“DAS WUNDER DER HELIANE” NA 47 JAAR TERUG IN GENT EN ANTWERPEN

Das Wunder der Heliane

Das Wunder der Heliane – Ensemble. (Foto: Annemie Augustijns)

Das Wunder der Heliane, opera van Erich Wolfgang Korngold op een libretto van Hans Müller-Einigen gebaseerd op een mysteriespel van Hans Kaltneker. De opera werd voor het eerst opgevoerd op 7 oktober 1927 in de Staatsoper te Hamburg. Première van deze productie door Opera Vlaanderen in de Opera te Gent op 15 september 2017. Bijgewoonde voorstelling in de Vlaamse Opera te Antwerpen op 8 oktober 2017.

Heliane: Ausrine Stundyte
Der Herrscher: Tómas Tómasson
Der Fremde: Ian Storey
Die Botin: Natascha Petrinsky
Der Pförtner: Markus Suihkonen
Der Schwertrichter: Denzil Delaere
Der Junge Mensch: Dejan Toshev

Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen
Koor & Kinderkoor Opera Vlaanderen

Muzikale leiding: Alexander Joel
Regie: David Bösch

Muzikaal:
Scenisch:

Das Wunder der Heliane heeft de reputatie een meesterwerk te zijn, maar opvoeringen zijn zeldzaam. In feite meer dan zeldzaam en het is bijna een toeval dat het niet de eerste keer is dat wij nu een voorstelling van deze opera bijwonen. Wij moeten wel ver in het verleden teruggaan: 1970 om precies te zijn. De opera werd toen opgevoerd in de Opera van Gent en er werd zelfs een gastvoorstelling gegeven in de Vlaamse Opera te Antwerpen. Die opvoeringen werden toen niet in het wilde weg gepland. Operaveteranen zullen zich beslist de triomfantelijke voorstellingen van Die tote Stadt met Jan Verbeeck en Jacqueline van Quaille in 1967 herinneren. Het was dit weergaloos succes dat Karel Locufier aanspoorde om ook Das Wunder der Heliane op te voeren. En zo geschiedde, met veel minder succes, nota bene.

In Das Wunder der Heliane bereikt Korngold de grenzen van de atonaliteit, zonder ze ooit echt te overschrijden (Zoals Richard Strauss met Elektra) en zonder zijn Weens lyrisme prijs te geven. Het werk is bijzonder rijk georkestreerd, uitgesproken expressionistisch, getekend met een zware symboliek en geteisterd door een zwak libretto. Lees hier de inhoud van het werk en lees hier het libretto in het Duits/Nederlands.

Bij de première in Wenen ontstond een regelrechte confrontatie tussen de aanhangers van Korngold en deze van Ernst Krenek’s Jonny spielt auf: een situatie die vergelijkbaar was met “La querelle des bouffons” (Parijs, 1752/1754), duidelijk aangevoerd door vader Julius Korngold die paradoxaal als Jood het kamp koos van het opkomende Nationaalsocialisme. Het zou ons te ver leiden om dit in detail uit de doeken te doen, maar wie er meer wil over weten kan o.a. hier terecht: http://www.korngold-society.org/bio.html en https://forbiddenmusic.org/2015/07/18/the-false-myths-and-true-genius-of-erich-wolfgang-korngold/

Hoe dan ook, het publiek verwachtte een andere Tote Stadt en een nieuw Marietta Lied. Heliane moest het onderspit delven, terwijl Jonny zijn triomftocht van het ene naar het andere operahuis verder zette. De Oostenrijkse Tabakmaatschappij nam het geschil te baat om twee nieuwe sigarettenmerken te lanceren: Jonny en Heliane.

Het was een magere troost voor vader en zoon Korngold dat Jonny een goedkoop rokertje was, terwijl Heliane iets mooi exotisch was, met paars papier en een mondstukje in de vorm van een rozenbladje. En bovendien zeer duur!
Tot de man met het snorretje het in 1933 voor het zeggen kreeg, dan werden zowel Krenek als Korngold uit alle Duitse schouwburgen verbannen en met de Anschluss in 1938 ook uit alle Oostenrijkse operahuizen.

De reeks opvoeringen in de Vlaamse Opera was  dan ook bijzonder welkom en bovendien helemaal niet slecht bezet.

De zware rol van Heliane werd aan Ausrine Stundyte toevertrouwd, beslist niet de eerste de beste. Zij beheerste de rol probleemloos in alle registers. Iets meer glans was welkom geweest, zeker in de soms lange dialogen vonden wij de stem iets de dof, mistig, zelfs onfris.
Ook de heerser was zwaar bezet. De rol is geschreven voor een bariton, maar Tomas Tomasson was aanvankelijk een bas die pas later zijn stem naar het bariton vak opgetrokken heeft. Hij was een robuuste echtgenoot van Heliane, zong met veel kern maar was niet steeds even zuiver in het hoge register.
Niets dan lof voor de tenor Ian Storey die voor een uitstekend pathetische vreemdeling zorgde.
De mezzosopraan Natascha Petrinsky was een ware luxe in het rolletje van de bode en ook Denzil Delaere als de zwaardrechter en Markus Suihkonen als de portier klonken voortreffelijk.

Het orkest onder leiding van Alexander Joel kon zijn grootste troeven uitspelen in deze toch wel bijzonder exuberante partituur. Het koor, dat steeds het volk uitbeeldt, had meestal fortissimo en zeer hoog te zingen en dat deed het voortreffelijk.

David Bösch tekende voor de regie: Heliane liep er onelegant bij met stoere bottines, in iets dat er uitzag als een nachtkleed. De heerser was een mengeling van blootborstige Attila en Khal Drogo uit A game of Thrones. Het decor, een woeste vlakte, vaak mooi belicht, niet onaangenaam om naar te kijken, was zowel de kerker van de eerste akte, de rechtszaal van de tweede en het kasteel van de derde. Er werd ook geregeld met vuurwapens gezwaaid.
Bösch zal wel iets in zijn koker gehad hebben, een visie zoals het heet, maar wij hebben er verder ons Latijn niet ingestoken.

Er bestaat een goede CD-opname van het werk op Decca, in de reeks Entartete Musik onder leiding van John Mauceri en met Anna Tomowa-Sintow, Hartmut Welker en John David de Haan. Zeer goed gedocumenteerd.
Een video-opname is er niet. Hopelijk gebruikt de Vlaamse Opera deze primeur om de opera op DVD-Video en/of Blu-Ray uit te brengen. Het zou een mooie aanwinst zijn in de operacatalogus, ondanks de flutregie.

G.M. (Gepubliceerd op 9/10/2017)

DelenShare on FacebookTweet about this on TwitterEmail this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *