ZÓ KAN HET OOK

Le Nozze di Figaro

Leon Košavic als Figaro en Jodie Devos als Susanna. (Foto © Opéra Royal de Wallonie-Liège)

Le Nozze di Figaro, opera van Wolfgang Amadeus Mozart op een libretto van Lorenzo Da Ponte, gebaseerd op de komedie van Beaumarchais, La folle journée ou le Mariage de Figaro. Voor het eerst opgevoerd in het Burgtheater te Wenen op 1 mei 1786.
Première van deze productie door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège op 6 april 2018. Bijgewoonde voorstelling op 12 april 2018.

Il Conte Almaviva: Mario Cassi
La Contessa Almaviva: Judith Van Wanroij
Figaro: Leon Košavic
Susanna: Jodie Devos
Cherubino: Raffaella Milanesi
Dottore Bartolo: Julien Véronèse
Marcellina: Alexise Yerna
Barbarina: Julie Mossay
Don Basilio: Enrico Casari
Antonio: Patrick Delcour

Orchestre et Chœurs: Opéra Royal de Wallonie-Liège
Dirigent: Christophe Rousset
Regie: Emilio Sagi

Muzikaal:
Scenisch:

Proloog

Is de ouverture met gesloten doek inmiddels een prijsgegeven stelling en verworden tot muzikale begeleiding van een pantomimevoorstelling? Laat u het ons even weten?

 

Le Nozze di Figaro verplaatst naar Sevilla

In 2006 dacht het Nederlandse operapubliek Le Nozze di Figaro in Het Muziektheater te bezoeken. Na opening van het doek bleek men tegen een autosalon aan te kijken waar muziek van Mozart werd gezongen en gespeeld, dat laatste deels op een synthesizer. De Twins from Hell, regisseurs Jossi Wieler en Sergio Morabito, hadden Mozart en zijn Le Nozze di Figaro onder handen genomen. De discrepanties tussen wat we te zien kregen en het libretto waren lachwekkend c.q. om te huilen. Denk frietkraam in Rijksmuseum. In 2010 werd het wangedrocht (uiteraard) nog eens hernomen. Onze collega’s van Place de l’Opéra vroegen zich af of Wieler en Morabito hun energie en creativiteit niet beter kunnen steken in een levendige personenregie met veel vernuftige interactie in plaats van zich suf te denken hoe ze zoveel mogelijk inconsequenties in hun moderne regie kunnen vermijden. Vilein geformuleerd, maar dit operamagazine, waar onlangs de mogelijkheden tot lezersreacties werden ingeperkt (wat is er toch aan de hand in Nederland?), had toen het gelijk aan zijn zijde. Bezoekers van het Amsterdamse Muziektheater moesten tot 2016 wachten om weer een min of meer normale en tevens fraaie Nozze te zien.

Laten wij verder ons Latijn niet steken in het sloopbedrijf Wieler-Morabito en ons naar het andere eind van het spectrum begeven, de adembenemende productie van Strehler uit 1980. Wij hadden in 2010 het onuitsprekelijke genoegen Strehlers Nozze te kunnen bijwonen in Opéra de Paris Bastille. De aria “Dove sono” (in Nederlandstalige operakringen bekend als De Dove Zoon) door Barbara Frittoli kostte ons na afloop de nodige pastis om het spraakvermogen te herwinnen. Het was een verrukkelijke Mozart-avond, in elk denkbaar opzicht.

