“PENTHESILEA” VAN P.K. – VRIJ GEBASEERD OP DE OPERA VAN OTHMAR SCHOECK.

Penthesilea

Christian Miedl (Achilles) en Dshamilja Kaiser (Penthesilea) (Foto: Thilo Beu)

Penthesilea, opera van Othmar Schoeck (muziek en libretto) naar het gelijknamige werk van Heinrich von Kleist. Voor het eerst opgevoerd in de Staatsoper te Dresden op 8 januari 1927. Première van deze productie in het Theater Bonn op 15 oktober 2017. Bijgewoonde voorstelling op 19 november 2017.

Penthesilea: Dshamilja Kaiser
Prothoe: Aile Asszonyi
Meroe: Kathrin Leidig
Die Oberpriesterin der Diana: Ceri Williams
Erste Priesterin: Marie Heeschen
Achilles: Christian Miedl
Diomedes: Johannes Mertes

Chor des Theater Bonn & Extrachor des Theater Bonn
Beethoven Orchester Bonn

Dirigent: Dirk Kaftan
Regie: Peter Konwitschny

Muzikaal:
Scenisch:

P.K. in de titel staat voor Peter Konwitschny. Zijn naam daar voluit vermelden vonden wij te eervol, al draagt de voorstelling van begin tot einde zijn verdorven stempel.

Om het de lezer duidelijk te maken vertellen wij hoe de opera juist in elkaar zit.
Situering: Griekse mythologie! Het verhaal gaat over de tragische liefde van Penthesilea, Koningin der Amazones en Achilles.
Achilles versloeg de Amazonekoningin Penthesilea in de strijd. Hij wordt echter verliefd op haar. Nadat Penthesilea is hersteld, laat Achilles haar denken dat ze hem heeft verslagen, omdat de wet van de Amazones bepaalt dat ze slechts een verhouding mag hebben met een man die ze heeft verslagen.
Misleid beantwoordt Penthesilea de liefdesuitingen van Achilles. Uiteindelijk verneemt ze echter de waarheid en haar liefde verandert in haat. Achilles biedt haar een tweede uitdaging aan, hij komt echter ongewapend om haar te laten winnen. In haar woede neemt ze de uitdaging aan en in het duel vermoordt ze hem op een woeste manier: zij verslindt hem samen met haar honden.

Spek voor P.K’s bek zouden wij denken, maar ziehier wat wij te zien kregen: een groot podium overdekte de orkestbak en de eerste rijen van de orkestzetels. De koorleden zaten grotendeel op stoelen achter het podium en zagen eruit als toeschouwers. Het orkest en de dirigent werden volledig naar achter verbannen. Een aanzienlijk deel van het koor zat ook tussen het publiek en op dat punt troffen wij het niet. Wij zaten er middenin met tenors die ons vanop de rij achter ons, een afstand van amper 30 cm, met volle borst in de oren schreeuwden! Voor ons zaten een tiental geregeld opspringende koorleden die zich in de actie moesten mengen. Het koor had ook de opdracht om geregeld te lachen, zoals een laugh track in komedieshows en komische televisiereeksen. Zo ging het de ganse voorstelling door.

Op het podium zelf stonden twee vleugelpiano’s, geen dummy’s, ze zijn in de partituur voorzien, maar horen thuis in de orkestbak. Vanop het podium klonken zij vanzelfsprekend te luid, soms als slagwerk. Deze piano’s waren echter een onmisbaar element in het zonderlinge hersengekronkel van P.K. Ze dienden om op te kruipen, om op te liggen, om onder te kruipen, om onder te liggen, om op te springen, om mee te draaien, enz.

Dat de zangers in hedendaagse kledij rondliepen, zonder enige verwijzing  naar de Griekse mythologie, ligt voor de hand: Penthesilea constant in haar onderjurk, Achilles slechts even in zijn onderbroek.

Niets werd ons bespaard! Een voorstelling die overliep van de clichés van het hedendaagse regietheater en die ons meer ergernis dan muzikaal genot verschafte. Gekunsteld en onnatuurlijk tot in den treure: wie kan zoiets appreciëren?

Achteraan deze rumoerige chaos, deze nutteloze drukte, probeerden dirigent en orkest nog iets van de welluidende, harmonisch rijke partituur van Othmar Schoeck aan het publiek te brengen.

Het was moeilijk om vanuit deze wanordelijke puinhoop de zangers te evalueren, maar het ontging ons toch niet dat Dshamilja Kaiser een bijzonder mooie, brede mezzosopraanstem heeft, met een vol, kernachtig geluid. Zij beleefde bovendien de rol intens en kennelijk ging ze volledig op in het personage. Ook Christian Miedl was een zeer goede Achilles, een lichte, romige bariton, bijna een geboren liedzanger, de antipode van de manhaftige, breedgeschouderde held. De sopraan Aile Asszonyi klonk zeer fel als  Prothoe, maar daarbij nooit grofbesnaard of onzuiver. De mezzosopraan Kathrin Leidig, een vaste waarde bij de Opera van Bonn, was een welluidende Meroe.

Jammer toch dat het eens te meer de regisseur is, die roet in het eten gooit.
Het ensemble van de Opera van Bonn verdient beter. Ook het publiek verdient beter.
Het lijk van Achilles wordt op het einde van de opera voor de honden gegooid. P.K. verdient een gelijkaardige bestemming. Of nog beter: voor de zwijnen!

Een productie die wij moeilijk kunnen aanraden, maar wie er uit curiositeit toch naartoe wil bestelt best plaatsen op een van de balkons, ver van de heksenketel op en rond het podium.

Er zijn nog voorstellingen op 2 en 14/12/2017.

G.M (Gepubliceerd op 21/11/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

2 Comments

  1. Pieter K. de Haan schreef:

    N.a.v. de serie opvoeringen van “Salome”, een aantal jaren geleden in Amsterdam, heb ik al eens geschreven van “Salome”, opera van Peter Konwitschny op muziek van Richard Strauss. Na die wanproductie en die van “Don Carlos”, niet zo lang nadien in Antwerpen, van deze zelfde regisseur heb ik mijzelf beloofd nooit meer naar een productie van deze man te gaan.

  2. Olivier Keegel schreef:

    Geheel eens met amice De Haan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *