HEMELSE BUTTERFLY VAN ERMONELA JAHO

Madama Butterfly

Ermonela Jaho (Madama Butterfly) & Bryan Hymel (Pinkerton) (Photo : Festival Choregies d’Orange)

Madama Butterfly, opera van Giacomo Puccini op een libretto van Luigi Illica et Giuseppe Giacosa. Voor het eerst opgevoerd in hetTeatro alla Scala te Milaan, op 17 februari1904. Concertante uitvoering in het Théâtre des Champs-Elysées te Parijs, op 7 november 2017.

Madama Butterfly (Cio-Cio-San): Ermonela Jaho
Pinkerton: Bryan Hymel
Suzuki: Marie-Nicole Lemieux
Sharpless: Marc Barrard
Il Bonzo: Wojtek Smilek
Kate Pinkerton: Valentine Lemercier

Orchestre Philharmonique de Radio France
Chœur de Radio France

Dirigent: Mikko Franck

 

Ermonela Jaho

Ermonela Jaho

Bryan Hymel

Bryan Hymel

Marie-Nicole Lemieux

Marie-Nicole Lemieux

Madama Butterfly

Mikko Franck

Een cast van supersterren uit de operawereld, dezelfde solisten die in de succesvolle uitvoering van Madama Butterfly van Puccini  tijdens het Festival aux Chorégies d’Orange in 2016 schitterden, waren op dinsdag 7 november te gast in het Théâtre des Champs-Elysées, ditmaal echter in een concertante uitvoering.

In de rol van de moreel uitgedaagde Amerikaan die zijn Japanse echtgenote dumpt voor een vrouw uit zijn eigen land, was Bryan Hymel een robuuste maar lichtzinnige en irrationele Benjamin Pinkerton.
Deze Amerikaanse tenor heeft de allure van een marineofficier die beter overweg kan met de bemanning van een oorlogsschip dan met gevoelens van wroeging als hij de vrouw onder ogen moet komen die hij drie jaar eerder in de steek liet. Hymels dictie is vlot en duidelijk, hij weet zijn “r” te rollen als de golven waarop hij navigeert, een zorgeloze veroveraar van overzeese vrouwenharten. Zijn hoog getimbreerde, zelfs flamboyante stem is echter minder geschikt om de kwellingen uit te drukken van een man die wanhopig is door de rampspoed die hijzelf teweeggebracht heeft. Bryan Hymel was dus geloofwaardig als trotse Amerikaan in de eerste akte; maar in de derde akte, wanneer hij zijn trots en geloofwaardigheid verloren heeft, overtuigde hij minder.

Ermonela Jaho, de Albanese Butterfly

De Albanees-Italiaanse Ermonela Jaho lijkt de ideale stem te hebben voor de rol van Cio-Cio-San. Haar klankdebiet weerspiegelt perfect het delicate, tedere en kwetsbare personage. Al bij haar eerste noten – van achter de schermen – ontroerde zij het publiek. Ook in de tweede akte was ze briljant, vooral in haar duet met Marie-Nicole Lemieux’ perfecte Suzuki. De sublieme stem komt vooral tot haar recht in de aria’s waarin ze de zwakte van de heldin uitdrukt. Haar dramatische expressie, de trillende stem en haar enigszins krampachtige houdingen kwamen ons een weinig geaffecteerd voor, en haar soms zwoele, geparfumeerde zang kwam haar dictie niet steeds ten goede. Ze overtuigde meer als hartstochtelijke, hoopvolle vrouw dan als verontwaardigde echtgenote die zich bewust wordt van de lafheid van haar man. Maar ons eindoordeel is toch positief: Ermonela Jaho was vocaal een bijzonder elegante Butterfly.

De ondersteunende rollen waren in grote lijnen ook uitstekend bezet. Marie-Nicole Lemieux was een voortreffelijke Suzuki en gaf een diepgaande interpretatie van dit karakter. Haar honingzoete mezzosopraan was een lust voor het oor, vooral in het bloemenduet “I tutti i fiori”. Opmerkelijk was ook de consul Sharpless van Marc Barrard. Hij bracht de extra dosis lyriek, vol nuances, die bij Bryan Hymel als Pinkerton ontbrak. Tegelijkertijd was hij ontroerend en bekoorde hij door zijn stabiele zang. Barrard was beslist een van de sterkste troeven van deze sterbezetting.

Dirigent Mikko Franck leidde het werk met elasticiteit. Zeer waakzaam en precies tijdens de dramatische scènes leek zijn greep wat losser tijdens de meer narratieve gedeelten. Meermaals sprong Mikko Franck van zijn kruk en leek hij zich te metamorfoseren tot een dierentemmer voor Le carnaval des animaux: Wij hoorden het tjilpen van de lichte blazers, de zang van de violen en het gebrul van het koper. Van roofdieren veranderden de muzikanten dan weer in pseudo-goden, die een opmerkelijke en fonkelende sonoriteit teweegbrachten, zoals tijdens de prelude tot de derde akte. Jammer dat het Coro a bocca chiusa in de tweede akte niet dezelfde uitstraling had.

In Madama Butterfly komen belcanto en verismo bijeen. We genoten dan ook intens van deze ‘belcantismo’-avond in het Théâtre des Champs-Elysées, concertant en dus zonder zinloze regie-experimenten. Welk een verademing!

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 12/11/2017)

 

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone