ADRIANA LECOUVREUR, EEN OPERA DIE BESTAAT. ECHT WAAR.

Adriana Lecouvreur (Foto ©-State-Academic-Mariinsky-Theatre)

Adriana Lecouvreur, opera van Francesco Cilea op een libretto van Arturo Colautti, gebaseerd op het toneelstuk Adrienne Lecouvreur van Eugène Scribe en Ernest Legouvé. Voor het eerst opgevoerd op 6 november 1902 in het Teatro Lirico te Milaan. Première in het Festspielhaus te Baden-Baden op 20 juli 2018.

Adriana Lecouvreur: Tatiana Serjan
Maurizio: Migran Agadzhanyan
Die Fürstin von Bouillon: Ekaterina Semenchuk
Der Fürst von Bouillon: Dmitry Grigoriev
Der Abbé von Chazeuil: Alexander Mikhailov
Michonnet: Alexei Markov

Chor und Orchester des Mariinsky Theaters
Dirigent: Valery Gergiev
Regie: Isabelle Partiot-Pieri

Muzikaal:
Scenisch:

“Wie oft haben Sie Adriana Lecouvreur besucht?” “Nicht einmal!” Dan heeft men dus met een Nederlander van doen. Grote culturele instellingen hebben de taak het publiek kennis te laten maken met een breed spectrum van het culturele aanbod dat zij vertegenwoordigen. Het is ondenkbaar dat het Rijksmuseum uit willekeur de schilderkunst uit de barok niet in de collectie opneemt, of het werk van één schilder uit die periode boycot. Wanneer een nationaal operagezelschap eenvoudigweg consequent weigert een geliefd standaardwerk uit het operarepertoire uit te voeren, dat wil zeggen de operaliefhebbers de kans ontneemt deze opera in de eigen hoofdstad bij te wonen, is dat een vorm van verregaande en onbetamelijke willekeur. Bij De Nationale Opera staan werken als L’amico Fritz, Andrea Chénier, Fedora en Adriana Lecouvreur al sinds jaar en dag op de Index: deze opera’s worden eenvoudigweg niet uitgevoerd. Daar beginnen ze in Amsterdam niet aan. Adriana Lecouvreur staat in de grote huizen van London, New York, Wenen en Frankfurt (in Frankfurt met een uitmuntende Frank van Aken) wél regelmatig op het programma. Bij De Nationale Opera en haar voorgangsters is dit werk van Cilea nooit uitgevoerd. Voor het goede begrip: “nooit” als in “geen enkele keer”. Volgens mijn informatie was de laatste keer dat Adriana Lecouvreur in Amsterdam scenisch werd uitgevoerd, in het seizoen 1928-1929 (!), door De Italiaansche Opera onder leiding van de legendarische directeur Cav. M. de Hondt (“de Cav”). Er is dus een piepkleine kans dat zich in Huize Avondrood te Kortenhoef nog een 100-jarige bevindt die deze voorstelling als jochie van 10 heeft bijgewoond, hoewel de kans groot is dat hij zich dit bezoek nu herinnert als het gezamenlijk uitstapje naar de André van Duin Revue in 1998.

 

“Publiek, ik veracht u met grote innigheid.” (Multatuli)

Een belangwekkende vraag is waarom Mensen Van Nu geacht worden geen interesse te hebben in verismo, in dit specifieke geval in Adriana Lecouvreur. Nog even afgezien van de mogelijkheid dat de gesubsidieerde cultureel boven ons gestelden geen enkele interesse hebben in de wensen van het eigen operapubliek, vermoed ik dat het verhaaltje van librettist Arturo Colautti, een soap avant la lettre naar een toneelstuk van Eugène Scribe en Ernest Legouvé, dermate gecondenseerd romantisch is dat de laatst overgebleven abonnementhouders van De Nationale Opera, de Moderne Regisseurs, er geen -uiteraard bittere- chocola van kunnen maken.  Wat moet je met een graaf annex theaterdirecteur die verliefd is op zijn “leading lady”, die op haar beurt weer verliefd is op iemand anders, maar uiteindelijk niet bestand is tegen de graaf? Wat moet je als grensverleggende regisseur met een vergiftigd bosje viooltjes? Wat moet je met een kaapster op de kust die ook trek heeft in de graaf, en wat moet je met de schabouwelijke listen en lagen van twee elkaar bekampende rivales? Willen wij, verlichten van geest, een dergelijk vrouwbeeld anno 2018? Neen. En vooral: een aangrijpende sterfscène, wat zegt dat Mensen Van Nu nog? Dat is geen actueel, urgent, grensverleggend muziektheater meer. Onuitvoerbaar dus, die Adriana Lecouvreur. Immers, “opera is geen museum” !

 

Viooltjes

Wil men als operaliefhebber, die in de culturele newspeak als “traditionele operaliefhebber” wordt aangeduid, een voorstelling van Adriana Lecouvreur bijwonen, dan zal men naar de bioscoop moeten of men moet zijn heil in het buitenland zoeken. De Verboden Stad heette in ons geval Baden-Baden, waar op 20 juli de Duitse première van de productie van het Mariinsky Theater St. Petersburg uit 2017 plaatsvond. Adriana Lecouvreur is de populairste opera van Puccini-tijdgenoot Cilea en scoort op de Schaal van Niet Te Volgen Intriges een ferme 9 plus. We hebben ons Latijn verder niet gestoken in een gedetailleerde beschrijving van alle relationele verwikkelingen en houden het gemakshalve bij de drie hoofdpersonen: Adriana zelf, een beroemde actrice; Maurizio, bemind door Adriana; en La Principessa di Bouillon die uitgekeken is op haar echtgenoot en ook wel wat ziet in Maurizio. Maurizio heeft echter géén trek (meer) in haar en kiest voor Adriana.

Op haar verjaardag krijgt Adriana een cadeautje toegestuurd; ze denkt dat het van Maurizio komt en is nogal teleurgesteld als ze het openmaakt (de aria “Povere fiori”). Want het is een bosje verlepte viooltjes, viooltjes die ze ooit aan Maurizio gaf als teken van hun liefde. De florale verrassing komt van haar rivale, de La Principessa di Bouillon, die de bloemetjes in het vergif heeft gedoopt. Dat overleeft Adriana niet.

 

Meneer en mevrouw Netrebko ziek

De rol van Adriana is een notoir lastige en is in het verleden vertolkt door grootheden als Renata Tebaldi, Leyla Gencer, Montserrat Caballé, Renata Scotto, Mirella Freni, Joan Sutherland, en misschien wel de beste van allemaal: Magda Olivero, die op speciaal verzoek van de toen 84-jarige Cilea een comeback maakte in 1950. Helaas moest Netrebko in Baden-Baden afzeggen, want getroffen door het norovirus, dat vooral voorkomt in rauwe schaal- en schelpdieren en rauwe groente en fruit en niet zelden toeslaat bij de integrale populatie van zorginstellingen, scholen of cruiseschepen. Wij noteren derhalve: Netrebko zegt af wegens overdadige consumptie van oesters op een cruiseschip. Tatiana Serjan, een paar maanden geleden nog te bewonderen naast Leo Nucci in Luik als een magistrale Lady Macbeth, was de nieuwe, vocaal en fysiek volkomen overtuigende Adriana. Zij beschikt over een glanzende en soepel bewegende sopraan en maakte vooral in de slotakte een onnavolgbare indruk. Een Adriana uit de buitencategorie.

Ook meneer Netrebko, aka Yusif Eyvazov (Maurizio) was niet lekker en werd vervangen door Migran Agadzhanyan, net als Serjan gerekruteerd door Gergiev himself. Agadzhanyan is pas zesentwintig jaar en geldt als een grote belofte. Hij beschikt over een ronde en robuuste stem, die uitstekend presteert in de hogere regionen en steeds meer kleur kreeg naarmate de avond vorderde. Van een intonatieprobleempje hier en daar maakt niemand een probleem. Zijn vertolking van Maurizio was enigszins  overgeïnterpreteerd (wellicht door zijn geringe lengte), maar als geheel was zijn optreden als puik te bestempelen. Zijn aria “L’anima ho stanca” uit de tweede akte kreeg een glanzende, gepassioneerde uitvoering die het zoals altijd uitstekend geklede Duitse publiek aanleiding gaf tot uitbundige bravi. Na, das ist ja toll, das hast du gut gemacht, Junge!

Die dritte im bunde, La Principessa di Bouillon, werd uitstekend vertolkt door Ekaterina Semenchuk, een mezzo natuurlijk, omdat we de sopraan en de tenor al gehad hebben. Vooral haar duet met Maurizio in de tweede akte was ijzersterk. Ik heb altijd moeite met de laagste noten van een mezzo, ze klinken al gauw zo viswijverig, maar Semenchuk veroverde met haar fluwelen, dramatische stem een onbetwiste plaats op het erepodium naast de vervangers van de familie Netrebko.

 

Keurige regie

De regie was in handen Isabelle Patriot-Pieri, die Cilea volledig in zijn waarde liet. Het verhaal werd op aantrekkelijke, fraai gekostumeerde wijze en zeitgemäß verteld.   Uiteraard waren er wel videoprojecties. We leven in een tijd van artificial intelligence en we beschikken over technologie waarmee we brillen kunnen maken die blinden in staat stellen weer te zien, maar videoprojecties zijn nog steeds van de luizige  kwaliteit die we kennen van Café de Paerdskoel in Venlo, dat klanten lokt door de wedstrijden van de Venlose Voetbal Vereniging “op groot scherm” aan den volke te tonen.

De overige solisten, het Koor en Orkest van het Mariinsky Theater onder leiding van Valery Gergiev droegen allen in ruime mate bij aan de feestvreugde, hoewel Gergiev zich bij tijd en wijle wat al te breedsprakig betoonde. De voorstelling eindigde om 22:30h in plaats van de geplande 21:50h. Ook werd er in het Festspielhaus een raadselachtige elektronische versterking toegepast, een bizarre ervaring waardoor wij de orkestklanken van rechtsboven op ons neer hoorden dalen.

Nog een vluchtige gedachte over Cilea’s heerlijke muziek: ofschoon mensen die er verstand van hebben van mening zijn dat hij aansluit bij Massenet, hoorde ik wel degelijk Puccini (Bohème, Butterfly), Mascagni en Verdi. Associaties met Robin de Raaffs Waiting for Miss Monroe drongen zich echter niet op. Cilea schreef voor Adriana Lecouvreur meeslepende prachtmuziek, uitermate fraai en met subliem gevoel voor stemmen gecomponeerd.

Als Nederlander een fijne Adriana Lecouvreur in het buitenland te mogen meemaken voelt als een gewaagde ontsnapping uit de vaderlandse culturele sloppenwijken naar een opera-luilekkerland waar men wél respect heeft voor de belangrijke werken en componisten uit de operaliteratuur. Er is nog één uitvoering op 23/7/2018 in het Festspielhaus Baden-Baden. Als ik u was, zou ik alles op alles zetten.

 

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 22/7/2018)

5 Comments

  1. Andre Meulman schreef:

    Mooie recensie

  2. Fred Coeleman schreef:

    Ik hoop ooit dat we in NL deze opera ook eens kunnen beluisteren Jammer dat de Netrebkos hebben moet afzeggen

  3. Elfriede N. schreef:

    De noten besproken en enkele noten gekraakt. 🙂

  4. Hans van Verseveld schreef:

    Ik mis in de recensie helaas een woord over Alexei Markov die de tragische figuur van Michonet vertolkt.
    Michonet is heimelijk verliefd op Adriana en werd altijd door de grootste baritons vertolkt zoals Giusepoe Taddei, Sherrill Milnes en Ettore Bastianini. Nu beperkt Olivier zich tot de sopraan, de mezzo en de tenor, terwijl de baritonpartij wel degelijk een van de hoofdrolken is. Jammer!
    Verder een duidelijk en goed verhaal over de voorstelling van dit meesterwerk van Cilea. Nog een geluk dat ik het werk drie keer in de onvolprezen Matinee in het CG heb mogen beleven, waaronder de uitvoering met Magda Olivero. Onvergetelijk!

  5. Ad Middendorp schreef:

    Leuk , leerzaam en uiteraard beperkt. Dank je, Olivier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.