BEAM ME UP, ORLOVSKY !

Die Fledermaus

Annette Dasch (Rosalinde), Markus Brück (Frank), Thomas Lehman (Dr. Falke), Thomas Blondelle (Gabriel von Eisenstein), Nicole Haslett (Adele) & Angela Brower (Prinz Orlofsky) (Foto: Thomas M. Jauk)

Die Fledermaus, operette van Johann Strauss jr. op een libretto van Richard Genée, naar de komedie Le Réveillon (1872) van Henri Meilhac en Ludovic Halévy. Duitse bewerking van Karl Haffner. Voor het eerst opgevoerd in het Theater an der Wien op 5 april 1874. Voorstelling in de Deutsche Oper Berlin op 1 mei 2018.

Gabriel von Eisenstein: Thomas Blondelle
Rosalinde, Gabriels Frau: Annette Dasch
Frank, Gefängnisdirektor: Markus Brück
Prinz Orlofsky: Angela Brower
Alfred, Gesangslehrer: Enea Scala
Dr. Falke, Notar: Thomas Lehman
Dr. Blind, Advokat: Jörg Schörner
Adele, Kammermädchen: Nicole Haslett
Ida, Adeles Schwester: Judith Shoemaker
Frosch: Florian Teichtmeister

Chor und Orchester der Deutschen Oper Berlin

Dirigent: Donald Runnicles
Regie: Rolando Villazón

Muziek:
Regie:

Wanneer het fantastische orkest, onder leiding van Donald Runnicles, op grandioze wijze de eerste klanken van de overbekende ouverture laat klinken, is het meteen feest. En zo moet operette natuurlijk ook zijn. Vrolijk, licht, levendig en bedwelmend. Links op het podium zien we een dakloze; soms krijgt hij wat geld toegeworpen, soms krijgt hij een schop. Er is een klok. Dat betekent in operaverband meestal: “memento mori”. In operetteverband wellicht “mensen, mensen, wat gaat de tijd toch snel”. Aan het begin van elke acte zien we drie behaarde mensachtigen. Een terugkerend drietal harigen, van homo erectus tot neanderthaler.

In Die Fledermaus is er geen echt hoofdpersonage, de verhalen spelen min of meer naast elkaar. De ontrouw van Eisenstein, de wraak van Falke…. Van de middag tot de avond en de vroege ochtend veranderen de levens van alle hoofdpersonen ingrijpend.

De eerste akte vindt plaats in de (eigentijdse versie van de) salon van Eisenstein. Er hangt een sfeer van overjarige huwelijksroutine. De man gaat vreemd. De vrouw, Rosalinde, heerlijk hysterisch gespeeld door Annette Dasch, is op de rand van een zenuwinzinking. Ze wil hem met gelijke munt terugbetalen. Er is een dienstmeisje, een rol die met humor wordt vertolkt door Nicole Haslett. Uit het niets verschijnt een fris-en-fruitige Italiaan, Alfred, de aanbidder van Rosalinde. Hij verbergt zich voor de heer des huizes achter een palmboom, die vrolijk met hem meewandelt. Bent u er nog? Een hoog theater-van-de-lach gehalte. Maar er werd weinig gelachen.

Het tweede bedrijf, het bal bij Prins Orlovsky. Deze Hosenrolle werd door Angela Brower verrukkelijk vertolkt, zowel vocaal als qua acteren. En waar zijn we beland? In een grauwe bunker tijdens….. de Koude Oorlog. We zien spoetniks, Yuri Gagarin (de eerste Russische astronaut) en Nikita Chroesjtsjov. Het is gezellig druk op het podium. Drag queens, met gemengd koor en ballet van het Nationale Volksarmee van de DDR en hier en daar enkele kleurrijke internationale Helden van de Revolutie. Eisenstein weet niet dat zijn vrouw, Rosalinde, ook een uitnodiging voor het bal heeft ontvangen. Ze verbergt haar identiteit achter een overdadig met kristallen bezaaide bril. Onwaarschijnlijk, een man die zijn vrouw niet herkent doordat ze een rare bril op heeft? Wie daar op let, is een kniesoor. Verkleedpartijen behoren waarschijnlijk tot de bonte verzameling operette-parafernalia die bijgezet zijn in de archiefkast met het label “niet meer van deze tijd”. Hoe dan ook, het resultaat was idioot. Rosalinde ontfutselt Eisenstein het klingelende dameshorloge waarmee hij de “onbekende” dame tracht te verleiden. De mysterieuze Hongaarse gravin, Frau Eisenstein dus, droomt van de Hongaarse poesta’s. Die scene werkt niet echt lekker tegen een DDR-grijze achtergrond. Ook in het tweede bedrijf werd door het publiek weinig gelachen.

Keutel

In de derde acte realiseren wij ons plotseling dat wij niet zomaar bij een operette aanwezig zijn, maar bij een stuk modern muziektheater. Voor eigentijdse mensen!  De gevangenis is stijltje ‘ruimteschip Orion’. We krijgen een kijkje in de toekomst van Die Fledermaus. De cipier is een op hol geslagen robot. Om de sprong naar het ruimtetijdperk aannemelijk (bulderend gelach) te maken is er wat nieuwe tekst bij verzonnen, die cipier Frosch in de mond wordt gelegd. Resultaat is een schabouwelijke hoeveelheid ongein die een ernstige aanslag pleegt op de humor die Die Fledermaus placht te kenmerken. Ten behoeve van een stukje maatschappelijke betrokkenheid. Jippie! De boodschap is dat robots bijna alle menselijke werknemers hebben vervangen.  Maar niet de acteurs of regisseurs, want die zijn onvervangbaar. De gevangenisdirecteur martelt met stroomstoten de gevangene die de plaats van Eisenstein in de gevangenis heeft ingenomen. Adele en Ida, in metal look en op plateauzolen, geilen gevangenisdirecteur Frank op. De verwikkelingen, misverstanden en list en bedrog volgen elkaar snel op. Het dameshorloge speelt een sleutelrol: de Eisensteins beseffen dat ze tijdens de vorige nacht bijna overspel gepleegd hebben. Maar dan onthult gevangenisdirecteur Frank dat het allemaal één grote grap was, en bovendien: de schuld van de drank. Champagne in dit geval. Tijdens de derde akte werd weer weinig gelachen

Aan de zangers lag het niet in deze productie. Ze zongen, dansten en acteerden als de brandweer en wisten het publiek bij tijd en wijlen prima te vermaken. De wereldberoemde melodieën, de walsen, daar biedt geen mens weerstand aan. Villazón meent de universele en tijdloze Fledermaus te hebben uitgevonden, van de prehistorische mens tot een ruimtemissie. Het resultaat zou men vriendelijk kunnen omschrijven als een “besluiteloze enscenering”. (Lees: rampzalig misbaksel.) De toneelbeelden van set designer Johannes Leiacker maakten het er niet beter op. Dromerig zwieren en zwaaien, plat-elegante humor en meeslepende walsen hadden de amusementswaarde van een demonstratie door de vrijwillige brandweer in Sint-Job-in-‘t-Goor. Bruisend? Forget it. Knisperend? No way. Deze Fledermaus lijdt aan een ernstige vorm van mond-en-klauwzeer. Vanuit  www.vleermuis.net wordt aangeraden “om nooit vleermuizen of hun keutels aan te raken”. Een advies dat men voor deze keutel maar beter kan opvolgen.

Villazón grossiert in flauwe grappen, maar nog meer in gebrek aan coherentie. Met coherente regies in de opera en operette is het net als met Duitse granaten. Tegenwoordig zie je er nog maar weinig van, vroeger werd je ermee doodgegooid.

Deze Fledermaus is te verdragen als je je gevoel voor humor met in de slijterij te uwer beschikking staande chemische hulpmiddelen flink opkrikt dan wel afdoende verdooft. Beter nog, het aloude recept “ogen dicht, oren open”.

Zou Villazón het aan Schopenhauer ontleende motto van deze operette kennen: “Glücklich ist, wer vergisst, was doch nicht zu ändern ist” ?

Er zijn voorstellingen tot 8 juni 2018.

Daniela Debus / Olivier Keegel (Gepubliceerd op 4/5/2018)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.