“ZELMIRA”

Zelmira

Emmanuel Franco, Luca Dall’Amico, Joshua Stewart, Federico Sacchi, Marina Comparato, Silvia Dalla Benetta, Gianluigi Gelmetti en Mert Süngü. (Foto © Andreas Heideker)

Zelmira, dramma per musica van Gioachino Rossini op een libretto van Andrea Leone Tottola, gebaseerd op het Franse toneelstuk Zelmire van Belloy. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro di San Carlo in Napels op 16 februari 1822. Concertante uitvoering door Rossini-in-Wildbad in de Trinkhalle te Wildbad op 27 juli 2018. Bij deze uitvoering werd gekozen voor een versie van de partituur die Rossini bewerkte voor uitvoeringen in Parijs in 1826.

Polidoro: Federico Sacchi
Zelmira: Silvia Dalla Benetta
Emma: Marina Comparato
Ilo: Mert Süngü
Antenore: Joshua Stewart
Leucippo: Luca Dall’Amico
Eacide: Xiang Xu
Priester: Emmanuel Franco

Virtuosi Brunenses
Gorecki Chamber Choir

Dirigent: Gianluigi Gelmetti

 

Het verhaal van Zelmira is vrij complex en eigenlijk het gevolg van een aantal gebeurtenissen die de opera vooraf gaan. Azorre heeft Lesbos veroverd en denkt dat de rechtmatige heerser Polidoro dood is. Antenore vermoordt Azorre om zo zelf de macht te grijpen, maar wordt uiteindelijk overwonnen door Zelmira, Polidoro’s dochter, en haar echtgenoot Ilo.

Toen Zelmira, de laatse in een rij opera’s die Rossini voor Napels schreef, in 1989 voor het eerst in Rome uitgevoerd werd, bestond er van de opera nog geen kritische versie, zodat de versie die dit jaar gespeeld werd enigszins afwijkt van wat bijna dertig jaar geleden te horen was, en van wat begin jaren negentig door Erato op plaat vastgelegd werd. De voornaamste verschillen met de originele versie uit 1822 bestaan uit het invoegen van twee taferelen: de aria “Ciel pietoso, ciel clemente” voor Emma aan het begin van het tweede bedrijf (geschreven voor Venetië in 1822) en de aria “Da te spero, o ciel clemente” voor Zelmira net voor de finale (toegevoegd voor Parijs in 1826) die eigenlijk overgenomen is uit de finale van Ermione uit 1819. Verder werden er nog wat wijzigingen aangebracht aan de vocale lijnen van bepaalde ensembles, waarbij vooral Ilo beter geworden is.

Hoewel heel wat van Rosssini’s serieuze werken na de Rossini-renaissance van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een soort tweede adem gevonden hebben, blijven opvoeringen van Zelmira uiterst zeldzaam. We denken dat dit komt door de moeilijk te bezetten rollen, vooral bij de mannen. Het was dan ook erg ambitieus van het festival om deze opera te programmeren, vermoedelijk op aangeven van de platenfirma (Naxos) die veel van de voorstellingen vastlegt en graag een volledige Rossini-editie wil uitbrengen.

Zo is Antenore bedoeld voor een baritenor met een uitzonderlijk stembereik, zowel in de hoogte als in de laagte. In Bad Wildbad werd deze rol waargenomen door de Amerikaanse tenor Joshua Stuart. Meer bariton dan tenor stelden de lagere passages hem voor weinig problemen maar voor een rol die ook in de hoogte enorme eisen stelt, viel hij zwaar door de mand. Jammer, zijn twee aria’s in het eerste deel behoren naar onze smaak tot het mooiste wat Rossini componeerde.

Zijn tegenspeler, ook vocaal, is Ilo. Deze rol vraagt een lichter stemtype met een uitzonderlijke hoogte en een haast onmenselijke virtuositeit. De partij werd meer dan voortreffelijk vertolkt door de Turkse tenor Mert Süngü die wat virtuositeit betreft zijn mannetje kan staan in dit repertoire. Zijn cv vermeldt bovendien nogal wat rollen in onbekende werken waarin we hopen hem nog terug te horen. Zelmira zelf is een rol geschreven voor Isabella Colbran en houdt dus wat het midden tussen een sopraan en een mezzosopraan. Wat dat betreft was Silvia Della Benetta zeker een aanvaardbare keuze, maar we vonden haar tijdens een groot deel van de opera wat op de achtergrond blijvend. We zijn echt wel een ander engagement gewoon van deze zangeres, hetgeen ook de volgende dag in Moïse et Pharaon bevestigd werd. We waren meer onder de indruk van de mezzosopraan Marina Comparato, een zeer muzikale en stijlvolle Emma. Luca Dall’Amico was erg genietbaar als Leucippo maar Federico Sacchi kon als Polidoro op geen enkel moment de schijn wekken de rol aan te kunnen.

Voor het tweede jaar op rij kon Gianluigi Gelmetti overtuigd worden om naar Bad Wildbad af te reizen en zijn dirigaat was de voornaamste reden waarom de voorstelling geen flop werd. Mooi aangepaste tempi, fraaie details die uit de muziek gelicht werden en een orkestspel dat werkelijk steun bood aan de solisten waren een lust voor het oor. De ovatie aan het einde van de avond was dan ook meer dan verdiend, al mag ook de prestatie van de Virtuosi Bruneses niet vergeten worden. Dit orkest speelt gedurende alle voorstellingen van het festival aan een gemiddelde van meer dan één voorstelling per dag. Dat deze (vooral jonge) mensen aan zo’n tempo dergelijk hoog niveau kunnen aanhouden verdient alle lof. Lof dat ook gedeeld wordt met het Gorecki Chamber Choir dat voor het eerste te gast was in Bad Wildbad.

Al bij al waren we toch wat teleurgesteld na deze concertante Zelmira, volgens ons één van de mindere voorstellingen die we de laatste jaren in Bad Wildbad bijwoonden.

H.D. (Gepubliceerd 31/7/2018)

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.