatige Preziosilla. Het verheugt mij zeer, dat ik voor de 19e nog een kaartje heb.

  4. Irma Deutekom schreef:

    Bij alle voorgaande schrijvers ga ik me aansluiten. Wij hebben van de première genoten. Geen idiote regie of hysterische aankleding. Iedereen was met volle overgave aan deze productie bezig en dan vergeef ik een Preziosilla die stimmlich wat tekort komt. Andere solisten lieten hier en daar ook wat steekjes vallen en lelijke noten klinken. Maar, zoals Olivier al omschreef het is een lastig te bezetten opera. De aankomende voorstellingen kunnen alleen maar beter worden.

  5. fred schreef:

    sinds wanneer spreekt Ruggiero Raimondi Engels????
    Heeft Freni daadwerkelijke de opera op scene gezongen?

    • Conus schreef:

      Raimondi spreekt goed Engels. Hij doet interviews vaak in het Engels, soms zonder, soms, voor de zekerheid, mét tolk. De desbetreffende passage verwijst naar Raimondi’s uitspraak, toen hij tijdens een interview, gevoerd in het Engels, gevraagd werd naar zijn regie van Attila en naar zijn opvatting over operaregie in het algemeen: “If there are Huns, I show Huns.”

  6. Hans van Verseveld schreef:

    Freni zong de Leonora bij mijn weten alleen voor de plaat voor EMI met Domingo en onder Muti.

  7. Peter Verm schreef:

    Als Eva nu eens wat zachter zingt en meer dramatiek openbaart is de voorstelling prima. Het koor was meer dan subliem en de choreografie ook. Om zo’n draak van een verhaal nog om te toveren in een mooi en gevarieerd schouwspel verdient zeker lof aan de makers. Klaus Bertisch wordt mijn insziens te weinig genoemd in de opera beoordelingen.
    Maar eva je hoeft niet hard te zingen om indruk te maken

  8. Willem schreef:

    Op 19 september jl. enorm genoten, Bravi voor iedereen, ook Prinses Beatrix was aanwezig. Dirigent Michele Mariotti hoop ik nog eens terug te zien, samen met zijn vrouw Olga Peretyatko.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *