EEN MENSELIJKE STEM IN HET KASTEEL VAN BLAUWBAARD

La voix humaine

Barbara Hannigan (Elle) et Claude Bardouil. (Photo: Vincent Pontet / Opéra national de Paris)

A Kékszakállú herceg vára (Het kasteel van Blauwbaard), opera van Bela Bartok op een libretto van Béla Balázs, voor het eerst opgevoerd in de Opéra van Budapest op 24 mei 1918.
La Voix humaine, opera van Francis Poulenc, naar de gelijknamige monoloog geschreven door Jean Cocteau voor het theater in 1930. Het werk van Poulenc werd gecreëerd in Parijs, Salle Favart, op 6 februari 1959.
Première van deze productie door de Opéra national de Paris in het Palais Garnier op 17 maart 2018. Bijgewoonde voorstelling op 21 maart 2018.

Barbe-Bleue: John Relyea
Judith: Ekaterina Gubanova
Elle: Barbara Hannigan

Orchestre de l’Opéra national de Paris
Dirigent: Ingo Metzmacher
Regie: Krzysztof Warlikowski

Muziek:
Regie:

De Opéra van Parijs had het originele idee om van twee muzikaal zeer verschillende eenakters, La voix humaine en Blauwbaards burcht, een double bill te maken. De originele double bills vliegen ons tegenwoordig om de oren. De opera van Bartok is gebaseerd op het verhaal van Hertog Blauwbaard, waarin een vrouw, Judith, de verschillende kamers van het kasteel van haar man verkent en het kwaad ontdekt dat hij op zijn geweten heeft. De eenakter van Poulenc gaat over het laatste telefoongesprek dat een vouw voert met de geliefde die haar heeft verlaten. Terwijl het eerste werk volkomen tijdloos is, plaats het tweede ons in de ontwapenende realiteit van het dagelijks leven. Blauwbaards burcht wordt gezongen in het Hongaars, La voix humaine in het Frans.

Hoewel er tussen de twee opera’s slechts vijftig jaar zit, en beide tonaal gecomponeerd zijn, is de muzikale sfeer toch heel verschillend. Blauwbaards burcht wordt gekenmerkt door orkestrale rijkdom, een rijk instrumentaal palet, soms bijna een kakofonie die weerspiegelt wat Blauwbaard niet wil zeggen of tonen, een echo van de cryptische diepten waarin Judith verdwaalt en verstikt. La voix humaine zou je kunnen betitelen als “muzikaal efficiënt”: het orkest staat steeds in dienst van de zangeres, de instrumentatie is minder ingewikkeld en beperkt zich soms tot pure geluidseffecten. Er is overduidelijke affiniteit, en niet alleen in de laatste noten, met Dialogues des Carmélites van dezelfde componist.

De enscenering van Warlikowski verenigt de twee werken, hoe uiteenlopend ook, door de theatrale dimensie te benadrukken en de psychologische diepten van de twee opera’s op te zoeken. Om beide te verbinden gaat de regisseur zijn goddelijke gang en haalt hij een derde werk van stal: Belle en het beest van Jean Cocteau.

Beelden van het beest beheksen de burcht van Blauwbaard. De geprojecteerde filmfragmenten vormen een verbinding tussen twee werelden en twee tijden.

Blauwbaard is een goochelaar die duiven en konijnen uit zijn hoed tovert voor een vrouw die symbool staat voor de eerste drie vrouwen van Blauwbaard, zijn vierde vrouw Judith is de verleidster die óók wil weten en begrijpen, totdat haar ontdekkingen tot een onontkoombare preponderantie leiden. De burcht ziet eruit als een nachtclub (wel eens eerder gezien), met spiegels en glazen kooien die zich metamorfoseren tot een eenzame grot in La Voix humaine, waar de tot wanhoop gedreven vrouw rondzwerft, terwijl de geest van haar geliefde uit de glazen kooien opdoemt en zo de radeloos makende “afwezige aanwezigheid” belichaamt. Wazige zwart-witafbeeldingen van de Garnierzaal moeten ons eraan te herinneren dat dit allemaal theater is (1000 keer eerder gezien), maar ook dat dit theater een weerspiegeling van het echte leven is.

De twee stemmen van Blauwbaards burcht staan in fel contrast tot elkaar. John Relyea, in de rol van Blauwbaard, heeft een diepe, ongepolijste stem. Hij beleeft zijn rol met overtuiging, vooral op het einde van de opera, wanneer zijn persoonlijkheid wordt ontmaskerd na de opening van de laatste kamer. Ekaterina Gubanova, in de rol van Judith, heeft een penetrant stemgeluid, met een scherpe, bijna bijtende hoogte. Gubanova is een vastberaden, scherpzinnige Judith, die haar tot een verre nicht van Salome maakt. Het orkest is op zijn best in de rijk geïnstrumenteerde Blauwbaards burcht. Onder leiding van Ingo Metzmacher klinkt het Orkest van de Nationale Opera van Parijs bijzonder dynamisch en helder, met een goed evenwicht tussen de overvloed van klanken en de contemplatieve muzikale verkenning, gelardeerd met een verfijnde dosis humor.
Barbara Hannigan, die haar dirigeerneigingen godzijdank had thuisgelaten, getuigt in La voix humaine van een meer genuanceerde voordracht. Ze zweeft moeiteloos tussen de hoogste en de laagste regionen van deze soms veeleisende partituur, van schrille kreten tot de rauwe oratie aan het einde. Haar dictie is opvallend levendig, discreet begeleid door de stralende liefkozingen van het orkest.

Er zijn nog voorstellingen op 29/3, 4, 7, 11, 17 et 21/4/2018.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 26/3/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.