SYMFONIE NR. 2 VAN GUSTAV MAHLER

Ivan Fischer

Ivan Fischer

Symfonie nr. 2, “Auferstehungs-Symphonie” van Gustav Mahler. Voor het eerst uitgevoerd op 13 december 1894 in Berlijn. Bijgewoonde uitvoering door de Dresdner Musikfestspiele in het Kulturpalast te Dresden op 25 mei 2018.

Christiane Karg, sopraan
Elisabeth Kulman, mezzosopraan

Budapest Festival Orchestra
Czech Philharmonic Choir Brno
Dirigent: Iván Fischer

 

Christiane Karg

Christiane Karg

Elisabeth Kulman

Elisabeth Kulman (Foto: Stephan-Polzer)

Wij staan er doorgaans niet bij stil, maar in deze Tweede Symfonie doet voor het eerst, na Beethovens 9e, de menselijke stem haar intrede in de symfonie. Mahler bleef zijn ganse leven aan het concept vasthouden, want koor en solisten bleven een rol spelen in zijn 3e, 4e en 8e symfonie. Das Lied von der Erde zou zelfs een Lied-Symfonie worden.

Met het programmatische concept van deze symfonie en met de erin verwerkte poëtische teksten, wilde Mahler zijn denken formuleren over de zin van leven en dood, vragen over de oneindigheid van de wereld en het menselijk bestaan.

Aan de vijfde beweging dankt de symfonie haar naam “opstanding”. Mahler hoorde in Hamburg, bij de begrafenis van Hans von Bülow de tekst van Klopstock reciteren: “Auferstehen, ja auferstehen wirst du, mein Staub, nach kurzer Ruh…” en inspireerde zich daarop voor een grandioze evocatie van het Laatste Oordeel.
De orkestbezetting vraagt twee solisten, een gemengd koor en een reusachtig orkest dat naast strijkers en een stevige blazersbezetting ook een orgel omvat, een grote slagwerkgroep en een aantal instrumenten die in de coulissen staan opgesteld.

De uitvoering die wij in Dresden bijwoonden, was zonder meer “grandioos”. Vanop onze plaatsen op de eerste middenbalkon, konden wij de heldere akoestiek van de nieuwe concertzaal juist inschatten. Iván Fischer is een dirigent die weet hoe hij een climax moet opbouwen, maar die ook veel aandacht besteedt aan de afzonderlijke instrumentalisten. De orkestklank was daardoor hartstochtelijk en toch helder. De structuur van de partituur bleef steeds waarneembaar en de details die daardoor aan het licht kwamen waren ontelbaar, zoals de korte maar magnifieke hobosolo tijdens “Urlicht”. Dankzij Mahler weten wij nu ook dat tijdens het Laatste Oordeel niet enkel schallende trompetten zullen weerklinken maar ook een goddelijke dwarsfluitsolo.

De altsolo werd gezongen door Elisabeth Kulman, niet meteen een ideale keuze, daarvoor is haar stem te licht, iets te kil zelfs en aanvankelijk bijna onhoorbaar . Zij zong met veel stijl en tekstbesef, maar wij geven toch de voorkeur aan een stem met meer warmte en meer body.
De sopraan moet slechts bij het slot kleur geven aan het monumentale ensemble. Christiane Karg deed dat op sublieme wijze en het moet voor een sopraan wel een bijzondere ervaring zijn (en ook voor ons!) om haar stem boven het enorme klankapparaat van deze finale te laten zweven.

Een uitvoering die ons lang zal bijblijven en een mooi besluit van ons bezoek aan Dresden.

G.M. (Gepubliceerd op 26/5/2018)

3 Comments

  1. olivier keegel schreef:

    Iván Fischer, mijn favoriet onder de dirigenten. Zijn interpretaties zijn altijd uiterst boeiend en soms ook plezierig gewaagd.

  2. Jan de Jong schreef:

    Dank voor de recensie. Leuk dat de gazet ook een dergelijk vocaal werk recenseert. En Fischer is inderdaad een zeer bijzondere dirigent met een zeldzaam gevoel voor muzikale expressie. Zijn concerten zijn altijd bijzonder, ook als je het niet met zijn interpretatie niet eens bent.

    Bij de zin “Wij staan er doorgaans niet bij stil, maar in deze Tweede Symfonie doet voor het eerst, na Beethovens 9e, de menselijke stem haar intrede in de symfonie.” is het de vraag of dit klopt. De tweede symfonie van Felix Mendelssohn “Lobgesang” eindigt ook met een grootse vocale finale. En er zijn waarschijnlijk meer symfonieën die eindigen met een koorfinale, maar die nu niet meer bekend zijn. Aan de grootsheid van Mahler II doet dat natuurlijk niets af.
    Wat in dit opzicht ook een fantastisch “werk” is, is de onvoltooide Bruckner 9 met het Te deum als finale. Niet canoniek, maar het werkt wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *