MACBETH TEGEN MEXICO: 1-0

Macbeth

Anna Netrebko (Lady Macbeth), Plácido Domingo (Macbeth) & Ensemble (Photo: Bernd Uhlig)

Macbeth, opera van Giuseppe Verdi. Libretto van Francesco Maria Piave, naar de tragedie van William Shakespeare. Voor het eerst opgevoerd op 14 maart 1847 in het Teatro della Pergola in Florence. Premiere in de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn op 17 juni 2018.

Macbeth: Plácido Domingo
Banquo: Kwangchul Youn
Lady Macbeth: Anna Netrebko
Kammerfrau: Evelin Novak
Macduff: Fabio Sartori
Malcolm: Florian Hoffmann

Staatsopernchor
Staatskapelle Berlin
Musikalische Leitung: Daniel Barenboim
Inszenierung: Harry Kupfer

Muziek:
Regie:

Buiten streden sport en kunst om de aandacht van de Berlijners. Duizenden voetballiefhebbers verzamelden zich in de buurt van de Opera Unter den Linden om de WK-wedstrijd tussen Duitsland en Mexico te kunnen volgen, duizenden anderen keken op een reusachtig scherm naar de uitverkochte première van Verdi’s Macbeth.  De Duitse voetbalsupporters dropen teleurgesteld af na een magere 1-0 overwinning tegen de Mexicanen. De operaliefhebbers hadden veel meer reden tot tevredenheid. Opera versus voetbal: 1-0 ! Plácido Domingo is sinds zijn Macbeth-debuut in het Berlijnse Ausweichhaus Schiller Theater in 2015 enorm gegroeid in deze rol. Da’s toch erg mooi, vanaf je 74e nog groeien in een rol. Uiteraard kreeg de krasse baas het luidste applaus, en daar was veel voor te zeggen: geen tekenen van broosheid, onzekerheid of zwakte in de stem, het timbre nog steeds onmiskenbaar Domingo, het volume dik in orde! Alleen al zijn “Pietà, rispetto, amore” zong hij met een toewijding die menigeen in het publiek tot tranen toe beroerde. Zijn podiumaanwezigheid, zijn charisma, zijn passie, zijn vocale materiaal en zijn 50 jaar ervaring maken hem tot operakanon dat niet eens afgeschoten hoeft te worden om diepe indruk te maken.

Lady Macbeth was ook niet de eerste de beste: de goddelijke Anna Netrebko die qua podiumprésence niet veel voor Domingo onder doet. Met een duivelse uitdrukking op haar gezicht slingerde ze haar noten in het publiek. Haar hoge noten zijn trefzeker en shockproof, de lagere noten vertonen een barnstenen timbre en wanneer zij zacht zingt, bloeit er een fluwelen elegantie op. De overgangen zijn probleemloos. Toch misten wij iets in Netrebko’s interpretatie van Lady Macbeth. Bloeddorstigheid en machtswellust werden ruim geproportioneerd opgediend, dat wel, maar soms leek het alsof ze ergens anders met haar gedachten was en in ruime mate een beroep deed op haar routine.

Wat Macduff betreft, vertolkt door Fabio Sartori, bleven wij enigszins op onze honger zitten. De stem is krachtig genoeg, daar niet van, en overstemt moeiteloos het koor. Gebrek aan charisma wellicht? Zijn “Ah, la paterna mano” mag dan technisch keurig in orde zijn, als passie en inlevingsvermogen ontbreken, is er maar weinig dat Sartori onderscheidt van welke andere goede Macduff ook.

Kwangchul Youn als Banquo deed het met zijn rijke, warme bas bij zijn eerste opkomst uitstekend. De rest van de avond vertoonde hij echter enkele zwakke plekken, waardoor het vermoeden rees dat hij niet geheel tegen deze rol opgewassen was. Zelfs toen hij zijn hoofd in een graafbak stak (Muziektheater Voor Mensen Van Nu, immers!) was de resonantie onvoldoende om het tegen het orkest op te nemen.

Daniel Barenboim en de Staatskapelle Berlin leverden een strakke uitvoering, foutloos, maar ook zonder grote stralende hoogtepunten.

De nieuwe productie van Harry Kupfer… tja … het publiek leek de regie op prijs te stellen. Misschien omdat Kupfer een gematigd regisseur is die als baken van gezond verstand uitsteekt boven de schabouwelijke Regietheateristen die een opera beschouwen als één buitenproportionele selfie.

Hoe het fantasie-uniform (3021 keer gezien) van de 11e-eeuwse Schotse Koning geïnterpreteerd moest worden, was hét onderwerp van gesprek tijdens de pauze. Een deel van het publieke herkende er onmiddellijk Gaddafi (wie kent hem nog!) in, anderen wisten zeker dat het om Mussolini of Pinochet ging. Lady Macbeth mocht zich afwisselend in een zwart satijnen pak of in een groene avondjurk op een witte lederen bak uitleven; aan het begin en het eind was de voorgeschreven outfit echter een witte nachtjapon en een pop in de hand. De pop!

Het lijdende volk in jaren-40 kleding verwees maar weer eens naar de Holocaust. De heksen waren grafschenners op het slagveld. De dames kibbelden wat af als het om het verdelen van de bezittingen der doden ging, hetgeen helaas ten koste ging van de muzikale precisie. Ze krompen van schrik ineen bij elke donderslag en bliksemschicht waar de achtergrondvideo ons op trakteerde. Wij zagen wel eens moediger heksen.

Wel moedig waren de bouwvakkers die de ongelukkige Banquo tegen de achtergrond van de luchthaven van Berlijn aantroffen. Banquo had eerder zijn toevlucht gezocht in een graafbak die van bovenaf te hulp was geschoten. De diepere betekenis is ongetwijfeld zonneklaar voor Moderne Mensen Van Nu, maar wij schoten hier tekort en hebben er verder ons Latijn niet ingestoken.

Wat ons eveneens bevreemdde was dat de dood van de protagonisten in deze productie, die zo duidelijk de nadruk legt op oorlog, lijden en sterven, bijna achteloos plaatsvond.   De Lady verwisselde het tijdelijke met het eeuwige in de coulissen, Domingo werd, gezien zijn leeftijd wellicht uit medemenselijke motieven, een fraaie sterfscène onthouden. Hij legde grotendeels buiten beeld het loodje, werd naar een witte leunstoel gesleept, waar hij al ras zijn laatste adem uitblies. Domingo maakte er dramatisch nog het beste van, maar de sterfscènes hadden ook schriftelijk (inlegvel!) afgedaan kunnen worden.

Het toneelbeeld van Hans Schavernoch was echter zeker niet saai, hoewel meer bij Kupfer passend dan bij Verdi’s Macbeth. In dit opzicht was deze productie wederom een stukje Muziektheater Voor Mensen Van Nu.  De projecties van bijvoorbeeld rokende puinhopen, een half verwoest kasteel en van vurig kleurenspel creëerden een soms behoorlijk opwindend landschap. Soms te opwindend, omdat het te zeer afleidde van de zangers. (Zangers zijn vocale medewerkers die een regisseur contractueel verplicht moet inzetten.)

Wij zagen zeker slechtere Macbeth-producties (onze gedachten gaan uit naar mevrouw Andrea Beth) en de vocale prestaties van de hoofdrolspelers maakten veel goed.

Verdere voorstellingen tot  30/5/2019. Details vindtU hier.

Gabi Eder / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 19/6/2018)

8 Comments

  1. Fred schreef:

    Domingo 74????????? Mag het ietsjes meer zijn?

  2. Jan de Jong schreef:

    Het is mij niet zo erg duidelijk wat de aard is van deze Nederlandse versie van een niet-Nederlandstalige recensie, aangezien het niet gaat om een zuivere vertaling, maar om bewerkte vertalingen. Is bewerker dezes ook bij de voorstelling aanwezig geweest?

    • olivier keegel schreef:

      Ik ben 35 jaar managing director van een vertaalbureau geweest en ik kan u zeggen: “zuivere vertalingen” bestaan niet. 🙂

      • Jan de Jong schreef:

        Dat is een flauwe beroep op autoriteit. Alhoewel, je kunt manager zijn van een vertaalbureau zonder zelf te kunnen vertalen.
        Maar juist met die achtergrond zou u moeten weten dat het niet past om de tekst van een ander met eigen toevoegingen gelardeerd als Nederlandse versie (wat door iedereen zal worden gelezen als vertaling) te presenteren. Treurig dat de redactie van Operagazet dit accepteert.

        • Kersten van den Berg schreef:

          Ik kan deze persoonlijke noot van de vertaler hier juist wel waarderen.

          • Anna Minis schreef:

            Ik ook. Weer eens ouderwets goed gelachen.

          • Jan de Jong schreef:

            Het gaat niet om de persoonlijke noot, die vind ik prima, graag zelfs. Maar dat moet je aangeven, als noot en niet voor de argeloze lezer onzichtbaar in een anderstalige versie stoppen. Hierdoor ontstaat namelijk de valse indruk dat de recensent van de Berlijnse productie deze vergelijkt met de Amsterdamse, terwijl het de vertaler is die dit doet.

            Deze impressionistische wijze van handelen en achteloos omgaan met journalistieke uitgangspunten is helaas symptomatisch en naar mijn overtuiging een van de oorzaken waarom de heer Keegel niet meer als persjournalist wordt beschouwd door De Nationale Opera. Dat is jammer, want de recensies zijn over het algemeen zeker lezenswaardig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.