BRAVE OPERA OVER EEN BIJZONDER KIND

Eliogabalo

Franco Fagioli (Eliogabalo) (Foto (c) DNO 2017)

Eliogabalo, opera van Francesco Cavalli op een anoniem libretto bewerkt door Aurelio Aureli. Gecomponeerd in 1667 om gespeeld te worden tijdens het carnaval te Venetië in 1668. De voorstellingen vonden nooit plaats en de opera werd voor het eerst uitgevoerd in 1999 in het Teatro San Domenico te Crema en daarna onder leiding van René Jacobs in de Muntschouwburg te Brussel in 2004. Bijgewoonde première door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 12 oktober 2017.

Eliogabalo: Franco Fagioli
Alessandro: Ed Lyon
Giuliano: Valer Sabadus
Gemmira: Nicole Cabell
Eritea: Kristina Mkhitaryan
Zotico: Matthew Newlin
Lenia: Emiliano González Toro
Nerbulone/Tiferne: Scott Conner
Atilia Macrina: Mariana Flores

Cappella Mediterranea
Koor van De Nationale Opera
Muzikale leiding: Leonardo García Alarcón
Regie: Thomas Jolly

Muzikaal:
Scenisch:

Eliogabalo

Vooraan midden: Nicole Cabell (Gemmira). Op de trappen in rood: Franco Fagioli (Eliogabalo), Matthew Newlin (Zotico) en Emiliano González Toro (Lenia) (Foto (c) DNO 2017)

Eliogabalo

Valer Sabadus (Giuliano) en Kristina Mkhitaryan (Eritea) (Foto (c) DNO 2017)

Eliogabalo

Nicole Cabell (Gemmira) en Ed Lyon (Alessandro) Valer Sabadus (Giuliano) en Kristina Mkhitaryan (Eritea) (Foto (c) DNO 2017)

Eliogabalo

Emiliano González Toro (Lenia) en Matthew Newlin (Zotico) (Foto (c) DNO 2017)

Eliogabalo

Valer Sabadus (Giuliano), Kristina Mkhitaryan (Eritea), en Franco Fagioli (Eliogabalo) (Foto (c) DNO 2017)

Franco Fagioli (Eliogabalo) (Foto (c) DNO 2017)

Eliogabalo

Emiliano González Toro (Lenia), Franco Fagioli (Eliogabalo) en Matthew Newlin (Zotico) (Foto (c) DNO 2017)

 

Een verbod op kinderarbeid bestond in het Romeinse Rijk van de 3e eeuw niet, en zo kon het gebeuren dat de 14-jarige knaap Heliogabalus (Italiaans: Eliogabalo) dankzij intriges van zijn moeder en grootmoeder op de keizerlijke troon in Rome belandde. En we kunnen niet anders zeggen: de rakker heeft er iets moois van gemaakt. Genderidentiteit was bij Heliogabalus niet iets om over te zeuren (hij liet een vrouwelijk geslachtsdeel onder zijn navel aanbrengen) maar iets om opgewekt tegemoet te treden. Als tiener trouwde hij vier keer met dames van wie hij even vele keren scheidde, maar eenkennig was hij niet: hij trad tevens in de echt met zijn mannelijke slaaf Hierocles, terwijl hij de atleet Zoticus als minnaar aanhield. Helio’tje mocht zichzelf ook graag prostitueren in bordelen en kroegen. Geintje. Lachu!

Kortom, een schelm van de eerste orde die pas vele eeuwen later in onze Dik Trom zijn gelijke zou vinden. Heliogabalus had een speciale brigade die hij erop uit stuurde om groot geschapen heren op te sporen, wier geslachtsdelen hij met overgave kuste (het “Flora-feest”) en bracht ook mensenoffers, slachtoffers waren bij voorkeur adellijke jongens van wie beide ouders nog leefden, zodat de impact twee-voor-de-prijs-van-een was. Tijdens overvloedige maaltijden liet hij zich niet alleen omringen door getemde luipaarden en leeuwen, maar ook door schandknapen die hij niet alleen in de erogene zones betastte, maar tussen de gebraden duif en gevulde kalkoen door ook nog eens “op z’n Grieks” nam.

De vroegbarokke componist Cavalli (1602-1676), leerling van Monteverdi, had er al een kleine veertig opera’s opzitten, toen hem door de broers Grimani, eigenaren van het Teatro Santi Giovanni e Paolo, werd gevraagd om de avonturen van de Romeinse kwajongen vast te leggen in een opera. En zo moest de 74 jaar oude baas in zijn sterfjaar nog de opera Eliogabalo op papier zien te krijgen.

En dat lukte. Het resultaat was te zien en te horen tijdens de première in het Amsterdamse Muziektheater op 12 oktober 2017. Deze productie is vorig jaar reeds in Parijs te bewonderen geweest, met een voor een groot deel identieke cast. Van de negen rollen zijn alleen voor Alessandro, Gemmira en Eritea andere solisten aangetrokken, namelijk resp. Ed Lyon, Nicole Cabell en Kristina Mkhitaryan. Met enige regelmaat brengt De Nationale Opera barokopera’s en dat stemt tot tevredenheid omdat een operahuis in het algemeen een breed scala aan repertoire dient te bieden. Maar waarom juist voor deze tamelijk saaie en ook muzikaal niet heel bijzondere Eliogabalo werd gekozen, is niet op voorhand duidelijk.

 

Publiekstrekker Franco Fagioli

Maar terug naar de barokopera Eliogabalo van Francesco Cavalli, voor de eerste keer in Nederland te zien (wél eerder in Brussel, in 2004), onder de muzikale leiding van Leonardo García Alarcón en in een regie van Thomas Jolly. Met als grote publiekstrekker Franco Fagioli als Eliogabalo. De keuze van Thomas Jolly is het resultaat van het snuffelen in de doos met toneelregisseurs. Jolly maakte furore als toneelregisseur van Shakespeare’s Henry VI en Richard III en mocht het derhalve een keer, zijn eerste keer, als operaregisseur proberen. In zijn cv is geen enkele affiniteit met opera of serieuze muziek te ontdekken, noch zijn er sporen van enige muziekopleiding. Hoewel hij dus de schijn tegen had, maakte Jolly van het matig boeiende libretto een visueel aantrekkelijke voorstelling. Hij maakte ervan wat er van te maken is.

De auteur van dat libretto is onbekend, wel is het waarschijnlijk bewerkt door de ook niet al te bekende librettist Aurelio Aureli. Helaas doet de opera de korte, maar  kleurrijke levensloop van Heliogabalus onvoldoende recht. Aan zijn homoseksualiteit wordt bijvoorbeeld geheel voorbijgegaan. Je zou denken, daar weet een moderne regisseur toch wel raad mee? Die verzint er toch gewoon het nodige bij? Dan is er een keer een goede aanleiding om een opera tot een spetterende pornoshow te promoveren, krijgen we een slap aftreksel (no pun intended) te zien. De huidige trend is geheel tegenovergesteld: in libretti waar seks nauwelijks een rol speelt, wordt deze er door de spraakmakende, avantgardistische en afstoffende Eigentijdse Regisseur wel aan de haren bijgesleept, bij voorkeur op extreem vrouwonvriendelijke wijze.

Het is begrijpelijk dat een 17e-eeuws publiek enige moeite zou hebben met een zichzelf prostituerende knaap van 14. Maar wij kunnen toch wel een stootje  hebben? We moesten het doen met drie paar blote borsten en enkele halfnaakte  jongemannen die erg hun best deden om uit te drukken: “Wij zijn halfnaakte jongelingen!”.  Regisseur Thomas Jolly bestreed elk vermoeden van aanstotelijkheid. Homoseksualiteit werd geduid met lafhartig geknuffel dat in het  tv-programma ‘Hotel Romantiek’ niet zou misstaan. De regisseur ging Eliogabalo te lijf met een batterij lichtprojectoren waarmee hij, dat moet gezegd, spectaculaire beelden wist op te roepen. Een spel van donker en licht dat symbool staat voor de duistere geheimen van Eliogabalo’s paleis. Deze donker-licht benadering zorgde er helaas wel voor, minor detail, dat niet alles altijd even goed te zien was. (Wel moeten regisseurs/lichttechnici zich eens realiseren hoe irritant het is als het publiek met een Gestapo-lichtbundel recht in het gezicht wordt geschenen.)  De vrij koele en gestileerde esthetiek contrasteerde enigszins met de verhitte dialogen die bol staan van amoureuze verwikkelingen en intriges. Verkrachting en moord lijken eerst even langs de inpakafdeling gestuurd te zijn alvorens ze in cadeauverpakking  de Bühne op mogen. Hetzelfde geldt voor de kostuums. De solisten waren op min of meer Romeinse wijze uitgedost, maar de Oeteldonkse accenten overheersten. De kostumering baande zich een weg langs de smalle marges tussen uitbundig en overdone, waarschijnlijk in de overtuiging dat bizarre gebeurtenissen ook bizar aangekleed dienen te worden. Wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken.

 

Cherchez la femme

Maar hoe zit het nu eigenlijk met de knaap Eliogabalo? Alessandro, de neef  van Eliogabalo, heeft een opstand van de Pretoriaanse Garde neergeslagen. De jonge keizer heeft echter wel wat belangrijkers aan zijn hoofd dan staatszaken, namelijk de pleziertjes zoals hierboven beschreven, die echter ook wel eens tot vervelende toestanden leiden. Zo is er ene Eritrea die Eliogabalo aan zijn trouwbelofte herinnert. Lastig. Vervelend mens. Gelukkig wordt zij getroost door haar oude liefde Giuliano, de commandant van de Pretoriaanse Garde. Eliogabalo laat nu zijn oog vallen op Giuliano’s zus, Gemmira. Daar heeft Alessandro weer moeite mee, want die wil met Gemmira in het huwelijk treden. Om de vrouwtjes onder handbereik te hebben roept de keizerlijke jongeling een Senaat van Vrouwen bijeen, waarin hij zelf, als vrouw, ook zitting neemt. Vervolgens staat de moord op Alessandro op het programma.  Maar het blijft Eliogabalo tegenzitten. Hij heeft Gemmira nog niet te pakken in de Vrouwensenaat, of daar komt die zeur Eritrea weer met haar eeuwige “je zou toch met me trouwen?”.  En het blijft hem tegenzitten, het loopt niet goed af met de vrolijke flierefluiter.

De opera duurt inclusief 2 pauzes vier uur. Vier uur vroege barok, waarbij de muziek steeds ten dienste van de tekst staat en spetterende meezingaria’s ontbreken,  is voor uw recensent wat erg veel van het goede, en niet alleen voor uw recensent: tijdens beide pauzes liet een aanzienlijk deel van het publiek het voor gezien (bron: vestiairejuffrouw). Naarmate de avond vorderde begonnen wij hevig te verlangen naar het verzameld werk van Willy Alberti. Een paar fikse coupures hadden ook geen kwaad gekund. Ook al omdat Franco Fagioli, luid bejubeld door het publiek, mij wat tegenviel. Prima gezongen, subtiel geacteerd, zeker. Maar de beroemde countertenor leek de glans in zijn stem enigszins verloren te hebben. Veel beter te spreken waren wij over lyrische sopraan Nicole Cabell die overtuigde als Gemmira. Ed Lyon leverde een prima prestatie als Alessandro, terwijl Valer Sabadus de zwakke broeder in het geheel was; hij zette een wel heel matte en rafelige Guliano neer. Mariana Flores was een levenslustige Atilia Macrina, en Emiliano Gonzalez Toro (een persoonlijke favoriet van uw recensent) zette een geloofwaardige loslippige Lenia op het toneel. Ook de rol van de trotse Zotico was in uitstekende handen, bij Matthew Newlin. De Russische sopraan Kristina Mkhitaryan (Eritrea) is verbonden aan de Bolshoi Opera en zij is met Ed Lyon en Nicole Cabell de enige die vorig jaar niet meedeed in Parijs. Zij trad al eerder met veel succes op in een Cavalli-opera, namelijk Il Giasone, en met haar fraai gebalanceerde en krachtige stem wist zij het publiek menigmaal voor indommelen te behoeden.

En hoe speelde Cappella Mediterranea onder leiding van Leonardo García Alarcón? Fraai. Klanken die wij niet iedere dag horen in het Amsterdamse Muziektheater. Maar het had misschien iets pittiger gekund, de gedachten gingen op weemoedige wijze uit naar Nikolaus Harnoncourt. Het Koor van De Nationale Opera leek zich in dit repertoire ook niet 100% happy te voelen.

Wij bleven zitten met de slotvraag: Eliogabalo, waarom eigenlijk?

Er zijn nog voorstellingen op 16, 18, 20, 22, 24 oktober 2017.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 13/10/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

7 Comments

  1. Jan de Jong schreef:

    Ik ben positiever over de muzikale kwaliteiten van het werk (vooral) en van de uitvoering (een beetje).

    Een aanzienlijk deel van het publiek zou de opera hebben verlaten? Het gaat om enkele mensen in de eerste pauze, een dertigtal in de tweede pauze. Dat is geen aanzienlijk deel van het publiek, maar een klein promillage. Bron: eigen waarneming. Ik was beide pauzes beneden. .

    De opmerking over de lichtbundel is mij uit het hart gegrepen. Heel vervelend en je krijgt er hoofdpijn van.

    Klein correctievoorstel: de wereldpremier schijnt plaatsgevonden te hebben in het Lombardische Crema, de geboorteplaats van Cavalli, in 1999.

  2. Hans van Verseveld schreef:

    Langdradige opera en dan ook nog middelmatig uitgevoerd. Iemand probeerde mij wijs te maken, dat we dankzij Cavalli tegenwoordig nog steeds kunnen genieten van Cilea en Catalani. Alleen jammer dat men bij DNO nauwelijks heeft gehoord van die componisten, maar wel overvoerd worden met Monteverdi en nog erger Cavalli.
    Natuurlijk leven we niet meer in de tijd van castraten, maar om dat (terechte) gemis in te vullen met counters is absoluut een pijnlijke vergissing in de moderne tijd. Fagioli is wereldberoemd, maar aangezien de partij van Eliogabalo door Cavalli zonder enige bravour of halsbrekende coloraturen is gecomponeerd, verveelt het binnen de kortste keren en dan is vier uur een hele lange zit. De tweede counter Valer Sabadus toonde zoveel onmacht, dat je zou wensen dat hij in de eerste akte vanwege het libretto om zeep zou zijn geholpen. En dan een hele avond lang naar een aanstellerige Emiliano Gonzalez Toro als Lenia te moeten kijken is echt een beetje te veel van het goede.
    Het is toch echt te hopen dat na het Audi tijdperk een frisse wind gaat waaien met wat meer aandacht voor geliefde, maar totaal miskende meesterweken uit de negentiende eeuw. Ik bedoel opera’s van b.v. Catalani, Cilea, Meyerbeer, Ponchielli en Zandonai.

  3. Basia Jaworski schreef:

    Van de muziek sec moet de opera het niet hebben. Er gebeurt weinig, er zijn amper tempowisselingen en de overdaad aan vrijwel alleen hoge stemmen is ook niet bevorderlijk voor het drama. De toeschouwer moest voornamelijk onderhouden door de zangers en musici, en door wat er op de bühne gebeurde.

    En dat zat (min of meer) snor!

    https://basiaconfuoco.wordpress.com/2017/10/14/francesco-cavalli-eliogabalo/

  4. Anna Minis schreef:

    Ik vond het een prachtige opera en een schitterende uitvoering. Zingende acteurs? heb ik geen bezwaar tegen.
    Vertellen over de actie is iets anders dan de actie zelf, daar heeft u gelijk in, heer Keegel. Maar als het zo levendig gebeurt als in deze opera, kan het wat mij betreft gelijkstaan aan de actie.

    Ik beleefde de opera dus anders dan u, maar dit moet ik u nageven: uw weergave van de actie is oergeestig!

  5. Raak maar ik wil hem wel gaan zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *