ICH BIN EIN KONWITSCHNYER

Der fliegende Holländer

Wolfgang Koch (Der Holländer) (Foto: Bayerische Staatsoper)

Der fliegende Holländer, opera van Richard Wagner (muziek en libretto). Gecreëerd in het Hoftheater te Dresden op 2 januari 1843. Bijgewoonde voorstelling in de Bayerische Staatsoper te München op 29 juni 2018.

Daland: Franz-Josef Selig
Senta: Elena Stikhina
Erik: Tomislav Mužek
Mary: Okka von der Damerau
Der Steuermann: Dean Power
Der Holländer: Wolfgang Koch

Bayerisches Staatsorchester
Chor und Extrachor der Bayerischen Staatsoper
Dirigent: Bertrand de Billy
Regie: Peter Konwitschny

Muzikaal:
Scenisch:

Thuis heb ik een geweldige Konwitschny-Holländer, die mij zeer na aan het hart ligt. De goede verstaander begrijpt dat ik het heb over Franz Konwitschny die in 1964 met de Staatskapelle Berlin en een droomcast van Dietrich Fischer-Dieskau, Gottlob Frick, Fritz Wunderlich (!), Rudolf Schock en Marianne Schech een van de fraaiste, in ieder geval een van de meest interessante Fliegende Holländers ooit opnam. Uw wenkbrauwen fronsen bij het horen van de naam Dietrich Fischer-Dieskau?  Onnodig. Hij brengt een fraaie diepte in deze Wagner-rol, zoals hij ook deed in Tannhäuser, ook met Franz Konwitschny, en in Lohengrin (Kempe). Konwitchny Sr. had de bijnaam “Kon-whisky” vanwege zijn ruimhartig innamebeleid, en ik zou er geen uitspraak over willen doen of het deze ongerechtigheid der vaderen was die bezocht werd aan de kinderen. Hoe dan ook: Konwitschny Jr., die onlangs nog bij de opera in Gotenburg werd ontslagen wegens vérgaand onbeschoft gedrag, dat is geheel andere koffie dan de van zijn glaasje nippende Pa Konwitschny. Waarschijnlijk overbodig, maar om het profiel van Jr. met een enkele pennenstreek te schetsen: van hem zijn de woorden “Ich betrachte mich nicht als dem Regietheater zugehörig”. U herkent het kind dat bij de onverwachte thuiskomst van moeder zich met halfvolle mond haast te verklaren dat het géén koekje heeft gepikt. Peter Konwitschny is, samen met sektegenoten als -bijvoorbeeld- Bieito en Warlikowski, de vertegenwoordiger van het Regietheater bij uitstek.

Maar toch…  Prepare for a shock.

 

Klassieke, romantische vertelling

Deze Fliegende Holländer in de regie van Peter Konwitschny is een productie uit 2004, eerste opvoering in München in 2006, die bijna elk jaar terugkeert in de Beierse hoofdstad (heren in smoking, dames in het lang: klasse). In 2006 is Konwitschny nog niet geheel in de complete (en onsmakelijke) waanzin vervallen die bijvoorbeeld zo kenmerkend is voor zijn latere regies, zoals die van Salome. Deze Holländer is een uiterst opmerkelijke mix van een klassieke romantische vertelling (akte 1 en 3) en onvervalst Regietheater (akte 2). Senta springt in de tweede akte vrolijk rond in een fitnesscentrum maar komt daar een Holländer tegen (“U ook hier?”) in een onvervalste 17e-eeuwse outfit. Konwitschny zelf zei daarover: “Das ist nur eine Umdeutung, damit die Zuschauer wissen, dass der Holländer aus einer anderen Zeit in Sentas, d.h. in unsere Gegenwart kommt.” Het groteske van de uitspraak is evident, maar het schabouwelijke “damit die Zuschauer wissen” wijst op een bedenkelijk en betuttelend denkraam.  “Damit die Zuschauer wissen”, opdat het publiek weet… Want het publiek weet immers niets. Er wordt voor u gedacht, waarmee Konwitschny zich een schrijnend relict betoont van het land waar hij het grootste deel van zijn leven doorbracht, het communistische Oost-Duitsland.

Bij de spinnende dames in de tweede akte had Wagner zich een bepaalde voorstelling gemaakt, namelijk: spinnende dames! Dames aan het spinnewiel dus. We vinden het spinnen terug in de muziek (!) en in het libretto:

Summ’ und brumm’, du gutes Rädchen,
munter, munter, dreh’ dich um!
Spinne, spinne tausend Fädchen,
gutes Rädchen, summ’ und brumm’!

Het woord “spinnen” komt zo’n 15 à 20 keer in het libretto voor, de muziek zinspeelt op deze ambachtelijke activiteit, maar toch is er één heilige operawet in het Moderne-Muziektheater-Voor-Mensen-Van-Nu: er zullen géén spinsters te zien zijn. Konwitschny voegt er wél humor aan toe. Hij maakt van de zijdespinsters fitnessgangers die aan het “spinnen” zijn, dat is fitness-speak voor fietsen op een hometrainer. In een breder en toepasselijke perspectief: luchtfietserij. Een spinnend koor wordt een spinnend -en piepend- fitnessklasje van neon-gekleurde dames op een namaakfiets, onder supervisie van Mary, die uitvaart tegen Senta terwijl de laatste op het toneel ontbreekt. Du aber, Senta, schweigst dazu? is een wat onredelijk verwijt tegen iemand die niet aanwezig is. Tussen haakjes: er waren natuurlijk twee Senta’s, de dubbelganger! Wij hebben daar verder ons Latijn niet ingestoken.

De te ver doorgevoerde, middelmatige woordgrap met het dubbelzinnige “spinnen” wordt sinds 2004 jaar-in jaar-uit aan het publiek voorgezet. Deze spinsters/fietssters mogen, in tegenstelling tot de Holländer, níét 1 keer per zeven jaar aan wal. Een alleszins treurig lot.

En het begon in de eerste akte zo alleraardigst, met duistere, onheilspellende en klassiek gekostumeerde beelden. Helaas werd toch de onvermijdelijke anachronismekaart gespeeld en ging het 17e-eeuwse Noorwegen zich met de 21e-eeuwse versie bemoeien. In het fraaie, klassieke, nautische toneelbeeld van de eerste akte, die met merkbare zang- en spelvreugde wordt uitgevoerd, verschenen al gauw twee moderne ligstoelen en een plastic inklaptafel. Dat doet Konwitschny om ons te pesten. Maar in de derde akte komen Mensen-Van-Nu er tot onze vreugde weer bekaaid af. Want die derde akte is gewoon meesterlijk en aangrijpend geregisseerd. De beklemming van de omineuze vreugde van het gewone volk tegenover het morbide zwijgen van de spookschipbemanning kon niet beter in beeld gebracht worden.

Érgens moest er natuurlijk wel ingegrepen worden in het libretto, anders tel je niet mee, en de afloop is het eenvoudigste speelveld daarvoor. De Konwitschny-versie maakt daarop geen uitzondering: Senta duikt niet de zee in, maar laat het hele zooitje met een enorme knal exploderen. Of de vervloekte zombie-bemanning van het spookschip gevoelig is voor exploderend dynamiet, dat weet alleen Konwitschny zelf. Hier helaas geen “Damit die Zuschauer wissen”…  De muziek breekt in ieder geval af en sterft weg als het geluid van een grammofoonplaat. Als u belooft het niet verder te vertellen: het einde was wel degelijk opwindend, spectaculair. Een guilty pleasure als beloning voor 20 uur in de trein zitten om een door Konwitschny geregisseerde opera bij te wonen. Of zou het een gevalletje Stockholm-syndroom zijn?

 

Onverwoestbaar

Het Wagner-kanon Wolfgang Koch, verrassend licht en lyrisch (wij prefereren een wat diepbassigere Holländer) en bij tijd en wijle smaakvol vals zingend, vertolkte de rol van de Holländer die gedoemd is over de zeeën te blijven varen en één keer per zeven jaar aan land mag. Koch, die deze volgens hem uiterst veeleisende rol lang heeft uitgesteld, is in zijn vervloekte onsterfelijkheid vooral in de derde akte goed op dreef, hoewel wat kortademig.  De diepe maar soepele bas, een prachtstem, van Franz-Josef Selig maakt van Daland, die uit materialistische motieven zijn dochter Senta aan de Holländer wil koppelen, haast een sympathiek personage van het type “we kenne allemaal wat verdiene”. Dan de sensatie van de avond. Als het journalistiek niet onbetamelijk was, zou ik zeggen: uw recensent hield het nauwelijks droog bij de parelende Senta van de bloedmooie Elena Stikhina: een onvervalste life changer.  Ik riep “brava” bij het eindapplaus, nou, dan weet u het wel. Zij won al eerder de Publieksprijs en de Culturarte Prijs tijdens de Operalia van 2016. Stikhina wordt in de nabije toekomst ongetwijfeld een van de grote operanamen à la Netrebko. Een moment om je te herinneren. Fijn om later te kunnen zeggen: “Die heb ik nog in het begin van haar carrière gehoord.” Deze Russische lirico spinto sopraan heeft een schitterende projectie, adembenemende pianissimi zoals in “Doch, dass der arme Mann…” en laat intense wanhoop horen in “Hier steh ‘ich, treu dir bis zum Tod!”. Een onmetelijk groot genoegen, mevrouw Stikhina als Senta! Misschien wel de beste Senta sinds jaren, misschien wel zonder “misschien wel”. Ook nog eens een goede actrice. Haar scène met Erik was er een waarbij de fossiele operaliefhebbers hun vingers konden aflikken. Tomislav Muzek vertolkte Erik, een rol die hij in 2015 ook al op zich had genomen in Bayreuth; zijn genuanceerde lyrische tenor sorteerde precies het gewenste effect om een perfecte Erik neer te zetten. Nu eens niet een Lulletje Rozenwater zoals recentelijk bij de nogal overschatte Holländer van de Nederlandse Reisopera, maar een gepassioneerde afgewezen minnaar. Met een dijk van een stem, om het eens clichévrij uit te drukken.

 

Fitness-bitch

Okka von der Damerau was de ondankbare taak toebedeeld om gestalte te geven aan de transformatie van Wagners opperspinster tot Konwitschny’s fitness-bitch. In deze fitnessruimte van de tweede akte waren niet alleen spinnende dames aan het sporten, ook Erik verscheen in badjas; het was kennelijk pre-islamitisch gemengd zwemmen. Ook Daland en de Holländer betraden de sportschool; gezien hun kortstondige verblijf waarschijnlijk op een dagkaart. Terug naar Okka von der Damerau: zij bekoorde mij niet echt te midden van het stimmliche geweld van haar collega’s, wij bleven enigszins op onze honger zitten, ze leek niet goed te weten welke kant ze op moest met haar stem om een geloofwaardige Mary neer te zetten. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de regie haar ook tegenwerkte.  Dean Power deed het prima-de-luxe als continu dronken (zeeman, immers!) en zeer lyrische Steuermann. Wat een topcast toch in deze Holländer!

Dirigent Bertrand de Billy ging er met het Bayerisches Staatsorchester en het koor (plus extra koor) van de Bayerische Staatsoper met gestrekt been in, en wist er met veel dynamische contrasten de vaart en spanning prima in te houden, waarbij ook de balans tussen zangers en orkest bij hem in goede handen was. De ouverture, als ware het een godsgeschenk met gesloten doek gespeeld (dank! dank!), greep het publiek meteen stevig bij de lurven.

Hoe er in de tweede akte ook mee geklooid werd, door het meeslepende verhaal, Wagners weelderige orkestratie en de stimmlich diepgevoelde personages, en niet te vergeten door de te overziene lengte van de opera, zal Der fliegende Holländer nog in lengte van jaren een onverwoestbare, en een van de meest uitgevoerde Wagner-opera’s blijven. Alleen al het onverwoestbare muzikale thema “Steuermann lass die Wacht”  is de reis meer dan waard. Vergeten wij de idiotie van de tweede akte -en dat was geen lastige opgave met deze topcast- dan is deze Holländer “van” Konwitschny eenvoudigweg een ijzersterke productie.

Segel auf! Anker fest!

 

Epiloog

Sterrenverantwoording. Daland 8 sterren. Senta 10 sterren. Erik 9 sterren. Mary 3 sterren. Steuermann 4 sterren. Holländer 3 sterren. Orkest 5 sterren.  Gemiddelde 6. Eindoordeel 5 sterren.

Regie. Eerste akte 5 sterren. Tweede akte 0 sterren. Derde akte 4 sterren. Eindoordeel 3 sterren.

 

Er zijn nog voorstellingen op 2, 22, 25 en 28/7/2018.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 30/6/2018)

11 Comments

  1. Pieter van den Berg schreef:

    Eindelijk een uitgebreide recensie en geweldig beschreven!

  2. Guus Mostart schreef:

    Merkwaardig dat uw recensent twintig uur in een trein gaat zitten om een veertien jaar oude productie te recenseren. Kon hij geen persvrijkaartje krijgen voor de nieuwe Parsifal met topbezetting? Of reikte de lange arm van de Nationale Opera in Amsterdam tot diep in Beieren?

    • Jan de Jong schreef:

      Ja, mijnheer Mostert. Wilt u niet proberen om de grapjas uit te hangen op deze site. Dat is alleen voorbehouden aan de operacolumnist. Over een verzuurd denkraam gesproken: hopelijk gaat u nu niet zeggen dat u de mond wordt gesnoerd (censuur!), dat er tijdens de ouverture al iets op het toneel gebeurt, dat u niet van regietheater houdt of waarom er geen verismo geprogrammeerd wordt.
      Overigens begrijp ik dat de |Operagazet haar correspondenten met de omnibus op weg stuurt. Want met de hogesnelheidstrein kan u in 6,5 uur van Brussel naar de geliefde Beierse hoofdstad.

  3. olivier keegel schreef:

    ik vrees dat u spitsvondigheid verwsrt met de sneue afscheiding van een verzuurd denkraam. Is het u bekend dat in een 14 jaar oude productie, die dus steeds nieuw publiek trekt, niet 14 jaar dezelfde zangers optreden? Verder kan ik u verzekeren dat ons nationale operahuis qua ruimhartigheid en hoffelijkheid een voorbeeld kan nenem aan zijn vakbroeders in München. Wat die laatste eigenschap betreft: niet alleen ons nationale operahuis… Dank voor uw relevante, sympathieke en inhoudelijk uiterst boeiende bijdrage.

  4. Guus Mostart schreef:

    Uw recensent geeft geen antwoord op de vraag waarom hij twintig uur in een trein gaat zitten voor een veertien jaar oude productie terwijl bij datzelfde operahuis zojuist een nieuwe Parsifal in première is gegaan. Als broodheer zou ik daar zo mijn vragen over stellen.

    • olivier keegel schreef:

      Tot ons beider genoegen, althans tot mijn zeer grote genoegen, bent u mijn broodheer niet. Welke vragen tussen mijn broodheer en mij gewisseld worden, regardeert u niet; ik weet het, dat is een concept waar de Hollandse volksgeest zich maar moeilijk bij kan neerleggen, “ergens niets mee te maken hebben”. Ik kan u als troost wel verklappen dat als u heel goed leest -haast u vooral niet- het antwoord op uw prangende vraag reeds gegeven is, met dien verstande dat het wel zo is dat de keus van het vervoermiddel en de daarbij behorende reistijd u al helemaal geen ene moer aangaat. Van mijn kant: nogmaals dank voor uw relevante, sympathieke en inhoudelijk uiterst boeiende bijdrage.

  5. Akar Tospann schreef:

    Ik ben het geheel eens met de fantastische Pieter van den Berg (wat hebben wij indertijd van u genoten). Hij vind de recensie “geweldig geschreven”, en dat ben ik met deze koryfee eens. Ik heb wel tabak van die oersaaie recensies waarbij de ene qua stijl niet van de andere te onderscheiden is. Keegel is recht voor zijn raap, en heeft de gevolgen daarvan al ondervonden. Er is een ware hetze tegen hem ontstaan, niet in de laatste plaats aangevoerd door….. zijn collega’s! Walgelijk.

    En wat is er eigenlijk tegen om een 14 jaar oude productie in het kader van de Munchener Opernfestspiele te recenseren? Er zijn immers steeds nieuw publiek en nieuwe zangers. Hoe hadden wij, als niet-insiders, anders geweten over de fantastische Elena Stikhina? Op die naam zijn wij nu gespitst.

  6. Guus Mostart schreef:

    Het is duidelijk dat uw recensent geen adequaat antwoord heeft op mijn relevante, sympathieke en inhoudelijk uiterst boeiende vraag. Wellicht dat u als zijn broodheer wel kunt verklaren waarom uw recensent – zoals hij zelf opmerkt – tien uur in een trein moet zitten om een veertien jaar oude herneming van Holländer te recenseren ipv de nieuwe top-productie Parsifal. Dat lijkt mij niet in het belang van uw orgaan en lezers, cast changes ten spijt.

  7. Fred Coeleman schreef:

    Ja daar heb je wel over een paar kanjer (Dietrich Fischer Dieskau en Fritz Wunderlich. zo heb je ze niet meer……

    Ben zeer benieuwd naar de verdere carriere van Elena Stikhina, zal haar proberen te gaan volgen.
    Leuk om te lezen dat deze een Brava kreeg. en dat betekent inderdaad wat…

  8. Roy Hoever schreef:

    Wagner is bepaald niet een favoriete componist. Maar naast “Der Walkürenritt” heeft “Der fliegende Holländer” toch een warm plekje in mijn hart gekregen. De recensie lezend, moet ik misschien toch maar een reisje naar de oosterburen in overweging nemen. Met deze Senta is misschien zelfs akte 2 te overleven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.