“IL PRIGIONIERO” & “DAS GEHEGE”

Il Prigioniero

Il Prigioniero – Georg Nigl (Prigioniero), Julian Hubbard (sacerdote) en Guillaume Antoine (sacerdote) (Foto © B. Ulhig La Monnaie 62)

Il Prigioniero, opera van Luigi Dallapiccola (muziek en libretto), gebaseerd op La torture par l’espérance van Villers de l’Isle-Adam en De legende van Uilenspiegel en Lamme Goedzak van Charles De Coster. Gecreëerd in het Teatro Comunale te Florence op 20 mei 1950.
Das Gehege, Nächtliche Szene van Wolfgang Rihm op tekst van het toneelstuk Schlusschor van Botho Strauß. Gecreëerd in de Bayerische Staatsoper te München op 27 oktober 2006. Première van deze productie in de Munt te Brussel op 16 januari 2017. Bijgewoonde voorstelling op 23 januari 2017.

IL PRIGIONIERO

La Madre: Angeles Blancas-Gulin
Il Prigioniero: Georg Nigl
Il Carceriere & Il Grande Inquisitore: John Graham-Hall
Primo Sacerdote: Julian Hubbard
Secondo Sacerdote: Guillaume Antoine

DAS GEHEGE

Die Frau: Angeles Blancas-Gulin

Symfonieorkest en koor van de Munt
Kooracademie van de Munt
Muzikale leiding: Franck Ollu
Regie: Andrea Breth

Muzikaal:
Scenisch:

De opera Il Prigioniero kan zonder twijfel naast Alban Berg’s Wozzeck als een van de belangrijkste muziekdramatische uitingen van de 20ste eeuw gelden. Met Wozzeck heeft Dallapiccola’s opera gemeen dat een hevig dramatische impuls haar muzikale uitdrukking vindt in een strenge toepassing van compositorische vormen, ontleend aan de symfonische muziek, terwijl in beide opera’s het gegeven gebaseerd is op het ten onder gaan van een door zijn medemensen gekwelde natuur. Beide opera’s zijn in feite een aangrijpende aanklacht tegen maatschappelijke willekeur en machtsmisbruik.

Deze lofuiting is niet uit de lucht gegrepen, maar is in verschillende naslagwerken terug te vinden. Desondanks wordt Il Prigioniero in vergelijking met Wozzeck maar sporadisch opgevoerd, zoals ook de andere opera’s van Dallapiccola trouwens. Het Holland Festival vertoonde de opera in 1962 met niet minder dan Scipio Colombo, die de gevangene zong bij de creatie in 1950, en ook Anny Delorie en Henk Smit. Nederlandse zangers kwamen toen nog aan bod bij het HF. De Deutsche Opera am Rhein gasteerde met Il Prigioniero op het Festival van Vlaanderen in 1968, samen met Hiob, een andere eenakter van Dallapiccola. In de Munt is de componist ook niet volledig onbekend: in 1964 werd daar zijn op Saint Exupéry’s gebaseerde opera Volo di Notte opgevoerd.
Tussen al deze herinneringen en de huidige opvoering ligt een halve eeuw dat Dallapiccola ons pad niet gekruist heeft. Hij is in onze contreien beslist geen gegeerde componist!

Il Prigioniero.

Het gegeven van deze opera ontleende Dallapiccola enerzijds aan de novelle La torture par l’espérance van Villers de l’Isle-Adam en anderzijds aan het beroemde Vlaamse epos van Charles De Coster De legende van Uilenspiegel en Lamme Goedzak. Uit het werk van Villers de l’Isle-Adam werd de kern gebruikt: de door de Spaanse Inquisitie gevangen genomen man die na allerlei lichamelijke martelingen ondergaan te hebben, gekweld wordt met de valse hoop op vrijheid. In plaats van de weg naar de vrijheid, voert het pad hem echter naar het schavot. Uit het werk van De Coster wordt een scène uit de vrijheidsstrijd van de Nederlanden tegen de Spaanse onderdrukker overgenomen. De cipier vertelt de gevangene van de opstand in Vlaanderen en van de naderende bevrijding.

Voor de opvoering in de Munt werd de rol van de gevangene aan Georg Nigl toevertrouwd, een bariton waarvan de carrière geplaveid is met moderne werken: Wozzeck (Berg), Faustus (Dusapin), Jakob Lenz (Rihm) e.v.a. Een aangename stem met de juiste dramatische expressie, zonder overdreven pathos. John Graham-Hall is een veelzijdige tenor, in alle genres thuis: van Händel tot Tippett, via Mozart en Gilbert & Sullivan. Hij tekende hier voor een gluiperd van een cipier, met de juiste venijnige intonatie. Jammer dat de moeder van de gevangene niet op hetzelfde niveau stond. Angeles Blancas Gulin is een dramatische sopraan, theoretisch geschikt voor de rol, maar met een bijzonder onstabiel klankdebiet. Bij het aanhoren van haar vele onzuivere inzetten dachten wij onwillekeurig aan de inleidende klarinetsolo van Rhapsody in Blue. De stem klonk ook vaak schril, wat ons het ergste deed vrezen voor het tweede luik van deze voorstelling.

Das Gehege.

Dit monodrama voor sopraan en orkest handelt over een gefrustreerde vrouw die een gekooide adelaar bevrijdt, maar hem vervolgens doodt.
Het dier oefent een erotische fascinatie uit op de vrouw, die erover fantaseert hoe ze door zijn klauwen wordt verscheurd. Zodra de arend in vrijheid is gesteld, blijkt hij echter oud en krachteloos en doodt zij hem.

Het programma geeft ons een uitvoerige uitleg over de symbolische betekenis van het werk: de adelaar staat voor Duitsland, de titel van het werk voor de Berlijnse muur, enz.. Wat baat echter deze uiteenzetting, als de rol door Angeles Blancas Gulin ongenietbaar gezongen wordt en op de scène een opeenvolging van absurditeiten te zien is. Waarom moeten er voor de stomme rol van de adelaar nog drie extra dummy’s rondlopen? Wat is de bedoeling als een van die dummy’s de sopraan op zijn schouders tilt en zij ondersteboven, met billen bloot, een reeks hoge noten moet zingen? Is het misschien een test om te horen of zij beter zingt met de voeten in de lucht dan met de voeten op de grond? Of was het de bedoeling om er wat mooiere noten uit te schudden? Wat zou Barbara Hannigan hiervan maken?

De enscenering van Il Prigioniero was minder provocatief, maar door de opeenvolging van de (te) vele korte door duisternis afgebroken scènes (licht, donker, licht, donker…), kwam het geheel over als een statisch stripverhaal zonder een echt streven naar een einddoel: de vrijheid! Verder waren daar ook de nodige absurditeiten: de moeder die boven op de kooi ligt, het heen en weer wandelen van de gevangene. Andrea Breth beantwoordt precies aan het type regisseur die niet weet waar hij/zij met zijn/haar uitbeelding naartoe wil en er zomaar wat willekeurige nonsens toevoegt.

Met de ogen toe, bezorgden koor en orkest onder leiding van Franck Ollu ons de mooiste muzikale momenten!

Er zijn nog voorstellingen op 25 en 27/1/2018.

G.M. (Gepubliceerd op 24/1/2018)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

5 Comments

  1. Conus schreef:

    Andrea Breth, een niet aflatende gruwel.

    • Anna Minis schreef:

      Het Ding dat vreselijk is en nooit sterft….!

      Van de andere kant , heer Conus, geeft Stefan Caprasse een goed voorbeeld. hij laat zich niet leiden door een vooroordeel, gebaseerd op eerdere, gruwelijke ervaringen.

  2. Bob Zimmerman schreef:

    In 2010 is Il Prigionero als double bill met Bartoks Blauwbaard uitgebracht in een regie van Peter Stein bij DNO. Was prachtig!

  3. Basia Jaworski schreef:

    Il Prigionero hen ik nog in Amsterdam gezien, in 2010g. Het was een productie van Peter Stein, met Paoletta Marrocu als de moeder. GENIAAL! Het is dan ook een schitterende opera , in tegenstelling tot Das Gehege.
    De laatste heb ik tijdens ZaterdagMatainee gehoord en was als kind zo blij toen het afgelopen was.

    https://basiaconfuoco.com/2018/01/24/das-gehege-van-wolfgang-rihm-een-moderne-versie-van-salome-zaterdagmatinee-december-2011/

  4. Stefan Caprasse schreef:

    Ik heb deze produktie ook bijgewoond. Ik zal niet beweren dat het genieten, genieten was maar ik heb toch geen spijt het gezien te hebben (dat heb ik dan ook zelden of nooit…)
    Il Prigoniero is een mooi werk met een grote climax (eigenlijk anticlimax) naar het einde toe al vind ik de muziek op de duur een beetje monotoon…
    Georg Nigl is inderdaad geknipt voor de rol: het lijden, de hoop en uiteindelijke wanhoop, alles werd uiterst dramatisch weergegeven.
    Graham-Hall is zoals recensent zegt een gluiperd van een cipier.
    Ik vond persoonlijk Angeles Blancas Gulin wel een ontroerende moeder – op het gevaar me belachelijk te maken interpreteer ik de scene waar ze op de kooi ligt als symbool dat ze in de gedachten van de gevangene aanwezig blijft…

    Wat de opera van Rihm betreft, voor een modern werk viel de muziek me nog mee (al zal dat soort werken nooit tot mijn lievelingswreken behoren…). De tekst is me echter wat teveel vrouwelijke hysterie en dan zonder het menselijke van bv Elektra.
    De muziek, in het bijzonder de zang, is vrij afwisselend, van min of meer zangerige, melodieuze frasen tot geschreeuw in de hoogte… Ik vraag me af of zulk een rol vaak zingen goed kan zijn voor de stem. Ik vraag me ook af of de rol anders (en beter,) kan gezongen worden dan wat Blancas hier doet. Zou Hannigan het beter gedaan hebben? Misschien… In ieder geval, Blancas gooide zich er helemaal tegen aan!

    En Andrea Breth… Neen, deze keer vond ik ze geen gruwel…
    Ik hield nochtans mijn hart vast na haar Traviata in dezelfde Munt, die (zelfs) ik echt afschuwelijk vond en na de onheilsberichten over haar Macbeth in Amsterdam.
    Ze houdt het heel somber (dat zijn deze werken ook). Het décor is toepasselijk: kooien, zowel voor de gevangenis als voor de dierentuin.
    Er zijn een paar details waar men vragen kan bij hebben. Zo vond ik dat de gevangene op het einde te snel waar vastgebonden is daar waar de (valse) hoop op de vrijheid tot op het ultieme moment zou moeten bewaard blijven. Dat de adelaar door verschillende mannen gespeeld wordt, tja het gaat hier over de visie van die vrouw op ‘de mannen’ (en dat zijn er blijkbaar meer dan één) en die acrobatische toeren zullen wel voor de erotische fantasieen staan zeker, al moet het inderdaad moeilijk zijn in sommige houdingen te zingen (of te schreeuwen.
    En het voortdurend uit en aanknipperen van het licht in het eerste werk en de stroboscopische effecten in het tweede gingen inderdaad op de duur mij ook op de zenuwen werken.
    Maar puur visueel viel het voor mij best mee.
    Dus, niet iets wat ik zo direct een tweede keer zou gaan zien, maar toch de moeite….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *