CONCERT JESSICA PRATT

Jessica Pratt

Jessica Pratt als Giulietta in I Capuleti e i Montecchi. (Foto Teatro La Fenice)

Concert door de Opéra Royal de Wallonie in het Théâtre Royal de Liège op 21 oktober 2017.

Jessica Pratt, sopraan
Alessandro Liberatore, tenor

Orkest van de Opéra Royal de Wallonie
Dirigent: Massimo Zanetti

Jessica Pratt

Jessica Pratt

Alessandro Liberatore

Alessandro Liberatore

Massimo Zanetti

Massimo Zanetti

Het is ondertussen zowat een traditie geworden: elk seizoen nodigt de ORW een bekende soliste uit voor een concert. Nadat onder andere Edita Gruberova, Elina Garanca en Olga Peretyatko de revue passeerden, is het dit jaar de beurt aan de jonge Australische sopraan Jessica Pratt. Deze dame is in ons land waarschijnlijk wat minder bekend dan de vernoemde solisten, wat mogelijk verklaart dat de zaal, ondanks de gunstprijzen, ver van vol was. Zelf kennen we de soliste al meerder jaren dankzij optredens in Duitsland en Italië.

Pratt is een coloratuursopraan pur sang. Een fantastische techniek, een schitterende hoogte en een groot inlevingsvermogen maken van haar een van de meest gezochte sopranen in het bel canto. Ze schuwt daarbij het minder bekende repertoire absoluut niet, terwijl ze ook uitblinkt in bekendere werken zoals Lucia di Lammermoor, waarschijnlijk haar bekendste vertolking die ze ook in de Milanese Scala mocht brengen.

Het concert in Luik was eigenlijk een perfecte illustratie van hetgeen waartoe Pratt in staat is. Of het nu gaat om een melancholische aria zoals “Oh quante volte” uit I Capuleti e i Montecchi, een virtuoze scène zoals de finale uit Rossini’s Matilde di Shabran (voor ons het hoogtepunt van de avond) of de extreme hoge noten uit “Ah non credea mirati” uit La Sonnambula, alles wordt perfect uitgevoerd. Misschien is het resultaat soms een beetje koel (is dat trouwens niet typisch voor een concert?), maar in “Glitter and be Gay” uit Bernsteins Candide bewees Pratt ook een echt toneelbeest te zijn. Ook de originaliteit van het programma, met onder andere nog een uittreksel uit Donizetti’s Rosmonda d’Inghilterra verdient respect. We waren onder de indruk. Het hoeft dan niet te verbazen dat het publiek aan het einde van het concert als één man recht veerde voor een verdiende staande ovatie.

Jessica Pratt werd voor een tweetal duetten bijgestaan door de Italiaanse tenor Alessandro Liberatore, al eerder te gast in de ORW, die ook zelf een tweetal korte aria’s mocht brengen. Ondanks veel goede intenties bereikte hij het niveau van Pratt niet. Verdienstelijk alleszins om een deel van “Una furtiva lagrima” uit L’Elisir d’Amore en zowaar een deel van het duet “Verranno a te sull’aure” uit Lucia di Lammermoor met kopstem te zingen. Vooral in het eerste fragment leidde dit een paar keer tot mislukte registerovergangen. We hadden de indruk dat de stem beter past bij een ander repertoire. De duetten met Pratt hadden dan weer wat meer repetitietijd verdiend.

Misschien was het een goed idee geweest om, in plaats van een tweede solist, een koor te voorzien. In verschillende van de grotere scènes was dit beslist een meerwaarde geweest.

Zoals vaak werden tijdens het concert de gezongen stukken afgewisseld met enkele ouvertures. Dankzij dirigent Massimo Zanetti waren deze vier orkestrale werken, die vaak enkel bedoeld zijn om een concert een aanvaardbare duur te geven, echte pareltjes. Dankzij  de energie die hij wist over te brengen op het orkest, de tempowisselingen, de details die hij uit de muziek wist te halen, leek het wel alsof we bepaalde van deze “klassiekers” voor het eerst hoorden. Na de ouverture tot Guillaume Tell kreeg het orkest van een deel van het publiek, midden in het concert, een staande ovatie.

Alles bij elkaar een grandioos concert dat door de aanwezige toeschouwers enorm gesmaakt werd.

H.D. (Gepubliceerd op 22/10/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *