INTELLIGENT GEËNSCENEERDE TROUBADOUR

Il Trovatore

Marcelo Alvarez (Manrico) & Anita Rachvelishvili (Azucena) (Photo: Julien Benhamou / Opéra national de Paris)


Il trovatore
, opera van Giuseppe Verdi, op een libretto van Salvatore Cammarano en Leone Emanuele Bardare, naar het Spaanse drama El Trovador (1836) d’Antonio García Gutiérrez. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro Apollo te Rome op 19 januari 1853, daarna opgevoerd in Parijs in het Théâtre-Italien op 23 decembre 1854. Première in de Opéra national de Paris – Bastille, op 20 juni 2018.

Il Conte di Luna: Željko Lučić
Leonora: Sondra Radvanovsky
Azucena: Anita Rachvelishvili
Manrico: Marcelo Alvarez
Ferrando: Mika Kares

Chœur & Orchestre de l’Opéra natioal de Paris
Dirigent: Maurizio Benini
Regie: Àlex Ollé

Muziek:
Regie:

Ver van zijn oorspronkelijke middeleeuwse context, wordt deze thans in de Parijse Opera uitgevoerde Troubadour verplaatst naar een tijdloze mix van verleden en toekomst. Want verplaatst moet er natuurlijk worden. Het conflict tussen graaf Luna en de rebellen van Manrico, die beiden naar de hand van Leonora dingen, lijkt op een burgeroorlog, tussen wie is niet zo 1 2 3 duidelijk (ook niet 4 5 6). Er zijn kaki jassen, gasmaskers en loopgraven die reminiscenties aan de Eerste Wereldoorlog oproepen, maar de plot van de Troubadour, de familieverhalen en de haveloze zigeuners lijken een metafoor voor een gebroken samenleving, een verre afspiegeling van een verscheurd Spanje in de twintigste eeuw, of meer een algemene politieke reflectie of waarschuwing. Uw denkraam dient dan ook wel van tevoren even een kleine 5000 km-beurt te krijgen. Het decor wordt meer en meer buitenaards, met rechthoeken van roestkleurige stenen waarvan de vormen variëren en die ons doen denken aan de stenen van een begraafplaats, de vorm van een toren, de pilaren van een klooster. Soms zweven ze boven het toneel in een sciencefictionachtige, apocalyptische sfeer. Mensen Van Nu zullen begrijpend knikken.

In tegenstelling tot de ruwheid van de enscenering, is de muzikale leiding van Maurizio Benini eerder opgewekt te noemen. Het orkest geeft een impulsief elan aan de zangers en een vleugje vrolijkheid aan de vocaal gerepresenteerde tragedie. De over het algemeen goede vocale solisten worden gedomineerd door de vrouwenstemmen. Anita Rachvelishvili, vorig jaar gelauwerd voor haar interpretatie van een andere zigeunerin in diezelfde Opera van Parijs, speelt hier een aangrijpende Azucena.

Haar timbre is rijk, haar stem heeft een fenomenale soepelheid, zij is net zo behendig in het lage als in het hoge register en haar acteren is van een grote intensiteit. Ze is van begin tot eind een ideale Azucena, zowel in haar eerste bezweringen als in haar laatste gefluister.

Sondra Radvanovsky, in de rol van Leonora, heeft een krachtige stem met een kernachtige hoogte, vaak wat aan de scherpe kant, met echter iets te veel vibrato in de eerste scènes en een dictie die vaak aan duidelijkheid te wensen overlaat. Ze is overtuigender, zelfs ontroerend, in de laatste scènes, wanneer ze zich opoffert en ze zich vergiftigt om haar geliefde Manrico te redden.

Ook de mannelijke rollen zijn goed. Marcelo Alvarez valt op door zijn welluidende stem, o.a. wanneer hij bij de aanvang van de opera vanachter de scène “à la Pavarotti” zingt. De “heldhaftige” opvatting van liefde maakt zijn zang echter enigszins ongeloofwaardig in de scènes waarin hij Leonore het hof maakt. Hij is geloofwaardiger als de wanhopige zoon in de laatste scène, in zijn duet met Anita Rachvelishvili.

Zeljko Lučić probeert de graaf wat minder vilein te maken door zijn aria’s met veel gevoel te zingen. Hij levert een mooie prestatie en hij is écht opmerkelijk als hij a capella zingt. Het orkest moest soms vertragen om gelijke tred te houden met zijn trage declamatie. Met haar mooie en goed beheerste stem is Elodie Hache een perfecte Inès.

Deze productie van de Troubadour heeft haar succes ook te danken aan de intelligente enscenering van Alex Ollé (La Fura dels Baus), die het liefdesdrama een zekere kritische diepte geeft.

Er zijn voorstellingen tot 14/7/2018 met verschillende bezettingen. U vindt de details hier.

Max Yvetot  / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 26/6/2018)

3 Comments

  1. René van den Ham schreef:

    Is deze productie een jaar of 3 geleden ook niet in Amsterdam te horen en zien geweest? Ik was er niet erg van onder de indruk.

  2. Basia Jaworski schreef:

    Klopt René.

    Intelligent geënsceneerd????????
    Deze productie (in een andere bezetting maar wel met dezelfde dirigent) heb ik toen ook gezien. Vreselijk.

    https://basiaconfuoco.com/2017/02/20/il-trovatore-in-amsterdam-2015/

  3. Jan de Jong schreef:

    Opnieuw een impressionistische versie van een Franstalig origineel. Is Max Yvetot akkoord met de interpellaties van de soi-disant vertaler? Ik zou furieus zijn, als mijn tekst op een dergelijke manier “vertaald” zou worden. De toevoegingen geven Nederlandstalige lezers namelijk een geheel ander beeld van de opera dan in de oorspronkelijke recensie geschetst wordt.
    Het is ondertussen een terugkerende amusante puzzel: lees de Nederlandse versie en onderstreep de toevoegingen van de bewerker. Controleer dit vervolgens bij het Franse of Duitse origineel.

    In Amsterdam vond ik het destijds vooral een suffe productie,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.