“LE PARADIS PERDU”

Le Paradis Perdu

Le Paradis Perdu

Le Paradis perdu, drame-oratorio van Théodore Dubois op een libretto van Édouard Blau, naar het gedicht van John Milton Voor het eerst uitgevoerd in het Théâtre du Châtelet te Parijs in 1878. Première van deze productie door het Atelier Lyrique de Tourcoing in het Théâtre Municipal op 24 november 2017. Bijgewoonde voorstelling op 26 november 2017.

Ève: Magali Simard-Galdès, soprano
Adam: Antonio Figueroa, tenor
Satan: Marc Boucher, bariton
L’Archange: Mireille Lebel, mezzo-soprano
Uriel, le fils: Denis Mignien, ténor
Molock: Philippe Favette
Belial: Kamil Ben Hsain Lachiri

Choeur de chambre de Namur
La Grande Écurie et la Chambre du Roy

Dirigent: Jean Claude Malgoire
Visuele conceptie en scenografie: Jacky Lautem

Muzikaal:
Scenisch:

Magali Simard Galdes

Magali Simard Galdes (Foto: Larissa Lognay)

Antonio Figueroa

Antonio Figueroa

Marc Boucher

Marc Boucher

Jean Claude Malgoire

Jean Claude Malgoire

Theodore Dubois

Théodore Dubois zullen maar weinig operaliefhebbers kennen, nochtans bestaat er een Association Théodore Dubois met een eigen website. Maar zelfs daar wordt amper over zijn opera’s gesproken. Wij vermelden even de titels: La Guzla de l’Emir (1873), Le Pain bis (1879), Aben-Hamet (1884), “Xavière” (1895) en Miguela (niet uitgegeven). Zijn interesse lag vooral op het instrumentale en orkestrale vlak en als het dan toch vocaal moest zijn, ging zijn voorkeur naar religieuze muziek en koorwerken. Hij was zeer conservatief, kon nog wel Richard Wagner appreciëren, waarvoor hij naar München en Bayreuth reisde, maar Stravinsky was hem te veel. Le sacre du printemps was voor hem geen muziek meer, maar slechts een opeenvolging van barbaarse klanken.

Deze instelling reflecteert zich duidelijk in de partituur van Le paradis perdu, zeer romantisch, melodieus, maar harmonisch weinig boeiend en met vooral een tekort aan dramatiek.

Zoals hij op 72-jarige leeftijd zelf in zijn Souvenirs de ma vie schreef, voelde hij zich voorbijgestreefd door avant-garde componisten. “Het is zeldzaam een van mijn werken geprogrammeerd te zien (…) ik beleef mijn dood terwijl ik nog leef”. Hij hoopte wel op een heropleving na zijn dood, maar daar is in de concertzalen en operahuizen niet veel van te merken.
Jean-Claude Malgoire gelooft hoe dan ook in Thédore Dubois. Al in 2014 programmeerde het Atelier Lyrique de Tourcoing de opera Aben-Hamet, waarvan de uitvoering integraal op CD vastgelegd werd. Dat de componist niet volledig vergeten is, bewijst de uitvoerige discografie, vooral van instrumentale en orkestrale werken.

Het verloren paradijs

Na de woelige en goddeloze jaren van La Commune, kreeg Théodore Dubois van de stad Parijs de opdracht om dit oratorium te componeren voor de “herchristianisering” van de hoofdstad, een opdracht die Anno 2017 niet zou misstaan, en dit niet enkel voor Parijs maar voor het gros van de West-Europese steden!

De creatie in 1878 van Le Paradis perdu in het Théâtre du Châtelet was niet meteen een succes, maar dat werd toegeschreven aan de weinig bevredigende zangers.
Dat zou ook kunnen gelden voor de uitvoering die wij bijwoonden, want enkel Magali Simard-Galdès als Eva en Antonio Figueroa als Adam waren echt bevredigend. Vooral de Canadese sopraan had sublieme momenten. Wat een mooie, lichte, heldere stem. En wat een toonvorming en trefzekere hoogte! De tenor, eveneens Canadees, had het typisch lichte stemtimbre dat past bij rollen als Romeo en Faust van Gounod, al twijfelen wij eraan dat hij de hoge tessitura wel zou aankunnen. De Frans-romantische grondtoon werd hier echter goed getroffen, wel had het eindresultaat in het mooie duo extatique nog wat sensueler mogen klinken.

Marc Boucher (nog een Canadees!) is een lichte bariton, niet echt geslaagd voor de rol van Satan, waar wij een meer donkere, imponerende, voordracht zouden van verwachten. Wel was hij adequaat uitgedost: helemaal in het zwart met een knalrood hemd.
Mireille Lebel (niet te geloven, maar nogmaals Canadees) was een welluidende Aartsengel, maar Denis Mignien was als Uriel een misbezetting. Hij zong nasaal en vals en het was echt jammer dat hij de slotzinnen van het werk te zingen had.

Het koor overtuigde maar matig en behoorde qua homogeniteit, precisie en klankschoonheid niet tot het beste dat wij van het Chœur de Chambre de Namur hoorden.

Jean-Claude Malgoire en zijn orkest zijn natuurlijk de vaste waarden van het gezelschap, maar ook hier bleven wij wat op onze honger zitten. Er kwam geen schwung in, het ontbrak aan voorwaartse kracht, aan elan, aan uitgezongen lyriek en felle dramatiek. Mooie details en fraai orkestspel hielpen niet om het werk boeiend te krijgen. Wat er niet inzit, kun je er ook niet uithalen.

De projecties van Jacky Lautem waren niet echt revelerend: schilderijen en tekeningen van Jheronimus Bosch tot le Douanier Rousseau, via Gustave Doré die je allemaal te zien krijgt als je googelt met “Paradise Lost” en “paintings” en op afbeeldingen klikt.

Een verdienstelijke poging om een vergeten werk weer tot leven te wekken. De toekomst zal moeten uitwijzen of die poging tevergeefs was of navolging zal vinden. Wij vermoeden helaas het eerste.

G.M. (Gepubliceerd op 27/11/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

2 Comments

  1. Conus schreef:

    Interessant. Ik hsd nog nooit van Thédore Dubois gehoord, masr ga nu toch eens kennis nemen van zijn werken.

  2. Mauricio Fernandez schreef:

    Dank voor deze herontdekking Olivier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *