EEN GRIJZE DON CARLO

Don Carlo

Ensemble. (Foto: Miguel Lorenzo)

Don Carlos, opera van Giuseppe Verdi, gecomponeerd op een Frans libretto van Joseph Méry en Camille du Locle. Gebaseerd op het toneelstuk Don Carlos, Infant von Spanien van Friedrich Schiller. Gecreëerd in de Opéra (Salle Le Peletier) te Parijs op 11 maart 1867. Italiaanse versie van Achille de Lauzières. Première van deze productie in het Palau de les Arts te Valencia op 9 december 2017. Bijgewoonde voorstelling op 18 december 2017.

Don Carlo: Andrea Carè
Filippo II: Alexander Vinogradov
Rodrigo: Plácido Domingo
Elisabetta di Valois: María Katzarava
Eboli: Violeta Urmana
Il Grande Inquisitore: Marco Spotti
Un frate: Rubén Amoretti
Tebaldo: Karen Gardeazabal

Cor de la Generalitat
Orquestra de la Comunitat Valenciana

Dirigent: Ramón Tebar
Regie: Marco Arturo Marelli

Muzikaal:
Scenisch:

Grijs. Zo valt de Don Carlo in Valencia het best te karakteriseren. Het gaat hier om de versie met vier aktes, met enkele wijzigingen. Grijs is de dominante kleur op het toneel, en grijs waren grotendeels ook de zangprestaties: geen kleur, geen opwinding en vrijwel geen hoogtepunten. Laten we die paar hoogtepunten meteen maar noemen. Het belangrijkst hoogtepunt van de avond was niet de zanger van de titelrol, maar de ‘senior’ op het podium, Plácido Domingo, die Rodrigo zong. Misschien is het zijn 50-jarige ervaring, misschien zijn charisma of misschien is het zijn techniek die hem in staat stelt om nog steeds veel “jonger“ te zingen dan je van en man van 76 zou verwachten. Wat het ook is, Domingo schonk ons ​​een glorieuze uitvoering. Nee, hij is geen Ettore Bastianini en geen Piero Cappuccilli, hij is Domingo en zingt met de onmiskenbare Domingo-stem. Het resultaat was een masterclass Verdi zingen. In deze uitvoering won hij de hoofdprijs voor de krachtigste stem, de beste projectie, de beste frasering en de beste podiumprésence.

De tweede plaats was voor Alexander Vinogradov als koning Philip II. Hij is nog heel jong en zelfs de beste visagist zou daar weinig aan kunnen doen, maar toch was hij een zeer ontroerende “oude” koning. Zijn pijn tijdens de grote aria “Ella giammai m’amo” klonk recht uit het hart, waarmee hij het publiek volledig in zijn greep kreeg. Men stopte zelfs met hoesten, een unicum op deze avond. Vinogradov kreeg een welverdiend applaus. Zijn warme stem is sterk, groot en goed geplaatst, en ook zijn techniek is prima, evenals zijn levendige acteerwerk

 

Elisa-betters

Ook van Marco Spotti als Grand Inquisitor kregen wij een goede indruk. Zijn stem is niet zo groot als die van Vinogradov, een vleugje “zwart” had niet misstaan, maar over het algemeen deed ook hij het goed. Net als Violetta Urmana als Eboli, vooral qua acteren. De rol van slechte vrouw speelde zij met overtuiging. Minder overtuigend was de uitdrukking van bittere spijt die zij had van haar daden. Haar stem is nog steeds sterk in het middenregister, maar wordt scherp in de hogere tessitura.

Maria Katzarava als Elisabetta had goede momenten, maar in het hogere register werd de stem schril en mager. Het middenregister was meestal wel in orde, maar kende toch ook een paar zwakke momenten. Haar acteerprestaties konden echter niet overtuigen, wij hebben “Elisa-betters” gezien. Nogal wat, eigenlijk.

De invulling van de titelrol was… grijs. Andrea Carè had geen gelukkige avond. Hij begon met wat stimmliche problemen, waarvan hij niet leek te kunnen herstellen. Zijn stemkleur is prettig, en hij zou geen problemen moeten hebben met hoge noten, maar het was ons inziens techniek waaraan het hem ontbrak. Hij valt de noten letterlijk aan; te veel gespannen persen in plaats van “soepel klimmen”, waarbij het op pijnlijke wijze aan kleuring, schakering en dynamische variatie ontbrak. Het was gewoon saai. De minder belangrijke rollen van Tebaldo (Karen Gardeazabal) en “Voice from heaven” (Olga Zharikova) werden goed gezongen.

Kudos gaan naar dirigent Ramón Tebar, die met verve dirigeerde, met warmte en sensibiliteit; het samenspel tussen dirigent en orkest was voorbeeldig. Een schijnbaar hybride geheel van een geweldige Verdi-opera met een vleugje “Spaanse warmte” en “Duitse nauwkeurigheid” bleek een interessante en zeer goed werkende combinatie. Het koor leverde een prima staaltje vakmanschap af. De koorleden verdienen een extra vermelding voor hun krachtige en indrukwekkende zang.

 

Grijs

De enscenering, een productie van de Deutsche Oper Berlin geregisseerd door Marco Arturo Marelli, bracht bij ons gemengde gevoelens teweeg. De historische kostuums deden weldadig aan, zo ook de realistische scènes. “Te realistisch”, zoals sommige delen van het publiek klaagden, vooral tijdens het autodafé en de slotscène waarin Don Carlo met andere strijders voor Vlaanderen wordt neergeschoten (?). Voor de rest is het grijs wat de klok slaat. Grote grijs-zwarte blokken vormen het decor, een beeld dat we al 100 keer hebben gezien. De blokken werden verplaatst om verschillende ruimtes of scènes te creëren, ook niet bepaald origineel. Het enige effect dat met die blokken werkte, was dat ze twee open ruimtes op de achtergrond creëerden, een horizontale en een verticale, waardoor er een groot kruis ontstond (vooral in ‘religieuze’ scènes), wat de alomtegenwoordige macht van de kerk in deze periode symboliseert.

Elisabetta’s jurken waren zwart en wit, Eboli ging in het turquoise, de priesters in het rood – maar voor de rest was het … grijs

Gabi Eder /Olivier Keegel (Gepubliceerd op 20/12/2017)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.