Terug naar 2018. Er was in april van dit jaar weer een prachtige, om niet te zeggen spectaculaire, geweldige en librettogetrouwe Le Nozze te zien in de Lage Landen. Een openbare les voor die vele egotrippende regisseurs die opera gebruiken als vehikel voor hun arrogantie en gebrek aan goede smaak. Want hoeveel producties hebben we al niet gezien die weinig of niets te maken hebben met wat de librettisten van de opera voor ogen hadden? Het zal u niet verbazen dat wij ons voor de desbetreffende hartverwarmende Nozze naar de onvolprezen safe haven Luik dienden te verplaatsen. Emilio Sagi, voormalig artistiek directeur van het Teatro Real in Madrid, was de regisseur van dienst. Man, man, man, wat hebben wij van je genoten! Hij heeft zijn sporen sinds 1980, toen hij begon met regisseren, verdiend in de operahuizen van o.m. Venetië, Milaan, San Francisco, Amsterdam, St-Petersburg, Buenos Aires, Genève, Salzburg en nog enkele van die buitenplaatsen. Mozart/Da Ponte plaatste de opera in/rond het kasteel van Graaf Almaviva nabij Sevilla, midden 18e eeuw. En wat denkt u dat deze durfal Sagi doet? In zijn regie plaatst hij de opera in/rond het kasteel van Graaf Almaviva nabij Sevilla, midden 18e eeuw! In Spanje! Compleet met flamencodansers en castagnetten, ongetwijfeld een gesel voor de “opera-is-geen-museum” papagaaien. Dit staaltje Zivilcourage leverde een sensationeel fraaie regie op, in het register van Strehler, maar geestiger, lichtvoetiger. Men kan soms met kleine dingen tevreden zijn: een klassieke productie in de beste zin van het woord, geplaatst in de periode waar de opera voor is geschreven, in een Sevilla waar, mede door de relatieve “dichtbevolktheid” van de Bühne, een levendigheid heerst die de toeschouwer als het ware het toneel opzuigt om de verwikkelingen rond de protagonisten in real time en in Sevilliaanse sfeer aan den lijve te ondervinden. Een regie die eigenlijk een groter toneel had verdiend dan de Luikse Opera kan bieden.

Sagi schildert op meesterlijke wijze de seksuele obsessie van de Graaf (wat deze Graaf, Mario Cassi, ervan maakte is vers twee), de nostalgie van de Gravin, de I-love-to-love Cherubino, de amoureus-nieuwsgierige Susanna….  Prachtige decors, schitterende belichting. De rijke, oogverblindende kostumering, de female cleavage, de pruiken (Oei, pruiken,  wederom een lange neus naar de “opera-is-geen-museum”-achtigen), zij geven allemaal een extra dimensie aan de talloze verwikkelingen der protagonisten, en verlenen extra kleur en feestelijkheid aan het happy end (Oei, happy end, etc……). Bij Sagi is het einde, net als bij Mozart, dus een happy end, zonder schabouwelijke regisseursrelativering. Bravo Sagi!

Deze geestige, sprankelende, subtiel erotische en zeer vlotte productie dateert uit 2009 en is al op verschillende plaatsen in Spanje en daarbuiten te zien geweest. In Luik werd de Graaf vertolkt door Mario Cassi, die deze rol al eerder in de Sagi-productie, en ook in Wenen, heeft gezongen. Hij maakte zijn debuut in 2001 en is een regelmatige gast in Luik. Hij viel ons ronduit tegen. Qua postuur helemaal okay, maar op z’n zachtst gezegd niet de meest charismatische Graaf (hoewel, charismatisch… volgens Judith van Wanroij is de Graaf -niet Cassi!- “een lul”), en ook vocaal niet indrukwekkend; rare foutjes. Meer een goedzak die in de verkeerde film is terechtgekomen dan een perfide lul. Te weinig gewetenloos, te weinig pure slechtheid. Te weinig vilein, te weinig op de man gespeeld. Een Jumbo-filiaalchef te Waddinxveen die zich in de nesten heeft gewerkt met een #me-too kassière. Het houterige acteren vol onzekere clichégebaartjes in zijn aria “Hai già vinto la causa!” was pijnlijk, op het onacceptabele af.

 

Premiummerk “Helderheid”

Voor Judith van Wanroij was dit haar eerste Gravin, en zij slaagde er met vlag en wimpel in om een visueel, vocaal en dramatisch ijzersterke Contessa Almaviva neer te zetten. Van Wanroij heeft een prachtige, en naar wij dachten unieke, warme stem van het premiummerk Helderheid. Haar “Porgi, amor” liet een muzikaal-esthetische bom in de zaal ontploffen. Men was er stil van, en vergat van zalige verbijstering te applaudisseren. Mooi moment. Van Wanroys “Dove sono”, dat wel iets empathischer begeleid had mogen worden, van hetzelfde voortreffelijke laken een schitterend pak. En nóg een huiveringwekkend schoonheidsmomentje: Aan het eind van de opera toont de Graaf (“de lul”) berouw -wij zien deze scene liever doorspekt met wat cynisme- met zijn “Contessa perdono,” en Gravin Almaviva toont mededogen, vergeving, genade. Van Wanroij verwijst hier met zalvende vocale lijnen de waan van de dag naar het niets en schenkt ons een universele esthetische therapie voor alles. Wij willen maar zeggen: Brava Judith!

Van de overige, bijna over de hele linie zeer goede cast, een mix van jong en ervaren, moet toch vooral de excellente 27-jarige Kroatische bariton Leon Košavic als Figaro genoemd worden. Welk een talent! Košavic heeft alles wat men zich van de ideale Figaro voorstelt. Wij vinden het altijd nogal flauw om een componist als getuige aan te roepen, maar in dit geval durven wij het wel aan: Mozart zou blij geweest zijn met Leon Košavic. Een uitzonderlijke sonoor en solide stemgeluid, een meesterlijke dictie en een onwaarschijnlijk acteertalent doen ons overpeinzen: dit is niet Leons laatste Figaro geweest. Nog een hosanna, en wel voor Raffaella Milanesi als Cherubino, briljant gezongen met een zalig je-ne-sais-quoi nét even anders stemgeluid en, ook zij, een geboren actrice. Volgende hoogtepunt: Jodie Devos (Susanna) is inmiddels -terecht- een grote naam en heeft een fabelachtige techniek. Wat een prachtstem; de dingdong van de hemelpoort is op verzoek van Onze Lieve Heer zelf ingezongen door Jodie Devos. Een ideale Susanna, een onontkoombare aanwezigheid, misschien was deze Susanna zelfs wel té ideaal, zo kunstig als zij balanceerde op de rand van het uitbundig spontane en het hartverwarmende vocale. Wij van Opera Gazet zien u geerne, mevrouw Devos.

Dirigent Christophe Rousset leidde vanachter de fortepiano het orkest van de Opéra Royal de Wallonie-Liège op tot tevredenheid stemmende wijze. (Nog) wat meer pit en verrassing hadden wel gemogen, razendsnelle tempi alleen volstaan niet (wij missen Nikolaus Harnoncourt dagelijks).

 

Epiloog

Goethe zei: “Eine Erscheinung wie Mozart bleibt immer ein Wunder, das nicht zu erklären ist.”

In Luik komt men met die verklaring een heel eind. Ben fatto, bravi tutti!

Er is nog een voorstelling op 14/4/2018. Voor wie Luik iets te ver is: al dat moois is integraal  te zien/te beluisteren op Culturebox.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 13/4/2018)

6 Comments

  1. Bert de Meij schreef:

    Beste Heer Olivier
    Weer genoten van uw duidelijke en enthousiaste recensie
    BRAVO

  2. Kersten van den Berg schreef:

    Dank voor smulrecensie! En door de gouden tip (Culturebox) in de epiloog verslikte ik me bijna van opwinding.

  3. Elfriede Nolte schreef:

    9.5 sterren van de 10! Dat moet een feestje geweest zijn… mooi beschreven hoor!

  4. Ray Williamson schreef:

    “Een Jumbo-filiaalchef te Waddinxveen die zich in de nesten heeft gewerkt met een #me-too kassière” als Graaf. Mmmm…. 🙂 🙂 🙂

  5. Kersten van den Berg schreef:

    `n Productie om vaker te zien en te beluisteren!
    Na Olivier Keegels beschrijving van Mario Cassi`s Graaf kon deze mij alleen nog maar meevallen. Gestiek en mimiek van de geparfumeerde ploert waren inderdaad niet continu bij de les maar vocaal viel hij me toch niet zó tegen, al heb ik hem op YouTube glanzender gehoord. Christophe Rousset vond ik evenwichtig en ik ben het met de recensent eens dat `(nog) wat meer pit en verrassing wel hadden gemogen`. Maar `razendsnelle tempi` zijn mij ontgaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *