DIALOGUES DES CARMELITES – SUBLIEM EN SUBTIEL

Dialogues des Carmélites

Dialogues des Carmélites – Ensemble (Photo : Vincent Pontet)

Dialogues des Carmélites, opera van Francis Poulenc. Het libretto van de componist grijpt, met enkele coupures, terug het postuum scenario van Georges Bernanos geïnspireerd op de nouvelle van Gertrud von Le Fort, Die letzte am Schafott, en geschikt gemaakt voor het theater door Jacques Hébertot. De opera werd voor het eerst opgevoerd op 26 januari 1957 in het Teatro alla Scala te Milaan in een Italiaanse versie van Flavio Testi. De première van de Franse versie had plaats in de Opéra van Parijs op 21 juni 1957. Première  van deze productie in het Théâtre des Champs-Elysées te Parijs op 7 februari 2018. Bijgewoonde voorstelling op 14 februari 2018.

Blanche de la Force: Patricia Petibon
Mère Marie de l’Incarnation: Sophie Koch
Madame Lidoine: Véronique Gens
Sœur Constance de Saint Denis: Sabine Devieilhe
Madame de Croissy: Anne Sofie von Otter
Le Chevalier de la Force: Stanislas de Barbeyrac
Le Marquis de la Force: Nicolas Cavallier
Mère Jeanne de l’Enfant Jésus: Sarah Jouffroy
Sœur Mathilde: Lucie Roche
Le Père confesseur du couvent: François Piolino

Orchestre National de France
Chœur du Théâtre des Champs-Elysées
Ensemble Aedes

Direction musicale: Jérémie Rhorer
Mise en scène: Olivier Py

Musique:
Mise-en-scène:

Het is moeilijk nog iets toe te voegen aan alle lof die deze Dialogues des Carmélites kreeg toegezwaaid, een opera die de intrede in het klooster van een jonge vrouw vertelt tot aan de executie van de Karmelietessen door het Revolutionair Tribunaal. Deze productie is in alle opzichten een groot succes.

De enscenering van Olivier Py is subtiel en subliem. De decors lijken geïnspireerd door de esthetiek van de Japanse architect Tadao Ando op het eiland Naoshima, waar grijze betonnen muren een wisselwerking aangaan met het licht. Er schuiven elegante, leikleurige panelen over het toneel; zij stellen eerst een gewoon huis voor, maar worden dan het klooster in Pontoise dat zich als een kruis opent om Blanche te ontvangen. De horizontaal binnenvallende lichtstralen suggereren de opsluiting van de veroordeelde Karmelietessen. De dramatiek van de voorstelling wordt versterkt door de continuïteit van de enscenering, er is meer sprake van evolutie dan van verandering. Twee taferelen in het bijzonder waren zeer geslaagd: de dood van de priorin, waarbij het publiek een kijkje van bovenaf wordt gegund, en de zeer poëtische slotscène, waarbij de Karmelietessen in een boog staan opgesteld, gekleed in witte gewaden en met op de achtergrond een fonkelende sterrenhemel.

Dirigent Jérémy Rhorer geeft een levendige interpretatie. Zijn ritmes versnellen de zang waardoor deze dichter bij de gesproken taal komt, trouw aan de Debussy-achtige intentie van Poulenc. Het orkest benadrukt uitstekend de contrasten van de partituur, waarvan de relatief gevarieerde instrumentatie bestemd lijkt om dramatische diepte te ontwikkelen. De orkestpassages zijn vaak meer schemerig dan helder; het orkest zwelt soms aan om het geweld van de revolutie te illustreren dat voortdurend op de achtergrond sluimert, terwijl het in de finale tot een wervelende uitbarsting komt.

Patricia Petibon, de coloratuursopraan in de rol van Blanche de La Force, heeft een schitterende stem. Zij beschikt over een stralende hoogte waarin de existentiële onrust van het personage en de angst die haar achtervolgt, uitstekend worden weerspiegeld. Zuster Constance, vertolkt door Sabine Deviehle, brengt een heel andere sfeer; een stem met minder geaccentueerde variaties, die de sprankelende, stralende eenvoud van het personage illustreren. Als je Blanche met de maan zou vergelijken, dan is Constance beslist de zon. Madame de Croissy, vertolkt door good-old Anne-Sophie von Otter, is opmerkelijk in het ontroerende tafereel dat de eerste acte afsluit. Haar stem is een weinig schor, maar met een angstwekkende diepte, die de hulpeloosheid van de priorin in het aanschijn des dood voortreffelijk weergeeft. De Chevalier de la Force (Stanislas de Barbeyrac) wordt bewogen door broederlijke passie. De Barbeyrac heeft een prachtig timbre dat bij tijd en wijle associaties met Pelléas oproept. De andere rollen zijn ook uitstekend bezet, zoals mevrouw Lidoine, gezongen door een plechtige Véronique Gens, en Mère Marie de l’Incarnation, een rol die in handen is van Sophie Koch.

Onlangs nog was Dialogues des Carmélites het onderwerp was heftige discussies naar aanleiding de schabouwelijke enscenering van Dmitri Tcherniakov in München. In deze versie te Parijs zegeviert de meer “klassieke” uitbeelding van Olivier Py, een triomf op de zinloze regie-experimenten waaraan wij soms worden blootgesteld. Trouw aan componist en libretto en met een ideale bezetting is deze productie van de Munt en het Théâtre des Champs-Elysées een prachtige hommage aan het werk van Bernanos en Poulenc.

De productie van de Munt is integraal te zien op OperaVision of op Youtube.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 18/2/2018)

 

2 Comments

  1. Basia Jaworski schreef:

    Ik schreef ooit dat je de opera gewoon niet kunt verpesten, maar je hhebt ensceneringen en ensceneringen..

    De productie van Olivier Py is een van de beste (naast Robert Carsen en Guy Joosten) die van de opera is gemaakt.
    In mijn discografie heb ik de opname op dvd ook genoemd….

    https://basiaconfuoco.com/2017/11/21/dialogues-des-carmelites/

  2. Stefan Caprasse schreef:

    Deze produktie in de Munt gezien met bijna dezelfde bezetting. Daar was de eerste priores Sylvie Brunet Grupposo (ook enorm aangrijpende vertolking) en soeur Constance Sandrine Piau (ook prachtig in haar rol).
    Inderdaad niets dan lof voor de enscenering met zijn beklemmende kloostermuren met soms een doorkijk op een (gestiliseerde) bomentuin.
    Opvallend waren ook een drietal maal een soort van naïeve ‘tableaux vivants’ tijdens de interludia (eerst de anunciatie dan een kerststal en tenslotte -heel toepasselijk- op het einde, het passietoneel.
    Inderdaad een enscenering op dezelfde hoogte als die van Carsen!
    De enscenering van Tcherniakov heb ik niet gezien maar aan de foto’s ervan te zien lijkt het inderdaad nogal naast de kwestie. In ‘Dialogues’ is het ‘authentieke’ religieuze element te belangrijk om eraan voorbij te gaan.
    Al vind ik, zoals men weet, zeker niet alle ‘regieexperimenten’ even zinloos…
    Wat ‘Dialogues’ betreft kijk ik ook uit naar de bioscoopweergave van de MET-produktie eind volgend seizoen (mei 2019!) in een enscenering van John Dexter…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.