“BUDDHA PASSION”

Buddha Passion

Tan Dun (Foto: PR)

Buddha Passion, opera van Tan Dun voor vier solisten, koor en orkest. Opdrachtwerk van de Dresdner Musikfestspiele. Bijgewoonde creatie op 23 mei 2018 in het Kulturpalast te Dresden.

Buddha Passion

Sen Guo.

Buddha Passion

Huiling Zhu

Buddha Passion

Kang Wang (Foto: IMG Artists)

Buddha Passion

Shen Yang (Foto: Johannes Ifkovits)

 

Sen Guo, sopraan
Huiling Zhu, mezzosopraan
Kang Wang, tenor
Shen Yang, bariton

Münchner Philharmoniker
Prague Philharmonic Choir

Dirigent : Tan Dun

 

Tan Dun is in operakringen geen onbekende: zijn opera Marco Polo werd er in 2008 bij de Nederlandse Opera opgevoerd en van niet minder dan de Metropolitan Opera in New York kreeg hij in 2007 de opdracht om The First Emperor te componeren met Placido Domingo in de titelrol. Van beide opera’s bestaan uitstekende audio en video-opnames.

In het programmaboekje wordt Buddha Passion omschreven als een “Universaloper”. Tan Dun moet het zelf niet goed geweten hebben, want aanvankelijk werd het werk als een oratorium aangekondigd. Officieel is het nu een opera in 6 akten, met een geplande duurtijd van 1 uur en 45 minuten, inclusief een pauze. De uitvoering begon een kwartier te laat en eindigde tenslotte een uur later dan gepland! De solisten zongen in het Chinees en het koor in het Sanskriet, met een Duitse boventiteling.

De inhoud van de opera is al even verwarrend. De zes akten hebben met elkaar niet veel gemeen: Chinese sprookjes wisselen af met mystieke levensbeschouwingen. Er is slechts één constante: de barmhartigheid van Buddha.

Wij hebben ons verder niet toegespitst op het verhaal, maar enkel op de muziek en die was werkelijk om van te snoepen: het ritme van Carmina Burana afwisselend met de lyriek van Puccini. Onder leiding van Tan Dun zelf werden de wisselende stemmingen op haast pretentieloze wijze, maar met grote uitersten door het koor en het orkest uitgedrukt, van ongelooflijk spannend tot smeltend lyrisch.

Naar gelang de akte hebben de vier solisten verschillende rollen te zingen en dat deden ze voortreffelijk. De tenor Kang Wang heeft de helderheid, de kracht en de hoogte om Andrea Chenier te zingen en de lichte, frisse sopraanstem van Sen Guo was een lust om naar te luisteren. Opvallend was de strakke toonvorming van Huiling Zhu, niet echt een warme, maar een bijzonder stijlvolle mezzosopraan.
Shen Yang is een fijnzinnige bariton met een uitstekende techniek, een mooie stem met makkelijke hoogte, iets te weinig laagte en wel erg weinig uitstraling. Opvallend mooi en ingotogen was zijn uitbeelding van Buddha zelf bij het slot van de opera.

Er waren ook enkele typisch Oosterse elementen bij, zoals Wenqing Shi, die een fantan pipa dans uitvoerde, terwijl zij een tokkelinstrument bespeelde. Batubagen, een muzikant uit Mongolië, speelde op een xi qin, terwijl hij met een donkere korrelige basstem klanken produceerde die nog het best te vergelijken zijn met die van een didgeridoo. Eenzelfde geluid is te horen bij de aanvang van de film Koyaanisqatsi met muziek van Philip Glass.
Deze typisch Oosterse klanken waren beperkt tot één optreden. De algemene sfeer en het overwegend klankidioom van deze nieuwe opera is uitgesproken Westers.

Al bij al een bijzonder mooie creatie, waarvan een opname zeker niet lang op zich zal laten wachten.

Verdere uitvoeringen zijn gepland door de New York & Los Angeles Philharmonic en het Melbourne Symphony Orchestra.

G.M. (Gepubliceerd op 24/5/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.