SEMELE – LIEFDE TUSSEN HEMEL EN AARDE

Semele

Nicole Chevalier (Semele), Katarina Bradić (Ino) & Ezgi Kutlu (Juno) (Foto: Monika Rittershaus)

Semele (HWV 58), oratorium van Georg Friedrich Händel. Libretto van William Congreve, waarschijnlijk door Newburgh Hamilton bewerkt. De eerste uitvoering vond plaats op 10 februari 1744 in het Theatre Royal Covent Garden. Premiere in de Komische Oper Berlin op 12 mei 2018.

Cadmus: Philipp Meierhöfer
Semele: Nicole Chevalier
Ino: Katarina Bradić
Athamas: Eric Jurenas
Jupiter: Allan Clayton
Juno: Ezgi Kutlu
Iris: Nora Friedrichs
Somnus / Priester: Evan Hughes

Orchester und Chor der Komischen Oper Berlin
Dirigent: Konrad Junghänel
Regie: Barrie Kosky

Muziek:
Regie:

In roze op rood wordt het drama op het doek geprojecteerd. Jupiter wordt verliefd op de mooie, maar sterfelijke Semele. Om goddelijk te worden, vraagt ​​ze om een ​​gunst. Ze wil Jupiter zien in zijn ware vorm. Hij probeert haar nog van dit heilloze voornemen af te brengen, maar gebonden aan zijn belofte moet hij zich aan haar tonen als een verzengende zon. Semele legt het loodje in deze vuurzee, begeleid door een van Händels fuga’s door het orkest onder leiding van een van de beste barokdirigenten van het moment, Konrad Junghänel.

Het doek gaat op en bijna alle kleur is ineens van het toneel verdwenen. Rook stijgt op uit resten as.  Maar Semele verrijst als een Phoenix uit de as, in een derdewereldhemdje, overdekt met brandblaren en andere bloederige wonden. Ze wankelt, ze begrijpt niet goed wat haar is overkomen.
De set bestaat uit een uitgebrande, barokke hal met hoge houten lambrisering en kunstig houtsnijwerk. Daarin twee grote spiegels, rechts een open haard. De deuren zijn hoog, wat niet alleen fraai werkt voor de entree der zangers, maar ook voor de prachtige lichtinvallen en indrukwekkende schaduwen. Het eens lichte hout is nu zwart door het roet. Het meubilair is verkoold, de fauteuils zijn verbrand. De nog nasmeulende resten getuigen van de tragedie die hier eerder plaatsvond: “Als de goden ons willen straffen, verhoren zij onze gebeden.” Menselijke overmoed roept een goddelijke straf over zich af; zo vergaat het degene die naar de sterren reikt.

Regisseur Barrie Kosky en lichtontwerper Alessandro Carletti hebben er een geniale productie van gemaakt. Het licht speelt een hoofdrol. We zien zwart-witbeelden als in de beste UFA-films. Prachtig, om deze beelden in de Komische Oper te zien. Het lijkt of oude bioscoopbeelden met volle kracht herleven. De spiegels vormen een belangrijk thema. Zij weerspiegelen de protagonisten en hun lot, met daarachter semi-transparant Semele. Alles omlijst door een fikse portie Donner und Blitzen. De imponerende slagschaduw van Jupiter kondigt de komst aan van De Enige Leidinggevende. De esthetiek van het toneelbeeld toont zich steeds in een andere gedaante, meesterlijk gedaan. Het zijn de dames die met hun bonte zijden jurken voor de kleur moeten zorgen, zoals de geweldige acterende Iris in haar korte gifgroene cocktailjurk. Juno houdt het op strapless paars satijn. Zij wil degene die haar ontrouw was, weer aan de haak slaan. Het zijn dus niet bepaald de dames die de touwtjes in handen hebben. (Daar dient uit emancipatiestandpunt uiteraard heel snel iets aan te gebeuren!)

 

Blootborstig lustobject

Nicole Chevalier, Allan Clayton, Ezgi Kutlu en Katarina Bradić doen niet voor elkaar onder. Nora Friedrichs (Iris) schmiert er heerlijk op los. In de Komische Oper mag dat. Evan Hughes (Somnus) maakt vocaal en fysiek indruk. Kosky maakt van hem een blootborstig lust​​object. De dames heupwiegen en flirten er vrolijk op los. De heren beschikken over krachtige stemmen, maar visueel blijven ze in de schaduw van de imposante Jupiter en Somnus. De titelheldin, die een goddelijke status ambieert, zingt in ieder geval wel als een heldin. Die beroemde spiegelscene ”Myself I Shall Adore”  toont haar ongebreideld narcisme. In de laatste acte, wanneer ze Jupiter dwingt om haar in zijn goddelijke verschijning tegemoet te treden, oogst ze een langdurig spontaan applaus.

Wat het betere coloratuurwerk betreft is Jupiter met zijn stralende, jeugdig-frisse tenor volledig aan haar gewaagd. In de liefdesscène komt het tot een muzikaal hoogtepunt en elk ander hoogtepunt dat men onder de gegeven omstandigheden ook maar kan bedenken. Het gaat er vurig aan toe op de Bühne. Verzengende sensualiteit of niet, het verandert allemaal niets aan het tragische einde van Semele: ze gaat letterlijk in rook op, verzengd door de Goddelijke Hoogoven die Jupiter nu eenmaal is.  Haar zuster Ino kan zich verlustigen in een happy end en een bruidstaart bestellen voor haar huwelijk met prins Athamas (fijne, welluidende countertenor).

Qua acteren overtuigen alle personages, terwijl het koor triomfantelijke accenten zet. Jupiter wil zijn geliefde nog beschermen door alleen wat bescheiden bliksemflitsen uit de middencategorie af te schieten, maar het is onbegonnen werk. Semele en haar omgeving veranderen in een smeulend hoopje as.

Kosky’s enscenering is werkelijk kostelijk, en ook set designer Natacha Le Guen de Kerneizon en kostuumontwerper Carla Teti verdienen een pluim. Deze magische Semele is een krachtig pleidooi voor de charmes van de toverlantaarn. Berlijn rijgt weer een parel aan haar indrukwekkende operasnoer.

Verdere voorstellingen op 18, 26/5, 3, 15/6 en 10/7/2018.

Streaming in HD met Duitse en Engelse ondertiteling op OperaVision of Youtube

Daniele Debus / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 14/5/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.