DE KILLE SCHOONHEID VAN “PELLEAS ET MELISANDE” IN DE PARIJSE OPERA

Pelléas et Mélisande

Etienne Dupuis (Pelléas) & Elena Tsallagova (Mélisande) (Foto: Christian Leiber / Opera national de Paris)

Pelléas et Mélisande, opera van Claude Debussy op een libretto van Maurice Maeterlinck naar zijn gelijknamig toneelstuk. De eerste voorstelling had plaats op 30 april 1902 in de Opéra-Comique te Pariis met Jean Périer (Pelléas) en Mary Garden (Mélisande) onder de muzikale leiding van André Messager. Première door de Opéra national de Paris in de Opéra Bastille, op 19 september 2017.

Pelléas: Étienne Dupuis
Mélisande: Elena Tsallagova
Golaud: Luca Pisaroni
Arkel: Franz‑Josef Selig
Geneviève: Anna Larsson
Un médecin, le berger: Thomas Dear
Le petit Yniold: Jodie Devos

Orchestre et Chœurs de l’Opéra national de Paris
Direction musicale: Philippe Jordan
Mise-en-scène: Robert Wilson

Muzikaal:
Scenisch:

Rond de voorlaatste eeuwwisseling was er geen literair werk dat componisten zo sterk inspireerde als het toneelstuk Pelleas en Melisande van Maurice Maeterlinck. Dit symbolische theaterstuk vertelt het verhaal over een jonge vrouw, verloren in een bos, over haar huwelijk met prins Golaud, en over haar onmogelijke liefde met diens broer, Pelléas. De opera van Claude Debussy is op dit moment bekender dan het  originele toneelstuk en staat geregeld op de affiche van de Parijse Opera.

De eerste noten, delicaat en fascinerend golvende violen, voeren de toeschouwer naar een fantasiewereld, een bos vol exotische parfums. Het orkest van de Opera van Parijs, vertrouwd met de partituur, komt met een aangenaam intieme interpretatie, waarbij het ritme varieert als eb en vloed, al naar gelang de trials and tribulations der protagonisten. Philippe Jordan betoont zich een fijnzinnig dirigent die de meest subtiele details perfect aanvoelt. Minuscule rimpelingen worden golven, golven worden razende stormen.

De enscenering heeft bij eerdere opvoeringen haar sporen al verdiend. Robert Wilson, een minimalist, geeft een librettogetrouwe versie van deze opera, een fijnzinnige illustratie van de mysterieuze teksten en metaforen van Maeterlinck. Wilson neemt ons via een schemerige wereld mee naar een paradoxaal verblindende duisternis.
Rechte lijnen schetsen de situaties, steenkoolkleurige boomstammen roepen het woud op waar Golaud Mélisande ontmoet, gekruiste stokken vormen de doolhoven van het kasteel waar de personages evolueren, een doorzichtige sluier markeert het spel van verleiding tussen Pelleas en Melisande.

Kleuren zijn zeldzaam: aan de achterzijde van het podium staat een scherm dat het licht transformeert van een halo van wit tot lichtblauw en paars. Robert Wilson speelt met tinten en contrasten: Pelléas en Mélisande zijn in het wit gekleed, terwijl Golaud  steeds zwart draagt.

Het spel is als een religieus ritueel, in tijdloos ijs bevroren beweging. De personages lijken paradoxaal dichtbij als ze ver van elkaar verwijderd zijn, er is een sensualiteit van stilte, een erotiek van afstand, in het bijzonder tijdens de balkonscene waarbij het lange haar van Melisande langs de toren golft.

De intelligente regie van Robert Wilson is rechtlijnig en esthetisch. Het decor en het acteren van de zangers accentueren de abstracte koelheid van het werk. Hoe lyrisch   het orkest ook speelt, het zal het hart van de toeschouwers niet opwarmen, ondanks de enthousiaste impulsen van de jonge geliefden en de moorddadige jaloezie van Golaud. Het publiek wordt bevangen door de koude greep van deze maanwereld, verdwaalt in deze kleurloze Kandinsky, zonder ooit de warmte te voelen van de wezens die in deze droomwereld evolueren.

De stemmen zijn over het geheel genomen zeer goed en  stralen ondanks alles toch  warmte uit. Het heldere timbre en de krachtige stem van Etienne Dupuis weerspiegelen het jeugdige enthousiasme van Pelléas uitstekend; hij is fantastisch in de balkonscène. De lyriek van Golaud, vertolkt door Luca Pisaroni, is in de eerste scène wanneer hij Mélisande ontmoet, enigszins voorzichtig. Hij is beter op dreef  in zijn woede-uitvallen dan wanneer hij zijn spijt uitdrukt in de laatste scènes. Elena Tsallagova heeft een extreem bescheiden stem: een minzame Melisande met een duidelijke dictie, maar niet in de hogere stemregionen, waar haar woorden soms lijken te verdampen. De liefdevolle passages zijn uitstekend, de passages waarin ze   de angst moet uitdrukken die ze in de bodemloze grotten voelt, zijn minder. De beste prestatie komt van Franz-Josef Selig als Arkel, donker als in een kelder maar toch lichtgevend, geheel in de geest van het werk en de enscenering.

Er zijn nog voorstellingen tot 6 oktober 2017.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 23/9/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *