OKTOBERREVOLUTIE IN MILAAN

Tamerlano

Plácido Domingo (Bajazet) & Maria Grazia Schiavo (Asteria) (Foto: Brescia and Amisano – Teatro alla Scala 2017)

Tamerlano, opera seria van Georg Friederich Händel op een Italiaanse tekst van Nicola Francesco Haym, naar Agostin Piovene’s Tamerlano samen met een ander libretto getiteld Bajazet after Nicolas Pradon’s Tamerlan, ou La Mort de Bajazet. Voor het eerst opgevoerd door the Royal Academy of Music in het King’s Theatre, London, op 31 oktober 1724. Voorstellingen in het Theatro alla Scala in Milaan op 25 en 27 september 2017.

Tamerlano: Bejun Mehta
Bajazet: Plácido Domingo
Asteria: Maria Grazia Schiavo
Andronico: Franco Fagioli
Irene: Marianne Crebassa
Leone: Christian Senn

Teatro alla Scala Orchestra on period instruments

Dirigent: Diego Fasolis
Regie: Davide Livermore

Muzikaal:
Scenisch:

Een Händel-opera in Verdi’s “eigen theater” is nogal een risico, maar La Scala heeft de handschoen opgenomen en voor het eerst Tamerlano in haar theater  op de planken gebracht. Een ware revolutie, en in meer dan één opzicht.

Regisseur Davide Livermore heeft de actie (uiteraard) verplaatst, en wel  naar de Russische Oktoberrevolutie. Bajazet werd Tsaar-Nicolaas II, Tamerlano een bolsjewist: Stalin of Lenin of beiden. Andronico was wellicht een soortgelijke mix, namelijk van Trotsky en Lenin. Het decor was in de eerste acte een treinwagon, met videoprojecties van vechtscènes die herinnerden aan Sergei Eisensteins stomme film “October”; de trein leek zich door een winterlandschap te bewegen. De tweede en de derde actes vonden in een soort winterpaleis plaats. Setting, kostuums, accessoires, uniformen, ze vormden een samenhangend geheel.

Nee, het was natuurlijk niet het 14e-eeuwse Osmaans Rijk, maar – en hier komt de volgende “revolutie” – ik, een gezworen tegenstander van “moderne” opera,  was verbaasd dat grote delen van deze productie mij uitstekend bevielen. Dat heeft misschien te maken met persoonlijke omstandigheden. De wrede, 14e-eeuwse tiran Tamerlano doet mij niets. Maar de bolsjewist Tamerlano boezemt mij angst in, door wat mijn moeder en tante, beide WOII-slachtoffers, overkwam. Ik herinner me hun ijzingwekkende verhalen over de verschrikkelijke wreedheden die de Russen  vooral tegen meisjes en vrouwen begingen. Ik kon die grijpgrage handen van Tamerlano en zijn vazallen bijna voelen…

Er was toch een aantal vreemde elementen in de regie, zoals Leone, die Raspoetin lijkt te zijn. Desondanks is deze productie me goed bevallen, in tegenstelling tot de meeste producten van het schabouwelijke regietheater.

Nog meer revolutie

Revolutie, volgende deel: de cast. Voor Bajazet pakte Plácido Domingo weer eens een tenorrol op die hij de afgelopen vijf jaar niet gezongen had. Hoewel hij  nooit een groot barokzanger is geweest en zijn tenordagen nu echt wel definitief geteld zijn, is het verbazingwekkend hoe de 76-jarige baas nog steeds op een redelijk hoog prestatieniveau acteert. Eerlijk gezegd lijken zijn coloraturen  meer “des Verdis” dan “des Händels”, de tremolo’s leiden soms tot  ademnood. Maar hij slaat zich erdoorheen met bewonderenswaardige wilskracht en een ongelofelijk vocale kracht. En als sommige tekstdelen hier en daar wat weggemoffeld worden, wat maakt het uit, ze worden toch meermaals herhaald. Het publiek leek er geen moeite mee te hebben, geboeid als het was door de fascinerende demonstratie van deze opera-icoon.

Sterke cast

Enige registers hoger manifesteerde zich tegenstander Bejun Mehta, die in La Scala zijn debuut als Tamerlano maakte. Met zijn expressieve en unieke stem gecombineerd met zeer dramatisch acteren en angstaanjagende gezichtsuitdrukkingen maakte hij op beide avonden een uitstekende indruk. Zijn stimmliche collega Franco Fagioli als Andronico deed in het hoge register niet voor Mehta onder. Zijn hoge noten waren krachtig en solide, maar in het onderste register werd de stem soms gespannen en ruw. Asteria, Bajazets dochter, werd gezongen door de jonge Italiaanse Maria Grazia Schiavo. Afgezien van een paar schrille hoge noten in de tweede uitvoering  was haar stem betrouwbaar in alle registers, met mooie, vloeiende lijnen. Zij gaf een subtiele uitbeelding van de lijdende maar vastberaden dochter. Haar rivaal Irene werd vertolkt door Marianne Crebassa. Ze is een icoon in de barokke operawereld, en met haar optredens bewees ze dat dat terecht is. Mooie lange lijnen en een natuurlijk gevoel voor stijl maakten haar tot een  indrukwekkende persoonlijkheid op het podium. Leone werd gezongen door de jonge Chileense bariton Christian Senn: solide, maar (nog) iets te licht voor de rol. Alle lof voor dirigent Diego Fasolis die op gevoelige wijze de leiding in handen had. Voor het nieuwe barokavontuur van La Scala werd een jong ensemble uit het Teatro alla Scala Orkest geselecteerd. Hoewel er natuurlijk Verdi- en Puccinibloed door de aderen van deze musici stroomt, waren ze uitstekend op deze nieuwe taak berekend.

Al met al waren het voor mij twee revolutionaire avonden. Ik zal nooit een liefhebber van modern operaregie worden, maar deze Tamerlano was nog lang zo slecht niet.

Gabi Eder / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 28/9/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *