SUBLIEME MELISANDE VAN SABINE DEVIEILHE. EEN HULDE AAN JEAN-CLAUDE MALGOIRE

Pelléas et Mélisande

Guillaume Andrieux (Pelléas) & Sabine Devieilhe (Mélisande) (Photo © Danielle Pierre)

Pelléas et Mélisande, opera van Claude Debussy op een libretto van Maurice Maeterlinck naar het gelijknamige toneelsuk. Voor het eerst opgevoerd op 30 april 1902 in de Opéra-Comique te Parijs met Jean Périer (Pelléas) en Mary Garden (Mélisande) onder de muzikale leiding van André Messager. Productie van het Atelier Lyrique de Tourcoing. Première in het Théâtre des Champs-Elysées te Parijs op 2 mei 2018.

Pelléas: Guillaume Andrieux
Mélisande: Sabine Devieilhe
Golaud: Alain Buet
Geneviève: Sylvie Brunet-Grupposo
Arkel: Jérôme Varnier
Yniold: Camille Poul
Le médecin: Virgile Ancely

Orchestre de Chambre Pelléas
Jeune Chœur de Paris
Dirigent: Benjamin Levy

Deze concertante versie van Pelléas et Mélisande van Claude Debussy, uitgevoerd in het Théâtre des Champs-Elysees, is een hulde aan de in april jl. overleden Jean-Claude Malgoire, de “paus van de Barokmuziek”. Hoewel begeleid door een ander orkest, waren het dezelfde drie protagonisten als van de recente productie in Tourcoing: Guillaume Andrieux, Sabine Devieilhe en Alain Buet.

Benjamin Lévy brengt als leider van het kamerorkest Pelléas een bijna mystieke lezing van deze legende over het Koninkrijk van Allemonde, die vertelt hoe Mélisande trouwt met een prins, Golaud, die ze toevallig ontmoet in een bos, alvorens een bijzonder delicate en dubbelzinnige relatie met de broer van haar man, Pelléas, aan te knopen. De orkestrale passages, in het bijzonder de prelude en de slotscène, zijn zorgvuldig gearticuleerd, de noten lijken flonkerende lichtjes die uit een donzige mist oprijzen. De mysterieuze, als het ware surrealistische sfeer van het werk wordt haarfijn weergegeven: de pizzicati van de contrabassen, de hemelse, als door engelen bespeelde harpen, de ruisende cimbalen en de kwikzilveren snaren. Hoewel het orkest over het algemeen uitstekend musiceert, zorgt deze minutieuze lezing hier en daar helaas voor een enigszins mechanische regelmaat. Het trage tempo verzwakt soms de adem van de partituur, en de gewenste helderheid is van tijd tot tijd als het ware verduisterd.

Vocaal is de uitvoering van ongelijk niveau. Alain Buet, fysiek ideaal voor de rol van Golaud, heeft een perfecte dictie en beschikt over een indrukwekkende bariton die aanvankelijk lichtjes overschaduwd wordt door het orkest, maar geleidelijk aan gezag wint. Als hij in de laatste scènes zijn amoureuze wanhoop uitdrukt, is hij beter op dreef dan als de strenge echtgenoot van de eerste scènes

Hij maakt indruk wanneer hij Pelléas en Mélisande berispt voor hun “enfantillages” of wanneer hij berouw toont in de laatste scène. Sylvie Brunet-Grupposo, in de rol van Geneviève, bekoort door de kracht van haar zeer lyrische en welluidende mezzosopraan, hoewel haar dictie iets minder vloeiend is dan die van de andere zangers.

De stem van Jérôme Varnier verrast door zijn caverneuze diepte en is bij uitstek geschikt voor het personage van Arkel, zelfs als zijn steenharde kilte in de eerste scènes misschien enige warmte aan het personage ontneemt. De meer subtiel gedetailleerde slotscène stelt hem in staat om meer nuances uit te drukken. Ondanks de intensiteit waarmee Guillaume Andrieux Pelléas interpreteert, stelt zijn optreden toch enigszins teleur. Zijn uitspraak klinkt geforceerd en zijn enigszins versluierde stem lijdt onder instabiliteit.

Het is de Mélisande van Sabine Devieilhe die deze concertante Pelléas et Mélisande tot een sublieme belevenis maakt. Haar lichte en soepele sopraan heeft een zeer solide basis. Haar frasering is helder, haar toon warm en met haar overtuigingskracht weet zij het publiek onmiddellijk voor zich te winnen. Haar interpretatie is bijzonder homogeen, zij bekoort vanaf haar eerste verschijning tot haar laatste zucht aan het slot van de opera; ze slaagt erin de rol uit te vergroten, zelfs in de scènes waarin haar interventies episodisch zijn. Het publiek hangt aan haar lippen als ze a capella zingt.

Ondanks enkele tekortkomingen illustreert dit concert in het Théâtre des Champs-Elysées het talent van Jean-Claude Malgoire, die steeds extreem alert was om nieuwe talenten te ontdekken en ze daarna tot uitstekende zangers te vormen, zoals Sabine Devieilhe.

Foto’s van de productie van Christian Schiaretti in het Atelier Lyrique de Tourcoing.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 7/5/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *