WELLUIDENDE BOHÈME MET REPARATIEADVIES

La Bohème

Mattia Olivieri (Marcello), Schaunard (Thomas Oliemans), Sergey Romanovsky (Rodolfo) & Gianluca Buratto (Colline) (Foto: Marco Borggreve)

La Bohème, opera van Giacomo Puccini op een libretto van Luigi Illica en Giuseppe Giacosa. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro Regio in Turijn op 1 februari 1896. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 1 december 2017.

Rodolfo: Sergey Romanovsky
Schaunard: Thomas Oliemans
Benoit/Alcindoro: Matteo Peirone
Mimì: Eleonora Buratto
Marcello : Mattia Olivieri
Colline: Gianluca Buratto
Musetta: Olga Kulchynska

Residentie Orkest
Koor van De Nationale Opera
Nieuw Amsterdams Kinderkoor

Muzikale leiding: Andrea Battistoni
Regie: Benedict Andrews

Muzikaal:
Scenisch:

La Bohème

Sergey Romanovsky (Rodolfo) & Mattia Oliviero (Marcello) (Foto: Marco Borggreve)

La Bohème

Rodolfo (Sergey Romanovsky), Schaunard (Thomas Oliemans),
Benoit/Alcindoro (Matteo Peirone), Marcello (Mattia Olivieri) & Colline (Gianluca Buratto) (Foto: Marco Borggreve)

La Bohème

Rodolfo (Sergei Romanovsky) & Mimì (Eleonora Buratto) (Foto: Marco Borggreve)

La Bohème

Nieuw Amsterdams Kinderkoor, Mimi (Eleonora Buratto), & Rodolfo (Sergey Romanovskiy) (Foto: Marco Borggreve)

La Bohème

Rodolfo (Sergey Romanovsky) & Marcello (Mattia Olivieri) (Foto: Marco Borggreve)

La Bohème raakt aan de essentie van de kunstvorm “opera”: goddelijke muziek ondersteund door een fijn, niet-alledaags verhaal en aansprekende plaatjes die ons meenemen naar een andere tijd. Want “andere tijd” mag, de legitimatie, zo niet de noodzaak, is gebaseerd op Puccini’s muziek, ook van een andere tijd, maar nog immer hogelijk gewaardeerd. Het verhaal van La Bohème heeft op aangename wijze niets met “onze tijd” te maken. Bohémiens zijn er niet meer, alleen de zelfbenoemde bohémien is er nog, de ex-reclameman die als nouveau-riche wijnverbouwer een rare snor kweekt en een alpinopet opzet. De extra-pulmonale tuberculose waar Mimi aan lijdt, maakte recentelijk weliswaar een indrukwekkende comeback, maar wordt niet meer behandeld met een uit de verkoop van oorbellen bekostigde mof. De universele emoties die opgewekt worden door liefde en dood, zijn bij La Bohème in een vroeg negentiende-eeuws jasje gestoken dat niet zonder meer uitgetrokken kan worden. Moeten we ook niet willen. Ga nie goe nie. Tja, het verhaal… Hoe simpel kan het zijn, om maar eens met Henk en Ingrid te spreken. In de eerste akte knijpt Rodolfo in Mimi’s handje en al heel snel in de rest. In de tweede akte is het kerstavond in keilenwinkel Momus. Tafeltje voor zes, lachu. Dan akte drie: Mimi heeft de vliegende tering. Rodolfo houdt zich er liever buiten. Maar toch niet. Maar toch wel. En in de vierde akte zijn de dekselse Rodolfo, Schaunard, Marcello en Colline  aan het sterfbed van Mimi ineens niet zo deksels meer. Rodolfo heeft moeite met de situatie. Publiek ook. Dat een dergelijke keukenmeidenroman ons naar de keel grijpt hebben wij te danken aan Puccini, en natuurlijk aan degenen die (met meer of minder succes) over zijn erfenis waken, de zangers, het orkest, de dirigent. En ten slotte moeten de grondtroepen er nog een geslaagde avond van maken: te denken valt aan de technici, de decorbouwer, de ouvreuse, de vestiairejuffrouw, de regisseur, de buffetmedewerker e tutti quanti.

 

NIEUW SPITSENDUO

La Bohème die op 1 december in het Amsterdamse muziektheater in première ging, is een herneming uit 2014.  Mimi en Rodolfo zijn nieuw en worden nu gezongen door Eleonora Buratto en Sergey Romanovsky. Aan Olga Kulchynska de bijna onmogelijke taak om de verrukkelijke Joyce El Khoury, de Musetta uit 2004, te doen vergeten. Olga Kulchynka deed het echter prima, een 100% Musetta met een stem die klinkt als een klok! Schaunard bleef in handen van Thomas Oliemans. De regie is van Benedict Andrews. Andrews zegt dingen als: “Even if a play or an opera doesn’t entirely tally with our reality, we still have to realize that what we’re seeing has something to do with our own world”. (Vertaling: “Bij ons staat op de keukendeur, Het is niet altijd rozengeur.”) Aan verplaatsen in de tijd viel, geheel in tegenspraak met bovengenoemde uitspraak, toch niet te ontkomen. De bedenksels van Andrews vielen niet mee, maar ook niet genoeg tegen om een bevredigende staat van heilige verontwaardiging te bereiken. Wij hebben wel schabouwelijker taferelen meegemaakt. Andrews regie is vlees noch vis, beetje “traditioneel”, beetje modern, beetje laf. In de eerste akte werden we geconfronteerd met een afschuwelijk toneelbeeld, geen zolder (libretto!) maar een soort tuinhuis, met veel wit en veel licht. Kerstmis in regieland. Nooit geweten dat armlastigen die op kerstavond alles moeten verbranden wat los en vast zit om een beetje warm te worden, lampen met 80.000 Watt in stelling brengen om hun verblijf te verlichten. Nooit geweten dat de Parijzenaar in hartje winter bij voorkeur in zijn pyjama naar de kermis gaat. Ik had eigenlijk geen idee naar welke tijd deze Bohème door regisseur Andrews ontvoerd was, gezien de kleren die de gehele mode van 1830 tot 1970 bestreken. Wel een typemachine, maar geen computer. Wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken. Opgemerkt moet worden dat de derde akte wel fraai was vormgegeven, met boeiende contrasten en een sterke uitbeelding van de soms beklemmende sfeer. Verder was het ongelofelijk melige jongehondengedoe van de zolderrakkers weer net zo irritant als in 2014. Het was ook nu weer niet om aan te zien hoe het gestoei en gedol op tenenkrommende wijze mislukten. En hoe idioot is het dat schilder Marcello zich met woeste Karel Appel-achtige bewegingen stort op een “schilderij” dat uitblinkt in Ikea-braafheid…

 

LET THERE BE MUSIC

Dan zijn we nu op het punt gekomen dat uw recensent (wederom) de knip-en-plak functie ter hand neemt: “Gelukkig was er muzikaal heel wat meer te beleven.” Hoppa! Een frase die in aanmerking komt om als spreuk in de gevel van het Muziektheater te worden gebeiteld. Het koningskoppel Mimi-Rodolfo was op dreef en liet met klassieke hoogtepunten als “Che gelida manina” en “O soave fanciulla” enkele loepzuivere treffers aantekenen. Mimi werd op gevoelige en ontroerende wijze vertolkt door Eleonora Buratto, die 5 jaar geleden nog de rol van Musetta op zich nam. Buratto, wier postuur beter past bij een immer goed geluimde Hema-verkoopster dan bij een terminale patiënt, heeft een moeiteloos breed bereik en projecteert haar rijke palet vol nuances voortreffelijk. Dat wil zeggen, nadat zij zich door (een door premièrezenuwen ontregelde?) “Mi chiamano Mimi” had geworsteld, want die aria kwam er beroerd uit. Veel te zwaar en anti-Mimistisch aangezet, dynamisch geheel uit balans, kelig en onvast. Kwam gelukkig helemaal goed, vooral in akte III en IV, een supermetamorfose waar de Herculeskever nog een puntje aan kan zuigen. Sergey Romanovsky, als Rodolfo, is een tenor waar je mee thuis kunt komen c.q. voor wie je naar het theater gaat. Hij zette mij aanvankelijk enigszins op het verkeerde been, hij leek mij meer een “tenor leggiero” dan de typisch lyrische tenor die Rodolfo toch moet zijn. Maar gaandeweg de voorstelling wist hij mij door zijn inlevingsvermogen en de diepte die hij aan zijn rol gaf, meer en meer te overtuigen. Overigens, deze Sergey Romanovsky is in mei te horen in Luik, in Rossini’s La Donna del Lago. Operagazet organiseert een eendaagse reis naar deze voorstelling, zie de homepage van Opera Gazet.

Overige rollen en bijrollen waren over het algemeen in goede tot zeer goede handen, afgezien van de miscast van huisbaas Benoît: Matteo Peirone, type supermarktbeheerder en trotse bezitter van zelf verbouwde camper, leek in niets op de kluchtige huisbaas die Benoît moet zijn. Met de Nederlanders Thomas Oliemans, Morschi Franz, Peter Arink, Harry Teeuwen en halve Nederlander Richard Prada werd een geslaagde poging gedaan om de afwezigheid van Oranje op het WK in Rusland te doen vergeten. En ook het Residentie Orkest onder leiding van Andrea Battistoni krijgt het Puccini-keurmerk. Andrea Battistoni is een fantastische, zeer jonge dirigent bij wie Puccini in uitstekende handen is. Een groot talent.

Een degelijke Bohème waarbij muzikaal genoeg te genieten valt. En wat de minpuntjes betreft: zoals Puccini zelf al zei, “We’ll always have Paris”.

Er zijn nog voorstellingen op 3, 6, 10, 13, 16, 19, 21, 26 en 29/12/2017.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 2/12/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

4 Comments

  1. Hans van Verseveld schreef:

    Ja, dat klopt wel Olivier. Een degelijke Bohème, waarbij muzikaal gelukkig genoeg te snotteren viel.
    Vreemd, dat niet alle voorstellingen zijn uitverkocht, of zijn er dan toch van die ‘kenners” die snobistisch melden, dat je niet weer naar een Bohème gaat?

  2. Truus Blenderman schreef:

    In grote trekken mee eens maar niet in alles. 3e Akte echt wel eens sfeervoller gezien. De modernisering van de regie stoort mij nogal en die irritatie leidt me af waardoor ik minder kan genieten. Rodolfo die zingt jaloers te zijn omdat Mimi flirt en haar enkel heeft laten zien terwijl de mode op kniehoogte en hoger is. Deze Mimi kan ook beter om een batterij voor haar zaklantaarn komen vragen dan om een vuurtje voor haar kaarsje. Zoals je al schrijft: al dat licht!! En waarom geen huursubsidie voor die arme studenten of studiebeurs of zo. Beetje zorgtoeslag zou ook van pas komen als het dan toch zo nodig naar deze tijd moet worden vertaald. Momus als e.o.a. trendy café. Nee ik mis de romantiek. Jammer, maar misschien gaan we het nog meemaken met de Bohème uit de Met.

  3. Basia Jaworski schreef:

    Ik vond het mooi en heb gesnotterd. Vandaag de dag mogen we al blij zijn dat we met La Bohème niet op de maan belanden (I’m kidding you not: vanaf gisteren te zien in Parijs).
    De regisseur heeft zich redelijk aan het libretto gehouden, maar, het allerbelangrijkste: het werd uitstekend gespeeld en gezongen. Wat een dirigent!

    Wie benieuwd is naar mijn recensie:

    https://basiaconfuoco.com/2017/12/03/la-boheme-amsterdam-december-2017/

  4. Anna Minis schreef:

    Waarde heer Keegel: mijn e-mail adres staat voor iedereen te lezen vermeld. Zal wel niet veel kwaad kunnen, maar haal het toch maar weg!

    Geestige recensie. Ik vond vooral ”immer opgewekte Hemaverkoopster” erg grappig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *