“NORMA”

 

Norma

Patrizia Ciofi als Norma. (Foto © Lorraine Wauters – Opéra Royal de Wallonie)

Norma, opera van Vincenzo Bellini op een libretto van Felice Romani naar L.A. Soumet’s gelijknamige tragedie. Gecreëerd in het Teatro alla Scala te Milaan op 26 december 1831. Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie op 19 oktober 2017. Bijgewoonde voorstelling in het Théâtre Royal de Liège op 22 oktober 2017.

Norma: Patrizia Ciofi
Pollione: Gregory Kunde
Adalgisa: Josè Maria Lo Monaco
Oroveso: Andrea Concetti
Flavio: Zeno Popescu
Clotilde: Réjane Soldano

Orchestre et Chœurs: Opéra Royal de Wallonie-Liège
Dirigent: Massimo Zanetti
Regie: Davide Garattini Raimondi

Muzikaal:
Scenisch:

Toen Bellini op 23 september 1835 op 31-jarige leeftijd overleed was zijn naam al niet meer weg te denken uit de operawereld. Met werken als La Sonnambula, Norma en I Puritani had hij tegen die tijd immers zijn eigen onsterfelijkheid al verzekerd. De van nature wat melancholieke componist beschikte niet over het komische talent van tijdgenoten als Rossini en Donizetti maar wist als eerste het Italiaanse publiek te confronteren met opera’s waarbij de tekst evenwaardig werd aan de muziek.

Vandaag wordt Norma aanzien als het vlaggenschip van het belcanto. Net zoals elke tenor droomt om ooit Verdi’s Otello te kunnen zingen, zo wil elke belcantozangeres (en helaas ook een heleboel andere sopranen) de rol van Norma in haar repertoire opnemen. Begrijpelijk door de combinatie van enerzijds de bravoure en anderzijds het veelzijdige karakter van de titelrol – de afwisseling van al die “grote gevoelens” (vriendschap, jaloezie, wraak, boete, …) vormt misschien wel de grote uitdaging. Maar dat maakt ook dat het vertolken van deze rol veel meer is dan het zingen van de noten, iets wat Maria Callas al meer dan een halve eeuw geleden aantoonde.

Het stond in de sterren geschreven dat op een dag ook de Italiaanse sopraan Patrizia Ciofi niet langer aan de verleiding zou kunnen weerstaan en de rol van de druïde priesteres op haar repertoire zou willen nemen. Het resultaat was al even voorspelbaar: Ciofi is het niveau van de soubrette nauwelijks overstegen. Wat heeft iemand die op geen enkel moment geloofwaardig kon zijn in bv. de titelrollen van Luisa Miller of Maria Stuarda te bieden als Norma? Akkoord, alle noten zijn er, de grote aria “Casta Diva” haalt zelfs een redelijk niveau, maar het is vooral op de dramatische momenten en tijdens de recitatieven dat Ciofi er niet in slaagt om enige geloofwaardigheid aan haar personage te geven. De stem is gewoon te klein voor de rol.

Mezzosopraan Josè Maria Lo Monaco beschikt voor de rol van Adalgisa evenmin over een gigantische stem maar weet op zijn minst een dramatisch plausibele vertolking neer te zetten en heeft bovendien een schitterend timbre. Hoe dan ook, tijdens de duetten tussen Norma en Adalgisa hadden we soms de indruk naar een kameropera te luisteren, ook al omdat dirigent Massimo Zanetti er alles aan deed om zijn zangeressen niet te overstemmen met het orkest.

Gelukkig was er ook de Amerikaanse tenor Gregory Kunde die bij momenten indrukwekkend was als Pollione. Hij heeft een carrière als belcantotenor achter de rug en dat laat zich horen, zowel stilistisch als bij de introductie van variaties in zijn zangpartij. De stem is niet meer zo fris (de man is de zestig voorbij) maar het contrast met zijn vrouwelijke collega’s is enorm. Gelukkig hield hij zich in de ensembles wat in om zijn partners niet te overstemmen. Mooi waren ook Andrea Concetti in de wat minder interessante basrol van Oroveso en Zeno Popescu als Flavio.

Davide Garattini Raimondi had voor zijn enscenering het toneel horizontaal in twee gedeeld waarbij de grotere taferelen zich boven afspeelden en de meer intieme scènes beneden vooraan plaats vonden. Op zich een goed idee dat zeker de solisten ten goede kwam. Voor de rest was zijn interpretatie erg klassiek al vonden we de dansers, die zich te pas maar vooral te onpas in de actie kwamen mengen, eerder storend.

De vertolking van het orkest van de ORW was over het algemeen prima maar dirigent Massimo Zanetti, die zoals gezegd de orkestklank beperkte tot kamermuziekniveau, koos voor deze Norma voor soms tergend langzame tempi.

We keken erg uit naar deze uitvoering van Norma, een van de mooiste partituren uit de Italiaanse opera. Helaas bleven we, vooral door de misbezetting van de titelrol, op onze honger zitten.

Voor wie het allemaal zelf wil meemaken zijn er nog voorstellingen te Luik op 25, 28 en 31 oktober en te Charleroi op 4 november.  In die laatste voorstelling wordt Patrizia Ciofi vervangen door Silvia Dalla Benetta.

H.D. (Gepubliceerd op 24 oktober 2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

1 Comment

  1. Pieter K. de Haan schreef:

    Ik heb de voorstelling niet gezien en zal die ook – afgezien van wellicht via de een of andere opname daarvan – niet zien. De mening van de recensent over Patrizia Ciofi kennende – hij heeft haar vanaf het begin van haar carrière niet kunnen uitstaan – valt zijn recensie over haar Normavertolking me nog mee. In ieder geval heeft hij – anders dan de recensent(e) van een andere Belgische operasite (http://www.gopera.com/igi/) – de voorstelling wél uitgezeten Maar het viel te verwachten: de rol is vele maten te groot voor Ciofi.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *