DIVA ONTBEERT GRONDPERSONEEL

Maria Stuarda

Olesya Golovneva (Maria Stuarda), ensemble en koor. (Foto: Monika Rittershaus)

Maria Stuarda, opera van Gaetano Donizetti op een libretto van Giuseppe Bardari, gebaseerd op Andrea Maffei’s vertaling van Friedrich Schiller’s toneelstuk Maria Stuart. Voor het eerst opgevoerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 30 december 1835. Première van deze productie door de Deutsche Opera am Rhein op 15 december 2017. Bijgewoonde voorstelling in het Theater Duisburg op 20 december 2017.

Maria Stuarda: Olesya Golovneva
Elisabetta I.: Mary Elizabeth Williams
Anna Kennedy: Maria Boiko
Roberto: Gianluca Terranova
Lord Guglielmo Cecil: Laimonas Pautienius
Giorgio Talbot: Giovanni Furlanetto

Chor der Deutschen Oper am Rhein
Duisburger Philharmoniker

Dirigent: Lukas Beikircher
Regie: Guy Joosten

Muzikaal:
Scenisch:

Het aantal moordaanslagen waarmee Elizabeth I van Engeland te maken kreeg, wordt waarschijnlijk alleen overtroffen door de veelheid en diversiteit van aanslagen die het schabouwelijke Regietheater op de opera als kunstvorm heeft gepleegd. “There are more than two hundred men of all ages who, at the instigation of the Jesuits, conspire to kill me”, schreef Elizabeth I (1533-1603) in 1583 aan de Franse ambassadeur. En daar was geen woord van gelogen. Sommige van deze aanslagen zijn zelfs met een eigen naam de Engelse geschiedenisboekjes in gegaan. The Barge Incident, The Ridolfi Plot, The Throgmorton Plot en The Babington Plot, het lijken titels van John le Carré, maar het zijn moordcomplotten waar steeds de Schotse katholieke koningin Maria Stuart achter zat, die aanspraak maakte op de Engelse troon. De dames Elizabeth en Maria lagen elkaar dynastiek niet. En als dames elkaar niet liggen, denk aan Patty Brard vs. Tatjana Simic, wordt het een strijd waarbij vergeleken de slag bij Duinkerken kinderspel is. Een gevecht tot het bittere einde. In het geval van Maria Stuart vond het bittere einde plaats in 1687. Met haar onthoofding. Maria’s motto, “In The End is My Beginning”, bleek van profetische waarde. Na haar dood verwierf zij meer en meer een legendarische, Princess Diana-achtige status. En, zij had postuum het laatste woord: haar zoon volgde Elizabeth op als James I van Engeland.

Maria Stuarda behoort tot de vijf à zes meest succesvolle opera’s van de bijna zeventig die Donizetti gecomponeerd heeft, en vormt het tweede deel van een drieluik dat begint met Anna Bolena (1830) en eindigt met Roberto Devereux (1837). Geen stelt-niets-voor libretto deze keer, maar een historisch gegeven, waarbij de componist zich liet inspireren door Schillers tragedie Maria Stuarda. Het resultaat is een damesopera waarbij zowel de openlijke als de stiekeme belcantoliefhebbers hun vingers kunnen aflikken. Een van de beste werken die Donizetti gecomponeerd heeft.

 

“BASTAARD VAN BOLEYN! HOER!”

Donizetti heeft het Elisabetta niet gemakkelijk gemaakt. Ze krijgt een huwelijksaanzoek van de koning van Frankrijk (“Ah! Quando all’ara”), maar haar hart gaat eigenlijk uit naar Roberto, Graaf van Leicester, die echter niet gediend is van haar avances. In de tweede akte neemt Donizetti (Schiller) een loopje met de geschiedenis en zien we hoe Maria Stuarda, die op luxueuze wijze gevangen wordt gehouden op Forteringa Castle, knielt voor Elisabetta en om haar vrijlating vraagt. Een ontmoeting die in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden. De hardvochtige koningin denkt er niet over Maria vrij te laten, en dan heb je de poppen aan het dansen. Maria gooit er een ordinaire scheldkanonnade tegen aan: “Figlia impura di Bolena. Meretrice indegna e oscena”! Toe maar. Dat gaat slecht aflopen voor Maria. In de derde acte wordt ze dan ook onthoofd, maar wat waar is, is waar: zij neemt stijlvol en op perfect Donizettiaanse wijze afscheid van haar hoofd. Nadat haar vrienden haar nog een laatste keer toezingen (“Deh! Tu di un’umile”) vindt Maria, vlak voordat zij gedecapiteerd wordt, nog tijd om het bestaan van een vergevensgezinde God te memoreren (“Ah! Se un giorno da queste ritorte”). Klasse. Heldin.

 

OLESYA GOLOVNEVA

De nieuwe productie van Maria Stuarda bij de Deutsche Oper am Rhein in het Theater Duisburg heeft als grote troef de schitterende, expressieve Russische sopraan Olesya Golovneva in de titelrol. In mei van dit jaar verzorgde zij samen met bariton Sergei Leiferkus (71 jaar) nog een recital met Russische liederen in Amsterdam.

Golovneva beschikt over superbe, intense topnoten, die zij voorbeeldig beheerst; haar topregister is soepel, helder en vol kleur, haar (coloratuur)techniek is boven elke twijfel verheven. Haar inzetten zijn in tegenstelling tot die van de rest van de cast, steeds loepzuiver. Zo’n prachtige zangeres maakt de hele avond goed, en dat was wel nodig ook. Ze geeft een indringende, koninklijke en toch levendige vertolking van haar rol als Maria Stuarda, waarbij zij zowel in de lyrische als in de meer dramatische passages volledig weet te overtuigen.

De uit Philadelphia afkomstige spintosopraan Mary Elizabeth Williams, die vorig jaar haar Scala-debuut maakte in Porgy and Bess, deed het in de rol van Elisabetta helaas iets minder dan haar tegenspeelster. Zij is typisch zo’n sopraan met een pracht van een stem, behalve wanneer ze ‘m gebruikt. Wat cru gesteld misschien, maar zij staat toch echt mijlen ver af van de legendarische Elisabetta’s zoals die van Shirley Verrett. Één kwaliteit is onmiskenbaar: Williams is een fenomenaal actrice. De wijze waarop zij de verscheurdheid tussen trots en kwetsbaarheid over het voetlicht bracht, overtuigde volledig. Met geraffineerde mimiek en gebaren was ze een perfecte Elisabetta. Williams heeft een fraaie, tedere piano maar als er volume is vereist, is haar geluid minder fraai. Ook op het onderdeel coloratuur moest zij Golovneva ruim voor laten gaan: hier klonk Williams herhaaldelijk nogal schel. Roberto, de Graaf van Leicester, werd vertolkt door Gianluca Terranova, die nogal zwaar verankerd zit in het Verdi-Puccini repertoire. Voor Donizetti lijkt Terranova een minder gelukkige keuze. De partij van Leicester kostte hem hoorbaar moeite, vooral in de hogere regionen, en zijn stem verloor glans naarmate de avond vorderde.

De Duisburger Philharmoniker onder leiding van Lukas Beikircher mag van vele markten thuis zijn, wat het belcantorepertoire betreft bleven wij op onze honger zitten. Elegant, geciseleerd spel is er niet bij, de doffe benadering van Kapellmeister Beikircher grossiert in grove accenten. De overige zangers waren niet slecht, maar bepaald geen belcantospecialisten, zeer twijfelachtig gecast. Het was allemaal te hard, te schreeuwerig. Het muzikale feest voor het oor moest echt van Olesya  Golovneva komen. Het koor, dat een goede indruk maakte, wierp de eeuwige paradox van het Nederlanderschap weer eens op: zodra je over de grens gaat, is het eten beter en het operakoor slechter.

 

NIEUW TYPE KOELKAST

De Belgische regisseur schijnt een typische belcantoregisseur te zijn. Het viel ons niet op. Er waren deels historische kostuums, geforceerd opgepiept met enkele contrasterende contemporaine elementen om de productie in aanmerking te laten komen voor het stempel “eigentijds”. Het eenheidsdecor bestond uit een multifunctionele ruimte met aan weerszijden een grote trap die naar een cellencomplex leidt. Deze ruimte werd in de derde akte getransformeerd tot wat naar mijn idee een cafetaria-achtige (wacht)ruimte/gevangenisruimte met sobere zitjes was. Voor de liefhebbers vermelden wij dat er in de opera in het algemeen en ook in deze Maria Stuarda een nieuw type koelkast zijn intrede heeft gedaan. De horecakoelkast met glazen deur, waarachter een ruime hoeveelheid bier en chips. Wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken.

Maria Stuarda leest nu eens al loungend de krant en zoekt dan haar cel weer eens op, beetje raadselachtig. Ze is soms gekleed in een eigentijds huispak, dan weer stoeit ze met een oranje Guantánamo-outfit. Nu eens verschijnt ze in hofkledij, dan weer is het een soort Kniertje met omslagdoek en overeenkomstige de-vis-wordt-duur-betaald teksten. Eveneens raadselachtig. Absoluut dieptepunt: als Maria afscheid neemt van haar naasten, een van de ontroerendste momenten uit de opera, doet men zich vrolijk tegoed aan bier uit de gevangeniskoelkast. Joosten geeft dus weinig blijk van zicht op het drama. Maar er waren wel filmprojecties. Dat dan weer wel.

Alleen voor Olesya Golovneva is een bezoek aan Maria Stuarda de reis naar Duisburg wel waard. De derde ster komt zonder meer voor haar rekening.

Er zijn nog voorstellingen tot 16 juni 2018. Details vindt U hier.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 21/12/2017)

2 Comments

  1. Mauricio Fernandez schreef:

    No Grazie, geef mij maar de prachtige Met-productie!

  2. Sharon schreef:

    Golovneva is inderdaad geknipt voor dit repertoire. Geweldige zangeres. Jammer dat de rest van de cast dit niveau niet benaderde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *