HAMPSON SNEUVELT BIJ BESTORMING BASTILLE

La veuve joyeuse

Ensemble. (Foto: Guergana Damianova)

Die lustige Witwe, operette van Franz Lehar op een libretto van Victor Léon en Leo Stein naar Henri Meilhacs blijspel L’attaché d’ambassade (1861). Voor het eerst opgevoerd in het Theater an der Wien in Wenen op 30 december 1905. Première van deze productie van de Opéra national de Paris op 9 september 2017. Bijgewoonde voorstelling in de Opéra Bastille op 16 september 2017.

Graf Mirko Zeta: Franck Leguérinel
Valencienne: Valentina Naforniţa
Graf Danilo Danilowitsch: Thomas Hampson
Hanna Glawari: Véronique Gens
Camille de Rosillon: Stephen Costello
Vicomte Cascada: Alexandre Duhamel
Raoul de Saint‑Brioche: Karl‑Michael Ebner
Njegus: Siegfried Jerusalem
Bogdanowitsch: Peter Bording
Sylviane: Anja Schlosser
Kromow: Michael Kranebitter
Olga: Edna Prochnik
Pritschitsch: Julian Arsenault
Praskowia: Yvonne Wiedstruck
Lolo: Esthel Durand
Dodo: Isabelle Escalier
Jou-Jou: Sylvie Delaunay
Frou-Frou: Virginia Leva-Poncet
Clo-Clo: Ghislaine Roux
Margot: Marie-Cécile Chevassus

Orchestre et Chœurs de l’Opéra national de Paris
Dirigent: Marius Stieghorst / Jakub Hrůša (alternerend)
Regie: Jorge Lavelli

Muzikaal:
Scenisch:

La veuve joyeuse

Thomas Hampson als Graf Danilo en Véronique Gens als Hanna Glawari. (Foto: Guergana Damianova)

La veuve joyeuse

Valentina Naforniţa als Valencienne en Stephen Costello als Camille de Rosillon. (Foto: Guergana Damianova)

La veuve joyeuse

Franck Leguérinel als Graf Mirko Zeta en Thomas Hampson als Graf Danilo. (Foto: Guergana Damianova)

La veuve joyeuse

Véronique Gens als Hanna Glawari en Thomas Hampson als Graf Danilo. (Foto: Guergana Damianova)

La veuve joyeuse

Véronique Gens als Hanna Glawari en herenkoor. (Foto: Guergana Damianova)

La veuve joyeuse

Ensemble. (Foto: Guergana Damianova)

In mijn stamkroeg in de voormalige Amsterdamse volkswijk De Jordaan is mijn opera-recensentschap veelvuldig onderwerp van milde spot. Als ik in passende kleding naar een te recenseren voorstelling ben geweest en in mijn “apenpakkie” terugkom, wordt mij niet zelden de vraag voorgelegd of ik “weer naar Pavarotti” ben geweest en of ik heb meegezongen. Toch zijn de geboren melomane Jordanezen die deze stamkroeg bevolken, zeer gesteld op opera en operette, en ze weten er verbluffend veel vanaf ook. Maar toen we het aan de stamtafel over Die lustige Witwe hadden en ik de naam “Henri Meilhac” op tafel legde, werd er gereageerd met die andere Jordanese uitdrukking die een combinatie is van een spottend “nooit van gehoord” en “stel je niet aan”, namelijk: “WIE Z’N MOEDER??!!”

Toch heeft de Franse toneelschrijver Henri Meilhac (1831-1897) als librettist een groot aantal bekende en minder bekende opera’s op zijn naam staan, waarvan Carmen niet de minste is. Samen met Ludovic Halévy werkte hij aan de libretti van Jacques Offenbachs La Grande-Duchesse de Gérolstein, La belle Hélène, La vie parisienne, en Les brigands. En met Philippe Gille schreef hij het libretto voor Manon van Massenet.

 

“Geparificeerde” Witwe

In 1861 ging in Parijs, in het Théâtre du Vaudeville aan de Place de la Bourse, Meilhacs blijspel L’attaché d’ambassade in première. Het toneelstuk, waarop Lehárs Die lustige Witwe gebaseerd zou worden, flopte en ging slechts 15 voorstellingen mee. Meer succes had de Franse versie van Die lustige Witwe: La Veuve Joyeuse, die in 1909 in het Parijse Apollotheater in première ging. De operette werd “geparificeerd”: het fictieve Balkanland Pontevedrino werd getransformeerd tot Marsovie, en Hanna Glawari werd Missia Palmieri. Met ca. 200 voorstellingen werd het een groot succes. Op 17 januari 1914 beleefde La Veuve Joyeuse haar duizendste voorstelling.

 

Koele Witwe in koele Bastille

Het zou interessant geweest zijn om deze Franse versie ook in 2017 te kunnen bijwonen: een curiosum. Maar La Veuve Joyeuse die op 9 september 2017 in Parijs in première ging, was gewoon Die lustige Witwe, het Duitse verhaal, in het Duits gezongen en gesproken. En niet zoals je zou verwachten in de suikertaart van het Palais Garnier, maar in de altijd wat kille, gigantisch grote Opéra Bastille. Voor de hoofdrollen waren twee kanonnen in stelling gebracht: Thomas Hampson als Graf Danilo en Véronique Gens als Hanna Glawari. De rol van de werk- en huwelijksschuwe Danilo leek mij Hampson op het ooit welgevormde lijf geschreven,  maar dat viel wat tegen. Het begon al met “Da geh ich zu Maxim“, dat elke notie van “bon vivant” ontbeerde en moeizaam gezongen werd als ware het een voornemen om een nieuwe regenjas aan te schaffen en als zodanig vervaarlijk dicht in de buurt van de categorie “lesje opzeggen” kwam. Hampson beschikt in deze rol bepaald niet over een kwikzilveren podiumprésence en is in deze Witwe helaas een matige, enigszins houterige acteur. Hij beweegt niet soepel, maakt gebruik van clichégebaartjes, en –zeer ernstig voor een Danilo– kan niet walsen! Probeer dan maar eens iets van “Lippen schweigen” te maken, dat bovendien door Hampson van enkele onvervalste intonatieproblemen werd voorzien.  Het is zijn romantisch gekleurde stem die geloofwaardig moet maken dat Danilo zich liever verlustigt aan de “grisettes” (voor al uw barwensen en meer) dan in een afgebladderd huwelijksbootje te stappen dat hem langs de Seine steeds verder zou doen afdrijven van zijn geliefde bar-restaurant Maxim. Natuurlijk kan Hampson zingen, en dat bleek ook in zijn solo’s wanneer er verder niet te veel op het toneel gebeurde en in het vrij statische kwintet van de tweede acte. Maar hij zong opera, geen operette.

De grisettes Lolo, Dodo, Jou-Jou, Frou-Frou, Clo-Clo en Margot leken deze keer gerekruteerd uit de Leger des Heils opvang (zie bovenste afbeelding), waarmee men geheel overbodig maar wil zeggen: grisettes zijn óók mensen! Het decor was leeg en hoog, en deed mij vooral in de eerste acte meer aan een mausoleum dan aan een locatie van de feestende Parijse elite rond 1900 denken.

 

Siegfried Jerusalem!

Hanna Glawari werd vertolkt door de Franse lyrische sopraan Véronique Gens, fraai gekleed in een slanke zwarte, later rode avondjurk; zij straalt zonder twijfel charme uit, maar geen operettecharme.  Deze elegante, zeer fraai ouder wordende (het kan, dames!) zangeres is in deze Parijse reprise de opvolgster van Karita Mattila, Frederica von Stade en Susan Graham. Ze zingt de rol fraai maar een tikje zwaar op de hand, ik miste een zekere speelsheid die deze operette toch ook verlangt. Haar Vilja-lied was onberispelijk, maar de noodzakelijke gevoelens van heimwee waren in deze vrij academische benadering niet te vinden. Bijrollen waren er voor onder meer de Nederlander Peter Bording als Bogdanowitsch. Zonder chauvinistisch te worden  durf ik wel beweren dat bij hem wel het echte operettebloed door de aderen stroomt en dat hij een betere Danilo had neergezet. Een grote verrassing -men mag gerust spreken van een cultural shock– was de rol van Njegus, die vertolkt werd door niemand minder dan de 77-jarige Wagner-coryfee Siegfried Jerusalem. Hij had een spreekrolletje en was alleen verstaanbaar als het orkest niet speelde. Never mind. Schitterend en ontroerend om Jerusalem in Die lustige Witwe te zien.

 

Verplaatst

Deze productie is een herneming van de versie uit 1997 en 2012, toen deze operette wél in het meer passende Palais Garnier werd uitgevoerd. Regisseur is nog steeds de inmiddels 85-jarige Jorge Lavelli, die de handeling naar de jaren 20 van de vorige eeuw verplaatste. Volgens de originele versie speelt de handeling rond 1900, dus wat die 20 jaar uitmaken is me een raadsel. Het zal wel zijn omdat een beetje regisseur nu eenmaal verplaatst, anders hoor je er niet echt bij. Hoe dan ook, er is wel het een en ander te beleven op de Bühne, zoals de wervelende choreografie (cancan! klik hier). Er is een heuse “kolo”, de volksdans uit de Balkan, weliswaar grappig maar toch ook pijnlijk onhandig uitgevoerd door Hampson. Wél een verheugend hoogtepunt was het slot van de tweede acte, de uitbundige hit “Ja das Studium der Weiber ist schwer”, stevig en meeslepend uitgevoerd door zeven kerels waar je de oorlog mee kunt winnen en waar godzijdank geen eigentijdse, vrouwvriendelijke draai aan werd gegeven. Ook een stukje heerlijke operette was het duet “Mein Freund, Vernunft”, meer dan voortreffelijk gezongen door Valencienne (Valentina Naforniţa) en Camille de Rosillon (Stephen Costello), die dan ook terecht het langste en luidste applaus kregen.

In de derde acte is het ook letterlijk vuurwerk, spectaculaire choreografie en acrobatiek van een hoog eind-goed al-goed gehalte. Deze laatste akte stond onder toeziend oog van enkele raadselachtige, goudgehelmde wraakgodinnen wier verblijfsvergunning in deze operette nog eens gecontroleerd zou moeten worden. Ten slotte, de orkestrale en melodische verfijning van Lehárs walsen, mazurka’s en polka’s was bij dirigent Marius Stieghorst en het Orchestre et Chœurs de l’Opéra national de Paris in goede handen.

Na deze niet bijzonder geslaagde voorstelling kwam uw recensent ondanks alles in een danige “Da geh ich zu Maxim”-stemming. Restaurant Maxim’s bestaat immers nog steeds, op slechts een gevaarlijk-aantrekkelijke 10 minuten lopen van het Palais Garnier. Maar vanaf de Opéra Bastille is het een uur lopen, genoeg om tot budgetgewijze bezinning te komen, want een stukje vlees met aardappelen en frutsels, oftewel “filet de bœuf rôti, jus réduit à la truffe noire et pommes soufflées”, kost er 103 Euro.

Er zijn nog voorstellingen tot 21 oktober 2017.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 17/9/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

7 Comments

  1. Richard schreef:

    Een goede opera of lied zanger is nog geen goede operette zanger.

  2. Pieter K. de Haan schreef:

    De ooit zeer fraaie lyrische bariton van Thomas Hampson is, voor wie het horen kan en wil, helaas al geruime tijd aan evidente slijtage onderhavig.

  3. Pieter K. de Haan schreef:

    Excuus: onderhevig natuurlijk.

  4. Truus Blenderman schreef:

    Natuurlijk is Peter Bording een betere Danilo, zelfs een gedroomde Danilo met het juiste operettebloed. Ook in opera en musical staat hij trouwens zijn mannetje, wat je noemt een multitalent. Weer een hele leuke recensie, jammer dat wij er niet heen konden.

  5. Pim schreef:

    De Franse versie van “La veuve joyeuse” werd in de Opéra van Lyon opgevoerd in 2006. Naast Missia Palmieri, gezongen door dezelfde Véronique Gens, is Danilo er gepromoveerd van graaf tot prins. Deze Franse versie werd trouwens vastgelegd op DVD: https://www.amazon.fr/Veuve-Joyeuse-opérette-Franz-Lehar/dp/B002S9USTE
    Een echt curiosum is het dus in feite niet.

  6. Basia Jaworski schreef:

    Ik ken de productie. Heb ik ooit op TV gezien (ja, dat waren nog eens tijden dat een opera/operette zomaar live op TV werd uitgezonden!). Het was toen met Mattila en Skovhus, en die kon dansen! Zingen trouwens ook …. En hoe!
    Neen, Hampson als Danilo lijkt mij niets.
    Hadden ze inderdaad beter Peter Bording voor kunnen nemen!

  7. Ton Milani schreef:

    Hoop dat de wraakgodinnen inderdaad gecontroleerd worden. Na deze recensie vallen de 2 sterren me nog enorm mee. Heb er wel weer van genoten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *