DE GRAAF VAN SEVILLA

Il Barbiere di Siviglia

Ensemble (Foto: Guergana Damianova-OnP)

Il Barbiere di Siviglia, opera van Gioacchino Rossini op een libretto van Cesare Sterbini, gebaseerd op de komedie Le Barbier de Séville ou la Précaution inutile van Beaumarchais. De première had plaats op 20 februari 1816 in het Teatro di Torre Argentina te Rome. Première van deze productie door de Opéra national de Paris – Opéra Bastille op 24 januari 2018.

Il Conte d’Almaviva: René Barbera
Bartolo: Simone Del Savio
Rosina: Olga Kulchynska
Figaro: Massimo Cavalletti
Basilio: Nicolas Testé
Fiorello: Pietro Di Bianco

Orchestre et Chœurs de l’Opéra national de Paris
Direction musicale: Riccardo Frizza
Mise en scène: Damiano Michieletto

Musique:
Mise-en-scène:

Na de opvoeringen in december in het Théâtre des Champs-Elysées, is er nu alweer een Barbier van Sevilla in Parijs. Geen wonder van sublieme coördinatie tussen de Parijse operahuizen. Er zijn tenslotte genoeg andere Rossini-opera’s. Aan de andere kant is het wel een heel andere Rossini die momenteel in Opéra Bastille opgevoerd wordt.

Net als in het Théâtre des Champs-Elysées gaat het verhaal in de Opéra Bastille over een barbier die een verliefde graaf helpt om het huis binnen te dringen waar een jong meisje wordt opgesloten door haar voogd, die tegen haar wil met haar wenst te  trouwen. Maar deze enscenering plaatst de personages in het Sevilla van vandaag. Een straat van alledaagse schoonheid dient als achtergrond voor de liefdes van graaf Almaviva en Rosina. Deze straat, met flitsende posters, afgeschilferde oker geverfde huizen, verweerde schotelantennes, een tapasbar, een op het trottoir geparkeerde auto en de toeschouwers op de balkons, geeft een fraai theatraal beeld van de lokale sfeer. Wie zou er niet graag door zo’n straat slenteren? De zangers acteren zwierig en zeer intens; de toeschouwers zijn overdonderd door de overdaad aan komische taferelen die zich van de ene verdieping naar de andere verplaatsen.

Het orkest begeleidt met pittige italianità. De ouverture wordt er in een razendsnel tempo doorheengejaagd; de op hol geslagen orkestleden lijken nauwelijks door de dirigent beteugeld te kunnen worden. De koperblazers beginnen al bij voorbaat spottend te lachen om de teleurstelling van Dr. Bartolo. De strijkers leveren een opvallend fraaie prestatie, maar het slagwerk leek zo af en toe op een rammelende kassa. Sommige passages worden op een nadrukkelijk romantische manier benaderd, zoals het wervelende einde van de eerste acte.
Trouw aan de geest van het Italiaanse belcanto spelen alle zangers met de partituur, voegen ze naar hartenlust vocale fiorituren toe en brengen ze zowel grappige als mooie variaties aan.

René Barbera bewijst dat de aria’s van graaf Almaviva niet als tweederangs serenades af te doen zijn. Met zijn zachte stem, misschien een vleugje nasaal, wint hij zowel het hart van het publiek als dat van Rosina. Hij heeft een rijk legato, zingt gemakkelijk en zijn interpretatie is intelligent. Hij heeft ook geen enkel probleem met de snelle passages die zo eigen zijn aan Rossini. De komische scène van de geveinsde muziekles, waarbij graaf Almaviva zich vermomt als beginnend leraar om Rosina te benaderen, wordt dankzij René Barbera een échte muziekles, bijna een blijk van krachtsvertoon. Hij weet de rol zo te sublimeren dat we de opera haast De Graaf van Sevilla zouden gaan noemen.

 

Kordate Rosina

Olga Kulchynska laat er geen twijfel over bestaan dat ze de rol van Rosina met gemak kan zingen en spelen. Zij is uitgedost met een vreemde mengeling van zwarte kleding en bloemen die enkel jonge meisjes kunnen dragen zonder belachelijk over te komen. Haar stem is trefzeker en fonkelend, haar aria’s zijn vloeiend, met virulente attaques, een trotse en kordate Rosina die nooit aan zichzelf twijfelt.

De donderende Figaro, vertolkt door Massimo Cavaletti, wisselt voortdurend tussen zang en spraak, hij verviervoudigt de uitspraak van zijn R’s om zijn woorden de  juiste kracht bij te zetten. Hij excelleert vooral in de lyrische passages. Met een grote scenische en vocale behendigheid zet Cavaletti in zijn entree-aria een karaktervolle en subliem gezongen Figaro neer. Zelfs Simone Del Salvio, in de ondankbare rol van Dr. Bartolo, slaagt er dankzij zijn vloeiende stem in zijn personage vertederend te maken.

Ver weg van de elegante, schilderachtige abstracties van Laurent Pelly in de Barbier van het Théâtre des Champs-Élysées, bruist deze versie van de Parijse Opéra van het leven. Het voortdurende va-et-vient in en om de woning van Dr. Bartolo, waar alle actie geconcentreerd is, geeft sommige acties een cinematografische dimensie. Maar de kracht van deze productie zit vooral in de uitstekende kwaliteit van de stemmen en in de meesterlijk geactualiseerde Commedia dell’Arte, zoals het vertrek van de geliefden per motorfiets met een sleep van rammelende blikjes.

Er zijn nog optredens tot 16 februari 2018.

Max Yvetot / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 26/1/2018)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *